Alle artikelen
Soms ben ik wel eens een beetje jaloers op de Duitsers. Natuurlijk niet op de gruwelen uit de vorige eeuw, maar wel op de manier waarop de Duitsers steeds met hun verleden bezig kunnen zijn. Niet onbekommerd, maar juist existentieel bekommerd. Vergangenheitsbewältigung – het woord alleen al – als nationaal gezelschapsspel. Iedereen doet eraan mee: de politiek, de journalistiek, de historische professionals en zelfs het grote publiek.
Vele voorbeelden dringen zich op. Uiteraard was er de Historikerstreit, de moeder van alle debatten, waarbij een van de twistpunten was of nazi-tijd en holocaust na een historisch-wetenschappelijk proces van wikken en wegen uiteindelijk toch in een hokje zouden passen dat althans verwantschap vertoonde met andere historische hokjes. Zelfs het stellen van die vraag werd door sommigen al ongepast geacht, en iemand als de Duitse filosoof Jürgen Habermas betoogde met enig succes dat zo’n wetenschappelijke `normalisering’ de Duitsers weer terug zou zetten op het verkeerde spoor van een fout nationalisme.
In het Goldhagen-debat was het de vox populi die de toon aangaf. Wat de vakhistorici ook riepen – `Einfach ein schlechtes Buch,’ aldus Eberhard Jäckel –, het publiek liet zich in groten getale en soms bijna masochistisch meeslepen in een nationaal zelfbeeld van willing executioners, waarvan zij het tweede of derde geslacht waren. Niks wegkijken of `Wir haben es nich gewußt’. Allemaal medeplichtig, iedereen vuile handen. Ook de felle woordenstrijd tussen de schrijver Martin Walser en Ignatz Bubis, voorzitter van de Zentralrat der Juden in Deutschland, ging over de vraag of een heel volk schuldig kan zijn.
De vakhistorici – in de Historikerstreit nog prominent aanwezig – raakten in deze latere debatten wat op het tweede plan. Ze móésten zich ook wel ongemakkelijk voelen, want vaak stond de historisering als zodanig ter discussie. Wat historisch correct is, laat zich lang niet altijd onder één noemer brengen met wat politiek of moreel correct heet. Tegenover de historicus die zelfs de verschrikkingen van de holocaust probeert te verklaren, staan de slachtoffers die het principieel niet-kunnen-begrijpen als vorm van erkenning van hun slachtofferschap zien.
Een van de meest paradoxale aspecten van de voortschrijdende beeldvorming van de Tweede Wereldoorlog is dat het door Jan Romein ooit zo keurig uitgetekende patroon van een toenemende vergruizing van het beeld – waarin actualiteit en betrokkenheid geleidelijk plaatsmaken voor verwetenschappelijking, depolitisering en distantie – als het ware op z’n kop werd gezet. Hoe verder weg in de tijd, hoe dichterbij de oorlog lijkt te komen. Zelfs in debatten waarin de oorlog niet centraal staat, speelt hij indirect vaak mee. Toen Duitse minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer, het boegbeeld van de protestgeneratie van ’68 en in zijn land inmiddels hard op weg een nationale knuffelbeer te worden, onlangs in het nauw werd gebracht vanwege zijn revolutionaire verleden, was dat een poging tot revanche op die hele generatie die haar identiteit ontleende aan het verzet tegen foute ouders en grootouders, en daarmee een breuk in de Duitse geschiedenis wilde forceren.
Zeeuws wereldelftal
En dan was er kortgeleden nog een ander debatje, niet zo meeslepend als de vorige, maar toch veelzeggend voor de overgevoeligheid van de Duitsers waar het gaat om hun verleden. `Ich bin stolz, ein Deutscher zu sein,’ verklaarde de CDU’er Laurenz Meyer, en meteen was de beer los. Politiek tegenstanders vielen over hem heen en haastten zich de onwelvoeglijkheid van deze opinie te demonstreren. Zelfs bondspresident Johannes Rau, ingehuurd om op bezonnen toon het geweten van de natie te vertolken, ontkwam er niet aan partij te trekken. Aangeklampt door journalisten met de vraag of hij er ook trots op was Duitser te zijn, zag je hem aarzelen, maar ten slotte koos zijn politieke instinct toch voor het correcte antwoord: nee, dat was niet iets waarop hij echt trots kon zijn.
Commentatoren bestempelden de kwestie trots-of-niet meteen tot een typisch Duitse controverse en grepen naar de internationale vergelijking. Zo’n uitspraak als die van Meyer zou je een Amerikaan of een Fransman hoogst zelden horen doen, aldus Josef Joffe in Die Zeit. Dat weet ik nog niet zo zeker. De Inaugural Address van George W. Bush op 20 januari was één uitgesponnen lofzang op Amerika. Het woord `trots’ kwam er geloof ik niet in voor, maar je kreeg bepaald niet de indruk dat hij zich voor zijn land schaamde. Het verschil met Duitsland is vooral dat zijn politiek tegenstanders op dit punt niet met hem van mening verschillen. Al deze Duitse controversen demonstreren dan ook met name dat natievorming als proces – want daar heeft die Vergangenheitsbewältigung alles mee te maken – met heftige conflicten gepaard kan gaan. Exclusief Duits is dat evenwel niet. Ook de – volgens Joffe – ungebrochene Nationalstaaten Frankrijk en Amerika hebben daarmee nog in het recente verleden te kampen gehad.
In Nederland – ook zo’n ongebroken natiestaat – lijkt alles wat rustiger te verlopen en `nationale trots’ lijkt hier ook niet zo’n krachtige emotie. In ieder geval niet bij mij. Zelfs als ik mijn eigenlijk veel levendiger Zeeuwse patriottisme de vrije loop laat en me bijvoorbeeld overgeef aan bespiegelingen over de samenstelling van een Zeeuws elftal aller tijden, een soort Zeeuws wereldelftal dus, worden vage gevoelens van gewestelijke trots al snel overschaduwd door kopzorgen over de opstelling: Frans de Munck op doel of toch mijn dorpsgenoot John Karelse, Danny Blind of Gérard de Nooijer, Willem van Hanegem natuurlijk en Peter van Vossen – maar hoe breng ik mijn geheime wapen in stelling: de Molukse kabel van Lilipaly, Siwabessy en Salawane? Zo krijgt iedere natie de problemen die ze verdient.
Homohuwelijk
De Vergangenheitsbewältigung van Nederland speelt zich momenteel af op een soort metaniveau, waarbij het niet gaat om het verleden zelf maar om de manier waarop de geschiedenis wordt onderwezen. Ik ken het rapport daarover van de commissie-De Rooy alleen van horen zeggen, maar als het zo is dat leerlingen weer zullen worden geconfronteerd met langetermijnontwikkelingen en chronologische kennis, maar ook met de samenhang van zaken die gelijktijdig plaatsvinden, dan klinkt dat veelbelovend. Tot de eindtermen van het nieuwe geschiedenisonderwijs zal vast niet behoren dat Nederlanders – inclusief al die jonge nieuwe Nederlanders – verplicht trots moeten worden op hun land van inwoning. Toch, zo ontdekte ik onlangs, lopen er best Nederlanders rond die authentiek trots zijn op dit land en daar ook graag voor uitkomen. Aan de vooravond van de inwerkingtreding van het homohuwelijk begin april werd een van de gelukkigen geïnterviewd die mochten meedoen aan de eerste trouwceremonie op het Amsterdamse stadhuis. `Ik ben heel blij,’ verklaarde hij in het ontbijtprogramma van Dieuwertje Blok. `Ik ben eigenlijk heel trots op dit land.’ En deze uitspraak werd meteen in de juiste context geplaatst door een journaliste van The Observer, die er fijntjes aan herinnerde dat Nederland internationaal bekendstaat als een soort reservaat waar drugs, euthanasie en nu dus gehuwde homo’s gewoon mogen.
Duitsland worstelt met zijn verleden; Nederland is trots op zijn heden. En die trots overstijgt dorpspolitiek gekrakeel, want toen een Franse politicus Nederland enkele jaren geleden als narco-staat bestempelde, was de verontwaardiging daarover vrij algemeen. Nederland, Duitsland, Frankrijk – en al die andere landen – hebben niet alleen verschillende culturen, maar lijken soms ook zelfs in een verschillende tijd te leven. Dat is een merkwaardig fenomeen. Juist de gelijkschakeling op allerlei gebied – gemeenschappelijke Europese regelgeving, de invoering van de euro – accentueert de ongelijkheid en zelfs de ongelijktijdigheid van de diverse nationale culturen. Een waarheid als een koe? Hun virussen zouden inderdaad wel eens heel grensoverschrijdend kunnen zijn. De reacties op die virussen daarentegen zijn vaak weer heel nationaal bepaald. Ik bedoel maar: de gelijktijdigheid van het ongelijktijdige begint bij de grens.
In `Het hoge woord’ schrijven prominente historici korte historische beschouwingen naar aanleiding van actuele ontwikkelingen. N.C.F. van Sas is hoogleraar geschiedenis na 1750 aan de Universiteit van Amsterdam.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Het Hoge Woord: ’Ik ben eigenlijk heel trots op dit land’
De eenwording van Europa accentueert de verschillen tussen de landen alleen maar. Nederland, Duitsland en Frankrijk lijken soms zelfs in een andere tijd te leven. Soms ben ik wel eens een beetje jaloers op de Duitsers. Natuurlijk niet op de gruwelen uit de vorige eeuw, maar wel op de manier waarop de Duitsers steeds met...
Willem van Kooten voelde de radioluisteraar feilloos aan
Willem van Kooten is overleden. Onder het pseudoniem Joost den Draaijer maakte 'de godfather van alle diskjockeys' programma's die het Nederlandse radiolandschap voorgoed veranderden.
Driehonderd jaar Nederlands-Ghanese handelsbetrekkingen
Handelsbetrekkingen tussen Nederland en Ghana ontstonden al in de Gouden Eeuw en worden dit jaar feestelijk gevierd. Want in het pre-koloniale tijdperk werd gehandeld en bedrogen op voet van gelijkheid. De Afrikanen mengden zand door het stofgoud of koper door de goudklompjes. De Hollanders verdunden de jenever met water en leverden geweren met inferieure snaphanen.Eeuwenlang...
`Kernwapens waren een heilige zaak geworden’
Massale demonstraties, felle debatten, politieke ruzies en zelfs verscheurde huwelijken: heel Nederland is begin jaren tachtig in de ban van de bom. Algemeen secretaris van het Interkerkelijk Vredesberaad Mient Jan Faber was hét gezicht van de anti-kernwapenbeweging: `We zijn erin geslaagd grote groepen mensen te mobiliseren op de angst voor vernietiging.’
De herinnering aan de Tachtigjarige Oorlog in Spanje
Hoewel de hertog van Alva er nog een cognacfles siert, is de Tachtigjarige Oorlog in Spanje een conflict van lang geleden. Zelfs bewondering voor ‘rebellenleider’ Willem van Oranje is mogelijk: ‘Een groot historisch persoon die zijn volk verdedigt en religieuze tolerantie predikt behoort tot ieders erfgoed.’
Recent verschenen boeken: april
Gewaagd Oranjewatcher J.G. Kikkert is een druk baasje. Hoeveel boeken zal hij hebben geschreven? Ik vermoed een twintigtal. De wat gewaagdere werkjes schrijft hij onder pseudoniem. Vijf jaar geleden stuurde hij Liefdesleven en -leed van de Oranjes de wereld in onder de dekmantel Ilona Stein (Boedapest 1945). Ik weet dat omdat ik een leesrapport over...
Boeken Top Tien maart 2001
1. WILHELMINA DEEL II – KRIJGSHAFTIG IN EEN VORMELOZE JAS door Cees FasseurBalans, ing ƒ 69,50, geb ƒ 85,002. DE EEUW VAN MIJN VADERdoor Geert MakContact, ƒ 49,903. WILHELMINA DEEL I – DE JONGE KONINGINdoor Cees FasseurBalans, ing ƒ 59,90, geb ƒ 85,004. GRIJS VERLEDENdoor Chris van der HeijdenContact, ƒ 49,905. HOE GOD VERDWEEN UIT...
De vooruitgang: De ‘kleine Kuypertjes’ van de Antirevolutionaire Partij
Proefschriften, lezingen of artikelen kunnen ons beeld van het verleden ingrijpend veranderen. Deze keer het proefschrift van Rienk Janssens waarin hij stelt dat Abraham Kuyper grote invloed had op de lokale opbouw van de Antirevolutionaire Partij (ARP). Rienk Janssens, adjunct-directeur bij het wetenschappelijk bureau van de ChristenUnie en bestuurslid van de Vereniging van Christen-Historici, promoveerde...
Het hoge woord: Moffen syn troggelaars tot bedelen opghevoet
Stereotypen van vreemdelingen hebben een lange geschiedenis. In de zeventiende-eeuwse literatuur raakten ze zo ingeburgerd dat het moeilijk werd om ze niet als waarheid aan te nemen. Ze kloppen aan de deur, met duizenden tegelijk: Koerden en Iraniërs, Somaliërs, Ethiopiërs, Ghanezen. Want de wereld staat in brand, en waar hij niet in brand staat, ontbreekt...
Mentaliteitshistoricus Philippe Ariès verdient een revival
Hij schreef over onderwerpen die er werkelijk toe doen: over het leven en de dood. Zijn boeken tintelen nog steeds van inventiviteit en originaliteit. Philippe Ariès, twintig jaar geleden onderwerp van een ware hype, is toe aan een herwaardering. Toen Philippe Ariès in 1979 Amsterdam bezocht ontpopte hij zich als een enthousiasmerende persoonlijkheid,...
De dictatuur van Pol Pot en de Rode Khmer
Wat deed een jonge Cambodjaan met de naam Saloth Sar in Parijs van 1949 tot 1952? Lezen, discussiëren en naar de film gaan. Maar ondertussen legde hij de fundamenten voor het meest bizarre terreurregime uit de geschiedenis van het communisme. Onder de naam Pol Pot dreef hij een kwart van de Cambodjaanse bevolking de dood...
Pionier van de aids-bestrijding
Dankzij de hiv-preventiepil blijft het aantal hiv-diagnoses jaarlijks dalen. In de jaren zeventig zette de ontdekking van aids in Nederland een flinke domper op het 'alles kan'-gevoel.
