Alle artikelen
Het drama van 1914 laat zich in één zin beschrijven: Europa is de vrede uitgerommeld, omdat oorlog een manier was om lastige zaken te regelen. Oorlog was ‘voortzetting van politiek met andere middelen’, zoals de Duitse generaal Von Clausewitz minder dan een eeuw daarvoor luchtigjes had geschreven. En ook al kon men rond 1914 vermoeden dat het allemaal veel erger zou worden dan in de tijd van ein frischer und fröhlicher Krieg, niemand wist hoe erg het werkelijk zou worden. Dat het vier jaar en 20 miljoen doden zou kosten voordat de oorlog voorbij was en er naderhand ogenschijnlijk niet veel was opgelost, kon niemand voorzien.
‘Oorlog lost nooit iets op’ is twee wereldoorlogen verder de hoogste wijsheid (met uitzondering dan van oorlogjes tegen kleine schurkenstaten). Met de ‘kennis van nu’ is de meer militante ‘kennis van toen’ moeilijk te begrijpen. Vandaar dat er in het honderdste jubileumjaar van ’14-’18 boeken verschijnen over het wereldrampjaar 1914. Verleden jaar verscheen al Christopher Clarks lijvige Slaapwandelaars, over de bijdragen van de Balkan en Rusland aan de Eerste Wereldoorlog. Onlangs zijn daar twee gelijksoortige studies bij gekomen: 1914 van Margaret MacMillan, historica en achterkleindochter van de Engelse WO1-politicus Lloyd George, en 1914 van de Engelse historicus Max Hastings. Het eerste boek beschrijft de opgewonden aanloop naar augustus 1914, het tweede het rampzalige halve eerste oorlogsjaar. Beide boeken kenmerken zich, net als Clarks Slaapwandelaars, door een omvang die doet denken aan De Peloponnesische Oorlog van Thucydides, het eerste ooggetuigenverslag en een klassieke geschiedwerk. Helemaal toeval lijkt dat niet: over het eerste oorlogsjaar zijn al zo vaak algemeenheden geopperd dat de auteurs ervan uit schijnen te gaan dat the devil in the details te vinden is.
MacMillan maakte naam met Parijs 1919, een studie over de diplomatieke weg naar de ongelukkige Vrede van Versailles. In haar boek over 1914 volgt ze hetzelfde procedé. Het gaat over de sfeer in de krant en op straat in het onzalige jaar, maar veel meer nog over de vanzelfsprekende martiale geestgesteldheid die naarmate augustus nadert steeds meer monarchen, ministers, politici, generaals en opiniemakers in haar greep krijgt. We zijn getuigen van de biljartgesprekken van Wilhelm II met koning Edward VII, waarin de keizer aan zijn Engelse neef uitlegt dat Duitsland ‘lekker’ zijn vloot blijft uitbreiden, ook al beschouwen de Engelsen dat als een provocatie. We lezen over de angst dat die ‘stomme rotvrede’ het gezonde verlangen naar een zuiverende oorlog zal bederven, en we raken bedolven onder aanvalsplannen als het Duitse Von Schliefen-plan – want alle militairen geloofden in de aanval als de beste verdediging.
‘De Gouden Eeuw van veiligheid’, door Stefan Zweig beschreven in De wereld van gisteren, raakt uiteindelijk meer en meer uit beeld, totdat ze zelfs bij de pacifistische voormannen van de Tweede Socialistische Internationale is verdampt. Ook al komt MacMillan tot de slotsom dat Duitsland het meest heeft gedaan om tot oorlog te komen, tegenzin leek niemand te hebben. Churchill, destijds minister van Marine, zei het in een brief aan zijn ‘liefste’ zo: ‘Alles zweemt naar rampspoed en ondergang. Ik ben geïnteresseerd, opgepept en in mijn sas. Is het niet vreselijk als je zo in elkaar zit.’
Jazeker, zou Max Hastings hebben kunnen schrijven. In zijn 1914 Het trauma van Europa wijdt hij een heel hoofdstuk aan het zinloze Engelse soldatenlevens opofferende avontuur van Churchill om het onneembare Antwerpen in te nemen. Een absurde onderneming, oordeelden ook geallieerde commandanten. Churchill is voor Hastings, schrijver van veel boeken over de Tweede Wereldoorlog, in 1914 overduidelijk nog niet de held van later – eerder het tegendeel. En zo is er meer ‘heiligs’ dat Hastings overhoophaalt. Dat Engeland niet alleen flink en strijdbaar was, zoals het Britse zelfbeeld wil, blijkt uit zijn beschrijvingen van de vele jongemannen die van meisjes op straat spottend een witte veer kregen aangeboden omdat zij geen dienst wilden nemen. De grote verdienste van zijn boek is de bronnenrijkdom over het alledaagse frontleven. We zien de oorlog door de ogen van de gewone soldaat en zijn meerdere ter velde. ‘We zijn op weg naar de hel, maar gekleed in een stijf uniform klopt een hart niet zoals het wil,’ schrijft een Duitse militair. En zo zijn er meer onthutsende getuigenissen, die deze geschiedschrijving à la Thucydides meer dan rechtvaardigen.
En hoe zit het ondertussen met de oorlogsbereidheid van destijds? Begrijpen we er meer van, dankzij deze twee zeer gedetailleerde studies? MacMillan brengt ondanks haar uitgebreidheid niet zoveel nieuws, behalve dan het feit dat de wereldleiders van toen verontrustend oorlogswelwillend waren vanwege hun persoonlijke eer. Hastings legt uit dat het allemaal ‘gewoon’ de schuld van de domme Duitse keizer en de Pruisen was. Als Duitsland onverhoopt de oorlog had gewonnen, schrijft hij, ‘hadden vrijheid, gerechtigheid en democratie in Europa een vreselijke klap opgelopen’. Oorlog, aldus deze strijdbare Brit, lost soms wel degelijk iets op.
1914 Hoe Europa de vrede liet varen voor de Eerste Wereldoorlog
Margaret MacMillan
783 p. Atlas Contact, € 59,95
1914 Het trauma van Europa
Max Hastings
780 p. De Bezige Bij, € 49,95
Dit artikel is exclusief voor abonnees
BOEKEN: 1914. Hoe Europa de vrede liet varen voor de Eerste Wereldoorlog door Margaret MacMillan en 1914. Het trauma van Europa door Max Hastings
Het drama van 1914 laat zich in één zin beschrijven: Europa is de vrede uitgerommeld, omdat oorlog een manier was om lastige zaken te regelen. Oorlog was ‘voortzetting van politiek met andere middelen’, zoals de Duitse generaal Von Clausewitz minder dan een eeuw daarvoor luchtigjes had geschreven. En ook al kon men rond 1914 vermoeden...
De oprichter van Nederlands beroemdste brouwerij wist niets van bierbrouwen
Ter opluistering van het 150-jarig jubileum van de Heineken Brouwerij schreef Annejet van der Zijl een prettig leesbare biografie, waaruit in elk geval blijkt dat de oprichter van de nu wereldberoemde brouwerij een uitzonderlijk mens was. Toen Gerard Heineken (1841-1893) op 20-jarige leeftijd zijn vader verloor en een mooi kapitaaltje erfde, had hij rustig kunnen...
BOEKEN: Spinoza. Een paradoxale icoon van Nederland door Henri Knop
Toen Boris van der Ham (D66) in 2012 afscheid nam, schonk hij de Tweede Kamer een exemplaar van het Theologisch-politiek traktaat van Spinoza (1632-1677). Het was hem opgevallen dat er een aantal ‘inspirerende boeken’, waaronder de Koran en de Bijbel, onder handbereik van de voorzitter stond, maar hij vond het ‘vreemd dat nog niemand uit...
BOEKEN: Prisonniers de FLN door Raphaëlle Branche en Le football dans Paris et ses banlieues door Julien Sorez
Het is een van de onderbelichte aspecten in de koloniale oorlogvoering na 1945: het lot van militairen en burgers die gevangen werden genomen door onafhankelijkheidsbewegingen in Azië en Afrika. Over de lotgevallen van de Franse soldaten die in mei 1954 rond de slag bij Dien Bien Phu krijgsgevangen raakten, is momenteel welgeteld één studie voorhanden...
BOEKEN: Het arsenaal van de geschiedenis en Karrensporen onder het asfalt door Maarten Brands
‘De laatste jaren heb ik weinig gelegenheid gevonden de publicaties van collega Brands te volgen.’ Hugo Brandt Corstius vond deze opmerking van Arie van Deursen het vileinste zinnetje van 1994, omdat volgens hem iedereen met enige kennis van de Nederlandse geschiedschrijving wist dat die publicaties non-existent waren. En inderdaad: vergeleken met generatiegenoten als H.W....
FILM SIGNALEMENTEN
Het oorlogsverleden dringt onstuitbaar door in het heden in het Poolse intieme drama Ida van de Pools-Engelse regisseur Pawel Pawlikowski. De in de jaren zestig spelende zwart-witfilm draait om een achttienjarige jonge vrouw, die als weeskind bij de nonnen is opgegroeid en ook non wil worden. Als ze kort voor haar inwijding...
FILM: Yves Saint Laurent
‘Buiten mijn werk om ben ik volledig verloren. Een echte stuntel,’ aldus Yves Saint Laurent in de Franse speelfilm Yves Saint Laurent. Daarin wordt de modeontwerper geportretteerd als een aan drugs en drank verslaafde manisch-depressieve workaholic. Dat de man toch nog 71 is geworden voor hij in 2008 overleed, is volgens de impliciete boodschap...
TENTOONSTELLING: Expeditie Zijderoute. Schatten uit de Hermitage
Mythes spelen in de overlevering een essentiële rol. De oosterse wereld is voor ons West-Europeanen omgeven met een zweem van mystiek die tot op de dag van vandaag levend wordt gehouden. Dit gebeurt ook op de nieuwste tentoonstelling in de Hermitage Amsterdam over de Zijderoute. Langs dit handelsnetwerk, dat 1700 jaar in gebruik was...
Was de periode tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog wel vredig?
Is het Interbellum, de periode tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog, eigenlijk onderdeel van een aaneengesloten periode van oorlog? Frans Smits, hoofdredacteur van Historisch Nieuwsblad, praatte hierover op 19 maart met Duitslanddeskundige Willem Melching en Herman Amersfoort, hoogleraar militaire geschiedenis aan de UvA, tijdens een bijeenkomst in het Verzetsmuseum te Amsterdam. De lezingenreeks is een initiatief...
‘Een militair kreeg geen kind, hij verwekte een kind’
Nederlandse soldaten in Indië hebben naar schatting drie- tot achtduizend kinderen verwekt bij lokale vrouwen. Annegriet Wietsma, filmmaker en schrijver, en militair historicus Stef Scagliola, schreven hierover Liefde in tijden van oorlog. Onze jongens en hun verzwegen kinderen in de Oost. Wietsma: ‘De Nederlandse krijgsmacht heeft geen rekening gehouden met seksuele verlangens. Dat was flink...
Jan Huygen van Linschoten (1563-1611)
De jonge avonturier Jan Huygen van Linschoten reisde eind zestiende eeuw met de Portugezen mee naar India. Hij noteerde alle kennis die hij opdeed in een boek, dat een sensatie werd. Nederlandse kooplui wisten voortaan waar het grote geld te verdienen viel. Jan Huygen van Linschoten woonde al een jaar in Goa toen een smartelijke...
Simon Stevin: ingenieur van de prins
Alleskunner Simon Stevin benaderde de oorlog als een reeks meetkundige problemen. Zijn kennis van de wiskunde droeg hij over op prins Maurits, die er grote militaire successen mee haalde.
