Alle artikelen
600 Joodse kinderen gaan met de trein naar HarwichDie zaterdagavond worden 600 Joodse kinderen in de trein gezet. De jongste is twee, de oudste bijna zeventien. Lore krijgt, als ze op het verzamelpunt nabij het station arriveert, een stuk karton om haar smalle hals gehangen. Vanaf dat moment is ze nummer 152. Negen maanden na de Anschluss verlaat Franzi’s oogappel met het eerste kindertransport de Oostenrijkse hoofdstad. De dag daarop, als de trein Keulen bereikt, stappen de begeleiders – vrijwilligers – uit. Zij keren terug naar Wenen. In Keulen is het stervenskoud. Naar het gevoel van de ongeduldig wachtende Nederlandse Truus Wijsmuller vriest het dik twintig graden. De kinderen moeten verder. Eerst naar Hoek van Holland. Van daaruit naar het Engelse Harwich. Nu de Weense vrijwilligers zijn uitgestapt, worden de 600 kinderen háár verantwoordelijkheid.
Truus is 42 jaar eerder als Geertruida Meijer geboren in een liberaal-hervormd gezin. Haar huwelijk met Joop Wijsmuller blijft kinderloos, waardoor ze tijd heeft om haar dagen vol te proppen met sociaal werk.
Wijsmuller sluit zich aan bij tal van organisaties, waaronder het Comité voor Hulp aan Buitenlandse Kinderen. Ze kent al snel ‘iedereen’ in de hoofdstad. Andersom geldt dat ook: ‘iedereen’ kent Truus. In 1936 vragen Joodse kennissen die haar bridgemiddagen bezoeken of ze een paar kinderen in Duitsland wil ophalen. Voor een niet-Joodse lijkt zo’n reis minder gecompliceerd. Wijsmuller doet het. Eerst één keer, daarna vaker.
Als ze twee jaar later, op vrijdag 2 december 1938, aan de Herengracht 595 kennismaakt met professor Norman Bentwich, is haar faam ook bij hem bekend. Namens de Engelse regering vertelt Bentwich dat de tot dan gesloten grenzen opengaan voor 10.000 Joodse kinderen uit Duitsland en Oostenrijk. Ze moeten uit handen van het kwaad worden gered. Nog diezelfde dag zal in de haven van Harwich een eerste groep arriveren met 196 kinderen uit een Berlijns weeshuis dat tijdens de Kristallnacht in brand is gestoken. Bentwich vraagt Wijsmuller naar Wenen te gaan om te onderhandelen over het vertrek van grote groepen uit Oostenrijk. Ze aarzelt geen moment.
De afspraak met Bentwich is ’s middags om vier uur. Enkele uren later, na een vluchtig afscheid van echtgenoot Joop, zit ze in het vliegtuig dat haar van Schiphol naar Berlijn brengt. De KLM heeft nog geen dagelijkse vlucht naar Wenen, vandaar de omweg. In haar kleine koffer heeft ze slechts wat schoon goed en een tandenborstel. Op zaterdagmiddag 3 december arriveert ze met Lufthansa in de Oostenrijkse hoofdstad en neemt haar intrek in Hotel Neue Bristol, aan de ring die de binnenstad omsluit.
Twee dagen daarna, op maandagochtend 5 december om halftien, meldt Wijsmuller zich in de Prinz Eugenstrasse. In het kapitale pand dat ooit de bankiersfamilie Von Rothschild toebehoorde, zetelt nu de Zentralstelle für jüdische Auswanderung, die verantwoordelijk is voor de gedwongen emigratie (lees: deportatie) van dan al om en nabij 40.000 Oostenrijkse Joden.
“Trek uw rok omhoog” – Eichmann tegen Truus WijsmanVoor ze binnengaat, krijgt Wijsmuller de schrik van haar leven. ‘De straat lag vol met lijken van Joden die er in een lange rij gestaan hadden om zich te melden voor emigratie; de SS was er met zware auto’s op ingereden, met de bumpers en laadbakken hadden ze de Joden tegen de muur verpletterd, wie ontsnapte werd achternagezeten en neergeknuppeld. Met verpletterd onderlijf, met gebroken ledematen, met bloedende hoofdwonden lagen ze op straat en de SS’ers sprongen uit hun auto’s met stokken en stukken gereedschap in de hand om de aan hun voeten wegkronkelende mensen de hersens in te slaan,’ vertelt ze naderhand, onder meer aan de schrijver Leo Vrooland. Geschokt, maar zonder aarzelen stapt Truus Wijsmuller binnen. Ze wordt door brede marmeren gangen geleid tot twee rijkbeschilderde deuren opengaan en ze in een enorme kamer staat, afmeting balzaal. Aan het eind, op een podium, ligt een herdershond en staat een bureau. Daarachter zit de haar onbekende Adolf Eichmann, hoofdverantwoordelijke voor de verdrijving van de Joden, later bekend geworden als zowel architect als uitvoerder van de Holocaust.
Eichmann heeft geen trek in een gesprek, zo maakt hij duidelijk. Als Truus zich niet laat wegsturen, monstert hij haar. ‘Mag ik uw handen zien?’
Even later: ‘Trek uw schoenen eens uit.’
En ten slotte: ‘Uw rok tot boven uw knieën optrekken.’
Handen, voeten en knieën maken Eichmann kennelijk iets duidelijk. ‘So rein arisch und dann so verrückt,’ zegt hij. Viezerik, denkt zij.
Maar het gehakketak leidt wel tot een gesprek dat drie kwartier duurt. Desider Friedmann wordt erbij gehaald. De voorman van de Weense Joden – die later Dachau, Buchenwald en Theresienstadt overleeft vóór hij in 1944 in Auschwitz omkomt – krijgt het bevel Wijsmuller te helpen. Als zij erin slaagt om binnen enkele dagen een transport voor 600 kinderen te regelen, valt er over het vertrek van meer groepen te praten, aldus Eichmann. Zaterdagavond, als het sabbat is, moeten de kinderen weg zijn. Hij heeft het over de ‘schönsten Witz des Lebens’.
Daags na het gesprek reist Truus Wijsmuller terug naar Nederland. In Kleve overlegt ze met de Duitse douane, in Hoek van Holland met een rederij. Vanuit Engeland heeft ze te horen gekregen dat een transport van 600 kinderen aan de maat is. Zo’n 100 moeten er in Nederland blijven. Ze zullen in eerste instantie in Den Haag worden ondergebracht. De regering gaat akkoord, als het maar tijdelijk is en niet ten laste van de staatskas gaat. Intussen helpt Desider Friedmann mee vanuit Wenen.
Zo wordt het zaterdagavond 10 december. Vanaf station Hütteldorf-Hacking zet de trein zich wat later dan gepland in beweging. In de wagons de kinderen – met nummer 152 Lore Groszmann. Verderop nummer 555 Hans Kohlseisen, de jongen met de mondharmonica. En Norbert Abeles, Eva Burnstein met haar zussen, Frank Steiner, Gerti Colden, Marion Wolff en honderden anderen.
In Keulen stapt Truus in. Daar ook vindt, zoals ze eerder in Kleve heeft geregeld, de controle door de Duitse douane plaats. Toch dwingen SS’ers de trein even voor de Nederlandse grens nog eens tot stoppen: ze zijn op zoek naar sieraden en geld, naar alles van enige waarde.
Op zondag 11 december om 20.15 uur rollen de wagons uit Wenen het station van Nijmegen binnen. Daar worden de kinderen met chocola, brood en fruit onthaald. Een halfuur later gaat het weer verder. Want het schip de SS Prague wacht. Als de trein om 23.00 uur in Hoek van Holland arriveert, is het haasten voor de 500 kinderen die de overtocht zullen maken.
Onder hen Lore Groszmann. Ze heeft een lijstje van haar vader meegekregen. Zodra ze in Engeland is, moet ze ervoor zorgen dat ook haar ouders mogen overkomen. Net als haar opa en oma, en een tante met haar jonge tweeling. ‘Ik was tien en had al een lijst van mensen die ik moest redden,’ aldus Lore. Ze zou haar ouders inderdaad weerzien, uiteindelijk naar de Verenigde Staten emigreren en na haar huwelijk als Lore Segal naam maken als schrijfster.
Truus drinkt borrels met de vijand en papt ermee aanDe lijst met mensen die Truus Wijsmuller nog zal redden is oneindig veel langer. Ze reist vanaf december 1938 meerdere keren per week naar Duitsland of Oostenrijk om kindertransporten te organiseren. Een uur voor de capitulatie van Nederland loodst ze nog een laatste groep vanuit het Amsterdamse Burgerweeshuis via de haven van IJmuiden het land uit met de SS Bodegraven. Ze zorgt ervoor dat de 10.000 kinderen die in Engeland welkom zijn daar ook komen. En gedurende de oorlog zal ze doorgaan. Ze begeleidt Joden die voor veel geld hun vrijheid hebben gekocht bij de nazi’s naar een veilige haven. Dat kan alleen in de eerste jaren. Ze brengt mensen met vervalste papieren weg en organiseert voor onder meer het Rode Kruis het transport van pakketten naar vluchtelingenkampen in onbezet Frankrijk. Later ook naar Westerbork, Theresienstadt en Bergen-Belsen.
Tegelijk heeft Truus Wijsmuller er al in de jaren van haar kindertransporten voor gezorgd dat Duitse burgers vanuit Engeland naar huis kunnen terugkeren. Ze drinkt ‘voor de goede zaak’ borrels met de vijand, papt met hem aan. Het zorgt ervoor dat die verrückte Holländische op clementie kan rekenen van Duitse zijde. Ze wordt slechts een enkele keer en voor korte tijd door de Gestapo opgepakt.
Twan van den Brand is journalist.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Truus Wijsmuller
De Duitsers zagen Truus Wijsmuller als een verrückte Holländische. Maar voor duizenden Joodse kinderen was ze hun ‘tante Truus’. Ze organiseerde kindertransporten vanuit het Derde Rijk naar Engeland en redde zo talloze levens. Dit jaar wordt ze geëerd met een documentaire. De pijn om je kind te laten gaan, is onvoorstelbaar,’ zal moeder Franzi later...
Henk van Randwijk
Henk van Randwijk was de drijvende kracht achter het illegale blad Vrij Nederland en schreef de beroemde dichtregels ‘Een volk dat voor tirannen zwicht…’. Maar hij kwam niet alleen tijdens de Tweede Wereldoorlog in verzet. Op meer momenten in zijn leven zei hij ‘nee’ tegen de heersende macht. ‘Men moet dit boek niet lezen om letterkundige genoegens...
Joden grepen elke strohalm aan
‘Hoe kon de wereld toelaten dat wij, rechtschapen Nederlandse burgers, werden behandeld als uitschot?’ Deze vraag van Holocaust-overlevende Jules Schelvis is het uitgangspunt van een nieuw boek over de vervolging van de Nederlandse Joden, Veel valse hoop. Het is geschreven door de Duitse historicus Katja Happe. Dit artikel krijgt u cadeau van Historisch Nieuwsblad. Kijk hier...
Een balpen bestond nog niet
Een tv-kijker die in de jaren zeventig zit te zappen? Dat kan niet, want toen was er nog geen afstandsbediening. Toch telt menige roman dit soort onjuistheden. Annegreet van Bergen ontdekte een vreemde fout in een boek van W.F. Hermans. Een van de spannendste romans over de Tweede Wereldoorlog is ongetwijfeld De donkere kamer van...
Hoe de Tweede Wereldoorlog Korea verdeelde
Het conflict tussen Noord- en Zuid-Korea heeft wortels in de Tweede Wereldoorlog. De twee belangrijkste naoorlogse leiders stonden al op het slagveld tegenover elkaar. Kim il Sung, de stichter van Noord-Korea, vocht als partizaan tegen de Japanse overheerser. Park Chung Hee, de latere dictator van Zuid-Korea, was juist als officier in het keizerlijke leger belast...
Oostenrijkse elite steunde de aansluiting
Op 12 maart 1938 marcheerden Duitse troepen Oostenrijk binnen. Vanaf dat moment hoorden de twee landen bij elkaar. Volgens de Oostenrijkers hebben ze de Anschluss nooit gewild. Maar is dat wel zo? Oostenrijkers zien zichzelf graag als de eerste slachtoffers van Adolf Hitler. Op 1 november 1943 verklaarden de geallieerden namelijk dat Oostenrijk ‘het eerste...
Terreur op de Coolsingel: de moord op Jevhen Konovalets
In Rotterdam vond in 1938 een gruwelijke aanslag plaats op een Oekraïense politicus. In het overspannen politieke klimaat speculeerden kranten volop over de dader. Dat kon in elk geval geen Nederlander zijn, meenden ze. Want het kwaad kwam uit het buitenland. Het was mooi zonnig weer op maandag 23 mei 1938. Op de Coolsingel in...
Nach Holland – Gerard Groeneveld
De verzamelwoede van Gerard Groeneveld levert met enige regelmatig bijzondere publicaties op over de Tweede Wereldoorlog. Zoals over ‘foute’ Nederlandse boeken en hun uitgevers, of over zangbundels van de NSB. De afgelopen tien jaar verzamelde Groeneveld amateurfoto’s die Duitse soldaten maakten tijdens de inval in Nederland in mei 1940. Op beurzen en...
Wim Alosery (1923-2018) leerde op jonge leeftijd onzichtbaar te zijn
De Amsterdammer Wim Alosery overleefde drie concentratiekampen en een van de grootste scheepsrampen aller tijden. Op zijn 94ste deed hij zijn verhaal, dat auteur Frank Krake optekende in De laatste getuige. ‘Wim heeft zelfs zijn kinderen nooit het hele verhaal verteld. Hij wilde voorkomen dat zijn gezin ook slachtoffer zou worden van de oorlog.’ Historisch...
‘In Indonesië was altijd oorlog’
Hij is zich rot geschrokken, zegt Piet Hagen. Het Nederlandse bewind in Indië was veel gewelddadiger dan we denken, zo onthult hij in zijn boek Koloniale oorlogen in Indonesië. Vijf eeuwen verzet tegen vreemde overheersing. Buitenlandse mogendheden – Nederland voorop – voerden zo’n vijfhonderd keer oorlog in de archipel. Daarbij doodden zij drie tot vier...
Gedenkteken voor gerechtigheid
Twee Joodse mannen uit de Oekraïense stad Lviv gaven het internationaal recht vorm met hun begrippen ‛misdrijven tegen de menselijkheid’ en ‛genocide’. Philippe Sands volgde hun sporen voor zijn boek Galicische wetten en ontdekte dat de juridische geschiedenis verweven was met het verhaal van zijn Joodse familie.
Voorpublicatie: Frederik Ruysch (1638-1731) – Luuc Kooijmans
Hebben lymfevaten kleppen? En zo ja, wat betekent dat? Om deze vragen draaide een heftig debat tussen twee zeventiende-eeuwse preparateurs. De jonge Frederik Ruysch gaf de definitieve antwoorden en bewees de wetenschap daarmee een grote dienst. Hoogeraar anatomie Jan van Horne was een ervaren ontleder van menselijke lichamen, maar niet bijzonder handig. Daarom was hij...
