Home Korea’s oorlogswond

Korea’s oorlogswond

  • Gepubliceerd op: 14 mei 2018
  • Laatste update 24 nov 2022
  • Auteur:
    Remco Breuker
  • 10 minuten leestijd
Korea’s oorlogswond

Het conflict tussen Noord- en Zuid-Korea heeft wortels in de Tweede Wereldoorlog. De twee belangrijkste naoorlogse leiders stonden al op het slagveld tegenover elkaar. Kim il Sung, de stichter van Noord-Korea, vocht als partizaan tegen de Japanse overheerser. Park Chung Hee, de latere dictator van Zuid-Korea, was juist als officier in het keizerlijke leger belast met het neerslaan van de vrijheidsstrijd.

Korea nam aan de Tweede Wereldoorlog deel als kolonie van Japan. Het land had zijn onafhankelijkheid verloren in 1905, duizend jaar nadat het die had verkregen. Het voormalige koninkrijk en later zelfs keizerrijk van Chosŏn (een andere naam voor Korea) was toen ingelijfd bij het Japanse keizerrijk. Korea bleef een kolonie totdat Japan in 1945 als grootmacht in Azië ten onder ging.

Tekst loopt door onder de afbeelding.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €3,99 per maand, de eerste maand €1,- Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Op deze Noord-Koreaanse propagandaposter beschermt vrijheidsstrijdster Kim Jong-suk haar man Kim Il-sung tijdens de Koreaanse Oorlog met haar leven.

De bevrijding van het Japanse juk was voor de Koreanen in de letterlijke zin van het woord tweeslachtig: de ophanden zijnde mondiale machtsstrijd tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie kreeg als eerste zijn beslag in de opdeling van hun land in Noord en Zuid. Geen van beide grootmachten gunde het strategisch gelegen Koreaanse schiereiland aan de ander. Het was namelijk zeer onzeker wie er na democratische verkiezingen, die de Koreanen zelf wensten, in een verenigd Korea de regering zouden vormen: socialisten, communisten of nationalisten. Daarom werd het Noorden in 1945 een vazalstaat van de Sovjet-Unie, terwijl het Zuiden een militaire bezetting door de Verenigde Staten onderging. Vervolgens werden in 1948 respectievelijk de Democratische Volksrepubliek van Korea en de Republiek van Korea opgericht.

In de strijd tegen Japan wordt Noord-Korea opnieuw geboren

De dramatische gevolgen van de Koreaanse deling aan het einde van de Tweede Wereldoorlog hebben de aandacht afgeleid van de rol die Korea speelde in de oorlog zelf. Bovendien heeft zowel Noord- als Zuid-Korea moeite gedaan de daden van de eigen onderdanen op een nationalistische wijze te herinterpreteren. Dat is ten koste gegaan van de grijstinten in de geschiedschrijving: Koreanen waren óf helden (vaderlandslievende vrijheidsstrijders), óf schurken (pro-Japanse collaborateurs). De werkelijke daden en belevenissen van Koreanen in de Tweede Wereldoorlog laten een heel ander beeld zien, veel genuanceerder, rijker geschakeerd en moeilijker te vangen in kant-en-klare beschrijvingen en waardeoordelen.

Tekst loopt door onder de afbeelding.

Een biljet van 10 won. Tijdens de oorlog wordt dit geld gedrukt door de Koreaanse Bank, onder toezicht van Japan.

Wellicht de bekendste Koreanen die actief waren in de Tweede Wereldoorlog zouden elkaar in de jaren zestig en zeventig naar het leven staan als de staatshoofden van respectievelijk Noord- en Zuid-Korea. Kim il Sung (1912-1994) werd meteen na de oorlog de onbetwiste leider van Noord-Korea, terwijl zijn grote tegenstrever Park Chung Hee (1917-1979) in 1961 middels een staatsgreep president van Zuid-Korea werd. Beide mannen dankten hun naoorlogse carrière aan wat ze in de Tweede Wereldoorlog hadden gedaan.

Marionettenstaat

Vele honderdduizenden Koreanen dienden tijdens de oorlog, al dan niet onder dwang, in het zogeheten Koreaanse Leger, dat onder het bevel stond van het Japanse Keizerlijke Leger. Tienduizenden andere Koreanen zaten in het Japanse leger in Mantsjoekwo, een marionettenstaat die de Japanners in Mantsjoerije (Noordoost-China) in het leven hadden geroepen. Het gebied diende voor het zich uitbreidende Japanse keizerrijk als uitvalsbasis richting de rest van China, Mongolië en RussischSiberië. Bovendien fungeerde Mantsjoekwo, dat grensde aan het Koreaanse schiereiland, als een soort kolonie van een kolonie. Koreaanse boeren, vrijheidsstrijders en criminelen – deze laatste twee groepen op de vlucht voor de Japanse autoriteiten – trokken er in groten getale heen om een nieuw leven op te bouwen of hun fortuin te zoeken. Dit werd gestimuleerd door de Japanse koloniale overheid, die hierin een goede kans zag om zich te voorzien van broodnodige nieuwe rekruten voor het leger in Mantsjoekwo. Het grote aantal Japanse kolonisten dat er eveneens woonde, diende immers te worden beschermd.

Tekst loopt door onder de afbeelding.

President Park Chung-Hee.

Een van de Koreanen die voor zichzelf kansen zagen in Mantjsoekwo, was Park Chung Hee. Park werd in 1917 geboren in een straatarme familie. Zijn ambities, talent en intelligentie deden hem al op jonge leeftijd opvallen. Hij volgde een lerarenopleiding aan een door de Japanse koloniale overheid bestuurde school, waar zijn medestudenten op basis van zijn houding direct vermoedden dat ze met een militair in de dop te maken hadden. Inderdaad nam Park na zijn opleiding vrijwillig dienst. Op voorspraak van een bevriende Japanse luitenant-kolonel werd hij toegelaten tot de Keizerlijke Militaire Academie van Mantsjoekwo.

Parks levensloop leek in het begin niet heel bijzonder. Net als zoveel andere Koreanen studeerde hij af als luitenant in het keizerlijke leger, waarna hij in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog onder de Japanse naam Takagi Masao diende als adjudant van een regimentsgeneraal in Mantsjoekwo. Hij ging vervolgens undercover om deel te nemen aan infiltratieoperaties tegen Koreaanse partizanen, die het enorm uitgestrekte en veelal moeilijk begaanbare terrein in Mantsjoerije benutten voor guerrilla-acties tegen de Japanners. Een van de leiders van deze partizanen was Kim il Sung. Het is verleidelijk om te denken dat Park Chung Hee als keizerlijk Japans officier achter zijn latere grote tegenstrever aan heeft gezeten.

‘Levensfilosofie’

Kim il Sung, die oorspronkelijk Kim Sŏngju heette, maar ook een ‘betere’ naam had gekozen, was in 1931 lid geworden van de Chinese Communistische Partij. Tegen 1935 had hij tussen de honderd en tweehonderd man onder zich. Na een geslaagde aanval op een kleine Japanse versterking in Poch’ŏnbo in het noorden van Korea groeide zijn reputatie in die mate dat ook de Japanners hem zagen als een van de meest kundige en populaire guerrillaleiders. Op de vlucht voor het Japanse leger zocht hij in 1940 onderdak bij de Sovjets, die hem en zijn mannen verder opleidden. Vanuit een basis in Siberië voerde Kim gewaagde raids uit over de grens in Mantsjoekwo. Terwijl hij in de Sovjet-Unie was werd zijn oudste zoon Kim Jong Il geboren. Hij maakte er Russische vrienden en leerde de taal, waardoor hij in 1945 een logische kandidaat was voor de Sovjets om aan het hoofd van de nieuwe Noord-Koreaanse staat te stellen.

Tekst loopt door onder de afbeelding.

Demonstranten willen dat de corrupte Park Geun-hye wordt gestraft, 11 maart 2017.

Luitenant Takagi Masao werd na de bevrijding weer gewoon Park Chung Hee. Hij was nu een veelbelovende jonge militair en studeerde in 1946 af als lid van de tweede lichting Zuid-Koreaanse officieren van de nieuwe Militaire Academie van Chosŏn. Park en de andere officieren die hun eerste ervaringen in het Japanse keizerlijke leger hadden opgedaan, zouden het net geformeerde Zuid-Koreaanse leger beslissend beïnvloeden. Hun ideeën over de rol van de krijgsmacht in de samenleving waren op Japanse militaire leest geschoeid. Zoals Park later verklaarde in zijn memoires, heeft hij ‘gepoogd om mijn levensfilosofie te allen tijde slechts binnen het leger te zoeken’.

Militaire dictatuur

Toen Park, gruwelend van de besluiteloosheid van de democratisch gekozen regering, in 1961 met een coup d’état de macht greep, reorganiseerde hij de Zuid-Koreaanse staat en maatschappij ingrijpend op militaristische wijze. Zijn opleiding in Mantsjoekwo, zowel aan de academie als op het slagveld, had hem de les geleerd die hij in 1961 daadwerkelijk in praktijk bracht: het leger mág niet alleen ingrijpen in tijden van nationale crisis, het móét dit zelfs doen om de staat en de natie te beschermen. Een tweede les uit Mantsjoekwo die Park nooit vergat, was deze: het kapitalisme is wellicht noodzakelijk, maar kapitalisten zijn niet te vertrouwen en moeten onder staatstoezicht staan. Voorbeelden van losgeslagen kapitalistische praktijken in de Noord-Chinese marionettenstaat hadden hem daarvan overtuigd. Vandaar de ietwat incongruente ontwikkeling van Zuid-Korea in de jaren zeventig als staatsgeleide kapitalistische economie, inclusief vijfjarenplannen.

Tekst loopt door onder de afbeelding.

Generaal Park Chung-hee (links) met zijn kameraden tijdens de staatsgreep op 16 mei 1961.

Park trok ook lering uit minder tastbare verworvenheden van de Tweede Wereldoorlog. De roemruchte Zuid-Koreaanse bravoure als het gaat om riskante investeringen (zoals het succesvolle besluit in de vroege jaren zeventig om, zonder dat er enige kennis in het land aanwezig was, in moordend tempo een scheepsindustrie te ontwikkelen) is rechtstreeks afgeleid van de haast overmoedige voorkeur van het Japanse leger voor riskante acties die snelle en doorslaggevende overwinningen moesten opleveren. Denk bijvoorbeeld aan Pearl Harbor.

Parks ideeën zijn op Japanse leest geschoeid

Park heerste over Zuid-Korea tot 1979, toen hij werd vermoord door de directeur van zijn eigen veiligheidsdienst. Maar de haast militaristische trekken die Zuid-Korea onder leiding van Park Chung Hee in de jaren zestig en zeventig kreeg, hebben geresulteerd in een problematiek die ook vandaag de dag nog speelt. De littekens veroorzaakt door dertig jaar militaire dictatuur werden eind 2016 opeens weer zichtbaar, toen miljoenen Zuid-Koreanen weekend na weekend de straat op gingen om het aftreden te eisen van de toenmalige president – nota bene de dochter van Park Chung Hee – wegens machtsmisbruik en corruptie.

Tekst loopt door onder de afbeelding.

Tijdens de herdenking van zeventig jaar Zuid-Koreaanse onafhankelijkheid verbranden demonstranten anti-Japanse borden, 15 augustus 2015.

In Noord-Korea is het verleden van Kim il Sung als partizaan tot op de dag van vandaag de belangrijkste legitimerende mythe van de staat. In werkelijkheid werd hij door de Sovjets geïnstalleerd als leider, maar volgens de Noord-Koreaanse geschiedschrijvers heeft hij het territorium van de Democratische Volksrepubliek eigenhandig bij elkaar veroverd. Na zijn dood in 1994 bleef de macht in de familie; het huidige staatshoofd Kim Jong Un is een kleinzoon van Kim il Sung en baseert zijn gezag op diens heldendaden. In de strijd met de Japanners wordt de Noord-Koreaanse staat keer op keer opnieuw geboren, ook vandaag nog.

De twee mannen die het lot van respectievelijk Noord- en Zuid-Korea in hoge mate bepaalden, hadden de grondslagen van hun carrières gelegd in de Tweede Wereldoorlog. De een als militair in Japanse dienst, de ander als partizaan. De erfenis van oorlog, militarisme en gewapenderhand opbouwen is zowel in Seoul als in Pyongyang nog steeds goed te zien.

Remco Breuker is hoogleraar Korea-studies aan de Universiteit Leiden. Op zaterdag 5 oktober 2019 geeft hij een lezing op het Geschiedenis Festival over de bijzonder succesvolle leiderschapscultus rond de Kim-familie. Er zal ruime tijd beschikbaar zijn voor vragen. Voor meer informatie, bezoek de programmapagina van het Geschiedenis Festival.

Meer weten:

The guerilla dynasty: politics and leadership in North Korea (1999) door Adrian Buzo.

Park Chung Hee and modern Korea. The roots of militarism, 1866-1945 (2016) door Carter J. Eckert.

My Way (2011) van regisseur Kang Je-gyu.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 5 - 2018