• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 2/2020

    Januskop

    Het ware gezicht van Caspar de Robles

    Door: Alies Pegtel

    Eeuwenlang is aangenomen dat de Portugese kolonel Caspar de Robles een verstandig bewind voerde in Friesland. Hij zou de ruziënde Friezen in 1574 hebben geholpen hun dijken te herstellen. Maar dat blijkt een pr-stunt. Wie was deze handlanger van de Spanjaarden werkelijk?


    Vlak bij Harlingen, op de Westerzeedijk, staat een monument dat volgens het Fries Museum het oudste is van Nederland. Het is de zogeheten Stenen Man: een zuil met twee identieke gebeeldhouwde hoofden. Het ene hoofd kijkt naar het zuiden, het andere ziet uit over de Harlinger haven in het noorden. Het gedenkteken stamt uit 1576 en eert geen Nederlander, maar een Portugese kolonel, Caspar de Robles (1527-1584), wiens bebaarde gezicht vermoedelijk in de januskop is vereeuwigd.

    De Robles was in 1573, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, door de Spaanse koning Filips II aangesteld als stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe. In het Latijn staan er op de zuil in Harlingen lovende woorden over hem. Hij wordt geprezen als een man die ‘deze provincie behalve met wapens met wijs bestuur en versterkingen heeft geholpen, zoals toen de dijk op 1 november 1570 helemaal was weggeslagen’, en die vervolgens ‘in ongeveer drie maanden een nieuwe zeewering van de grond af heeft opgericht’.

    Opmerkelijk genoeg bleef de gedenkzuil met het hoofd van de Spaanse bevelhebber in de daaropvolgende woelige jaren van de Nederlandse Opstand overeind. In de eeuwen daarna werd deze herhaaldelijk gerenoveerd. De huidige januskop op de zeedijk is een replica, maar in het Fries Museum in Leeuwarden wordt het origineel tentoongesteld als een van de pronkstukken van de vaste collectie.
     

    Zoogbroeder

    Door een wonderlijke speling van het lot was Caspar de Robles in de Lage Landen terechtgekomen, en dan ook nog op een van de hoogste bestuurlijke posities. Bij zijn geboorte in 1527 was hij een eenvoudige Portugese burgerjongen die niet was voorbestemd om een historische rol van enige betekenis te spelen. Maar hij had één geluk, en dat was dat zijn moeder doña Maria de Leyte voedster werd van Filips, zoon van keizer Karel V en zijn Portugese echtgenote Isabella. Zo kwam Caspar als ‘zoogbroeder’ van de voorname keizerszoon in het vizier van hoge hoffunctionarissen en kreeg hij de kans om sociaal te stijgen.

    Hij zal zijn jeugd hebben doorgebracht aan het hof in Madrid, want hij sprak amper Frans toen hij als tiener onder de hoede werd gesteld van een van de voornaamste vorsten van het Habsburgse Rijk, René van Chalon. Deze graaf van Nassau, prins van Oranje, stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht, hield hof in Breda en Brussel.

    In 1544 sneuvelde de 26-jarige Chalon en liet hij zijn reusachtige erfenis na aan zijn 11-jarige Duitse neefje, Willem van Nassau. Omdat Willem protestant was, eiste de roomse Karel V dat de jongen naar Brussel verhuisde en zich bekeerde tot het katholicisme.
     

    Lovend bijschrift uit 1576: ‘De Robles is een wijze bestuurder’


    De 17-jarige Caspar de Robles kwam daarna officieel in dienst van Willem van Oranje. Toen de prins op zijn achttiende kapitein in het leger van Karel V werd, behoorde De Robles tot zijn vaste manschappen. Beide jonge mannen vochten in de belangrijke slag bij Saint-Quentin in 1557, waar de Spaans-Nederlandse troepen het Franse leger een gevoelige nederlaag toebrachten.
     

    Vechtersbaas

    Twee jaar eerder was Karel V teruggetreden en had zijn zoon Filips II hem opgevolgd als heer der Nederlanden. Filips stelde groot vertrouwen in Oranje, die hij diplomatieke opdrachten gaf en in 1559 de vrede met Frankrijk liet tekenen. Ook benoemde hij hem tot stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht. Zelf vertrok Filip daarna voorgoed naar Spanje. De staatszaken in de Nederlanden droeg hij over aan zijn bestuurlijk onervaren, maar intelligente halfzus Margaretha van Parma.

    Intussen was Caspar de Robles getrouwd met de rijke Jeanne de Saint-Quentin. Hoewel De Robles klein van stuk was, had hij een grote Franse ridder verslagen, en zijn aanstaande echtgenote was verrukt over de moed van deze vechtersbaas. Jeanne had in Billy, ten zuiden van Lille, een kasteeltje en landerijen, die later door Filips tot baronie werden verheven. Daarom mocht De Robles de titel baron voeren.

    Door zijn huwelijk steeg De Robles op de sociale ladder en werd hij financieel onafhankelijk van Willem van Oranje. In de jaren daarna raakte hij verwikkeld in het hoogoplopende politieke conflict tussen Margaretha en zijn voormalige broodheer.

    De Robles trok ten strijde tegen het oprukkende protestantisme tijdens een van de allereerste gevechten van de Nederlandse Opstand in december 1566 bij Valencijn, het huidige Valeciennes. Tijdens de belegering van de stad, die door Margaretha was geïnitieerd, had De Robles de leiding over een afdeling cavalerie. Al in augustus was Valencijn een van de eerste brandhaarden van de Beeldenstorm, die rap was overgeslagen naar andere steden van de Lage Landen.
     
    Soldaten in het gelid
    De koningsgetrouwe De Robles schreef op 4 januari 1567 aan Filips II vanuit Valencijn dat ‘uwe Majesteit’ een aanval had gewonnen ‘met een zeer gering verlies aan manschappen en een groot verlies voor de vijand, zodat er van de meer dan drieduizend die er geweest waren, maar vierhonderd ontkwamen’. Het duurde nog tot 24 maart voordat de regering met een bombardement de definitieve eindzege behaalde. Alle andere opstandige steden onderwierpen zich daarna aan het koninklijk gezag.

    Margaretha had de zaken in het voorjaar van 1567 dus weer in de hand. Maar haar streng katholieke broer was woedend en had besloten een sterk leger naar de Nederlanden te sturen. Margaretha voorzag dat repressie averechts zou werken. In 1566 had een verbond van ontevreden Nederlandse edelen haar in een smeekschrift verzocht de inquisitie op te heffen en meer godsdienstvrijheid toe te staan. De komst van een Spaans leger zou in haar optiek olie op het smeulende vuur van de onvrede gooien.

    De loyale Caspar de Robles, die alle opstandige adellijke Nederlandse hoofdrolspelers persoonlijk kende, zond ze naar Madrid om Filips ertoe over te halen geen leger te sturen. Tevergeefs: de hertog van Alva, generaal van het leger, was al met 10.000 man onderweg naar de Nederlanden.
     

    7000 gedode soldaten

    Alva arriveerde in de zomer van 1567 in Brussel en hij verving Margaretha als landvoogd, die deze functie uit protest tegen zijn komst had neergelegd. Om de protestanten te bestraffen stelde Alva een Bijzonder Gerechtshof in: de Raad van Beroerten. Ook ging hij meer belastingen innen via de tiende penning.

    Zijn keiharde maatregelen werkten contraproductief, zoals Margaretha had voorspeld. Omdat Alva zijn troepen vooral in het zuiden van de Nederlanden had gestationeerd, besloten de opstandelingen hun kans in het noorden te grijpen. Twee broers van Willem van Oranje - die inmiddels was uitgeweken naar Duitsland - namen op 23 mei 1568 tijdens de Slag bij Heiligerlee de provincie Groningen grotendeels in bezit.

    Alva zette de tegenaanval in op deze eerste overwinning van de opstandelingen. Hij zond een flinke troepenmacht naar het noorden. In de voorste linies bevond zich De Robles, die circa 500 Waalse huursoldaten aanvoerde. In de daaropvolgende Slag bij Jemmingen werd het samengeraapte leger van Lodewijk van Nassau zo goed als vernietigd; 7000 van zijn mannen kwamen om. Vervolgens reisde De Robles naar het zuiden, waar hij streed met het hoofdleger van Willem van Oranje, dat ook werd verslagen.
     

    Een wreed man

    Daarna stuurde Alva hem terug naar het noorden. Na de Slag bij Jemmingen was in de stad Groningen een bezetting van Duitse soldaten achtergebleven, die zich zo beestachtig gedroeg dat Alva besloot De Robles er de rust te laten herstellen.

    Formeel was ‘de coronel’, zoals hij in het noorden werd genoemd, uitsluitend bevelhebber over de buitenlandse troepen. Maar in realiteit was hij de machtigste man in de stad Groningen en omgeving. Anders dan nu was de stad een losstaande entiteit die voortdurend in strijd was met de Ommelanden, die destijds een eigen bestuur hadden. Maar vanwege zijn directe verbinding met Alva zette kolonel De Robles alle noordelijke bestuurders buitenspel.

    Hij bemoeide zich intensief met de samenstelling van de stadsraad (alléén katholieken) en met de rechtspraak. Naar het voorbeeld van Antwerpen maakte hij aanstalten om in de stad een citadel te bouwen, maar de Groningers werkten niet mee. Ze waren er fel op tegen omdat er huizen tegen de vlakte moesten en maakten bezwaar vanwege de hoge kosten. Ook van zijn project om het vaarwater tussen Groningen en Lemmer te verbeteren kwam weinig terecht. Het Ommelander bestuur gooide de nieuwe waterweg na zijn vertrek onmiddellijk weer dicht.

    Veel energie besteedde De Robles aan de bestrijding van de watergeuzen. Dit waren voor het overgrote deel gevluchte en veroordeelde protestanten die huishielden op de Waddenzee, Dollard en Eems, en die soms aan wal op rooftocht gingen. Later overheersten de geuzen ook de Zuiderzee.  

    De Robles viel geregeld zelf de zeepiraten aan: met 100 man haalde hij bij Oldersum eens een gekaapt schip terug en hij trok met zijn vloot naar de Waddeneilanden om de geuzen daar te pakken te nemen. Ook dwong hij boeren op dijken de wacht te houden om kloosters en parochiën te beschermen, en hij liet boten met soldaten patrouilleren langs de kust van Hindeloopen en Stavoren.

    Gevangengenomen geuzen werden in Friesland en Groningen zonder uitzondering gemarteld en opgehangen. Zij die zich nog bekeerden tot het katholicisme, werden onthoofd. De kolonel zou soms zelf de wipgalg hebben bediend om mensen op te knopen. Hij stond bekend als een wreed man, een die er niet voor terugdeinsde om zijn eigen soldaten te tiranniseren.
     

    Waalse furie in Dokkum: De Ee ziet rood van het bloed, de halve bevolking wordt vermoord

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen