Wat interesseerde u aan de oudegyptische literatuur?
‘In het algemeen weten Nederlanders veel van Egypte. Ze weten wat piramides en mummies zijn en wat de Egyptenaren over het leven na de dood geloofden. Maar over wat zij geschreven hebben, is eigenlijk weinig bekend bij het grote publiek. Terwijl de literatuur en de kunstvoorwerpen in de musea elkaar goed aanvullen.
Dankzij hun woestijnklimaat is het papyrus van de Egyptenaren goed bewaard gebleven, waardoor veel teksten in goede staat zijn teruggevonden. Ik heb lange tijd bij het Rijksmuseum van Oudheden gewerkt, waardoor ik teksten van wereldnaam in het boek heb kunnen opnemen. Zo wil ik mensen kennis laten maken met de literatuur van het Oude Egypte.’
De literatuur van de Grieken en Romeinen is bekender. Hoe komt dit?
‘In het onderwijs ligt de focus meer op de Europese Oudheid. Op school wordt er hoogstens een paar uur gewijd aan de cultuur van het Oude Egypte of Mesopotamië.
Maar de Griekse en Romeinse schrijvers hadden veel te danken aan het Oude Egypte. Een heleboel motieven die door de Egyptenaren werden gebruikt herken je ook in latere teksten. Zo is er het verhaal van generaal Djehoety, die in opdracht van de farao een opstandige stad moet heroveren. Deze generaal belegert de stad, maar het lukt hem niet die in te nemen. Uiteindelijk verstoppen zijn mannen zich in de zakken van pakezels, die vervolgens de stad worden ingeleid. Dat verhaal vertoont sterke gelijkenissen met dat over het Paard van Troje.’
Schrijven voor de farao is een dik boek geworden, maar u schrijft dat er nog veel meer materiaal bestaat dat er niet in is opgenomen. Waarom heeft u voor deze specifieke teksten gekozen?
‘Ik heb geprobeerd om zoveel mogelijk genres erbij te pakken. Hieruit heb ik, naar mijn smaak, de beste stukken gehaald. De oudegyptische literatuur is veelzijdig: we hebben het over 3000 jaar aan teksten. Er zitten verslagen van veldslagen en biografieën tussen, maar ook sprookjes en liefdesgedichten.
Ik heb de teksten in vijf delen onderverdeeld. Het eerste deel gaan over de scheppingsmythes, daarna komt het koningschap aan bod. Als derde komen de teksten die over het dagelijks leven gaan, die ik persoonlijk het boeiendst vindt. Ik herken er veel levensvragen in die nu nog steeds relevant zijn. De Egyptenaren worstelden ook al met omgangsnormen en het respecteren van de medemens.
Als vierde komt de literatuur over het leven na de dood aan bod. Hier is een groot corpus aan teksten over te vinden, wat het selecteren moeilijk maakte. Als laatste komen de teksten uit de laatste eeuwen van de faraonische cultuur aan bod. Hier zitten een paar interessante romans bij: lange teksten die de westerse stijl naderen. De cultuuruitwisseling met de Grieken is er goed in te zien.’
Het vertaalproces moet ook een grote opgave zijn geweest.
‘Inderdaad. Om te beginnen hadden de Egyptenaren verschillende schriftsoorten. De oudste papyrusteksten zijn in het hiëratisch: cursief hiërogliefenschrift. Zoals wij allemaal ons eigen handschrift hebben, was dat bij de Egyptenaren ook het geval. Ik heb dan ook veel tijd moeten besteden aan het ontcijferen. Ook het demotischis lastig te vertalen: daar herken je de hiërogliefen niet meer in. Het latere koptischis een stuk makkelijker te vertalen, omdat het grotendeels met Griekse letters geschreven is, maar dat ontwikkelde zich pas na het einde van de faraonische tijd, vanaf de vierde eeuw voor Christus.

Een ander probleem bij het vertalen zijn de Egyptische stijlvormen. De natuur speelde een belangrijke rol in het Oude Egypte, waardoor veel uitdrukkingen ook door hun omgevingzijn geïnspireerd. De invloed van de Nijl op hun cultuur is hier duidelijk terug te zien. “Hij bevindt zich op mijn water” betekent bijvoorbeeld dat twee Egyptenaren het met elkaar eens zijn.’
Wat vindt u zelf het mooiste verhaal?
‘In de teksten over het dagelijks leven is het verhaal van prins Sinoehe terug te vinden. Dat is een autobiografische tekst die rond 1800 voor Christus werd opgeschreven. Het verhaal begint met de moord op de vorige koning Amenemhet. Sinoehe is zelf niet verantwoordelijk voor deze moord, maar omdat hij bang is dat hij hier alsnog bij betrokken raakt, slaat hij op de vlucht. Hij verlaat Egypte en komt uiteindelijk in het huidige Syrië terecht. Daar wordt hij opgenomen in een Aziatische stam. Hij integreert succesvol, sticht een eigen gezin en schopt het zelfs tot stamhoofd. Maar zijn verlangen naar Egypte blijft groot. Hij wil niet in dit barbaarse land overlijden: hij wil eeuwig rusten in de woestijn van zijn eigen land.
Uiteindelijk schrijft Sinoehe een brief naar de nieuwe koning. Hij betuigt spijt en bekent dat hij graag terug wil komen. In de briefwisseling lezen we dan dat de koning en zijn kinderen hem ook graag willen terugzien. Hij reist terug naar Egypte en krijgt zijn oude positie aan het hof weer terug. Dat vind ik een ongelofelijk menselijk verhaal.’
Schrijven voor de farao
Hans D. Schneider
896 p., geïllustreerd, Uitgeverij Balans, € 59,95

