• Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Historisch Nieuwsblad 4/2017

    De omstreden executie van de ‘Vader des Vaderlands’

    Van Oldenbarnevelt: 'Maak het kort'

    Door: Rob Hartmans

    Was het moord of gerechtigheid? De terechtstelling van Johan van Oldenbarnevelt in opdracht van prins Maurits in 1619 was traumatisch voor de jonge Republiek. Nog jaren later veroorzaakte de executie diepe verdeeldheid.

    13 mei 1619 – Rond negen uur ’s ochtends zijn zo’n drieduizend mensen samengedromd op het Haagse Binnenhof, waar enkele honderden soldaten klaarstaan om de menigte in bedwang te houden. Het is stralend lenteweer en de timmerlieden die om vier uur zijn begonnen met het oprichten van een schavot voor de Ridderzaal, hebben hun werk net af. Het is een volledig kaal schavot. Geen hakblok, geen stoel, geen kussen om op te knielen – alleen een ruwhouten doodskist.

    Dan betreedt een oude man, steunend op een stok, het schavot, in gezelschap van zijn dienaar, een predikant en de officier van de garde. Met hulp van zijn dienaar trekt hij zijn tabberd en wambuis uit. Hij richt zich tot de omstanders: ‘Mannen, gelooft niet dat ik een landverrader ben. Ik heb oprecht en vroom gehandeld als een goed patriot, en zo zal ik sterven.’ Hij knielt, trekt een meegebrachte slaapmuts over zijn ogen en bidt. Dan zegt hij tegen de inmiddels gearriveerde beul: ‘Maak ’t kort, maakt ’t kort.’

    De beul doet wat hem wordt gevraagd. Met één slag van zijn zwaard scheidt hij het hoofd van de romp, waarbij hij ook enkele vingertoppen meeneemt, omdat de oude man zijn handen in gebed geheven had. Het bloed gulpt uit de halsslagaders en het onthoofde lichaam valt om.
     

    Hoogbejaard

    Vervolgens bestormen de toeschouwers het schavot. Ze drenken hun zakdoeken in het bloed, of scheppen wat van het roodgekleurde zand in een lap. Anderen snijden bebloede spaanders uit de planken. Ze willen een aandenken of zien er handel in. Ondertussen worden lichaam en hoofd in de kist gelegd en naar de hofkapel gebracht. Volgens een deel van de ooggetuigen is hier recht gedaan; anderen zijn ervan overtuigd dat hier een moord is begaan.

    De man die is onthoofd, en die met zijn 71 jaar naar de maatstaven van die tijd hoogbejaard was, was geen ordinaire misdadiger. Johan van Oldenbarnevelt was niet alleen meer dan dertig jaar politiek leider van het land, hij was zelfs degene die de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden had vormgegeven. Kort na de terechtstelling wordt er een penning geslagen waarop hij is afgebeeld, met op de keerzijde de tekst: ‘Dit’s, vaderlandt, uw vader, uw voorspraak, redder, rader, onthooft op ’t hofschavot. Waar vondt hy loon? Bij Godt.’

    Hoe kon het dat sommigen hem, en niet Willem van Oranje, vereerden als de ‘Vader des Vaderlands’? En hoe was het mogelijk dat de man die het politieke bestel van de Republiek had gecreëerd, die medeverantwoordelijk was voor haar militaire en economische successen, zo van zijn voetstuk was gevallen en na een showproces haastig was geëxecuteerd? Om de eerste vraag te beantwoorden moeten we kijken naar Oldenbarnevelts carrière, en voor de tweede moeten we iets weten over het ’s mans karakter én de politieke en godsdienstige ontwikkelingen in de jonge Republiek.
     

    Tomeloze werkkracht

    Onder normale omstandigheden zou Oldenbarnevelt, in 1547 geboren in Amersfoort, nooit aan de macht zijn gekomen. Hoewel hij zich later een adellijke stamboom zou aanmeten, was zijn vader slechts herenboer. Een drankzuchtige en gewelddadige man bovendien, die nadat hij iemand had vermoord met de noorderzon was vertrokken. Ook enkele zusters en broers van Johan raakten aan lagerwal.

    Na de Latijnse school studeerde Oldenbarnevelt rechten in Leuven en Heidelberg. Op 22-jarige leeftijd werd hij advocaat van het Hof van Holland, dat als bestuursorgaan en rechtscollege de landsheer diende. Die landsheer was de graaf van Holland – een van de vele titels van Filips II, de koning van Spanje.

     In deze turbulente jaren keerde Oldenbarnevelt zich tegen zijn landsheer en koos hij de kant van de Opstand. Hij had tijdens zijn studie in Heidelberg sympathie voor het protestantisme gekregen. Maar minstens zo belangrijk was zijn afkeer van de centralisatiepolitiek van Filips II, die neerkwam op de aantasting van eeuwenoude privileges van de gewesten en steden van de Lage Landen. Mede door zijn huwelijk, in 1575, met Maria van Utrecht, die weliswaar een problematische afkomst had maar zeer vermogend was, zou hij in het opstandige gebied snel stijgen op de maatschappelijke ladder.
     

    Onmogelijk karakter: Oldenbarnevelt gedroeg zich nurks en arrogant

    In 1579 werd hij pensionaris van Rotterdam, en daarmee de hoogste ambtenaar van die stad en afgevaardigde in de Staten van Holland. Dankzij zijn tomeloze werkkracht, ambitie en organisatietalent werd hij een van de belangrijkste medewerkers van Willem van Oranje. Zijn echte succes kwam pas nadat de leider van de Opstand op 10 juli 1584 was vermoord. In deze chaotische periode hield Oldenbarnevelt het hoofd koel en maakte hij zich onmisbaar.
     

    Machtigste man

    In 1586 werd hij benoemd tot landsadvocaat – een titel die op het eind van zijn leven werd veranderd in raadpensionaris. Op dat moment hield deze functie weinig meer in dan het voorzitterschap van de Staten van Holland. Maar Oldenbarnevelt wist het voor elkaar te krijgen dat de landsadvocaat de machtigste man werd van de staat in opbouw.
     
    Hij werd de politiek leider van wat al spoedig de Republiek der Verenigde Nederlanden zou heten. Feitelijk was hij premier, minister van Buitenlandse Zaken, Financiën en Defensie. Militair leider van de Republiek was prins Maurits, die zijn vader was opgevolgd als stadhouder van Holland en Zeeland – later kwamen Utrecht, Overijssel en Gelderland daar nog bij. Hij was benoemd tot bevelhebber van het leger.

    Het beleid werd uitgestippeld door Oldenbarnevelt en de militaire acties werden uitgevoerd door Maurits, die op dit terrein een uitzonderlijk talent bleek te zijn. In de jaren 1591-1597 veroverde het Staatse leger onder bevel van Maurits tal van strategisch belangrijke steden en werd het territorium van de Republiek sterk uitgebreid. Oldenbarnevelt en Maurits vormden een gouden koppel en wisten van de Republiek, die kort daarvoor nog tot de ondergang gedoemd leek, een belangrijke speler op het Europese toneel te maken.
     

    Ruzie met Maurits

    Toen Maurits begin 1587 werd benoemd tot kapitein-generaal van het leger, was hij net negentien jaar. De twintig jaar oudere Oldenbarnevelt kon de onervaren jongeman dus zonder problemen laten doen wat hij wilde. Hij zorgde er ook voor dat de prins zich niet met de politiek bemoeide.

    Aanvankelijk schikte Maurits zich zonder morren in deze rol. Maar naarmate zijn militaire roem toenam begon er iets te wringen in de relatie tussen de hoogadellijke legeraanvoerder en de ambtenaar van nederige komaf, die erom bekendstond dat hij vaak buitengewoon arrogant en nurks was. Tijdgenoten die getuige waren van hun samenwerking bestempelden het gedrag van Oldenbarnevelt vaak als ongepast.

    Bovendien ontstonden er gaandeweg serieuze meningsverschillen. Zo was Maurits in 1600 tegen de veldtocht tegen het kapersnest Duinkerken, die hem door Oldenbarnevelt was opgedragen. De tocht draaide ondanks de fameuze overwinning bij Nieuwpoort uit op een mislukking. Hier openbaarde zich ook een belangrijk verschil in temperament: Maurits was heel behoedzaam, terwijl Oldenbarnevelt vaak grote risico’s nam.

    In de jaren hierna werd hun relatie nog slechter, toen Oldenbarnevelt aanstuurde op vrede, terwijl Maurits de strijd tegen Spanje wilde voortzetten. Een echte vrede met Spanje bleek uiteindelijk niet haalbaar, maar in 1609 werd wel een wapenstilstand gesloten die voor twaalf jaar zou gelden.
     

    Spaanse handlangers

    Dit Twaalfjarig Bestand leek op het eerste gezicht een belangrijke overwinning voor Oldenbarnevelt, maar zou zijn ondergang betekenen. Nu de buitenlandse vijand Spanje niet langer bestreden hoefde te worden, laaiden allerlei binnenlandse spanningen hoog op. Zo kwamen bepaalde gewesten en steden tegenover elkaar te staan omdat ze tegenovergestelde economische en politieke belangen hadden, maar ook sluimerende godsdienstige meningsverschillen bleken een bron van conflicten.

    Wat aanvankelijk een theologisch dispuut tussen de hoogleraren Arminius en Gomarus was geweest, werd een buitengewoon heftige strijd tussen twee protestantse groepen. Volgens de calvinistische predestinatieleer kon de mens zelf geen enkele invloed uitoefenen op zijn zielenheil. Of hij in de hemel of in de hel kwam, dat was reeds vóór zijn geboorte door God beschikt.
     

    Theologisch conflict: ‘Bavianen’ en ‘Slijkgeuzen’ stonden lijnrecht tegenover elkaar

    Terwijl de theoloog Gomarus hier onverkort aan vasthield, wilde zijn collega Arminius dit nuanceren. Volgens hem kon de mens, door deugdzaam en vroom te leven, wel degelijk zijn lot enigszins sturen. In de ogen van Gomarus riekte dit ernstig naar het katholicisme, met zijn goede werken, aflaten en gebeden voor het zielenheil. De gomaristen, door hun strikte vasthouden aan Calvijn ook wel ‘preciezen’ genoemd, beschuldigden de arminianen, de zogenoemde ‘rekkelijken’, ervan met de katholieken te heulen. En wie met de katholieken onder één hoedje speelde, was een handlanger van aartsvijand Spanje.

    Er brak een ware pamflettenoorlog uit, en in veel plaatsen liep het conflict zo hoog op dat men elkaar te lijf ging. Hoe heftig het eraan toe kon gaan blijkt alleen al uit het feit dat de twee kampen nog meer bijnamen hadden dan de reeds genoemde. Nadat een aantal arminiaanse theologen een remonstrantie ofwel bezwaarschrift tegen de calvinistische orthodoxie had geschreven, werden zij ook wel ‘remonstranten’ genoemd, terwijl de gomaristen hen dikwijls uitscholden voor ‘bavianen’. Omgekeerd maakten de remonstranten de ‘contraremonstranten’ uit voor ‘slijkgeuzen’.
     
    Hoewel Oldenbarnevelt het in theologisch opzicht vermoedelijk eens was met Gomarus, spoorde de arminiaanse leer in één opzicht beter met zijn politieke overtuiging. Hij was namelijk van mening dat Kerk en Staat zo veel mogelijk gescheiden moesten zijn, en dat in geval van belangentegenstellingen de staat de kerk zijn wil moest opleggen. Volgens de gomaristen diende alles en iedereen juist ondergeschikt te zijn aan God, en dus aan de kerk die Zijn woord verkondigde. Het zal dus niet verbazen dat veel regenten in het welvarende Holland, dat binnen de Republiek verreweg dominant was, bang waren dat de contraremonstranten hun macht en invloed zouden inperken.
     

    Hoogmoed

    Terwijl Oldenbarnevelt al snel liet merken dat hij aan de kant van de arminianen stond, en decreteerde dat in de kerk voor beide stromingen plaats moest zijn, hield Maurits nog een tijd zijn kaarten tegen de borst. De van bovenaf opgelegde tolerantie was veel rechtzinnige calvinisten een gruwel, en Maurits besloot hier gebruik van te maken. Hij nam steeds meer afstand van Oldenbarnevelt en heel behoedzaam probeerde hij zijn eigen invloed te vergroten. Dit deed hij onder meer door gebruik te maken van zijn bevoegdheid als stadhouder om in steden ‘de wet te verzetten’, dat wil zeggen om het stadsbestuur te vervangen door mannen die meer op zijn lijn zaten.

    Nadat Maurits in juli 1617 openlijk de kant van de gomaristen had gekozen, keerde het tij voor Oldenbarnevelt. In zijn rechtlijnige hoogmoed onderkende hij onvoldoende hoe gevaarlijk de situatie voor hem werd, vooral toen hij en de arminianen steeds openlijker werden uitgemaakt voor landverraders, die de Republiek wilden uitleveren aan de gehate Spanjaarden.

    Ondertussen had Maurits zich verzekerd van een meerderheid in de Staten-Generaal, en op 29 augustus liet hij Oldenbarnevelt arresteren.

    Ook een aantal van diens vertrouwelingen werd opgepakt, onder wie de pensionaris van Rotterdam, Hugo de Groot, diens Leidse collega Rombout Hoogerbeets en de reeds afgezette secretaris van Utrecht, Gilles Ledenberg. Deze staatsgreep werd afgerond met een politiek showproces, waarbij Oldenbarnevelt ter dood werd veroordeeld en De Groot en Hoogerbeets levenslang kregen. Ledenberg pleegde in gevangenschap zelfmoord.
     
    Rob Hartmans is historicus, journalist en vertaler.

    Vondel schreef toneelstuk over de executie
    ‘Vermoorde onschuld’
    De aanhangers van Arminius en andere tegenstanders van het dogmatische calvinisme zagen de terechtstelling van Oldenbarnevelt als een gerechtelijke moord. Beroemd is het artistieke protest van Joost van den Vondel, die niet alleen het beroemde gedicht over ‘het stokske van Johan van Oldenbarnevelt’ schreef, maar ook het allegorische toneelstuk Palamedes, met als ondertitel De vermoorde onschuld.
    In 1623 beraamden twee zoons van Oldenbarnevelt, samen met enkele remonstranten, een moordaanslag op prins Maurits. Deze werd echter verijdeld, waarna Willem van Oldenbarnevelt wist te ontsnappen; zijn broer Reynier werd echter opgepakt en geëxecuteerd.
     
    Meer slachtoffers van de orthodoxie
    Aanpassen of wegwezen
    Naast Oldenbarnevelt en de anderen die gearresteerd werden, kende de calvinistische staatsgreep nog meer slachtoffers. Kort na de dood van Oldenbarnevelt kwam in Dordrecht de synode van de Gereformeerde Kerk bijeen, waar niet alleen opdracht werd gegeven een gezaghebbende vertaling van de Bijbel te maken (de Statenvertaling, die in 1637 werd voltooid), maar tevens de calvinistische orthodoxie werd vastgelegd. Alle predikanten en gemeenteleden dienden voortaan deze Dordtse Leerregels te onderschrijven. Dit betekende dat aanhangers van Arminius hun opvattingen moesten verloochenen of werden ontslagen.
     
    Artikelenserie over wandaden
    Zwarte bladzijden
    Dit artikel is het tweede in een reeks over zwarte bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis. In Historisch Nieuwsblad 2017/3 stond een artikel over de Atjeh-oorlog. Er volgen onder meer nog artikelen over de martelaren van Gorcum, de moord op de gebroeders De Witt, kinderarbeid in de negentiende eeuw en de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh. Samen met een groot aantal andere zwarte bladzijden zullen deze worden opgenomen in een bundel die eind 2017 verschijnt bij Omniboek.
     
    Meer weten:
    Het stokje van Oldenbarnevelt (2001) door Geert H. Janssen.
    De man en zijn staat. Johan van Oldenbarnevelt (2005) door Ben Knapen.
    Bavianen en slijkgeuzen. Kerk en kerkvolk in de tijd van Maurits en Oldenbarnevelt (2010) door A.Th. van Deursen.