Home Dossiers Nederlandse politiek Coalitievoorkeuren in verkiezingstijd leidden vaak tot spanningen aan de formatietafel

Coalitievoorkeuren in verkiezingstijd leidden vaak tot spanningen aan de formatietafel

Vlak voor de Tweede Kamerverkiezingen geven politieke partijen hun voorkeur aan voor toekomstige coalities. Volgens historicus Alexander van Kessel leidde dit in het verleden vaak tot spanningen als er geformeerd moest worden. 'Het grote nadeel van het innemen van ferme posities, is dat je daar later misschien op moet terugkomen.'

Coalitievoorkeuren in verkiezingstijd leidden vaak tot spanningen aan de formatietafel

Daniel Melissen Ferrer

Gepubliceerd op: 24 oktober 2025

Update 20 februari 2026

Cover van
Dossier Nederlandse politiek Bekijk dossier

Veel lijsttrekkers maken in aanloop naar de verkiezingen al duidelijk met wie ze wel en niet in een coalitie willen stappen. Is dat een historische trend?

‘Vanaf de kiesstelhervorming in 1917, het moment dat nationale politieke partijen een centrale rol kregen in de landelijke politiek, gebeurde dit regelmatig. Coalities werden toen georganiseerder, omdat nooit één partij de meerderheid kon halen. Daarom gingen partijen al snel voorkeuren en uitsluitingen aangeven. Katholieke leider Wiel Nolens stelde in 1921 de “doctrine van de uiterste noodzaak” op: zijn partij zou alleen onder zeer strikte voorwaarden met de sociaal-democraten samenwerken.’

‘Zo’n standpunt had zowel externe als interne bedoelingen. Nolens wilde katholieke arbeiders aan zich binden, maar ook het politieke primaat in eigen partij opeisen. De partijvoorzitter en de bisschoppen wilden namelijk helemaal niks met de SDAP te maken hebben, en wilden de politici op het Binnenhof dat standpunt opleggen. Met deze strategische positie liet Nolens weten dat alleen hij over deze kwestie ging. Tegelijkertijd liet hij toch ruimte voor eventuele samenwerking met de SDAP.’

Wiel Nolens
Wiel Nolens in de jaren dertig.

‘In de decennia daarna bleven partijen om strategische redenen tijdens hun campagnes al laten weten met wie zij wel en niet wilden samenwerken. Na een periode van brede-basiskabinetten sloot VVD-leider Pieter Oud in 1959 samenwerking met de PvdA uit. Dit werd tot diep in de jaren zeventig volgehouden.’

Partijen sluiten ook al stembusakkoorden, bijvoorbeeld over de bescherming van vrouwen en zorgverleners. Kwamen partij-allianties vroeger ook voor?

‘Vanaf het laatste kwart van de negentiende eeuw trokken katholieken en protestanten met elkaar op in de strijd om de gelijkberechtiging van het bijzonder onderwijs. Je zou dat kunnen zien als een soort stembusakkoord. Aan progressieve zijde is er aan het begin van de jaren zeventig een poging geweest om voor de verkiezingen samen op te trekken. In 1971 presenteerden de PvdA, D66 en de PPR zelfs een schaduwkabinet, dat bij wijze van spreken zo de Trêveszaal in kon gaan. Maar het lukte de drie partijen niet om een meerderheid te halen.’

‘Ook in 1972 traden de progressieve drie gezamenlijk op, maar weer werd geen meerderheid gehaald. Hierdoor kwam een ingewikkelde coalitievorming met de christen-democraten op gang. De progressieve partijen hadden radicale beloftes gedaan, maar moesten veel water bij de wijn doen, wat pijnlijk was voor de achterban. Beloftes zijn in eerste instantie bedoeld om kiezers te lokken, maar dan is het belangrijk om die steun te houden na de verkiezingen.’

Spraken partijen eerder ook over ‘breekpunten’ tijdens verkiezingen?   

‘Tot halverwege de jaren zestig was de loyaliteit van de kiezer aan de eigen partij tamelijk groot. Er hoefde daarom inhoudelijk niet veel beloofd te worden. Na de ontzuiling, vanaf de tweede helft van de jaren zestig, kwam de kiezer losser te staan. Vanaf dat moment moesten partijen hun kiezers steeds opnieuw veroveren. Ze vroegen zich daarbij af wat ze moesten beloven om de meeste stemmen te winnen. Sindsdien kwamen partijen met inhoudelijke punten waarvan ze vooraf zeiden dat ze zich daaraan gingen houden.’

Hielden partijen zich na de verkiezingen altijd aan zulke beloftes?

‘Tijdens een campagne nemen partijen altijd ferme standpunten in waarop ze later terug moeten komen. De verkiezingsuitslag kan namelijk ingeven dat samenwerking met bepaalde andere partijen toch aan de orde komt. Dan moet een partij veel doen om haar achterban te overtuigen dat het niet anders kan. In de verkiezingscampagne van 2012 bestreden VVD-leider Mark Rutte en PvdA-leider Diederik Samsom elkaar behoorlijk op principiële punten. Bij de verkiezingen werden zij de grootsten en was het snel duidelijk dat zij een kabinet gingen vormen. Bij beide partijen had de achterban grote moeite met de snelheid waarmee die coalitie tot stand kwam.’

‘Je stuit onvermijdelijk op het sluiten van compromissen na de verkiezingen. Tijdens de verkiezingscampagnes van 2010 beloofden veel partijen, waaronder de PVV, om niet aan de AOW-leeftijd te komen. Maar toen Geert Wilders de dag na de verkiezingen in beeld was om mee te kunnen praten over de kabinetsvorming, liet hij dat standpunt los. Na afronding van de kabinetsformatie van 2012 ontstond binnen de VVD een hevige discussie over de inkomensafhankelijke zorgpremie. Dat was voor de partij een kardinaal punt, maar door de snelle formatie met de PvdA was de indruk gewekt dat dit losjes was weggegeven. Na verkiezingen kan intern rumoer ontstaan over de kloof tussen wat eerst beloofd werd en wat uiteindelijk toch bespreekbaar blijkt.’

De PVV staat bovenaan in de peilingen, maar de kans op regeringsdeelname lijkt klein. Kwam het eerder voor dat de grootste partij buiten het kabinet werd gehouden?

‘De partij die bij de verkiezingen de grootste wordt, krijgt als eerste de kans om een coalitie te vormen. Dat wil niet zeggen dat hier automatisch een kabinet uit komt. In 1977 was de PvdA van Joop den Uyl de grootste, maar het CDA ging toen over tot samenwerking met de VVD. In 1982 gebeurde het ook. Opnieuw werd de PvdA de grootste, en na de verkiezingen moest informateur en PvdA-prominent Jos van Kemenade uitzoeken of zijn partij, het CDA en de VVD een kabinet konden vormen. Om politiek-inhoudelijke redenen, zoals de plaatsing van kruisraketten met kernkoppen in Nederland, was het duidelijk dat ze de brug naar het CDA niet konden maken. Zo werd de PvdA opnieuw veroordeeld tot de oppositie. Die kansloze poging van Van Kemenade werd “een rituele dans” genoemd. Mogelijk zal de PVV na de verkiezingen ook zo’n dans maken.’

Beeld: Kabinetsformatie 1977; v.l.n.r. Erwin Nypels, Jan Terlouw, Ed van Thijn, Dick Dolman, Dries van Agt, Rinus Peijnenburg en formateur Joop den Uyl.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van nu. Je leest al vanaf €4,99 per maand.

Dossier Nederlandse politiek

Jet Nijpels, fractievoorzitter van de AOV, wordt ondervraagd door de pers over de schorsing van Kamerlid Cees van Wingerden. 22 mei 1995.
Jet Nijpels, fractievoorzitter van de AOV, wordt ondervraagd door de pers over de schorsing van Kamerlid Cees van Wingerden. 22 mei 1995.
Artikel

Grijze revolte draait uit op een soap: ouderenpartijen kregen ruzie

In de jaren negentig begon de discussie over de naderende vergrijzing. Was de AOW op termijn nog betaalbaar? Of moest deze voorziening worden hervormd? In het tumult dat ontstond kwamen twee ouderenpartijen op – en gingen weer ten onder. Een wave ging door het Philips-stadion in Eindhoven. Maar het voetbal van PSV gaf daar in...

Lees meer
Guilaume Groen van Prinsterer
Guilaume Groen van Prinsterer
Artikel

Grondlegger van de christelijke politiek waarschuwde voor agressief nationalisme

De negentiende-eeuwse politicus en polemist Guillaume Groen van Prinsterer was de grondlegger van de protestants-christelijke politiek in Nederland. Hij wordt vaak gezien als conservatief, maar hij keerde zich tegen nationalistische machtspolitiek. Dat blijkt uit zijn confrontatie met het Pruisen van kanselier Bismarck. Groen had een afkeer van de moderne, liberale staat, die stoelde op de...

Lees meer
Campagne voeren voor de gemeenteraadsverkiezingen in Breda.
Campagne voeren voor de gemeenteraadsverkiezingen in Breda.
Artikel

De gemeenteraad veranderde van een elitair onderonsje in een politieke arena

Nederland mag weer naar de stembus voor de gemeenteraadsverkiezingen. De eerste lokale verkiezingen waren een elitaire aangelegenheid waarbij weinig stemgerechtigden kwamen opdagen. Maar in de loop van de twintigste eeuw werd de gemeente steeds belangrijker en de stembusstrijd steeds feller. Voorafgaand aan de lokale verkiezingen van 1927 ging het communistische gemeenteraadslid Meijer Lisser ook ’s...

Lees meer
Hadjememaar wordt aangekleed als een echte heer, 1921.
Hadjememaar wordt aangekleed als een echte heer, 1921.
Artikel

In 1921 stond er een malle zwerver op de kieslijst

In 1921 veroverde de drankzuchtige ‘straatartiest’ Had-je-me-maar een zetel in de Amsterdamse gemeenteraad. Hij was naar voren geschoven door een groep anarchisten en plaatste de overheid voor een lastig vraagstuk: hoe moet je in een democratie omgaan met schertskandidaten? ‘Een politiek schandaal,’ kopte De Telegraaf in de vroege ochtend van 28 april 1921. De opwinding...

Lees meer
Loginmenu afsluiten