Als D-Day een maand eerder was gepland, waren meteorologen het volstrekt met elkaar eens geweest. In mei 1944 lag boven de Noordzee een stabiel hogedrukgebied. Perfect weer voor een invasie, maar toen waren de voorbereidingen nog in volle gang. Daarom werd voor 5 juni gekozen. Uiteraard geen toevallige keuze, want die nacht zou het springtij en bijna volle maan zijn.
Helaas verslechterden op 3 juni de weersvooruitzichten. Onder IJsland bewoog een zware depressie zich in de richting van de Noordzee. Wat dat betekende voor het weer op 5 juni aan de Normandische kust, daarover verschilden Amerikaanse en Britse weerdeskundigen ernstig van mening. De Britse meteoroloog James Stagg voorspelde storm en regen, maar zijn Amerikaanse collega Irving Krick dacht dat de depressie tijdig zou oplossen. De voorspellingen konden niet allebei waar zijn, zodat Eisenhower voor een enorm dilemma stond: de invasie uitstellen of doorzetten?
Pressure, waarin uitstekend wordt geacteerd, is een fijne film voor geïnteresseerden in het belang van weersvoorspellingen. Gedetailleerd gaat hij in op het conflict tussen Stagg en Strick. De Amerikaan baseert zich op historische weerkaarten, maar Stagg op de metingen van schepen en vliegtuigen. Het is constant voelbaar dat de onenigheid geen triviale ruzie is, maar over leven en dood gaat. Als het tijdens D-Day slecht weer is, zal de invasie vrijwel zeker mislukken. Naast de dood van vele tienduizenden soldaten zal de oorlog dan veel langer duren. Voor extra druk zorgt de overtuiging dat bij uitstel de invasieplannen zullen uitlekken naar de Duitsers, zodat het verrassingseffect weg is.
Uiteindelijk werken de weergoden mee. Stagg voorspelt dat op 6 juni in de depressie tijdelijk een grote opklaring zit, waarna Eisenhower besluit om de invasie slechts met een dag uit te stellen. De rest is geschiedenis.

