Sinds mei is Radev premier van Bulgarije, en hoe pro-Russisch hij daadwerkelijk is zal nog moeten blijken. Hij steunt het Bulgaarse lidmaatschap van de NAVO en EU, dus voorlopig is er vooral sprake van Ruslandretoriek. Zo verwijst hij graag naar de ‘Russische bevrijding’ van het Ottomaanse Rijk in 1878, die leidde tot het Verdrag van San Stefano en de eerste stap naar Bulgaarse soevereiniteit.
De Russisch-Turkse Oorlog
Op de Balkan kwamen vanaf 1875 verschillende volkeren in opstand tegen de Osmaanse Sultan, maar hervormingen bleven uit. Daarop verklaarde Rusland in april 1877 de oorlog aan het Osmaanse Rijk, mede om de Russische invloed in de regio te vergroten. Russische troepen trokken via Roemenië Bulgarije binnen, waar zij na verschillende gevechten de Osmanen wisten te verslaan.
Uit het Verdrag van San Stefano (1878) ontstond een groot Bulgaars vorstendom met vergaande autonomie, maar nog wel onder het gezag van de Sultan. Andere grootmachten vreesden te veel Russische invloed en dwongen op het Congres van Berlijn (1878) een kleiner Bulgarije af. Hoewel Bulgarije zich pas in 1908 volledig onafhankelijk verklaarde van het Osmaanse Rijk, dient de ‘Russische bevrijding’ als belangrijk startpunt.

De Bulgaarse communistische leider Todor Zhivkov (1911-1998) gebruikte die geschiedenis ook graag om de banden met Moskou te benadrukken. Opmerkelijk is de koers van zijn dochter Ljoedmila Zhivkova, die als lid van het Politbureau en de facto Cultuurminister juist westerse kunst en oosterse religies en spiritualiteit naar het socialistische Bulgarije haalde.
Goud voor schulden
Toen na Stalins dood in 1953 ook het communistische Bulgarije destaliniseerde, werd Todor Zhivkov in 1954 secretaris van de Bulgaarse Communistische Partij (BKP). Zijn portefeuille was uitdagend: hij erfde een slecht functionerende gecollectiviseerde landbouw en grote schulden.
Hoewel Bulgarije na de Tweede Wereldoorlog de meest onderdanige satellietstaat van het Oostblok was, bood zelfs de Sovjet-Unie geen hulp. Daarop besloot Zhivkov het in 1960 over een andere boeg te gooien en verkocht hij in het diepste geheim – het kwam pas in 1964 uit – twintig ton aan Bulgaars goud aan de Sovjet-Unie. De transactie kwam vooral neer op het aflossen van schulden. Bulgarije zag er geen roebel of lev voor terug en de financiële situatie verbeterde nauwelijks.
Zestiende Sovjet-republiek
Uiteindelijk was het Sovjet-leider Nikita Chroesjtsjov die Zhivkov in 1962 politiek steunde, waardoor hij de positie van Bulgaarse premier verkreeg. Nu vrijwel alle macht zich rond hem concentreerde, richtte Zhivkov zich in december 1963 in een brief aan de Sovjet-leider en schreef hij over ‘de toetreding van de Volksrepubliek Bulgarije tot de Sovjet-Unie’, waarmee hij de Bulgaarse soevereiniteit inzette als economisch en politiek ruilmiddel.
In diezelfde brief volgde wel een kleine nuancering: ‘Wij hebben natuurlijk niet in gedachten dat de Volksrepubliek Bulgarije onmiddellijk zou moeten toetreden tot de familie van Socialistische Sovjet-republieken.’ Toch leek het enigszins bizarre voorstel ook Chroesjtsjov te ver te gaan en ging hij er nooit echt op in.

Vijftien jaar later probeerde Zhivkov het opnieuw, omdat het hem maar niet lukte om zijn vijfjarenplan goedgekeurd te krijgen. Dit keer ging er een brief naar Chroesjtsjovs opvolger Leonid Brezjnev, waarin hij zijn ideeën uiteenzette voor politieke versmelting tussen Bulgarije en de Sovjet-Unie. Het leidde in 1978 tot een plan waarin Zhivkov de Sovjet-Unie vroeg om olieleveringen tegen stabiele prijzen. Ook Brezjnev was weinig enthousiast.
Hoewel de Bulgaarse samenleving sterke pro-Russische sentimenten kende met wortels in het ‘Russische bevrijdingsverhaal’, bleven de plannen om Bulgarije tot zestiende Sovjet-republiek te maken geheim. Eén partijlid stelde voor om het plan in een Bulgaarse krant te laten publiceren, een idee dat Zhivkov snel wegwuifde. Het zou nog tot in de jaren negentig duren voordat de Bulgaren hoorden dat de geruchten wel degelijk klopten.
Nieuwe culturele koers
Terwijl Zhivkov bezig was de Bulgaarse soevereiniteit als ruilwaar in te zetten, studeerde zijn dochter Ljoedmila Zhivkova aan universiteiten in Sofia, Moskou en Oxford. Toen haar moeder in 1971 overleed, maakte zij snel carrière binnen haar vaders regime. Ze trad toe tot het Politbureau, werd als voorzitter van het Comité voor Kunst en Cultuur de facto minister van Cultuur en vervulde de rol van first lady.
Tijdens Zhivkova’s reizen door India maakte ze kennis met oosterse spiritualiteit. Ze liet zich inspireren, en geleidelijk aan begon haar cultuurbeleid buiten de marxistisch-leninistische pas te lopen. Zhivkova plaveide een eigen weg tussen socialisme, westers consumentisme en de wortels van de Bulgaarse identiteit. Zo lanceerde ze een landelijk programma voor ‘esthetische opvoeding’ rond figuren als Leonardo Da Vinci en over het gedachtegoed van de Indiaas-geïnspireerde spirituele Russen Nikolaj en Elena Roerich.

Zhivkova raakte steeds meer vertrouwd met de spiritualiteit van Roerich en raakte ervan overtuigd dat het marxisme-leninisme spiritualiteit en religie tekortdeed. Daarop besloot ze 1978 uit te roepen tot het Roerich-jaar.
Dat was precies de honderdste verjaardag van de ‘Russische bevrijding’ in 1878. Met Zhivkova’s plan de aandacht niet te liggen op de Bulgaarse ‘dank aan de Russen’, maar op de Rusland ontstegen en kosmopolitische mysticus Roerich. Dat botste met het door haar vader gevormde beeld van Bulgarije als trouwste Sovjet-satelliet.
Haar culturele koers leidde ook tot een conflict met Moskou. Toen Zhivkova in januari 1981 de Sovjet-Unie bezocht, ontving ze scherpe kritiek, waarop ze hard uithaalde naar de Sovjet-kunst. Zij claimde dat er door de nadruk van de Sovjets op wapens en agressie geen harmonieuze samenleving viel op te bouwen.
Twijfel over doodsoorzaak
Terwijl vader en dochter steeds verder uit elkaar dreven, overleed Zhivkova plotseling op 21 juli 1981, op slechts 38-jarige leeftijd. Officieel stierf ze aan een hersenbloeding, maar de onverwachtheid van haar dood leidde al snel tot geruchten. De KGB zou haar hebben vergiftigd en haar lijfwacht sprak van zelfmoord. Anderen wezen zelfmoord juist af vanwege haar geloof, waarbinnen dat als zonde gold. Ook vader Zhivkov twijfelde in zijn memoires aan de doodsoorzaak door te spreken over ‘inmenging van buitenaf’.
In de jaren na Zhivkova’s overlijden werd haar cultuurbeleid vrij snel afgeschaald en weer in lijn gebracht met de koers van haar vader. Hij zou tot in 1989 aan de macht blijven, waarmee Zhivkov de langstzittende leider van het Oostblok werd. Van Ljoedmila Zhivkova bleef vanwege haar vroege en mysterieuze overlijden vooral de cultus van de kosmopolitische en mysterieuze vrouw over.
