De Amerikaanse president Richard Nixon kondigde in 1971 zijn ‘war on drugs’ aan. Sindsdien zijn er honderdduizenden mensen omgekomen, vooral in Latijns-Amerika. Donald Trump heeft het geweld verder laten escaleren. Hij noemt drugshandelaren ‘narcoterroristen’ en doodt hen zonder vorm van proces.
Op 20 april 2001 schoot de Peruaanse luchtmacht een Cessna uit de lucht, een klein passagiersvliegtuig. Aan boord was een Amerikaanse zendelingenfamilie. Veronica Bowers en haar zeven maanden oude dochtertje Charity werden doorzeefd met kogels uit de boordmitrailleur. De piloot, haar echtgenoot en hun zoon overleefden de beschieting wonderbaarlijk genoeg. De actie verliep in nauwe samenwerking met de CIA. De Amerikaanse inlichtingendienst had in 1995 van president Bill Clinton opdracht gekregen om ook mee te gaan vechten in the war on drugs.
President Richard Nixon had in 1971 de oorlog verklaard aan drugs. Hij richtte daarvoor de Drug Enforcement Agency op die – samen met de FBI en de politie – verantwoordelijk werd voor de drugsbestrijding. Erg succesvol was die aanpak niet: de productie en consumptie van illegale drugs waren sinds 1971 alleen maar toegenomen, net als de bijbehorende maatschappelijke problemen. De georganiseerde misdaad bloeide zowel in Noord- als in Zuid-Amerika op door de gigantische winsten die drugs opleverden.
Vandaar dat Clinton besloot om ook de CIA in te schakelen. Die was niet erg enthousiast om er ook bij betrokken te raken. De inlichtingendienst zag de war on drugs in de jaren negentig al als een verloren strijd, zo beschrijft onderzoeksjournalist Tim Weiner in zijn boek The Mission, over de geschiedenis van de CIA. Maar president Clinton vond het een zaak van nationale veiligheid om de eindeloze stroom cocaïne vanuit Peru te stoppen. Sinds 1995 had de CIA met zijn geheime Air Bridge Denial Program al vijftien toestellen van vermeende smokkelaars uit de lucht geschoten.
Het probleem daarbij was dat er vaak geen harde bewijzen waren dat de vliegtuigen daadwerkelijk drugs vervoerden. De betrokken CIA-medewerkers liepen volgens juristen een reëel risico om voor moord vervolgd te worden. Chefs met galgenhumor zagen als het ergste scenario dat ze een vliegtuig met nonnen uit de lucht zouden schieten. Dat voltrok zich dus op 20 april 2001, toen ze de Amerikaanse zendelingenfamilie neerschoten. De CIA betaalde hun 8 miljoen dollar schadevergoeding en het programma stopte nog dat jaar.
Oorlogsmisdaad
Nu, een kwart eeuw later, herhaalt de geschiedenis zich onder president Donald Trump. Hij heeft (vermeende) drugssmokkelaars bestempeld als ‘narcoterroristen’ en opdracht gegeven om bootjes die uit Venezuela komen tot zinken te brengen. Sinds september 2025 zijn er bij meer dan twintig aanvallen ten minste tachtig mensen gedood. Vooral een beschieting op 5 december wekte veel verontwaardiging. Twee opvarenden die zich vastgeklampt hadden aan het wrak van hun bootje werden bij een tweede aanval alsnog gedood. Het beschieten van weerloze drenkelingen is een oorlogsmisdaad.
De CIA deed in de jaren negentig nog zijn best om het neerhalen van de vliegtuigen in ieder geval intern juridisch te onderbouwen en het voor de buitenwereld geheim te houden. Onder Trump is het zonder vorm van proces of concrete verdenking doden van ‘narcoterroristen’ een pr-show, waarbij het Witte Huis de moordpartijen rechtvaardigt door te stellen dat de vermeende terroristen samenwerken met het regime van Nicolás Maduro in Venezuela. Diens vermeende betrokkenheid bij drugshandel was zelfs het flinterdunne excuus dat Trump gebruikte om Maduro en zijn vrouw te ontvoeren.
Onder Donald Trump is het doden van ‘narcoterroristen’ een pr-show
Het is een nieuwe fase in een vuile oorlog die vanaf 1971 steeds grimmiger is geworden. De wortels ervan liggen een eeuw daarvoor. Tot ver in de negentiende eeuw waren alle verdovende middelen in Amerika legaal. In 1875 voerde San Francisco de Opium Den Ordinance in, die het exploiteren of bezoeken van opiumhuizen verbood. Deze allereerste antidrugsmaatregel was ogenschijnlijk bedoeld om de volksgezondheid te bevorderen, maar had ook een racistische ondertoon: de opiumpanden bevonden zich vrijwel uitsluitend in wijken met veel Chinese immigranten.

In 1909 volgde de eerste federale wet die opium verbood. Onder Amerikaanse druk kwamen er daarna verschillende internationale drugsverdragen tot stand, maar heel veel politieke prioriteit hadden die niet. In de Verenigde Staten zelf richtte de puriteinse strijd tegen verdovende middelen zich in eerste instantie vooral op alcohol. Dat resulteerde in 1920 in de fameuze Drooglegging. Het resultaat is bekend uit talloze Hollywoodfilms: er kwam een gigantische markt voor illegale alcohol. De Drooglegging vormde de basis voor de georganiseerde misdaad en betekende de definitieve doorbraak van de maffia in Amerika.
Soldaten zijn stoned
President Franklin D. Roosevelt beëindigde de drooglegging in 1933, waarna de georganiseerde misdaad zich meer ging toeleggen op drugs. Die vormden tot in de jaren zestig niet echt een groot maatschappelijk probleem, totdat de oorlog in Vietnam honderdduizenden Amerikaanse soldaten kennis liet maken met drugs. Na alcohol was cannabis het populairste verdovende middel in Vietnam: volgens sommige schattingen heeft een derde tot de helft van de Amerikaanse militairen daar op zijn minst één keer geblowd.
Ongeveer een derde gebruikte ook (wel eens) heroïne. Die drug kwam uit de buurt: de Gouden Driehoek (de grensstreek tussen Myanmar, Noord-Thailand en Laos) was en is ’s werelds grootste productiegebied van opium, de grondstof voor heroïne. De gedachte dat dagelijks talloze Amerikaanse militairen stoned de strijd ingingen zorgde voor grote verontwaardiging bij het thuisfront. Daar kwam nog bij dat met de terugkerende veteranen het drugsgebruik in de Verenigde Staten zelf sterk toenam – het paste naadloos bij de hippiecultuur.

Reden voor Nixon om in 1971 zijn war on drugs af te kondigen. Daar speelde meer mee dan alleen maar bezorgdheid over de schadelijke gevolgen van de verdovende middelen. Nixon was zeldzaam onpopulair. De oorlog in Vietnam verliep dramatisch, met inmiddels tienduizenden gesneuvelde Amerikanen. Een oorlog tegen drugs moest de aandacht daarvan afleiden én bood hem de kans om zijn politieke tegenstanders harder aan te pakken.
Nixons topadviseur John Ehrlichman, die ook nauw betrokken was bij het Watergate-schandaal, vertelde daar openhartig over in een interview dat Harper’s Magazine in 2014 publiceerde. Nixon had twee vijanden: linkse anti-oorlogsactivisten en zwarte Amerikanen. ‘We konden het niet verbieden om tegen de oorlog te zijn of zwart, maar we konden het publiek wel de hippies laten associëren met marihuana en de zwarten met heroïne. En door ze zwaar te criminaliseren konden we die gemeenschappen verstoren,’ zo vertelde Ehrlichman. ‘We konden hun leiders arresteren, hun huizen binnenvallen en ze avond na avond zwart maken op televisie.’ Hij gaf volmondig toe dat het Witte Huis leugens verkondigde over drugs.
Het mag dan misschien klinken als bijna ongeloofwaardig cynisch machiavellisme, maar het schetst wel het beleid dat de Amerikaanse overheid sindsdien heeft gevoerd. De motivering achter de drugsbestrijding is van begin af aan een onsamenhangende en deels innerlijke tegenstrijdige mix van volksgezondheid, protestant-puriteinse zendingsdrang tegen zondig gedrag, misdaadbestrijding, racisme en pure opportunistische machtspolitiek geweest. Zo steunde president Ronald Reagan in de jaren tachtig de Contra’s, die tegen de Sandinistische regering in Nicaragua vochten. Het Witte Huis wist dat de Contra’s hun strijd deels met drugs financierden, maar keek de andere kant op. Nadat de Amerikanen de Taliban verdreven hadden uit Afghanistan, installeerden ze Hamid Karzai in 2002 als president. Zijn door en door corrupte regime profiteerde flink van de productie van opium en heroïne. Ook dat was bekend in Washington, maar de strijd tegen terrorisme was belangrijker.
In Amerika zelf heeft de war on drugs etnische minderheden altijd onevenredig hard getroffen, al vanaf de eerste maatregel in 1875 tegen de Chinese opiumschuivers. Hoewel zwarte Amerikanen niet meer drugs gebruiken dan witte, hebben ze een zes tot tien keer grotere kans om ervoor opgesloten te worden. Zo werd de straf voor het bezit van crack (een variant op cocaïne) in 1986 honderd keer hoger dan voor het bezit van coke in poedervorm. Het bezit van vijf gram crack was genoeg voor vijf jaar cel, maar voor coke in poedervorm moest je vijfhonderd gram in je bezit hebben om dezelfde straf te krijgen.
Omdat vooral zwarte Amerikanen crack gebruiken en witte coke snuiven, worden zwarte gebruikers disproportioneel veel zwaarder gestraft.
De drugswetten die Nixon introduceerde waren niet alleen impliciet racistisch, maar ook onlogisch. Zijn Controlled Substances Act deelde drugs op in vijf klassen. Die indeling was niet zozeer gebaseerd op rationele, medische kennis over de schadelijkheid, maar op politieke afwegingen. Dat maakt het beleid tot op de dag van vandaag onlogisch, niet alleen in Amerika maar ook wereldwijd. Er is nog nooit iemand overleden aan cannabis, stelt zelfs de website van de DEA. Toch is de Amerikaanse overheid erin geslaagd om haar kruistocht tegen hasj en wiet over de hele wereld uit te rollen en zijn er honderdduizenden mensen voor gearresteerd en opgesloten.
Legaliseren in Latijns-Amerika
Latijns-Amerika is al decennia het belangrijkste strijdtoneel van de war on drugs, met honderdduizenden doden tot gevolg. Een indrukwekkende verzameling politici uit de regio ziet de zinloosheid ervan in en bepleit inmiddels legalisering – onder hen voormalige staatshoofden van Colombia, Brazilië, Chili, Haïti en Mexico. Zij zitten samen met de oud-staatshoofden van Zwitserland, Zuid-Afrika, Griekenland, Nigeria en Nieuw-Zeeland in de Global Commission on Drugs Policy. Claudia López, voormalig burgemeester van Bogotá, pleitte in 2024 samen met de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema voor legalisering van coke. De huidige Colombiaanse president, Gustavo Petro, vindt dat ook: ‘Het is niet gevaarlijker dan whisky.’

Bikkelharde bestrijding
Paradoxaal genoeg komen de schadelijkste drugs uit de bovenwereld. In de jaren negentig begonnen farmaceutische bedrijven op grote schaal de kunstmatige pijnstillers (opioïden) fentanyl en oxycodon te promoten. Deze middelen zijn vijftig keer sterker dan heroïne, extreem verslavend én gevaarlijk. Tussen de eeuwwisseling en 2020 overleden er zo’n 800.000 Amerikanen aan een overdosis drugs, van wie een half miljoen aan opioïden. Inmiddels is de trend weer licht dalende, tot rond de honderdduizend doden per jaar, van wie de meesten aan opioïden.
Fentanyl en oxycodon zijn sterker dan heroïne en extreem verslavend
Deze crisis is volledig in de bovenwereld ontstaan: met medicijnen uit het laboratorium, die met een uitgekiende marketingstrategie aan de man werden gebracht. Toen de omvang van de ramp zichtbaar werd is de officiële distributie teruggeschroefd. Veel effect heeft dat niet gehad, omdat Mexicaanse kartels op grote schaal fentanyl zijn gaan maken en verkopen – naast hun traditioneel goedlopende handel in cannabis en coke.
De bestrijding van drugs maakt meer slachtoffers dan drugs zelf, vooral buiten Amerika. Sinds Mexico in 2006 onder zware Amerikaanse druk de oorlog aan de kartels verklaarde zijn er zo’n 460.000 Mexicanen vermoord. Tussen 1958 en 2013 woedde er een burgeroorlog in Colombia, die aan 220.000 mensen het leven kostte. Dat zijn zeker lang niet allemaal drugsdoden, maar de oorlog werd wel grotendeels gefinancierd met de gigantische winsten uit de cocaïnehandel. Ook in de Filipijnen, Ecuador en Brazilië heeft de bikkelharde bestrijding van drugs – deels door paramilitaire doodseskaders – aan tienduizenden mensen het leven gekost.
De Nederlandse war on drugs
Nederland heeft lang een mild en progressief drugsbeleid gevoerd – met als bekendste voorbeeld de coffeeshops waar cannabis gedoogd werd. Nu cannabis in veel landen (waaronder de VS) legaal is, is het gedoogmodel verouderd, waardoor buitenlandse kwekers de Nederlandse voorbijstreven. In de jaren negentig ging Nederland, onder zware buitenlandse druk, strenger optreden tegen xtc. Dat leidde tot verharding van de misdaad, maar niet tot minder pillengebruik. In het Caribisch gebied hielp de Nederlandse marine decennia mee om cocaïnesmokkel naar de VS te bestrijden. Sinds begin januari heeft de Nederlandse marine de samenwerking met de Amerikanen bij het bestrijden van drugssmokkel stopgezet.
Geholpen heeft het allemaal niet: de wereldwijde productie van drugs als opium, cocaïne, methamfetamine, cannabis, ketamine en xtc is hoger dan ooit tevoren. Omdat de meeste slachtoffers van de war on drugs in Latijns-Amerika vallen, gaan daar ook de meeste stemmen op om drugs te reguleren. Binnen de Verenigde Staten hebben politiemensen, officieren van justitie en rechters zich verenigd in het Law Enforcement Action Partnership (LEAP), dat pleit voor regulering.
Bij cannabis schiet dat redelijk op: medisch gebruik is in veertig staten legaal, recreatief mag het nu in 24 staten. Zelfs Donald Trump is voorstander: hij verplaatste in december 2025 cannabis van de zwaarste categorie drugs naar een lichtere, waar ook codeïne en ketamine inzitten. Een logisch besluit, dat wel weer leidde tot woede bij zijn conservatieve achterban die alle drugs uit den boze vindt.
Verder is logica in zijn drugsbeleid ver te zoeken. Trump beschuldigt Canada ervan de Verenigde Staten met fentanyl te overspoelen, terwijl dat toch echt uit Mexico komt. Hij heeft Nicolás Maduro laten ontvoeren omdat hij een narcoterrorist zou zijn, terwijl Venezuela veel minder drugs produceert dan Colombia en Peru. Maar Trump heeft ook gratie verleend aan de voormalige president van Honduras, Juan Orlando Hernández, die veroordeeld was tot 45 jaar cel wegens het importeren van 400 ton cocaïne naar de VS. Zo is het Amerikaanse drugsbeleid, anderhalve eeuw na de eerste wetgeving, irrationeler en onvoorspelbaarder dan ooit tevoren.
Meer weten:
- The Dope: The Real History of the Mexican Drug Trade (2022) door Benjamin T. Smith beschrijft de gevolgen van de Amerikaanse drugsbestrijding in Mexico.
- The War on Drugs (2021) door David Farber (red.) biedt een overzicht.
- Rook en as (2024) door Amitav Ghosh toont hoe de handel in opium de wereldgeschiedenis heeft beïnvloed.
