Er zijn inmiddels kasten vol met boeken die ‘Weimar’ in de titel hebben, maar die gaan vrijwel allemaal over de eerste Duitse republiek, die bestond van 1918 tot 1933 en die is vernoemd naar de stad waar in 1919 een nieuwe grondwet werd opgesteld. En veel van die boeken behandelen de vraag hoe onvermijdelijk het was dat deze republiek in 1933 ten onder ging en werd vervangen door het Derde Rijk van Adolf Hitler. Maar Weimar van Katja Hoyer gaat alleen over de toenmalige hoofdstad van de deelstaat Thüringen.
Niettemin overstijgt het boek de lokale geschiedenis van een provinciestad, want volgens de voormalige Duitse president Roman Herzog is ‘Weimar Duitsland in een notendop’, namelijk ‘een stad waar niet alleen cultuur en ratio zich thuis voelen, maar ook barbarij, op cultureel en ander gebied.’ Hiermee verwees hij naar het feit dat onder meer Goethe en Schiller in Weimar woonden en het Bauhaus er een tijdje gevestigd was, terwijl even buiten de stad het concentratiekamp Buchenwald lag, waar tussen 1937 en 1945 circa 56.000 mensen werden vermoord. Bovendien speelde de stad een belangrijke rol in de opkomst van de nazibeweging.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Hoewel Hoyer haar boek begint op het moment dat de Amerikaanse troepen de bewoners van Weimar dwongen om het nog met lijken bezaaide kamp te bezoeken, behandelt ze de oorlogsjaren alleen in een epiloog en concentreert ze zich op de periode 1919-1939. Elk jaar vormt een apart hoofdstuk. Het verhaal is opgehangen aan de belevenissen van een aantal personen, zoals een hoteleigenaar met een verborgen Joodse achtergrond, een hooggeplaatste nazi, een sociaal-democratische verzetsstrijder en de eigenaar van een kantoorboekhandel.
Over de laatste, de in 1885 geboren Carl Weirich, kom je als lezer het meeste te weten, omdat hij een zeer uitgebreid dagboek bijhield. Hij verloor in beide wereldoorlogen een kind, ging door de hyperinflatie en de crisis van 1929 bijna failliet, stemde in 1933 voor de nazi’s, mocht in 1938 op kosten van de staat mee op een cruise naar Noorwegen, maar hoorde even later dat zijn winkel gesloopt zou worden in verband met megalomane bouwplannen van de nazi’s. Dat liep uiteindelijk met een sisser af doordat de oorlog uitbrak, maar in februari 1945 werd zijn zaak wel getroffen door een bom.
Evenals in haar boek over de DDR, Achter de muur (2023), concentreert Hoyer zich op het alledaagse leven van gewone Duitsers, al heeft ze in dit boek gelukkig wel meer aandacht voor de politieke context. Dat ‘gewone’ leven in een uiterst turbulente tijd beschrijft ze heel indringend en met veel empathie. Empathie die soms schuurt.
Weimar. Leven op de rand van de afgrond
Katja Hoyer
511 p. Querido Facto, € 29,99

