Historisch Nieuwsblad

Gouden Eeuw

De Gouden Eeuw spreekt veel Nederlanders tot de verbeelding. De kleine Republiek beheerste de wereldzeeën, was voorloper op het gebied van de kunsten en wetenschap, en wist vele internationale beroemdheden aan te trekken. De bloei viel des te meer op, omdat de rest van Europa in de zeventiende eeuw in crisis verkeerde.

Willem Janszoon Blaeu, Nederlands cartograaf in de Gouden Eeuw 

Economische voorspoed

Voor de succesvolle economische bloei die Nederland vanaf het laatste kwart van de zestiende eeuw doormaakte, zijn enkele oorzaken aan te wijzen. In de eerste plaats speelde de zogenaamde moedernegotie een belangrijke rol: de handel in met name graan met het Oostzeegebied. Hoewel hier eerder de Hanzesteden heer en meester waren, wisten de Hollanders in de loop van de vijftiende eeuw de leidende positie over te nemen. Holland bouwde een grote handelsvloot voor de snel groeiende graanhandel en Amsterdam wist de concurrentie van andere stapelmarkten af te schudden.

Hoewel de handel met en in Indië wellicht indrukwekkender lijkt, was de Oostzeehandel lucratiever en had deze een grotere invloed op de economische voorspoed van de Republiek. De handel met Indië was niettemin van groot belang. Doordat de Hollanders en Zeeuwen een grote vloot wisten op te bouwen - maar liefst vijf keer zo groot als die van de Engelsen - lukte het ze om in de zeventiende eeuw zo goed als een transportmonopolie op de wereldzeeën te bewerkstelligen.

Overige oorzaken voor het gunstige handelsklimaat in Amsterdam waren ten eerste de Alteratie van 1578 en ten tweede de komst van (relatief) grote groepen migranten. Met de Alteratie moest het oude katholieke stadsbestuur plaatsmaken voor een nieuw bestuur dat overwegend calvinistisch was en een  gunstige handelsomgeving creëerde. De Zuid-Nederlandse migranten die zich vanaf het laatste kwart van de zestiende eeuw in Amsterdam vestigden, namen hun in Antwerpen opgedane kennis en kapitaal mee naar de bloeiende stad.

Wisselbank en Koopmansbeurs
Om de handel en vooral het kapitaal te stabiliseren en reguleren, stichtte de stad Amsterdam in 1609 de Wisselbank, een uniek instituut in de wereld. Voordat de Wisselbank werd opgericht, bestond er geen sterke centrale munt. Er werd gebruik gemaakt van een veelheid aan muntjes, waarvan de waarde onduidelijk was. Om het risico van inflatie, waardoor goederen in Amsterdam duurder zouden worden dan elders, te beteugelen moest een betrouwbare, waardevaste munt ingevoerd worden. De nieuwe 'bankgulden' was stabiel, omdat de bank al het geld van de rekeninghouders daadwerkelijk in kas had.

De Amsterdamse Wisselbank, gehuisvest in het stadhuis

De Wisselbank ging ten onder toen van dit principe afgeweken werd. Tegen de eigen regels in besloot het bestuur toch stiekem leningen te verstrekken. Dit liep niet goed af, omdat mensen in tijden van crisis hun geld terugeisten en de bank dat geld niet meer had. De fatale slag kwam ver na de Gouden Eeuw, in de winter van 1794-1795. De bank zou nog tot 1820 officieel bestaan.

Een paar jaar na de oprichting van de Wisselbank werd een ander belangrijk financieel concept in het leven geroepen: de Koopmansbeurs. Het voornaamste idee hierachter was dat de overzichtelijkheid van de handel bevorderd moest worden. De kooplieden konden er maar één uur per dag terecht, zodat zoveel mogelijk handelaren tegelijk met elkaar in contact zouden komen. Op de beurs werd onder andere actief gehandeld met de aandelen van de VOC.

De schone kunstenDe schone kunsten maakten tijdens de Gouden Eeuw een enorme bloeiperiode door. Een bekende kunstenaar uit de tijd is Johannes Vermeer, die dit meesterwerk vervaardigde: Meisje met de parel
Johannes Vermeer, Rembrandt van Rijn, Jan Steen: het is slechts een greep uit het grote aantal wereldberoemde kunstenaars dat het zeventiende-eeuwse 'Nederland' voortbracht. Niet alleen wat betreft de schilderkunst liep de Republiek voorop, maar ook op het gebied van de beeldhouwkunst en architectuur.

De economisch opbloeiende stad Amsterdam trok veel talent aan, bijvoorbeeld uit de Zuidelijke Nederlanden, vanwaar sommigen voor het Spaanse gezag gevlucht waren. De Republiek week af van andere Europese landen, omdat de kerk en de adel geen opdrachtgevers van betekenis waren. De calvinistische kerken duldden beeltenissen immers niet en veel vorsten en edellieden waren er niet meer. In plaats daarvan vonden Nederlandse kunstenaars hun afzetmarkt onder de welvarende burgerij. Deze burgerij had niet helemaal dezelfde conservatieve smaak als de kopers in de overige landen, waardoor in de Republiek nieuwe manieren van schilderen, van compositie en van onderwerpskeuze gevonden werden. De meeste schilderijen uit deze tijd waren opvallend klein. Ze moesten immers in de huizen van de kopers passen.

Met het Rampjaar in 1672 stortte de kunstmarkt in en was de bloei wat betreft de schilderkunst van de Gouden Eeuw voorbij.

Baanbrekende wetenschap
Een belangrijk gevolg van de Opstand van de Noordelijke Nederlanden was de oprichting van een eigen universiteit. Deze werd in 1575, twee jaar nadat de Watergeuzen een Spaans beleg om de stad hadden gebroken, in Leiden gesticht. De universiteit ontwikkelde zich snel en trok veel vooraanstaande wetenschappers van over de hele wereld. Taalbarrières bestonden niet, want de internationale taal van de wetenschap was het Latijn.

Een vooruitstrevend element in de zeventiende-eeuwse wetenschapsbeoefening in de Republiek was het feit dat theorie en praktijk hand in hand gingen. Waar de nadruk eerder sterk op theoretische kennis lag, werd de praktische, toegepaste kennis steeds meer onderdeel van het curriculum.

De bekendste onderzoekers uit de natuurwetenschap voerden hun werk echter niet uit in het kader van de universitaire studie. Ze deden dit onderzoek privé, vaak uit praktische noodzaak. Zo ontwikkelde Anthoni van Leeuwenhoek een microscoop, toen hij als stoffenhandelaar zijn stoffen nauwkeuriger wilde kunnen inspecteren. Het slingeruurwerk van Christiaan Huygens was ingegeven door de vraag naar een nauwkeurig uurwerk vanuit de scheepvaart.

Ook de geesteswetenschappen bloeiden. In de relatief tolerante Republiek konden denkers als Descartes en Spinoza hun controversiële theorieën uitwerken en publiceren, ondanks dat predikanten zich ertegen verzetten.

Stadhouder en regenten
In de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd de macht gedeeld door de Staten en de stadhouder. De stadhouder werd in principe door de Staten benoemd, maar in de praktijk werd het ambt van generatie op generatie doorgegeven binnen het huis van Oranje. Zo ontstond een semi-vorstelijke dynastie, die de regenten - de nieuwe bovenklasse van rijke handelaren en bestuurders - een doorn in het oog was. Toen in 1650 prins Willem II stierf en zijn zoon pas acht jaar oud was, grepen de regenten dit aan om geen nieuwe stadhouder te kiezen. Tijdens dit Eerste Stadhouderloos Tijdperk (1650-1672) werd het hoogste publieke ambt in de Republiek vervuld door een raadpensionaris.

Hoewel raadpensionaris Cornelis de Witt in 1667 de Republiek leidde naar een overwinning in de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog, groeide in het land de ontevredenheid. De Witt had zich niet bijster bescheiden opgesteld na zijn succes. Door de vele oorlogen met Engeland waren vredesjaren bovendien een uitzondering geworden.

De Engelsen sloten in 1670 een verdrag met de ambitieuze Franse koning Lodewijk XIV - de 'Zonnekoning'- om de 'arrogante' Nederlanders een lesje te leren. De Republiek had niet door dat er sprake was van een samenzwering en toen de Fransen in 1672 het land binnenvielen, was het landleger niet tegen hen opgewassen.

Het volk had het gevoel dat er weer een sterke prins van Oranje nodig was om het leger aan te voeren. De Staten zwichten voor de publieke druk en beëdigden Willem III tot stadhouder. Een maand later werden de gebroeders De Witt - die verantwoordelijk werden gehouden voor alle ellende - door een woedende volksmassa in Den Haag vermoord en na hun dood ernstig toegetakeld.

De gebroeders De Witt gelyncht

Na het Rampjaar 1672 was de Gouden Eeuw al over het hoogtepunt heen. Het echte einde wordt gemarkeerd door de Glorious Revolution van 1688 in Engeland. Stadhouder Willem III en zijn vrouw Mary bestegen de troon in Engeland. Volgens de Britse historica Lisa Jardina bracht Willem nieuwe ideeën mee uit de Republiek, die de Engelsen zo succesvol overnamen dat ze steeds meer de Republiek gingen overvleugelen. (tekst: Simone Olsthoorn)

Hoofdrolspelers


Anthoni van Leeuwenhoek
★ 1632 - † 1723
Volgde geen opleiding en werkte niet als wetenschapper. Werd desondanks beroemd als uitvinder van de microscoop en als eerste microbioloog, Hij was namelijk autodidact en deed privé onderzoek.

Baruch Spinoza
★ 1632 - † 1677
De bekendste filosoof van Nederland. Als eerste stelde hij wonderen en het bovennatuurlijke ter discussie. Zijn hoofdwerk, de Ethica, werd pas na zijn dood uitgegeven. 

Christiaan Huygens
★ 1629 - † 1695
Wetenschapper die deel uitmaakte van de Wetenschappelijke Revolutie (waarnemen, experimenteren en controleren). Beroemd als één van de leidende figuren in de zeventiende-eeuwse wetenschap en zijn ontdekking van de ringen van Saturnus.

Constantijn Huygens
★ 1596 - † 1687
Staatsman en dichter. Diende de drie prinsen. Beroemd "homo universalis". 



Hugo Grotius (Hugo de Groot)
★ 1583 - † 1645
Rechtsgeleerde en schrijver. Werd in het licht van de godsdiensttwisten door Prins Maurits gevangen gezet. Uiteindelijk wist hij per kist uit slot Loevestein te ontsnappen, waar hij "ter eeuwige gevangenisse" geplaatst was. 


Meer weten

Nieuws

Artikelen

 

Links

Stadhuis van Amsterdam
Site van het huidige Paleis op de Dam

Grachtenmusea
Zes musea in hartje Amsterdam

Gevangenpoort
Waar de gebroeders De Witt gevangen zaten

Meesterschilders (1)
In het Rijksmuseum

Meesterschilders (2)
In het Mauritshuis

Paleis Het Loo
Jachtslot van Willem III en Mary Stuart

Chronologie

 

1585
Met de val van Antwerpen maakt de stad geen onderdeel meer uit van de Opstand

1607 - 1612
Drooglegging Beemster onder leiding van Jan Adriaanszoon Leeghwater

1637
De Statenbijbel  de officiële, Nederlandse vertaling van de bijbel  wordt voor het eerst gedrukt

1662
Jan Willemszoon Blaeu publiceert zijn Atlas Major

1664
Nieuw Amsterdam wordt overgedragen aan de Engelsen en gaat New York heten

1665
Korps Mariniers opgericht door Michiel de Ruyter en Johan de Witt, vandaar de bijnaam "de Jantjes": van "jongens van Jan de Witt"

1666
Nederlandse overwinning op de Engelse vloot op de Thames tijdens de Vierdaagse zeeslag

1667
De tot dan toe Engelse kolonie Suriname wordt veroverd door de Nederlanders

1670
Met het Verdrag van Dover sluit Engeland een bondgenootschap met Frankrijk, tegen Nederland

1672
Het Rampjaar. De Hollandse Oorlog begint; de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden wordt aangevallen door Engeland, Frankrijk, Münster en Keulen

1688
De Glorious Revolution: de protestantse, Nederlandse Willem III - getrouwd met de Engelse Mary Stuart - wordt koning Engeland

Login

Zoek

Deze maand

Geschiedenis 24