• Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    ‘Nederland was een voorloper in de slavenhandel’

    Gert Oostindie over zijn lezing tijdens de Collegedag

    Kort na het midden van de zeventiende eeuw was bijna een kwart van trans-Atlantische slavenhandel in handen van de Republiek. Dat aandeel zakte daarna snel, doordat de Portugese, Engelse, Franse en Amerikaanse slavenhandel explosief toenam. Over de gehele periode lag het Nederlandse aandeel rond vijf procent. Dat betoogt Gert Oostindie op 19 april tijdens de collegedag over Nederland en de slavernij in Amsterdam. De collegedag is een initiatief van Historisch Nieuwsblad en de Feniks Academie.

    door Floris Betlem

    Over de slavenhandel en het Nederlandse aandeel daarin is al veel gezegd en geschreven, denk bijvoorbeeld aan de uitspraak dat de Amsterdamse grachtengordel op slavenbloed gebouwd zou zijn. Wat klopt er nu eigenlijk wel en niet van deze opvattingen?
    ‘Het slavernijverleden is, net als bijvoorbeeld de Tweede Wereldoorlog, een historisch onderwerp met een sterke morele dimensie. Als historicus moet je die emoties op waarde schatten, maar je eerste taak is om het debat te voeden met kennis van zaken. Er wordt druk gedebatteerd over de winstgevendheid van slavenhandel en slavernij; die varieerde naar tijd en plaats, daarover zal ik zeker spreken. Maar dat Nederland juist van de slavenhandel zo rijk is geworden, dat klopt niet. Er woonden steenrijke Amsterdammers met belangen in slavenhandel in grachtenhuizen, maar het is niet aannemelijk dat de grachtengordel werd aangelegd op winsten uit die branche.'

    Hoe raakten de Nederlanders betrokken bij de slavenhandel?
    ‘Na de "ontdekking" van Amerika in 1492, leerden de Spanjaarden en Portugezen snel dat er veel geld te verdienen was met suikerplantages. Daarvoor was veel arbeid nodig. De inheemse bevolking was gedecimeerd en niet te dwingen, Europeanen konden evenmin gedwongen worden. Toen ontstond het plan hiervoor Afrikanen te halen, als slaaf. In de tijd dat Nederland Brazilië van de Portugezen had overgenomen (1630-1654) keek Nederland deze perverse truc af en ging er mee verder.’

    Er wordt gesteld dat de WIC minder succesvol was dan zijn tegenhanger de VOC, welke oorzaken lagen daaraan ten grondslag?
    ‘De VOC had een Nederlands monopolie en was eigenlijk een schakel in een veel groter Aziatisch netwerk waarin producten uit alle delen van de wereld werden verhandeld. De VOC speelde slim in op deze kansen. De WIC verloor al snel het monopolie, zo was de slavenhandel "vrij" en werd Suriname door een aparte Sociëteit van Suriname bestuurd, waarin de WIC alleen een aandeel had. En op de Nederlandse markt werden producten uit de Caribische kolonies niet afgeschermd van importen van elders. Aandeelhouders van de VOC waren veel beter af dan die van de WIC.’

    Hoe werd de slavernij in de Nederlandse samenleving gerechtvaardigd?
    ‘Er werden verschillende argumenten gebruikt om slavenhandel en slavernij te rechtvaardigen. Uiteindelijk ging het gewoon om geld. Het misbruik van Afrikanen werd vergoelijkt omdat zij minderwaardig zouden zijn en niet christelijk waren. Cynisch werd wel gesteld dat de Afrikanen uiteindelijk ook profiteerden, omdat zij in aanraking kwamen met onze "ontwikkelde beschaving". Er waren ook tegenstanders van de slavernij, maar die waren veruit in de minderheid. Pas in de decennia voor de officiële afschaffing van de slavernij in 1863, ontstond vooral onder Britse druk een anti-slavernij beweging in Nederland.’