Home Dossiers Fout in de oorlog Zwaaien met een besmette vlag

Zwaaien met een besmette vlag

  • Gepubliceerd op: 26 juli 2022
  • Laatste update 08 nov 2022
  • Auteur:
    Teun Willemse
  • 5 minuten leestijd
Zwaaien met een besmette vlag
Cover van
Dossier Fout in de oorlog Bekijk dossier

Een voormalig adviseur van Donald Trump, Michael Flynn, riep afgelopen weekend Amerikanen op om Nederlandse vlaggen op sociale media te plaatsen als steunbetuiging aan de boeren. Vlaggen spelen een grote rol bij protesten tegen het stikstofbeleid: boze boeren hangen de Nederlandse vlag ondersteboven en sommige demonstranten zwaaien met de oranje-wit-blauwe Prinsenvlag. De afgelopen eeuwen probeerden nationalistische groepen van die Prinsenvlag de officiële Nederlandse driekleur te maken, maar door associaties met de NSB is het een omstreden symbool geworden.

Op schilderijen van VOC-schepen prijkt soms de oranje-wit-blauwe vlag die tijdens de Tachtigjarige Oorlog symbool stond voor de strijd tegen Spanje: de Prinsenvlag. De kleuren zouden voor het eerst gebruikt zijn door de Watergeuzen die in 1572 Den Briel innamen. Om Willem van Oranje te eren, kleurden zij de bovenste band van de rood-wit-blauwe vlag oranje. De Prinsenvlag werd echter nooit het officiële dundoek van de Republiek: tijdens het Eerste Stadhouderloze Tijdperk (1650-1672) kozen de regenten voor het rood-wit-blauw.

Een VOC-schip voert de oranje Prinsenvlag.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €3,99 per maand, de eerste maand €1,- Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Symbool voor racisme

Die keuze betekende echter niet het einde van de Prinsenvlag. Kolonisten introduceerden het ‘Oranje, Blanje, Bleu’ in Zuid-Afrika, toen zij in de zeventiende eeuw een kolonie stichtten aan de Kaap de Goede Hoop. In 1928 werd de Prinsenvlag officieel aangenomen als Zuid-Afrikaans staatssymbool. In de Zuid-Afrikaanse variant werden drie kleine vlaggetjes toegevoegd: die van het Verenigd Koninkrijk, de Oranje-Vrijstaat en Transvaal.

Maar na opheffing van de apartheid in 1994 werd de Prinsenvlag in de ban gedaan. De driekleur stond volgens de Zuid-Afrikaanse rechtbank symbool voor de erfenis van racisme. Sinds 2019 mag de vlag, die vooral populair is bij blanke nationalisten, niet meer gebruikt worden bij demonstraties in het land.

Zwaaien met de Prinsenvlag is in Zuid-Afrika verboden.

Nederlandse kolonisten namen de Prinsenvlag ook mee naar de Verenigde Staten. Aan het begin van de twintigste eeuw gebruikten Amerikaanse plaatsen die historische banden hebben met Nederland de Prinsenvlag als inspiratie voor hun eigen logo. De Amerikaanse stad Albany en de wijk The Bronx in New York verwerkten het oranje in hun vlaggen.

De vlag van de Amerikaanse stad Albany.

Zelfs bij het ontwerp van de vlag van New York is de Prinsenvlag als voorbeeld gebruikt.

New York verwerkt in 1915 oranje in zijn vlag.

Koninklijk Besluit

Ook in Nederland verdween de Prinsenvlag nooit helemaal. Voor nationalistische groeperingen in de twintigste eeuw stond de vlag symbool voor vaderlandse trots; zij probeerden het dundoek daarom alsnog tot nationale vlag te promoveren. In de jaren dertig besloot ook de NSB de Prinsenvlag te omarmen. Ze hesen deze bij hun bijeenkomsten, en ook bij het NSB-hoofdkwartier in Utrecht wapperde de vlag met de oranje baan.

Tijdens een Hagespraak in 1938 hijst de NSB de Prinsenvlag samen met de Duitse hakenkruisvlag.

Het kabinet-Colijn IV wilde in 1937 aan alle twijfel een einde maken door het rood-wit-blauw wettelijk vast te leggen als officiële kleuren van het Koninkrijk der Nederlanden; een beslissing die door koningin Wilhelmina werd bekrachtigd. Het Koninklijk Besluit kon echter niet voorkomen dat de NSB de vlag bleef voeren, of dat de vlag na de Tweede Wereldoorlog bleef opduiken. Zo hesen twee PVV-Kamerleden de vlag in 2011 bij hun werkplek, omdat zij het symbool koppelden aan de Nederlandse successen in de Gouden Eeuw. Die actie werd hen niet in dank afgenomen vanwege de associatie met de NSB.

Tegenwoordig wordt de Prinsenvlag steeds vaker gebruikt bij anti-overheidsprotesten, zoals bij demonstraties tegen het corona- of stikstobeleid. Maar het omstreden oranje-wit-blauw is vooral populair bij extreemrechtse groeperingen. Neonazistische actiegroepen zwaaien bij demonstraties vaak met de vlag van de Watergeuzen, die voorgoed lijkt te zijn veranderd in een nationaal-socialistisch symbool.