Home Dossiers Psychologie Nostalgie kon je letterlijk ziek maken, schreef een Duitse arts

Nostalgie kon je letterlijk ziek maken, schreef een Duitse arts

  • Gepubliceerd op: 07 okt 2025
  • Update 24 okt 2025
  • Auteur:
    Arjen van Lil
Herder met vee in Alpen
Patiënt met neurasthenie
Dossier Psychologie Bekijk dossier

Nostalgie is heel normaal: wie verlangt er niet soms terug naar een ‘goede oude tijd’? Voor nostalgische stemmingen ga je niet naar de psychiater. Maar 250 jaar geleden was ‘nostalgia’ wel een ernstige kwaal. De term stond voor een heimwee die mensen die ver van huis waren letterlijk ziek kon maken. Wat is de overeenkomst tussen die oude en onze moderne nostalgie?

In het jaar 1687 reisde de 18-jarige arts Johannes Hofer samen met Zwitserse huurlingen door de vele koninkrijken en staatjes van het Europese continent. Waar geld was, kwamen zij. De Zwitserse huurlingen professioneel, gedisciplineerd en stevig bewapend stonden te boek als de besten van hun soort. Het zal niet altijd even makkelijk converseren zijn geweest bij het kampvuur – een jonge arts tussen een stel doorgewinterde, gelittekende vechtjassen. Ieder sprak zo zijn eigen taal. Maar misschien wist Hofer tussen alle wapenfeiten en heldendichten toch wel de juiste snaar te raken. Want wat ze met elkaar gemeen hadden, was het gemis van thuis.

Meer historische context bij het nieuws van vandaag?

Meld u aan voor de gratis nieuwsbrief van Historisch Nieuwsblad.
Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in uw inbox.

Sterker nog, zo dacht Hofer te zien, het kon sommigen zó ziek maken dat zij volledig bezweken aan neerslachtigheid, depressie en alles wat de geest kon bezitten. Ze wilden niet meer eten, niet meer drinken, en sommigen besloten zichzelf van het leven te beroven. Een berucht lied, Kuhreihen (‘koeienrijen’), zou de Zwitserse huurlingen zelfs tot waanzin drijven. De pijn van het verlangen naar huis, waar de koeien zo fijn in rijtjes over de paadjes door de Alpen wandelden, was onverdraaglijk. Het lied werd verboden en zij die het zongen wachtte zelfs de doodstraf. In de volksmond stond de aandoening ook wel bekend als le mal Suisse, oftewel de ‘Zwitserse ziekte’. Maar Hofer noemde haar ‘nostalgia’. Een ernstige ziekte, die zij die oorlog en ontheemding hadden meegemaakt het zwaarst leek te treffen. Nostalgie kon doden.

De pijn van het verlangen naar huis was onverdraaglijk

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel leest u historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Nu de eerste maand voor maar 1,99.

In deze tijd is nostalgie geen dodelijke ziekte meer. Dat komt omdat de term bij ons andere associaties oproept. Wanneer wij het hebben over nostalgie, denken we aan ons verleden, aan een tijd toen alles nog goed was. Zorgeloos, vrij en warm. We kennen het  allemaal wel, het is een alledaags gevoel. Nostalgie zit diep in de haarvaten van onze cultuur en is een wijze van spreken geworden, waarmee wij elkaar moeiteloos begrijpen.

Maar Hofer dacht wat anders te zien. Hij had het niet over dat gevoel van ons, dat soms als een briesje even makkelijk opkomt als weer weggaat. Nee, hij ontwaarde een ernstiger soort, dat specifiek de thuisloze mens trof. Zó specifiek, dat er nog geen woord voor was. Hofer, teruggrijpend op de Griekse Oudheid, besloot de twee Griekse woorden nostos (‘terugkeer’ of ‘thuiskomst’) en algos (‘pijn’) samen te voegen. Het nieuwe begrip nostalgia verwees naar het pijnlijke verlangen naar huis, de pijn van terugkeer en het niet kunnen terugkeren. Het was een samenvoeging die de Grieken zelf niet hadden gemaakt.

Zwitserse huurling keert terug naar huis
Zwitserse huurling keert terug naar huis. Schilderij door Sigmund Freudenberger, circa 1780.

Maar nostos, het eerste deel van het woord, betekende veel in de Griekse cultuur. Voor Homerus, de vermoedelijke schrijver van de Ilias en de Odyssee, vormde het begrip zelfs de kern van zijn werk. Dat gaat namelijk over Grieken die naar huis verlangen tijdens de tien jaar durende belegering van Troje. En over Trojanen die terugverlangen naar hun vredige thuis, in de tijd waarin de Griekse soldaten nog niet op hun stranden waren gelegerd. Wie deze beroemde verhalen goed leest, komt erachter dat nostos een terugkerend thema is. Misschien heeft het mensen in de Griekse Oudheid wel meer beziggehouden dan we denken.

Geen feest van herkenning

Neem bijvoorbeeld het verhaal van Odysseus. Na de verovering en vernietiging van Troje stapt hij, net als veel van zijn krijgsmakkers, op zijn boot terug naar huis. Bestemming: Ithaka, een heuvelachtig eiland aan de westkust van hedendaags Griekenland. Maar terwijl Odysseus een voorspoedige reis voor ogen heeft, hebben de goden anders bepaald. Hij zal er namelijk nog eens tien jaar over doen om thuis te geraken. Stormen, stromingen en allerlei uitdagingen in de vorm van sluwe sirenen, eenogige cyclopen en meerkoppige diepzeemonsters verhinderen dat Odysseus thuiskomt. Uiteindelijk, nadat hij zijn volledige bemanning heeft verloren, weet hij de kust van Ithaka te bereiken. Maar eenmaal daar, met het zand onder de voeten, doet het silhouet van het landschap hem vreemd aan. Odysseus kan zijn thuisland niet herkennen. Is hij wel echt thuis?

Odysseus kan zijn thuisland niet herkennen

Nu zal menige Griek zich wel eens hebben vergist in de ruim 6000 eilandjes, maar dit keer is het de godin Athena die roet in het eten gooit. Kwaadgezind heeft ze besloten om een dichte mist op Ithaka te toveren. Bovendien treft Odysseus een veranderd thuis aan: in zijn afwezigheid hebben de minnaars zich in zijn huis rondom zijn vrouw Penelope verzameld en tot zijn ontroering vindt hij zijn geliefde hondje Argos in een vermagerde staat terug. Alles is niet meer wat het was.

Om de minnaars uit te spelen vermomt Odysseus zich als bedelaar. Ook nadat hij de begerende mannen in duels, wedstrijden en andere krachtmetingen heeft verslagen – en zelfs nadat hij zich van zijn vermomming heeft ontdaan – herkent zijn vrouw hem niet terug. Thuiskomen is allesbehalve een feest van herkenning. Nee, thuiskomen – écht thuiskomen – is meer dan de stap over de deurdrempel.

Odysseus komt thuis
Odysseus komt thuis op Ithaka, waar minnaars zijn vrouw Penelope het hof maken. Schilderij door Pinturicchio, 1506.

Het verhaal van Odysseus resoneert vandaag de dag nog steeds onder ontheemden en veteranen. Het laat duidelijk zien dat thuiskomen geenszins een eenvoudige opgave is. Maar onze Zwitserse arts dacht daar anders over. De remedie lag volgens Hofer vrij eenvoudig in de terugkeer naar de Alpen. De frisse berglucht, de groene weiden, de vrijheid en natuurlijk de koeien zouden de zieke thuislozen weer genezen. Hij had dan wel de Odyssee gelezen, maar de metaforische uitdagingen die Odysseus in zijn terugkeer had moeten overwinnen leken de jonge Hofer nog niet zo veel te interesseren.

Want wat het verhaal van Odysseus probeert duidelijk te maken, is dat het verlangen naar huis in feite een verlangen is naar het thuis van voor het vertrek. Odysseus wil terug naar de situatie toen alles nog goed was, de situatie voor de oorlog, de situatie van een onaangetast thuis. De mist waarin hij aankomt symboliseert onherkenbaarheid. Thuiskomen is de confrontatie met een onomkeerbare verandering. Zowel degene die vertrok als degenen die achterbleven zijn veranderd. De één door de oorlog en de reis, de anderen door alles wat het leven in de tussentijd op hun pad wierp. Iedere poging om de situatie van voor het vertrek te reconstrueren zal daarom falen. De voorwaarden zijn nu eenmaal veranderd. De tijd verstrijkt.

De nostalgie-epidemie

Nadat Hofer de term nostalgie in de wereld bracht, veroverde het geleidelijk de menselijke belevingswereld. In de eerste plaats als een diagnose: het was een ziektebeeld dat zich met name voordeed onder migranten, zoals Europeanen die naar Amerika migreerden, en veteranen. De nostalgie-epidemie nam grote vormen aan tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog van 1861-1865, toen vele duizenden jongemannen de diagnose kregen toegewezen. De indrukken van de oorlog, de confrontatie met de dood, het dreigende gevaar – het kon niet sterker met het idee van thuis contrasteren.

Later in de negentiende eeuw ontwikkelde nostalgie zich tot een kwellende ziekte onder kinderen die uit huis waren geplaatst om elders in gevaarlijke fabrieken, onbekende pleeggezinnen of andere vervreemdende toestanden te werken en te leven. Het was de ziekte die wederom niet alleen de afwezigheid van het thuis symboliseerde, maar ook de onzekerheid, angst en dreiging van de nieuwe situatie. Nostalgie hoorde bij de ontheemde mens.

Na de Eerste Wereldoorlog leek de diagnose te verdwijnen. Deels, waarschijnlijk, omdat andere termen zoals shellshock en later PTSS (post-traumatisch stresssyndroom) het taalgebruik overnamen. Maar ook omdat nostalgie een andere lading kreeg. Niet langer was het een pathologiserende term, een ziekte, maar een gevoel. In de jaren zestig gingen politici, schrijvers en adverteerders met nostalgie aan de haal om nationale narratieven te creëren of stem en -koopgedrag te beïnvloeden. Nostalgia sells. Nostalgie werd de belofte van terugkeer naar een tijd toen alles simpeler was, beter, en – interessant genoeg – vooroorlogs. Oorlog, die alles verandert, is de katalysator van nostalgie.

Hoewel dromen van een vooroorlogse wereld ongetwijfeld terecht kunnen zijn, is nostalgie een gevaarlijke emotie als ze in verkeerde handen valt, zo schrijft Agnes Arnold-Forster in Nostalgia: A History of A Dangerous Emotion. Want als nostalgie de menselijke geest kan bewegen, dan kunnen zij die nostalgie verspreiden en verkopen ook de mens bewegen. Het gebeurde in het Verenigd Koninkrijk met de Brexit-retoriek van ‘Take back control’, het gebeurde in de Verenigde Staten met de Trump-retoriek van ‘Make America Great Again’, en het gebeurt in Europa met de opleving van het populisme. Nostalgie is niet slechts het verlangen naar een verleden, fictief of niet, het is tegelijk de verwerping van het heden. Wat was zou weer moeten zijn. Wat is, zou niet meer moeten zijn.

Nostalgie is een gevaarlijke emotie als ze in verkeerde handen valt

Nostalgie kan een drijvende kracht zijn voor verandering. De beoogde terugkeer naar het verleden is daarmee evenzeer een zaak van het heden. Maar tweestellingen polariseren: alles wat het heden niet heeft, kan het verleden ineens wel lijken te hebben; daar is het gras groener. Zo stonden de ontberingen die de Zwitserse huurlingen en Amerikaanse veteranen in oorlog ervoeren in schril contrast met het beeld van thuis. Maar wie beweerde eigenlijk dat het thuis altijd zo goed was?

Een wezenlijke functie in ons bestaan

Nee, de schets van het verleden is lang niet altijd correct. Nostalgische individuen worden soms zelfs als sentimentalisten neergezet, selectief in de interpretatie van het verleden. Meer complexe tijden kunnen zodoende ook positief herinnerd worden. Zo ervaart een deel van de oudere generatie in voormalige Sovjetgebieden nog nostal’giya po SSSR: nostalgie naar de Sovjettijd. Die periode staat voor stabiliteit, omkijken naar elkaar en een idee van gemeenschappelijke vooruitgang onder de rode vlag. ‘Niet alles was slecht,’ zo luidt het vaak, waarmee thema’s als repressie en individuele onvrijheid slechts marginaal worden.

Dergelijke ideeën worden gevoed, zoals door het Russische staatsapparaat, maar de neiging om het verleden roze te kleuren lijkt ook een manier te zijn om complexe en moeilijke geschiedenissen onder ogen te komen. Misschien stelt de nostalgische blik ons in staat om licht te zien in een donker verleden, en vervult hij zelfs een wezenlijke functie in ons bestaan.

Nostalgie is ook niet meer wat het was, zo schreef de Franse actrice Simone Signoret eens treffend. Dat klopt: eenmaal aan de pathologie ontstegen, is ze tot een individuele en collectieve emotie omgeschreven. Maar de woordspeling van Signoret is scherper dan dat. Ze haakt namelijk aan bij de enige constante die nostalgie door de tijd heen is blijven karakteriseren. En dat is de confrontatie met veranderlijkheid en de tragiek van vergankelijkheid. Dat geldt voor Odysseus, als hij de zeeën trotseert op weg naar een vreemd thuis; voor de Zwitserse huurlingen van Hofer, voor wie een lied over koeien net zo dodelijk kon zijn als het oorlogsgeweld; en voor hedendaagse migranten en thuislozen, in het aanzien van een onzeker bestaan.

Verandering is de enige constante, zo stelde de Griekse filosoof Heraclitus al turend naar een voorbij stromende rivier. In tijden van stormachtige verandering is het verleden een veilige haven. Een imaginaire haven, die ons misschien wel in staat stelt om juist de storm van het heden te trotseren. Het geeft ons houvast. De hoop om iets terug te vinden van wat ooit was, kan mensen en samenlevingen op de been houden. Maar het besef dat het verleden niet meer terug te halen is, kan ook leiden tot pijn en intolerantie naar de nieuwe werkelijkheid. Ergens daartussen ligt het ideale evenwicht. Uiteindelijk, zonder nostalgie, zou het heden maar ondraaglijk zijn en het verleden onaangenaam.

Loginmenu afsluiten