Home ‘Joodse vluchtelingen mochten niet integreren’

‘Joodse vluchtelingen mochten niet integreren’

  • Gepubliceerd op: 28 november 2023
  • Laatste update 05 dec 2023
  • Auteur:
    Marchien den Hertog
  • 13 minuten leestijd
Duits-Joodse vluchtelingen (‘Ongewenschte Vreemdelingen’’) worden onder begeleiding van de Nederlandse marechaussee per trein teruggestuurd naar Duitsland vanaf Station Zevenaar.

Anne Frank is wereldwijd het gezicht geworden van de Shoah. Minder bekend is dat zij geen Nederlands meisje was, maar een Duitse die met haar familie het naziregime was ontvlucht. In de jaren dertig kwamen circa 24.000 Duitse Joden naar Nederland. Christine Kausch onderzocht hoe het ze hier verging, en wat er met hen gebeurde na de Duitse inval.

Wanneer kwamen de eerste Duitse Joden naar Nederland?

‘Meteen in 1933, nadat Hitler tot rijkskanselier was benoemd en daarna de macht overnam. Er was een eerste golf vanaf april 1933, toen de nationaal-socialisten opriepen tot een boycot van Joodse winkels en bedrijven. Er kwamen toen enkele duizenden Joden naar Nederland.’

Meer interviews lezen? Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.

Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in uw inbox.

Hoe werden die eerste vluchtelingen hier opgevangen?

‘De Nederlandse regering heeft meteen gezegd: dit is niet ons probleem, we geven geen geld, jullie moeten het zelf oplossen. Er is daarom al vroeg een Joodse hulporganisatie opgericht, het Comité voor Joodsche Vluchtelingen. Aan het begin waren de grenzen nog redelijk open en konden Duitse Joden zich hier vestigen. Ze mochten nog geld meenemen en werken in Nederland. Maar al eind 1933, begin 1934 kwamen de eerste maatregelen om mensen uit te sluiten van de arbeidsmarkt. Vrij onbekend is bijvoorbeeld dat voor buitenlanders de toegang tot de universiteiten werd beperkt. Maar artsen en juristen moesten in Nederland een examen doen om te werken. Zij konden dus vaak niet hun eigen beroep voortzetten.’

Hoe losten ze dat op?

‘Voor werk in loondienst was een vergunning nodig. Daarom zijn heel veel mensen gaan ondernemen. Ze richtten een eigen zaak op of werden vertegenwoordiger, soms voor Duitse bedrijven. De mogelijkheid om zelf een bedrijf te beginnen werd pas in 1937 beperkt.’

Joodse vluchtelingen uit Duitsland worden door een aankomstcomité ontvangen op station Amsterdam Centraal. April 1933.
Joodse vluchtelingen uit Duitsland worden door een aankomstcomité ontvangen op station Amsterdam Centraal. April 1933. Bron: Spaarnestad Photo.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Het beleid werd dus steeds restrictiever?

‘Het begon met het beroepsmatig uitsluiten van mensen. Daarna werd het steeds moeilijker om het land binnen te komen. Al meteen wilde Nederland geen Oost-Europese Joden hebben, die werden tegengehouden bij de grens of soms gedwongen door te reizen.

‘Nederland stuurde mensen terug naar Duitsland’

Uiteindelijk heeft Nederland aan het begin van 1938 de grenzen voor alle – ook de Duits-Joodse – immigranten gesloten en gezegd: vluchtelingen zijn nu ongewenste elementen. Alleen mensen die konden laten zien dat ze in direct gevaar waren, konden nog binnen komen.’

Toch kwam er een nieuwe golf.

‘Ja, na de Kristallnacht op 9 november 1938 heeft de Nederland de grens weer een beetje open gezet. Maar zij hadden het een stuk minder makkelijk dan de mensen die een paar jaar eerder kwamen. Deze vluchtelingen mochten helemaal niet meer werken. Een deel van hen kwam terecht in kampen, ook mensen die legaal waren gekomen. De overheid wilde niet dat ze integreerden in de Nederlandse maatschappij. Het idee was: ze komen hiernaartoe, ze zijn veilig en gaan dan verder naar andere landen.’

Wie waren de mensen die niet legaal naar Nederland kwamen?

‘Mensen die na de pogrom van november, waarbij tienduizenden Joodse mannen waren gearresteerd, Duitsland zo snel mogelijk wilden verlaten. Niet alleen Joden uit het grensgebied, maar ook uit Berlijn of uit het voormalige Oostenrijk, dat inmiddels deel van Duitsland was. Heel veel Joden uit Wenen, terwijl dat niet dichtbij was. Mensen hadden natuurlijk contact met elkaar, ze wisselden uit waar je de grens over kon.’

Wat gebeurde er hier met ze?

‘Het ministerie van Justitie stelde: illegale immigranten hebben de wet overtreden, dus behandelen we ze anders. Er werden mensen teruggestuurd naar Duitsland, anderen kwamen terecht in speciale interneringskampen. In december 1938 was er een grote actie van de Nederlandse overheid om illegalen te interneren. Een paar honderd mannen zijn toen naar kampen gebracht.’

Strafkamp Norg

In Nederland zijn zes kampen voor illegalen geweest. In totaal verbleven er ongeveer 650 mannen – vrouwen werden niet opgepakt. Op 19 december 1938 werden circa 400 illegale Duits-Joodse vluchtelingen op het bureau van de Vreemdelingendienst in Amsterdam ontboden en in bussen gestopt. Zo’n 200 ouderen werden afgevoerd naar een kamp in Hoek van Holland, 90 mensen naar Reuver, en de jongeren werden opgesloten in strafkamp Norg in Veenhuizen.

Hier brachten ze de eerste nacht door achter tralies. De weken daarop werden ze behandeld als gevangenen, moesten ze een speciaal groen pak aan en mochten ze alleen onder bewaking marcheren in de sneeuw. Vluchtelingen die daar hadden gezeten maakten de vergelijking met Dachau. Op 3 januari 1939 werden de mannen overgebracht naar Hellevoetsluis, waar de situatie iets beter was, en in augustus naar een voormalige slagerij in Hoek van Holland. Een deel van de hen eindigde in het voorjaar van 1940 in Westerbork.

Hoe waren de omstandigheden daar?

‘De vrijheid was in het begin erg beperkt. Vluchtelingen mochten het kamp niet verlaten. Ze werden gescheiden van hun vrouw en kinderen. De vluchtelingen probeerden dat met bijvoorbeeld een hongerstaking te veranderen. Daarna werd het wel iets beter. Het waren geen werkkampen, ze hoefden hooguit te helpen met schoonmaken of in de keuken. Maar ze zaten wel vast. Er was geen kans om een opleiding te volgen en het was moeilijk om verdere emigratie voor te bereiden.

De tijd verstreek en ze hadden geen zicht op de toekomst. Zo schrijft Hans Jacoby, die in Hoek van Holland zat, op 20 november 1939 in zijn dagboek: “Gisteren, op de dag af, was ik elf maanden geïnterneerd. Wat een tijd is daarmee nutteloos voor mij verspild, ik kan gek worden als ik daaraan denk. Elf maanden, in die tijd kan zelfs een olifant een jong baren, maar ik heb niets kunnen doen behalve zitten en wachten”.’

Was de Nederlandse regering restrictiever dan andere landen?

‘Nee, eigenlijk niet. De Europese landen hebben veel naar elkaar gekeken. Als het ene land restrictiever werd, werd het andere land dat ook. Het was een wisselwerking.’

‘Als het ene land restrictiever werd, werd het andere land dat ook’

Hoe voelden de Duitse vluchtelingen zich hier?

‘Dat verschilt per groep. De Joden in de kampen, vooral die voor “illegalen”, voelden zich ongewenst. Ze dachten: we worden niet gezien, mensen weten niet wat er met ons gebeurt. We zijn hiernaartoe gekomen omdat we geen andere kans zagen na de pogroms, en nu beschouwen ze ons als criminelen. Het CJV probeerde ze wel te helpen met emigratie. Maar dat was vaak niet mogelijk, want meer en meer landen sloten de grenzen.’

En de vluchtelingen buiten de kampen, waren zij geïntegreerd?

‘Sommige mensen wel. Er was hulp, er zijn verhalen van buren die langskwamen, die de kinderen mee naar school namen of iets te eten brachten. Ik denk dat het in de kleine steden makkelijker was om nauwer contact te krijgen met de Nederlandse bevolking. Ook in Amsterdam kwamen vluchtelingen wel in aanraking met Nederlanders: buren, kinderen op school of collega’s op het werk. Maar daar was een grote concentratie van Duitse Joden. En dat betekende dat veel vluchtelingen vooral elkaar zagen, wat hen isoleerde van de rest van de bevolking. De moeder van Anne Frank bijvoorbeeld werkte niet, had moeite met Nederlands en leefde echt in een Duits-Joodse omgeving.’

Zijn de ervaringen van de familie Frank representatief voor de Duitse-Joodse vluchtelingen?

‘De familie was heel typisch voor de groep die relatief vroeg naar Nederland kwam, die een kans had om een bedrijf op te richten en een nieuw leven op te bouwen. Je ziet bijvoorbeeld dat Anne snel is geïntegreerd. Maar voor de mensen die moeite hadden om een baan te vinden of in de vluchtelingenkampen zaten, was het verhaal heel anders.’

Riepen ze weerstand op of was er wel begrip?

‘Veel vluchtelingen schrijven dat mensen niet wisten – of niet wilden weten – wat er in Duitsland gebeurde. Er was geen interesse in hun geschiedenis. En er was weerstand vanwege de werkloosheid in Nederland – nieuwkomers werden beschouwd als concurrentie. Nederlandse Joden waren bang dat het antisemitisme zou toenemen. Mensen vonden het bovendien niet leuk dat vluchtelingen Duits spraken en met Duitse dingen bezig waren.’

Kwam de Duitse inval als een verrassing voor de vluchtelingen?

‘Daarin waren grote verschillen. Sommigen zeiden: Nederland is neutraal, er gaat niets gebeuren. Anderen waren wel bang en dachten bijvoorbeeld: misschien zijn we veilig achter de Waterlinie. Dus sommige Joden in het oosten van het land hebben al voor de inval een kamer gehuurd in Amsterdam om daarnaartoe te kunnen, of zijn verhuisd naar het westen. Sommigen hebben hun geld naar het buitenland overgemaakt of in Nederland ondergebracht op een plek waar het veilig was.

Nederlandse collectanten verzamelen bij dierentuin Artis in Amsterdam. In 1938 wordt een grote collectie  gehouden ten behoeve van de Joodse vluchtelingen
Nederlandse collectanten verzamelen bij dierentuin Artis in Amsterdam. In 1938 wordt een grote collectie gehouden ten behoeve van de Joodse vluchtelingen. Bron: Spaarnestad Photo.

De vluchtelingen waren bang wat er zou gebeuren als de Duitsers echt kwamen en hebben nagedacht over de consequenties van een inval. Veel mensen hebben nog geprobeerd om te emigreren. Zelfs Joden die hier een bestaan hadden opgebouwd en zich goed voelden, zochten naar mogelijkheden om naar het buitenland te gaan. Het was oorlog in Europa, ze hadden gehoord wat er met de Poolse Joden was gebeurd in 1939. De Duitse vluchtelingen keken altijd heel goed wat er in de rest van Europa gebeurde.’

Wat deden ze toen de Duitsers Nederland binnenvielen?

‘Voor de mensen in de kampen was de situatie moeilijk, een evacuatie van Westerbork is gestrand in Leeuwarden. De andere Duitse burgers moesten van de Nederlandse overheid binnen blijven, en in enkele gemeentes zijn ze geïnterneerd – samen met Duitse nationaal-socialisten en NSB’ers. De Duitse Joden zaten dus eigenlijk gevangen en hadden niet veel kans om nog weg te komen. Dat veranderde pas op 14 mei. Toen hebben sommigen nog geprobeerd om naar IJmuiden te gaan, maar dat was voor de meesten te laat.’

Wat gebeurde er na de capitulatie?

‘De Duitsers gingen meteen vluchtelingen arresteren. Ze waren op zoek naar politieke tegenstanders, maar ook naar mensen die illegaal deviezen hadden meegenomen. Er was een vluchteling in dienst van het Nederlandse leger. Die hebben ze gearresteerd en beschuldigd van vijandige acties tegen zijn eigen land. Hij is in Duitsland voor het gerecht gedaagd en – heel interessant – vrijgesproken en terug naar Nederland gestuurd. Maar anderen werden naar Duitse gevangenissen gebracht en van daar later deels doorgestuurd naar de kampen.’

Waren de vluchtelingen toen al stateloos?

‘Nee, dat werden ze in het najaar van 1941. Er was toen ook een onderhoud tussen de hoogste SS’er in Nederland Hanns Rauter en Karel Frederiks, secretaris-generaal op het ministerie van Binnenlandse Zaken. De Duitsers vroegen: wat gebeurt er als we de Nederlandse Joden zouden deporteren? De reactie was: dat kunnen jullie niet doen, daar zullen we ons tegen verzetten. Daarna vroegen ze: wat als we de Duitse Joden deporteren uit Nederland? Toen was het antwoord: dat zijn jullie eigen onderdanen, daar hebben we niets mee te maken en daar kunnen we niets aan doen. En dat was het verschil: de Duitse Joden hadden geen zekerheid, ze konden nergens op terugvallen en werden niet beschermd. Ze waren vogelvrij, de Duitsers konden met hen doen wat ze wilden.’

Wat had dat voor consequenties?

‘In september 1941 werd in een gesprek tussen Hitler en Seyss Inquart besloten om de Duitse Joden in Nederland als eersten te deporteren. Ze wisten niet hoe de Nederlandse bevolking en ambtenaren zouden reageren op massale deportatie van de Nederlandse Joden. Het was makkelijker om met de eigen Joden te beginnen.

‘Duitse Joden wisten wat er kon gebeuren’

Eind 1941 dwongen ze alle buitenlandse Joden zich te registreren voor “emigratie”.  Enkele weken later zijn ze mensen in Westerbork gaan concentreren. Toen wisten de vluchtelingen: er gebeurt iets. Registreren voor emigratie, is dat misschien deportatie? Ze hadden nog steeds contact met Duitsland en de deportaties daar begonnen in oktober 1941. Ze werden bang. Dat was een moment dat veel vluchtelingen zijn begonnen om naar uitwegen en vluchtroutes te kijken, rond de jaarwisseling van 1942.

Ze zorgden dat ze konden onderduiken als de deportaties zouden beginnen. De familie Frank bijvoorbeeld is in deze tijd begonnen om het Achterhuis klaar te maken. Dat was niet een week voor de onderduik, maar maanden eerder. En interessant om te zien: het was niet lastiger voor Duitse Joden om een plek te vinden, ook niet toen de deportaties begonnen. Je had niet hele nauwe contacten nodig. Soms hielpen buren of leraren. Of ze huurden een kamer onder een andere naam, namen een andere identiteit aan, doken onder in de bossen. Er waren mogelijkheden.’

Handelden zij adequater dan de Nederlandse Joden?

‘Er waren ook Nederlandse Joden die zich voorbereidden. Maar vluchtelingen schrijven over die eerste jaren wel: de Nederlands Joden voelen zich nog steeds veilig.’

Cijfers

Volgens de Duitse rassenwetten woonden er circa 570.000 Joden in Duitsland, van wie er bijna 280.000 zijn gevlucht. Hiervan zijn naar schatting 24.000 Joden (8,5 procent) naar Nederland gegaan. Het Comité voor Joodsche Vluchtelingen heeft tussen 1933 en 1940 ongeveer 7500 mensen geregistreerd die Nederland weer hebben verlaten. Daarbovenop komen nog mensen die zonder contact met het comité verder zijn geëmigreerd en een klein aantal Joden dat tijdens de bezetting het land heeft kunnen verlaten.

In oktober 1941 bevonden zich nog 15.992 ‘vol- en half-Joden’ in Nederland, die hier na 1933 waren gekomen. De meeste waren Duits staatsburger (12.077), 2283 waren stateloos en 668 Pools – zij hadden vaak wel in Duitsland gewoond.

En zijn de Duitse Joden inderdaad als eersten gedeporteerd?

‘Waarschijnlijk in juni 1942 hebben de Duitsers dat idee herzien. In Frankrijk waren er problemen met de “transportcapaciteit”, waardoor ze niet het geplande aantal mensen konden deporteren. Toen heeft Eichmann gezegd: we willen nu toch een groot aantal mensen uit Nederland weghalen. En dat lukte niet met alleen de Duitse Joden. Daarom besloten ze om Duitse en Nederlandse Joden tegelijk te deporteren.’

Namen de spanningen tussen Duitse en Nederlandse Joden toe tijdens de bezetting?

‘Die zijn vooral geëscaleerd toen ze samen in Westerbork zaten. Vluchtelingen die al van het begin in het kamp zaten spraken geen Nederlands en waren nauwelijks in contact geweest met Nederlanders. Ze hebben zich heel verlaten gevoeld in de kampen. En dat hebben ze geprojecteerd op de Nederlandse Joden die naar Westerbork kwamen.

Affiche: ‘Helpt het comité voor joodsche vluchtelingen’,  1937. Ontwerper: Jan Lavies
Affiche: ‘Helpt het comité voor joodsche vluchtelingen’, 1937. Ontwerper: Jan Lavies.

De eerste inwoners zaten in de organisatie van het kampleven, ook toen de bezetter er een doorgangskamp van maakte. Dus ze stelden op bevel van de bezetters de lijsten op voor de treinen of regelden vrijstellingen. Vanuit Nederlands perspectief leek het of de Duitse Joden de eigen mensen probeerden te beschermen en de Nederlanders door te sturen.’

Klopte dat beeld?

‘Sommige Duitse Joden hadden meer mogelijkheden om een vrijstelling te krijgen.

Er waren bijzondere regelingen voor mensen met een buitenlands paspoort, en Duitse Joden hadden een grotere kans om zo’n pas te krijgen – daarbij speelden ook familienetwerken een rol. Sommigen hadden familie in Palestina en kwamen daardoor op een lijst terecht. Een deel van de mensen op die lijst is naar Bergen-Belsen gedeporteerd, en niet rechtstreeks naar een vernietigingskamp.

Ook kregen Duitse Joden gemiddeld eerder een oproep voor transport dan Nederlandse. Daarom zijn zij vroeg begonnen een baan te zoeken bij de Joodse Raad, die hun een vrijstelling bezorgde. En veel vluchtelingen waren al betrokken bij het CJV, waarvan het werk later werd voortgezet door de Joodse Raad.’

Hadden de Duitse Joden dus een betere kans om te overleven?

‘Onderzoekers hebben geconstateerd dat de Duits-Joodse vluchtelingen een iets grotere kans hadden dan de Nederlandse. Dat is interessant, omdat juist zij de eerste twee jaren in het vizier van de bezetter lagen. Maar daardoor wisten ze: ze kijken speciaal naar onze groep. Er was een groter bewustzijn onder Duitse Joden wat er kon gebeuren. En Nederlandse Joden dachten juist: dit gaat over Duitse immigranten, het heeft niets met ons te maken. Ze hebben zich daardoor misschien veiliger gevoeld.’

Christine Kausch
Foto door Marta Mamon.

Christine Kausch

(1978) studeerde geschiedenis, politicologie en muziekwetenschappen in Bochum, Sydney en Groningen. Nu woont ze in Berlijn. In januari 2024 verschijnt haar proefschrift Zuflucht auf Zeit. Juden aus Deutschland in den Niederlanden 1933-1945 bij Wallstein Verlag. Aan een Nederlandse uitgave wordt gewerkt.

Openingsbeeld: Duits-Joodse vluchtelingen (‘Ongewenschte Vreemdelingen’’) worden onder begeleiding van de Nederlandse marechaussee per trein teruggestuurd naar Duitsland vanaf Station Zevenaar. 1933. Bron: Spaarnestad Photo.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 12 - 2023