Home Dossiers Het verzet Eén tip kostte verzetsleider Lange Jan de kop

Eén tip kostte verzetsleider Lange Jan de kop

  • Gepubliceerd op: 01 mei 2026
  • Update 21 apr 2026
  • Auteur:
    Bram de Graaf
Thijssen tijdens de mobilisatie in 1939
Cover van
Dossier Het verzet Bekijk dossier

Verzetsleider Jan Thijssen lag in het najaar van 1944 dwars bij de vorming van de Binnenlandse Strijdkrachten. Niet lang daarna werd hij onder verdachte omstandigheden gearresteerd door de Duitsers. Wie had hen gebeld?

Op de koude donderdag 8 maart 1945 lagen langs de Arnhemseweg bij Woeste Hoeve ruim honderd levenloze lichamen in een lange rij in de berm. Er was een bord bijgeplaatst met de tekst: ‘Deze terroristen zijn terechtgesteld wegens een aanslag op een Wehrmacht-auto.’ Verkleumde fietsers moesten van Duitse soldaten afstappen en naar de doden kijken. Eén man had blijkbaar het weiland in willen vluchten. Hij hing over het prikkeldraad, de handen met wit parachutekoord op de rug gebonden. De Duitsers maakten hem los en sleepten zijn lijk naar de rij. Het was een uitzonderlijk lange man, viel op. Zijn verzetsnaam was dan ook ‘Lange Jan’. Het was de 1 meter 93 lange Jan Thijssen, oprichter van verzetsorganisatie Raad van Verzet.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van nu. Je leest al vanaf €4,99 per maand.

Thijssen was op 29 december 1908 in Bussum geboren en kwam uit een SDAP-familie. Zijn oom, schrijver Theo Thijssen, was voor de oorlog Kamerlid en later vakbondsleider. Jan Thijssen was gefascineerd door radiotechniek en maakte al op de hbs zelf radiotoestellen. Daarnaast was hij een uitstekend tekenaar, hij maakte graag karikaturen van mensen om hem heen. Aan de mts in Amsterdam studeerde hij cum laude af in de elektrotechnische richting. Na zijn militaire dienstplicht ging hij aan de slag bij de PTT. Eind jaren dertig werd hij in Den Haag aangesteld op de opsporingsafdeling van illegale telefoonnetwerken en verhuisde naar Rijswijk.

Meer historische context bij het nieuws van vandaag?

Meld u aan voor de gratis nieuwsbrief van Historisch Nieuwsblad.
Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in uw inbox.

Tijdens de mobilisatie zat Thijssen bij het 16e Infanterie Regiment dat in de meidagen van 1940 werd ingezet rondom Den Haag. Na de Nederlandse capitulatie pakte hij zijn werk weer op. In september 1940 trouwde hij met Cornelia van de Weijer.

Ook de Duitse bezetters gebruikten het Nederlandse telefoonnetwerk. Gedreven door vaderlandsliefde begon Thijssen met het saboteren en afluisteren van hun lijnen. Interessante informatie gaf hij door aan verzetskrant Vrij Nederland. Via zijn contacten daar kwam hij bij de Ordedienst (OD) terecht, waar hij hoofd Radiodienst werd. Voor de OD bouwde hij een goed functionerend radionetwerk op.

Identiteitsbewijs van Jan Thijssen
Vervalst identiteitsbewijs van Jan Thijssen
Een geldig (boven) en een vervalst identiteitsbewijs van Jan Thijssen.

Tot halverwege 1942 was de Oranjegezinde OD de grootste verzetsorganisatie van Nederland. Ze bestond uit voormalige legerofficieren en beroeps- en dienstplichtige militairen. Hun voornaamste doel was de orde handhaven als de Duitsers vertrokken om zo te voorkomen dat ongewenste groeperingen (lees: communisten) profiteerden van een machtsvacuüm zoals in Duitsland na de Eerste Wereldoorlog was gebeurd. Nadat de Duitsers een aantal belangrijke OD-kopstukken hadden gearresteerd en in mei 1942 alle Nederlandse beroepsofficieren opnieuw in krijgsgevangenschap moesten, werden ook niet-militairen toegelaten tot de OD. De landelijke leiding kwam in handen van cavalerie-reserveofficier jonkheer Pieter Six.

Critici vonden de OD conservatief en behoudend

Naast de OD opereerde sinds zomer 1942 de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO). Veel LO’ers hadden een christelijke achtergrond. In augustus 1943 ontstond vanuit de LO de LKP (Landelijke Knokploegen). Met overvallen op distributiekantoren zorgden die voor de voedselvoorziening van het groeiende aantal onderduikers, inmiddels meer dan 300.000.

De OD hield zich niet bezig met onderduikers of overvallen. En dat stoorde Thijssen. In feite deed deze verzetsorganisatie niets om het de Duitsers lastig te maken, terwijl ze wel wapens en explosieven tot haar beschikking had. Thijssen probeerde jonkheer Six over te halen actiever verzet te plegen. Net als veel anderen vond hij de OD te conservatief en te behoudend – OD stond volgens critici voor ‘Oude Dames’ – en te veel leunen op oude adellijke en militaire families die voor de oorlog de dienst hadden uitgemaakt. Samenwerking met andere verzetsgroepen leek Thijssen efficiënter. Six, bang voor linkse invloed, wilde daar niets van weten.

Pasfoto van Jan Thijssen.
Pasfoto van Jan Thijssen.

De april/mei-stakingen van 1943 tegen de Arbeitseinsatz leidden tot verwijdering tussen de OD en Thijssen. Meer dan 500.000 mensen legden het werk neer en de Duitsers traden keihard tegen hen op. Ruim tachtig stakers werden standrechtelijk geëxecuteerd en ongeveer honderd demonstranten kwamen om. Omdat de OD niet in actie kwam, richtte Thijssen met anderen de Raad van Verzet (RVV) op. Het doel was daadwerkelijk verzet plegen tegen de Duitsers en dat coördineren en leiden. Ze beschouwden hun organisatie als onkerkelijk en politiek vooruitstrevend. Allerlei zelfstandig opererende verzetsgroepen sloten zich aan bij de RVV, onder hen ook communisten.

Voor de RVV zette Thijssen, benoemd tot secretaris, een koeriersdienst op die radioberichten over het land verspreidde. Officieel bleef hij ook hoofd van de OD-Radiodienst. Toen hij probeerde met dat netwerk via Londen wapens en sterkere zendapparatuur voor zijn RVV te krijgen, zette Six hem op 31 december 1943 uit de OD.

Omdat Thijssen geen antwoord vanuit Londen had gekregen, stuurde hij medewerker Andries Ausems via Spanje naar Engeland. Hij moest contact leggen met de Nederlandse regering in ballingschap en de doelstellingen van de RVV uitleggen. Ausems’ komst zorgde in Londen voor verwarring. De Nederlandse geheime dienst ergerde zich er al langer aan dat verschillende verzetsgroepen in Nederland langs elkaar heen werkten. Ausems werd teruggestuurd met een boodschap van premier Pieter Gerbrandy om de verzetsactiviteiten te bundelen. Tevergeefs. De onderlinge verschillen waren te groot.

Verzetsleden krijgen instructie over het gebruik van een stengun
Verzetsleden krijgen instructie over het gebruik van een stengun.

Begin 1944 stuurde Londen Thijssen zendapparatuur om een nieuwe en goed functionerende radiodienst op te bouwen met het oog op de aanstaande invasie. Hij opereerde die maanden vanuit het RVV-hoofdkwartier in Maarn. De Duitsers maakten inmiddels jacht op hem. Hij woonde op verschillende onderduikadressen nadat een opgepakte medewerker van de OD-Radiodienst was doorgeslagen. Hij had de Duitsers onder meer verteld waar Thijssens ouders woonden. Hun woning in Bussum was overhoop gehaald en de SD stond dagen bij het huis te posten.   

In juni 1944 werd Thijssen operationeel leider van de RVV. Hij mocht van Londen de afdelingen omvormen in sabotagegroepen voor een guerrillaoorlog tegen de bezettingstroepen. Zelf vestigde hij zich in Rotterdam om de strijd daar te coördineren, want hij verwachtte dat hun inzet daar het hardst nodig was vanwege de havens.

Op 3 september werd Brussel bevrijd, een dag later Antwerpen. De bevrijding van Nederland kon beginnen. Koningin Wilhelmina sprak de wens uit alle Nederlandse verzetsgroepen te bundelen in één organisatie: de Binnenlandse Strijdkrachten (BS). Zonder Jans medeweten kwamen vertegenwoordigers van OD, RVV en LO/LKP op 9 september in Amsterdam bij elkaar. Het leidde tot oprichting van de Top Driehoek – later gewijzigd in Deltacentrum –, waarin elke organisatie zitting had. De 61-jarige reservekolonel Henri Koot, afkomstig uit de OD, kreeg het commando in bezet gebied.

Verbaasd nam Thijssen een dag later in Rotterdam kennis van het besluit. Hij voelde zich verraden omdat in Amsterdam andere RVV-leden akkoord waren gegaan met de vorming van de BS en, erger, de benoeming van Koot. Hij was toch operationeel leider? Thijssen kende Koot niet, maar in zijn ogen was hij té nauw gelieerd aan OD-leider Six. Officieel was prins Bernhard bevelhebber van de BS en Thijssen wilde alleen bevelen van hem opvolgen.

Prins Bernhard staat als bevelhebber van de Nederlandse Strijdkrachten geallieerde oorlogscorrespondenten te woord, 1944-1945.
Prins Bernhard staat als bevelhebber van de Nederlandse Strijdkrachten geallieerde oorlogscorrespondenten te woord, 1944-1945.

Omdat de OD in zijn ogen te veel macht binnen de BS had, trok Thijssen zijn eigen plan en formeerde eigen op militaire leest geschoeide brigades. Eind oktober 1944 bestonden die uit ruim 2400 uitstekend bewapende verzetslieden. Elk groep beschikte over goede radio- en koeriersverbindingen. Regelmatig bezocht Thijssen zelf, vaak per fiets, verzetsgroepen in het Groene Hart om ze te instrueren. Ook was hij soms aanwezig bij nachtelijke wapendroppingen door de RAF. Ongevaarlijk was dat niet, want de Duitsers controleerden de wegen. Het maakte ‘Lange Jan’ enorm populair onder de gewone verzetsmensen. Hij werd een voorbeeld en inspiratiebron.

Jan Thijssen was eigengereid

Maar door Lange Jans activiteiten was het voor de geallieerden onduidelijk wie het verzet in bezet Nederland nu leidde. Ze maanden prins Bernhard tot actie. De prins, die inmiddels een hoofdkwartier had op landgoed Anneville bij Breda, beval de opheffing van OD, RVV en LO/LKP. Koot werd definitief benoemd als commandant ter plekke en alleen de naam ‘Binnenlandse Strijdkrachten’ mocht worden gebruikt. Thijssen werd als materiaal-chef in Koots staf opgenomen. Hij vond dat een tweederangspositie en uitte openlijk kritiek. Toen Koot daar lucht van kreeg, stuurde hij Thijssen half oktober een telegram met de tekst: Ontvingen ernstige klachten van de driehoek RVV-OD-KP dat u blijkbaar niet bereid bent hun bevelen op te volgen. Wijzen u op orders prins Bernhard dat samenwerking moet, herhaal moet, tot stand komen. Moet derhalve onmiddellijk deze houding veranderen.’

Thijssen stuurde vervolgens twee rapporten naar Koot waarin hij de OD ervan beschuldigde zijn acties te saboteren. Hij vond daarnaast voormalige KP-leiders ongeschikt en verweet Koot gebrek aan ervaring in het verzet.

Het ontging Thijssen dat sommige oud-RVV’ers zich vanwege zijn eigengereide houding van hem afkeerden. Ze wilden dat hij zich terugtrok. Op 1 november ontving Thijssen een brief van Koot. Hij was met onmiddellijke ingang uit zijn functie ontheven. Koot schreef: ‘Waar gij voor de RVV het monopolie eischt van getrouwheid aan haar doelfunctie: sabotage en gewapend verzet tegen den vijand, zoo hebt gij, bevangen door dezen waan, deze leidende beginselen voor partizanen door Uw daad, woord en geschrift verlaagd tot sabotage tegen elk gezag dat niet het Uwe is.’

Aanslag bij Woeste Hoeve

Bij een poging een Duitse vrachtwagen te bemachtigen, legde een verzetsploeg uit Apeldoorn op 7 maart 1945 ’s nachts een hinderlaag op de weg tussen Arnhem en Apeldoorn, vlakbij herberg De Woeste Hoeve. Toevallig passeerde daar de stafauto van SS’er Hanns Albin Rauter, de hoogste Duitse politieofficier in Nederland, verantwoordelijk voor de dood van honderden verzetsmensen. Tijdens een vuurgevecht sneuvelden twee Duitsers en raakte Rauter zwaar gewond. Ze lieten hem voor dood achter. Hij werd de volgende ochtend vroeg gevonden en overleefde. Als represaille werden in heel Nederland op 8 maart 274 Todeskandidaten gefusilleerd, onder wie 117 bij Woeste Hoeve.

De auto van Rauter na de aanslag bij Woeste Hoeve, 7 maart 1945
De auto van Rauter na de aanslag bij Woeste Hoeve, 7 maart 1945.

Koot eiste dat Thijssen zijn Radiodienst en brigades onmiddellijk overdroeg aan de BS. Via zijn radio vocht Thijssen zijn ontslag aan bij de prins. Die bleek niet op de hoogte en protesteerde bij Koot. Met Thijssen ‘is een der weinigen leiders van formaat voor verzetswerk verloren’ kreeg Koot te horen. Onder druk van oud-RVV-collega’s benoemde Thijssen communist Gerben Wagenaar als opvolger van het Rotterdamse Operatiecentrum. Maar hij weigerde zijn Radiodienst over te dragen.      

Op 9 november 1944 werd Thijssen in Amsterdam bij Koot ontboden. Zonder tot overeenstemming te zijn gekomen, ging hij terug naar Rotterdam. In de buurt van Overschie werd de bestelauto waarin hij zat door de SD aangehouden. Ze waren getipt, verklaarde SD-officier Otto Haubrock na de oorlog tijdens een verhoor. Een anonieme Nederlander, die gebrekkig Duits sprak, had hen die ochtend gebeld met de mededeling: ‘Lange Jan rijdt vanmorgen om 11.00 uur met een Rode Kruis-wagen van Den Haag naar Rotterdam.’ Hoewel Thijssen uitstekend vervalste identiteitspapieren had, verraadde zijn lengte hem.

In een SD-kantoor aan het Haagse Willemspark werd hij verhoord door Haubrock. Pas de volgende dag gaf Thijssen zijn identiteit toe. ‘Wie heeft mij verraden?’ vroeg hij. Haubrock vertelde hem over het telefoontje, waarop Thijssen gezegd zou hebben: ‘Dan is alles me duidelijk.’

Parachute waaraan gedropte wapens hebben gehangen.
Parachute waaraan gedropte wapens hebben gehangen.

Na verhoren door Joseph Schreieder, hoofd van de Duitse contraspionage, en codespecialist Ernst May – die beiden Thijssens houding bewonderden, omdat hij zijn eigen daden toegaf, maar niet sprak over anderen – werd hij overgebracht naar het Huis van Bewaring in Zwolle. Hij werd onder een andere naam ingeschreven om bevrijdingspogingen te voorkomen. Ook zijn familie wist niet waar hij zat.

In een brief aan zijn moeder, geschreven vlak voor zijn arrestatie, vertelde Thijssen dat hij doodmoe was. Hij had drie jaar aan één stuk door gewerkt, geen enkele dag had hij vrij gehad. Hij verheugde zich op de bevrijding. Hij wilde daarna meteen naar Nederlands-Indië om daar de Japanners te verslaan: ‘Ik kan dan op de boot erheen heerlijk uitrusten.’

Thijssen wist wie hem verraden had

Uitrusten kon hij nu in Zwolle. Hij werd regelmatig verhoord door Schreieder, die hem verzekerde dat hem niets zou overkomen. Thijssen doodde zijn tijd met het krassen van gedichtjes en tekeningen met een spijker in de celmuren – ze bevinden zich nu onder de verf van hotel-restaurant De Librije. Hij zat geïsoleerd en werd niet gelucht, maar via een ruimte tussen de muur en de verwarmingsbuis wist hij in januari 1945 een briefje naar een meisje in de cel ernaast te schuiven. Na haar vrijlating lichtte ze Jans familie in. Hij zei te weten wie hem had verraden, maar noemde geen naam. Zijn laatste woorden waren: ‘Groet alle vrienden en zegt dat de leuze blijft: Leve het Vaderland!’

Door het bericht kreeg zijn familie weer hoop. Toen echtgenote Cor hem half maart wilde bezoeken, hoorde ze dat Thijssen een week eerder bij Woeste Hoeve was gefusilleerd.

Generaal-majoor Henri Koot spreekt bij de herbegrafenis van Jan Thijssen, september 1945
Generaal-majoor Henri Koot spreekt bij de herbegrafenis van Jan Thijssen, september 1945.

Tot op het hoogste niveau was geprobeerd Thijssen vrij te krijgen. De Nederlandse geheime dienst stuurde op 16 januari 1945 een telegram van oud-RVV’ers door naar koningin Wilhelmina waarbij ze aandrongen op een uitwisseling via het Zweeds Gezantschap. Want ‘het gaat om het leven van een man (…) wiens verknochte trouw aan het Koninklijk Huis en het Vaderland in daad, woord en dagelijks werk, voor velen een voorbeeld geweest is, hetwelk in bezet Nederland zeldzaam was.’

Veel oud-RVV’ers waren ervan overtuigd dat Thijssen was verraden, zijn familie ook. Op 14 september 1945 werd zijn stoffelijk overschot van een massagraf bij Apeldoorn overgebracht naar de Algemene Begraafplaats in Bussum. Hij werd met militaire eer herbegraven. Ook Koot was aanwezig. In zijn toespraak dankte hij Thijssen voor zijn inzet: ‘Ik zie hem nog voor mij, Lange Jan, met zijn hoog opgerichte gestalte, zijn scherp besneden profiel, waaruit energie, kordaat zelfvertrouwen, ja zelfverzekerdheid spraken.’ Met geen woord repte Koot over hun onenigheid.

Wie Jan Thijssen heeft verraden, is nooit opgehelderd. Hij rust nu op de Erebegraafplaats Loenen.

Meer weten:

  • De geschiedenis van de Ordedienst (1998) door J.W.M. Schulten behandelt de beeldvorming van de OD.
  • Een land in verzet (2025) door Mirjam Lange en Paul van Tongeren (red.), over gewone mensen die in opstand kwamen tegen de bezetters.
  • De jacht op het verzet (2013) door Ad van Liempt (red.) beschrijft overlopers die hielpen bij het oprollen van verzetsgroepen.

Dit artikel kwam tot stand dankzij het privéarchief van de familie Thijssen. Het is een bewerking uit Bram de Graafs boek Ooggetuigen van de Bevrijding (Ambo|Anthos, 2020/2025).

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 5 - 2026

Loginmenu afsluiten