Dirk Alkemade – Radicale democratie
Eigenlijk was het vreemd dat er nog geen biografie van Pieter Vreede was. Deze rijke ondernemer, politicus en schrijver speelde een belangrijke rol in de Patriottenbeweging en was een van de felste tegenstanders van stadhouder Willem V. Hij schreef scherpe pamfletten, hielp in 1795 de Franse invasiemacht, werd lid van de Nationale Vergadering (het eerste gekozen parlement) en pleegde in 1798 met enkele geestverwanten een staatsgreep. Hierna kwam het nieuwe regime met de radicaal-democratische Staatsregeling voor het Bataafsche Volk, de eerste Nederlandse grondwet.
De nieuwe machthebbers vertoonden al snel despotische trekjes. De man die hartstochtelijk pleitte voor een radicale vorm van democratie kon slecht tegen kritiek en kiezers die anders dachten dan hij. Het duurde niet lang voordat Vreede en zijn kompanen tijdens een nieuwe staatsgreep werden afgezet.
In deze omvangrijke biografie wordt niet alleen de hoofdpersoon uitvoerig beschreven, maar loodst Van Alkemade ons ook behendig door een uiterst woelige tijd waarover veel mensen nog altijd weinig weten. De politieke, maatschappelijke en culturele context wordt heel helder geschetst en ook aan de talrijke mede- en tegenstanders van Vreede wordt aandacht besteed. De radicale vorm van democratie die Vreede propageerde was in Nederland niet succesvol, want het uiteindelijk door Thorbecke opgetuigde stelsel was veel gematigder. Maar dat doet niets af aan de betekenis van die ideeën en de rol van Vreede en de zijnen.
Radicale democratie. Pieter Vreede (1750-1837) en de Nederlandse revolutie
Dirk Alkemade
Boom Uitgevers, 544 p., € 39,90

Isabel Casteels – De kronieken van de dood
In films of tv-series over de Middeleeuwen of de vroegmoderne tijd wordt vaak veel plek ingeruimd voor een huiveringwekkende publiekstrekker: de openbare executie, waarbij een op bloed beluste menigte zich dolenthousiast vermaakt met de buitengewoon wrede wijze waarop een beul veroordeelden ter dood brengt. Ook wordt niet zelden gesuggereerd dat dit in vroeger tijden lopendebandwerk was.
In De kronieken van de dood, een zeer grondig onderzoek naar openbare terechtstellingen in de Lage Landen in de zestiende eeuw, nuanceert Isabel Casteels dit beeld. Niet dat zij iets afdoet aan de gruwelijkheid, maar ze gaat uitgebreid in op de strafrechtpraktijk, de verschillende straffen, het werk van de beul en de rol van het publiek.
Aan het eind van de Middeleeuwen werd onderlinge vergelding steeds minder getolereerd en trok de overheid het bestraffen van misdrijven naar zich toe. Hoewel de doodstraf voor ‘gewone’ misdrijven vrij zeldzaam was, nam het aantal terechtstellingen wegens ‘ketterij’ enorm toe, wat soms tot groot tumult onder het publiek leidde. Datzelfde publiek kon zich trouwens ook tegen de ‘patiënt’ (de veroordeelde) keren, als deze zijn of haar lot niet waardig tegemoet trad.
Het zeer leesbare boek staat vol gruwelijke details, maar biedt een intrigerend inkijkje in een samenleving waarin publieke executies niet alleen een religieuze en politieke functie hadden, maar ook bedoeld waren om het gevoel van burgerschap te versterken.
De kronieken van de dood. Opstand en executies in de Nederlanden
Isabel Casteels
Lannoo, 251 p., € 27,99

Maarten Van Ginderachter – Arm Vlaanderen
Halverwege de negentiende eeuw werd Vlaanderen wel vergeleken met Ierland. Een achtergebleven, deels nog feodale uithoek die geen aansluiting vond bij de moderne tijd. Dit originele, uiterst leesbare en goed gedocumenteerde boek laat duidelijk zien dat dit niet klopt. De auteur geeft weliswaar tal van voorbeelden van de bittere armoede en mensonterende ellende waarin veel Vlamingen leefden, maar hij toont aan dat dit deels werd veroorzaakt door het feit dat deze regio als gevolg van mondiale goederen- en mensenstromen meer dan ooit tevoren verbonden was met de rest van de wereld.
Op het Vlaamse platteland leidde de aardappelziekte tot hongersnood, maakte een cholera-epidemie slachtoffers en werd de traditionele huisarbeid weggeconcurreerd door goedkope textiel uit de koloniën. Bij dit laatste punt is de internationale context duidelijk, maar ook bij de twee andere crises speelden ontwikkelingen en gebeurtenissen elders in de wereld een rol. Hoewel priesters beweerden dat de aardappelziekte het gevolg was het zedeloze dansen van de polka, bleek ze uit Amerika te komen, terwijl de cholera import uit India was.
Het knappe van dit boek, dat ook fraai is geïllustreerd, is dat het ontwikkelingen die op het eerste gezicht vrij abstract lijken weet te verbinden met het lot van bepaalde groepen en individuen. Het is een zeer informatief en leerzaam boek, en tegelijkertijd grijpt de ellende je regelmatig naar de strot.
Arm Vlaanderen. Een wereldgeschiedenis. Honger, ziekte en globalisering in het midden van de 19de eeuw
Maarten Van Ginderachter
Horizon, 362 p., € 29,99

Caroline Hanken –Vrouw en meid
Het huishouden was eeuwenlang een zware en arbeidsintensieve taak en vrouwelijke arbeidskrachten waren heel goedkoop, zodat elke burger die het zich kon veroorloven een of meer ‘meiden’ in dienst nam, die werden aangestuurd door de vrouw des huizes. In dit levendige en prettig geschreven boek laat Caroline Hanken zien dat de relatie tussen ‘vrouw en meid’ in de loop der eeuwen veranderde. Zij doet dit door schetsen van bredere ontwikkelingen in te kleuren met tal van verhalen van individuele ‘meiden’, ‘dienstmaagden’, ‘dagmeisjes’ en ‘dienstbodes’.
Aanvankelijk bestierden de vrouw des huizes en haar betaalde hulp vooral samen het huishouden, waarbij de eerste ook nog lichamelijk werk deed. Niet zelden was er sprake van een zekere gelijkwaardigheid en een duidelijke vertrouwensband. Hanken illustreert dit aan de hand van het verhaal van Maria van Reigersberg, de vrouw van Hugo de Groot, en haar dienstbode Elske. Samen smokkelden zij de beroemde en opgesloten geleerde uit slot Loevestein. Met het toenemen van de welvaart namen de hoeveelheid huispersoneel en de afstand tussen dame en meiden snel toe, en werd er steeds meer geklaagd dat er geen ijverige en betrouwbare dienstbodes te vinden waren. Toen aan het eind van de negentiende eeuw dienstbodes zich begonnen te organiseren en protesteerden tegen de belachelijk lage lonen en vaak erbarmelijke arbeidsomstandigheden, vonden beroemde feministes, onder wie Wilhelmina Drucker, dat zwaar overdreven.
Vrouw en meid. Een geschiedenis van het leven binnenshuis, 1550 -1950
Caroline Hanken
Atlas Contact, 286 p., € 23,99

Rick Honings – God, gezin en vaderland
Heel lang leek het of in de negentiende eeuw de Nederlandse literatuur pas begon bij de vermaarde Tachtigers, die in 1885 het tijdschrift De Nieuwe Gids begonnen. Het was een mythe die deze generatie zelf in het leven had geroepen, maar die zeer succesvol was en heel hardnekkig blijkt. Goed, je had nog een figuur als Multatuli gehad, maar dat was een uitzondering die de regel bevestigde dat vóór pakweg 1880 de literatuur in Nederland een zaak was geweest van zalvende dominees, benepen burgermannetjes en andere ongeïnspireerde letterknechten.
Een belangrijke steen des aanstoots voor de Tachtigers was de predikant Nicolaas Beets, die weliswaar in 1839 met de Camera Obscura een van de meest geliefde en geestige literaire teksten van de negentiende eeuw had geschreven, maar die daarna een vervelende en conservatieve literator zou zijn geworden die alleen nog maar saaie preken en ongeïnspireerde gelegenheidspoëzie had geschreven. In deze magistrale en prachtig geïllustreerde biografie prikt Rick Honings deze mythe door.
Niet dat hij Beets nu ineens neerzet als een geniale dichter die ten onrechte vergeten en miskend is, maar hij plaatst hem heel stevig in de literaire, culturele, religieuze en maatschappelijke context van zijn tijd. Honings beschrijft niet alleen de literaire en maatschappelijke carrière van Beets, en zijn door veel ellende getekende persoonlijke leven, maar laat ook zien hoe sterk Nederland tijdens diens lange leven veranderde.
God, gezin en vaderland. De eeuw van Nicolaas Beets (1814-1903)
Rick Honings
Prometheus, 728 p. € 49,99
/afb

Maite Karssenberg – Dubbelleven
Geertruida Kapteyn-Muysken (1855-1920) behoorde tot de hogere burgerij, was welgesteld en had al op jonge leeftijd contacten met de culturele en intellectuele elite. Haar vader was notaris en burgemeester, ze was bevriend met schrijvers en schilders van de zogenoemde Beweging van Tachtig, werd beïnvloed door intellectuelen en wereldverbeteraars als Hélène Mercier, Ferdinand Domela Nieuwenhuis en Pjotr Kropotkin. Ze was buitengewoon intelligent, had zeer uitgesproken ideeën en speelde met haar publicaties en vertalingen een zekere rol in de feministische en anarchistische beweging van rond 1900.
In veel opzichten doet het leven van deze hoogbegaafde en ambitieuze vrouw uit de welgestelde burgerij denken aan vrouwelijke romanfiguren uit de romans van Van Eeden en Couperus. Als vrouw kon zij zich niet volledig ontplooien en bovendien ze had te kampen met ernstige psychische problemen. Het verschil tussen die door mannen geschreven romans en deze op talloze brieven en dagboeken gebaseerde biografie, is dat we hier de stem van ‘Truus’ Kapteyn-Muysken zelf horen.
Het goed geschreven boek plaatst haar op adequate wijze in de maatschappelijke, politieke, intellectuele en culturele ontwikkelingen van die tijd, maar reduceert de hoofdpersoon niet tot louter een product van die door mannen gedomineerde samenleving. Duidelijk wordt dat haar ernstige psychische problemen niet volledig terug te voeren waren op het keurslijf waarin ook geprivilegieerde vrouwen gevangen zaten, al zegt de wijze waarop er met die problemen werd omgegaan wel weer veel over die tijd.
Dubbelleven. Geertruida Kapteyn-Muysken en haar rebelse levensfilosofie
Maite Karssenberg
De Arbeiderspers, 472 p., € 29,99

Wessel Krul – Charley Toorop. Een schildersleven
Charley Toorop (1891-1955) had van haar beroemde vader Jan niet alleen een aanzienlijk talent als kunstenaar geërfd, maar had via hem ook toegang tot de artistieke en culturele elite van die tijd. Dat haar carrière niettemin lange tijd vrij moeizaam ging, had niet alleen te maken met het feit dat ze erg eigenzinnig was, maar ook met het dedain waarmee veel mannen naar vrouwelijke kunstenaars keken. Zelfs onder haar talrijke minnaars – zoals de bekende anarchist en dus zogenaamd uiterst progressieve Arthur Lehning – waren er nogal wat die haar kunstenaarschap niet serieus namen en het hooguit zagen als een hobby waar ze in hun ogen veel te obsessief mee bezig was. Bijna rampzalig was haar huwelijk op 21-jarige leeftijd met Henk Fernhout, die zich al snel ontpopte als alcoholist en gewelddadige psychopaat. De uit dit huwelijk geboren zoons Edgar en John zouden als respectievelijk schilder en cineast eveneens roem verwerven.
Wessel Krul heeft een uitstekend geschreven en gedocumenteerde biografie afgeleverd, die niet alleen fraai geïllustreerd is, maar ook veel informatie biedt over de artistieke avant-garde in Nederland tussen pakweg 1900 en 1955. Indringend beschrijft hij met welke vooroordelen en kortzichtigheid Toorop moest worstelen, terwijl hij ook duidelijk maakt dat zij tot de belangrijkste Nederlandse kunstenaars uit de eerste helft van de twintigste eeuw behoorde, en beslist de belangrijkste vrouwelijke kunstenaar was.
Charley Toorop. Een schildersleven
Wessel Krul
Boom Uitgevers, 639p., € 39,90

Dik van der Meulen – Meester in het paradijs
‘De Thorbecke van het landschap’, zo karakteriseert Dik van der Meulen de onderwijzer, schrijver en natuurbeschermer Jac. P. Thijsse (1865-1945). Zoals Thorbecke de basis legde voor de parlementaire democratie in Nederland, zo was Thijsse in ons land de uitvinder van de natuurbescherming. Natuurlijk was Nederland ook zonder Thorbecke wel democratisch geworden, en zou men ook zonder Thijsse wel zijn gaan inzien dat het milieu kwetsbaar is en beschermd moet worden, ‘maar het zou allemaal later zijn gebeurd en het zou er nu allemaal een beetje anders hebben uitgezien.’
Dik van der Meulen heeft een aantal prijswinnende biografieën geschreven, onder andere over Multatuli en koning Willem III, maar dit boek over Jac. P. Thijsse is niet louter een levensbeschrijving. Aan de degelijke biografie van Thijsse van Sietzo Dijkhuizen uit 2005 voegt hij niet zo veel biografische feiten toe, want Meester in het paradijs behoort tevens tot een andere categorie waarin de auteur excelleert, namelijk dat van natuurboeken over onderwerpen als het bos of de relatie tussen mens en wolf.
Hoewel dit prachtig geïllustreerde en geweldig geschreven boek de levensloop van Thijsse in grote lijnen volgt, is het minstens evenzeer een boek over de ontwikkeling van het Nederlandse landschap. Van der Meulen wandelt verschillende door Thijsse beschreven wandelingen na en hierbij observeert hij even helder en scherp als zijn voorbeeld. Veel aandacht gaat uit naar de Verkade-albums van Thijsse, waarbij de auteur op pad gaat om te zien wat er nog over is van de daarin beschreven natuur.
Meester in het paradijs. Jac. P. Thijsse en het landschap
Dik van der Meulen
Querido, 422 p, € 34,99

Gabri van Tussenbroek – De onzekere wereld van Reyer Dircxz
Reyer Dircxz en zijn oom Symon Reyersz waren Amsterdamse kooplieden die tussen 1485 en 1490 een kasboek bijhielden dat bewaard is gebleven. Op basis van dit document, andere archiefstukken en het onderzoek dat hij verrichtte voor zijn standaardwerk De houten eeuw van Amsterdam (2023) reconstrueert Gabri van Tussenbroek zoveel mogelijk het leven van deze laatmiddeleeuwse kooplieden. Noodgedwongen blijven zij schimmen, wier contouren vaag zijn, maar door het reconstrueren van hun handelsactiviteiten weet de auteur wel een zeer levendig beeld van Amsterdam aan het einde van de vijftiende eeuw te schetsen.
Hij beschrijft onder meer de internationale handelsnetwerken en vooral de haringvisserij en de handel met het Oostzeegebied (die de basis vormden voor de welvaart en latere bloei van Amsterdam). Reyer en Symon verbleven beurtelings lange tijd in Danzig en kochten daar vooral graan en zout in. Dit financierden ze met de verkoop van onder andere haring, textiel en (in Amsterdam geïmporteerde) wijn en olie.
Daarnaast krijgt de lezer een heel gedetailleerd en kleurrijk beeld van Amsterdam in de late Middeleeuwen, met veel aandacht voor het dagelijks leven, de economie, religie, bouwactiviteiten, lokale politiek, de enorme kosten van de door keizer Maximiliaan afgedwongen verdedigingswerken, en een oorlog met Rotterdam. Ook wordt duidelijk met welke risico’s, ontberingen en tegenslagen kooplieden in deze turbulente tijd geconfronteerd werden.
De onzekere wereld van Reyer Dircxz. Fortuin en rampspoed van een Hollandse koopman (1485-1490)
Gabri van Tussenbroek
Prometheus, 344 p., € 27,99

Dik Verkuil – De ongenaakbare Bolkestein
Hoe je ook over hem denkt, dat Frits Bolkestein tussen pakweg 1980 en 2005 een zwaar stempel op de Nederlandse politiek heeft gedrukt en dat zijn invloed nog altijd doorwerkt, kan moeilijk worden ontkend. Dik Verkuil is geen kritiekloze bewonderaar van Bolkestein en staat politiek vrij ver van hem af. Dit heeft echter niet geresulteerd in een requisitoir, maar in een biografie waarin kritiek en erkenning van de betekenis van Bolkestein elkaar heel knap in evenwicht houden.
In circa 150 bladzijden schetst Verkuil de achtergrond en jeugd van Bolkestein, zijn karakter en zijn buitenlandse carrière in dienst van Shell. Vervolgens beschrijft hij uitvoerig zijn loopbaan als Kamerlid, staatssecretaris, minister en fractieleider van de VVD, de totstandkoming van de Paarse kabinetten, en zijn jaren als Eurocommissaris.
In zijn vlot geschreven en heldere boek gaat Verkuil niet alleen in op het politieke handwerk van Bolkestein, maar ook op diens ambities als politiek denker en schrijver, waarbij hij overtuigend laat zien dat zijn prestaties vaak flink achterbleven bij zijn pretenties. Ronduit ontluisterend is het hoofdstuk over het volstrekt mislukte magnum opus van Bolkestein, De intellectuele verleiding (2011). Een boek dat bedoeld was als een definitieve afrekening met het fenomeen ‘geëngageerde intellectueel’, maar slechts bewees dat Bolkestein vaak slordig dacht en schreef, minder erudiet was dan hij deed voorkomen en niet in staat was om een coherent boek te schrijven.
De ongenaakbare Bolkestein (1933-2025)
Dik Verkuil
Prometheus, 775 p., € 39,99

