Coca-Cola, Carrefour en Zara hebben op het eerste gezicht weinig overeenkomsten. Maar alle drie staan ze op de BDS Priority List: een lijst met bedrijven die door activistische consumenten worden geboycot. De BDS-beweging (Boycott, Divestment, Sanctions) roept activisten op om producenten te vermijden vanwege hun steun aan Israëlische instituties. Zo zou Carrefour voedselpakketten en donaties aan IDF-soldaten verstrekken en zou Coca-Cola producten verkopen in illegale nederzettingen.
De BDS-beweging werd in 2005 opgericht en kwam opnieuw in de belangstelling in 2023, toen ze zich begon in te zetten voor Gaza. De Palestijnse oprichters raakten geïnspireerd door de Zuid-Afrikaanse anti-apartheidsbeweging van de jaren zestig: BDS wil naar eigen zeggen ook de strijd aangaan tegen bezetting, kolonialisme en apartheidsbeleid. Met haar boycots wil de beweging Israël geweldloos onder druk zetten.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Het boycotten van bedrijven en producten voor politieke en maatschappelijke doeleinden is verre van nieuw. In 1891 kochten sjiitische moslims in Iran geen tabak meer nadat een Britse onderneming een monopolie kreeg op de teelt, verkoop en export van het product. En in 1912 maakten Tunesiërs geen gebruik meer van trams die werden geëxploiteerd door Italiaanse kolonisten, omdat trambestuurders de lokale bevolking vijandig behandelden. De bekendste boycot was die tegen het apartheidsregime in Zuid-Afrika: consumenten uit allerlei landen keerden zich tussen 1960 en 1994 tegen de regering, bijvoorbeeld door wijn en sinaasappels uit het land links te laten liggen.
Strategisch boycotten
De Amerikaanse historicus Emily Twarog doet onderzoek naar historische boycots en wat die succesvol maakte. Ze publiceerde in 2017 het boek Politics of the Pantry: Housewives, Food, and Consumer Protest in Twentieth-Century America. Daarin beschrijft ze hoe Amerikanen consumptie in de twintigste eeuw inzetten als actiemiddel, onder andere om te protesteren tegen prijsstijgingen. ‘Deze Amerikaanse boycots waren effectief omdat ze focusten op één specifiek product, zoals vlees of melk,’ vertelt Twarog. ‘Dit maakte de activistische oproep luid en duidelijk. Over wat er van de consument gevraagd werd, viel niet te twisten.’
De Amerikaanse activisten trokken met hun boycots de straat op. ‘Ze deelden folders uit en spraken mensen aan over hun missie,’ zegt de historicus. ‘Hierdoor konden ze voorbijgangers vervangende producten aanraden.’ De activisten werden hiervoor zelfs opgeleid. ‘Omdat activisten vaak buiten de filialen van een omstreden bedrijf stonden te protesteren, kregen zij trainingen om met confrontaties om te gaan en de druk van het activisme beter aan te kunnen.’
Regimeverwerping
Het idee van de BDS-beweging om via het boycotten van bedrijven de strijd aan te gaan met kolonialisme, noemt Twarog lastig uitvoerbaar. ‘Het probleem is dat landen veel minder last hebben van economische boycots dan bedrijven. Als je bedrijven vermijdt die Israël steunen, schaadt dat Israëlische instituties niet direct. Boycots kunnen bijdragen aan dekolonisatie, maar het nastreven van politieke verandering, of zelfs regimeverandering, is stukken delicater dan economische verandering.’

Consumptieactivisme kan wel zorgen voor onderlinge saamhorigheid of nationalistische gevoelens, en op die manier bijdragen aan dekolonisatie. Eerdere antikoloniale boycots, zoals de Perzische tabaksboycot en de Tunesische tramboycot, werden door de bevolking gezien als een afwijzing van de economische onderdrukking door een koloniale mogendheid. ‘Ook de BDS-beweging boekt op dit gebied succes,’ zegt Twarog. ‘Via de boycot bekritiseren de activisten de Israëlische regering en haar beleid. Maar de beweging zal op zichzelf niet leiden tot een verwerping van het regime. Daarvoor hebben we landen nodig die op durven te staan en de politieke soevereiniteit van Palestina erkennen.’
Boycot is te versnipperd
Volgens de historicus hebben sociale media het activistische landschap behoorlijk veranderd. ‘Sociale media kunnen een fantastisch hulpmiddel zijn, maar op zichzelf zijn ze geen strategie,’ zegt Twarog. ‘We missen tegenwoordig de ontmoeting in een openbare ruimte. Nieuwe generaties vinden het steeds minder prettig om face-to-face contact te hebben, terwijl dit de betrokkenheid verhoogt. Zonder het gesprek aan te gaan, maak je geen blijvende impact.’
Twarog stelt dat hedendaagse boycots daarom minder coherent en georganiseerd zijn dan die van de twintigste eeuw. ‘Een boycot kan ontzettend effectief zijn, maar dan moet het aan hele strenge richtlijnen voldoen. Net als in de Verenigde Staten in de vorige eeuw moeten er een goede organisatie en een duidelijke en haalbare doelstelling zijn. Ook kan een protestbeweging er niet van uitgaan dat de groep die het steunt behoefte heeft aan een boycot. Ze moeten dus met hen in gesprek gaan om te zien welke vorm van protest het meest geschikt is. De Amerikaanse voedselboycots, maar ook de anti-apartheidsboycots, waren juist hierom effectief. Die hadden consensus en een plan.’
Huidige activisten kunnen leren van de successen van vorige generaties, besluit Twarog. Maar een belangrijk verschil met toen is dat consumenten nu vooral individuele beslissingen nemen. ‘We gaan nauwelijks nog naar winkels toe. In plaats daarvan bestellen we alles online. De fysieke ruimte die activisten nodig hebben is verdwenen. Om de BDS-boycot te laten slagen, moeten betrokken activisten het consumptieactivisme aanpassen aan de moderne wereld.’
Zwarte burgerrechtenactivisten boycotten winkels
Ook bij de burgerrechtenprotesten in de Verenigde Staten in de jaren vijftig en zestig hadden boycot-activisten een heldere boodschap, zegt Twarog. ‘Het motto van de zwarte activisten was: ga niet winkelen bij ketens waar je niet mag dineren, en werk niet waar je niet mag winkelen. Dat was een heldere oproep, en mensen die er gehoor aan gaven, namen fysiek deel aan de burgerlijke ongehoorzaamheid.’
Zo leidde een lokale winkelboycot van zwarte consumenten in 1964 tot een herziening van het wervingsbeleid van de stad Greenwood in Mississippi. En in 1955 zorgde een boycot ervoor dat een discriminerend busbedrijf in Alabama dagelijks 3000 dollar verlies draaide. Zwarte reizigers besloten massaal om te voet te gaan, auto’s te delen, en gebruik te maken van taxibedrijven van zwarte ondernemers.
Momenteel gebeurt er iets vergelijkbaars: een deel van de Amerikaanse zwarte gemeenschap en LHBTI-gemeenschap winkelt niet langer bij winkelketen Target, omdat het bedrijf sinds Trumps presidentschap minder aandacht besteedt aan het eigen gelijkheidsbeleid. ‘Maar het verschil is dat mensen stilletjes zijn gestopt daar te winkelen,’ zegt Twarog. ‘Het bedrijf lijdt daardoor geen merkbare schade. Er staan geen demonstranten buiten Target die je vertellen dat je daar geen boodschappen moet doen; de campagne moet veel zichtbaarder zijn.

