• Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    donderdag 27 februari 2020

    Multatuli

    Idool van de feministen

    Door: Mirjam Janssen

    Waarom mochten vrouwen niet stemmen? En niet doorleren? Waarom moesten ze altijd braaf en zedig zijn? Schrijver Multatuli verwoordde het ongenoegen van de eerste feministen. Ze kwamen tot zijn plezier in groten getale op hem af. ‘Jezus begon met vissers. Ik vang met meisjes aan.’

     

    Everdine ‘Tine’ van Wijnbergen had kunnen weten waar ze aan begon. Toen haar verloofde Eduard Douwes Dekker enige maanden elders verbleef, had hij het in zijn brieven steeds over een ander meisje. Dat was zo mooi en zo eenzaam en zo ongelukkig; hij had het niet kunnen laten haar te kussen. ‘Ik heb nooit opgehouden u boven alles lief te hebben,’ verzekerde hij Tine, ‘maar er zijn wel oogenblikken geweest dat ik verhit was.’

    Pas na enige tijd liet Tine merken dat Eduard te ver was gegaan. Het speet hem en hij beloofde beterschap, maar hij zou zijn gedrag – inclusief de openhartigheid daarover – nooit veranderen. Hij was nu eenmaal sensueel aangelegd, zo bekende hij in een andere brief, en hij hoopte dat dit ook voor haar zou gelden als ze eenmaal getrouwd waren. ‘Eene koele vrouw zoude mij slecht passen, want ik ben niet koel.’

    Eduard en Tine hadden elkaar in augustus 1845 leren kennen in Batavia. Beiden waren in Indië op zoek naar een betere toekomst. De 26-jarige Tine kwam uit een van oorsprong adellijke, maar verarmde familie. Haar vader had een hoofdwond overgehouden aan de Slag bij Quatre-Bras in 1815, die hem op den duur krankzinnig had gemaakt. Hij overleed, net als zijn vrouw, toen Tine en haar twee zussen nog kinderen waren. De meisjes werden opgevoed door hun grootmoeder en later opgenomen in het gezin van hun achterneef en voogd Jan Pieter van der Hucht. Samen met hem reisden ze in 1845 naar Java, waar Eduard namens een broer van Jan Pieter klaarstond om ze van de boot te halen.

    Tekst loopt door onder de afbeelding

    Huis van Eduard en Tine Douwes Dekker in Rangkas-Betoeng, de hoofdplaats van Lebak

    Eduards jonge jaren

    Eduard was pas 25 jaar, maar had er al een bestaan vol mislukkingen op zitten. Hij was geboren in een doopsgezind milieu in Amsterdam. Zijn ouders hadden hem de kans gegeven door te leren op de Latijnse school, zodat hij dominee kon worden, maar vanwege zijn slechte cijfers moest hij na een paar jaar gaan werken. Hij werd loopjongen bij een textielfirma, waar hij zich ergerde aan de niksige, bekrompen sfeer. Na drie jaar kreeg hij ontslag, omdat hij een rijksdaalder gestolen zou hebben.

    In 1838 vertrok hij naar Batavia, waar hij een baan vond bij de Algemene Rekenkamer. Niet lang daarna kon hij aan de slag als controleur in Natal op Sumatra. Toen bleek dat daar sprake was van een kastekort – mogelijk door een slordige administratie – moest hij opstappen. In afwachting van een nieuwe aanstelling verbleef hij weer in Batavia, waar hij er een wilde levensstijl op na hield: hij vocht, gokte en maakte schulden.

    Juist toen ontmoette hij Tine. Ze zal onder de indruk zijn geweest van zijn charme. Hij was onderhoudend, blond en beweeglijk, met opvallend lichte ogen. Aanvankelijk had haar familie geen bezwaar tegen het huwelijk, maar toen ze Eduard beter leerden kennen gaven ze Tine het advies de verloving met deze ‘wispelturig phantast’ te verbreken. Het stel zette toch door en trouwde in april 1846. Wat Eduard betreft had een officieel huwelijk eigenlijk niet gehoeven: ‘Blijft men elkander beminnen, dan is geen band noodig.’ Maar van ongehuwd samenwonen kon in die tijd geen sprake zijn.

     

    Tines familie vindt Eduard een ‘wispelturig phantast’

     

    De eerste jaren had Tine het gelijk aan haar zijde. Eduard kreeg weer werk in het koloniaal bestuur en deed zijn best carrière te maken. Het ging definitief mis in 1855, toen hij assistent-resident was in Lebak op Java en na een conflict zijn baan verloor. Volkomen berooid keerden ze met twee kinderen terug naar Nederland. Vanaf dat moment leefden ze meestal gescheiden van elkaar, afwisselend verblijvend bij familie en in logementen.

    Max Havelaar

    In 1860 publiceerde Eduard onder het pseudoniem Multatuli (‘ik heb veel gedragen’) Max Havelaar, een ‘aanklagt’ in schitterend proza tegen de manier waarop de Javanen werden behandeld. Het boek sloeg in als een bom, maar leidde niet tot een betere bescherming van de Javanen.

    Max Havelaar bracht Eduard in een merkwaardige positie. Hij werd een bekende Nederlander, maar hij bleef arm. Aan zijn boek verdiende hij nauwelijks, omdat hij de rechten had verkocht; bovendien bleef hij zijn geld verkwisten. Terug naar Indië als bestuurder kon hij niet meer. Pogingen een carrière op te bouwen in de journalistiek en de politiek mislukten. Uiteindelijk zat er weinig anders op dan door te gaan met publiceren en zich over meer maatschappelijke kwesties uit te spreken. Hij schreef onder meer zeven bundels Ideeën – kleine essays.

    Een van de zaken die Douwes Dekker aan de kaak stelde was de positie van vrouwen. In Minnebrieven (1861) legde hij met een parabel uit wat eraan schortte. Vier zonen spreken met hun vader over hun zus Thugatèr. Het meisje melkt elke dag geduldig de koeien en is daarin beter dan haar broers, die zich er eigenlijk te goed voor voelen en de boerderij willen verlaten. Maar wie zal er dan melken, vraagt hun vader. Nou, Thugatèr natuurlijk, verklaren de broers. Maar als die er ook geen zin meer in heeft? Zorg dan dat ze niets anders kan, adviseren de jongens. ‘Vader, zeg haar: dat weten, begrypen en begeeren… zondig is voor ’n meisje!’ En zo geschiedde. ‘Hy liet zyn zonen trekken, ter visvangst, op de jacht, de wereld in, ten huwelyk… overal heen. Maar hy verbood het weten, het begrypen en het begeeren aan Thugatèr, die in onnozelheid bleef voortmelken ten einde toe.’

    Het verhaal legde de vinger op de zere plek: vrouwen werden klein gehouden. Voor hen was hooguit een rol weggelegd als volgzame dochter en echtgenote. Een benauwd perspectief – niet alleen voor getrouwde vrouwen, maar ook voor ongetrouwde.

     

    Vrouwen ‘mogen niet voelen wat ze voelen, niet begeren wat ze begeren’

     

    Er was in die jaren veel discussie over de zogeheten ‘huwelijkskwestie’: 20 procent van de vrouwen bleef ongetrouwd en de vraag was wat er met hen moest gebeuren. Zeker alleenstaande vrouwen uit de hogere klasse konden geen kant op. Ze hadden meestal geen werk en moesten zich door familieleden laten onderhouden. Bij gebrek aan ontwikkeling waren ze gedoemd hun tijd te verdoen met zinloze activiteiten en niemand had respect voor hen. ‘Dikwijls weigert men haar de gewone beleefdheid, want zij is meisje noch vrouw,’ constateerde Multatuli.

    De dubbele roeping van vrouwen

    Nogal wat vrouwen werden ‘zenuwziek’ door de deprimerende situatie waarin ze verkeerden. Daarom, zo betoogden de eerste feministen in het kielzog van Multatuli, moesten vrouwen kunnen doorleren. Al waren ze het er onderling niet over eens wat de beste opleiding was. De radicaalsten onder hen vonden dat meisjes samen met jongens elke vorm van onderwijs moesten kunnen volgen. De meer gematigden wilden rekening houden met de ‘dubbele roeping’ van vrouwen: ze moesten worden voorbereid op een bestaan als huismoeder én op een typisch vrouwenberoep, zoals kapster, gouvernante of onderwijzeres.

    Deze groep had de meeste aanhang. De oprichting van middelbare meisjesscholen vanaf 1867 en de toelating in de jaren daarna van meisjes tot de hogere burgerscholen waren belangrijke stappen voorwaarts.

    Tekst loopt door onder de afbeelding

    Multatuli schrijft zijn spraakmakende boek Max Havelaar op een hotelkamer in Brussel. Prent van Johan Braakensiek, 1890

    Multatulti pleitte voor algemeen kiesrecht, dus ook voor vrouwen. En hij verwierp de beperkingen die de christelijke zeden vrouwen oplegden. In Idee 195 bekritiseerde hij Mattheus 19, waarin Jezus sprekend over het huwelijk alleen inging op de behoeften van de man en die van de vrouw niet eens noemde. ‘Naar de uitspraak van Jezus is ze niets, niets, volstrekt niets.’
    De zeden dwongen vrouwen tot liegen en huichelen, noteerde hij. ‘Ze mogen niet weten wat zy weten, niet voelen wat ze voelen, niet begeren wat zy begeren, niet wezen wat ze zyn.’ Onmenselijk, vond Eduard, want waar leidde al dat beknotten van hun lust uiteindelijk toe? ‘Dat deze of gene lummel haar ’t loon komt aanbieden voor zoveel braafheid, door ’n aanstelling tot opzichtster over z’n linnenkast.’

    In 1863 nam hij het in een open brief op voor de Zwolse weduwe Johanna Pruimers-van Dedem, over wie schande werd gesproken in de kranten. Pruimers was na de dood van haar man achtergebleven met een dochtertje. Ze kreeg daarna uit een verhouding met een dominee een buitenechtelijke baby, en dat kostte haar de voogdij over haar eerste kind. Woedend wees Multatuli op de hypocrisie achter dit besluit: Jezus was toch ook een onecht kind geweest? De weduwe hoefde zich wat hem betreft nergens voor te schamen. ‘Ik zegge u: de adel en de eer des mensen wonen boven den navel!’

    Na de oprichting van een tehuis voor ‘gevallen vrouwen’ – prostituees – wees hij mannen op hun verantwoordelijkheid. Waarom bestond er eigenlijk geen tehuis voor mannen die dit soort vrouwen gebruikten?

    Multatuli’s ‘caprices’

    Als Multatuli een lezing hield zaten er steevast veel vrouwen in de zaal. Dat was opvallend, omdat zij niet vanzelfsprekend welkom waren bij voordrachten. Ze kwamen in groten getale omdat ze zich door zijn opvattingen gesteund voelden. Hij verwoordde wat hen dwarszat. Triomfantelijk schreef hij Tine dat hij op straat werd herkend; de vrouwen kwamen op hem af als een verlosser. ‘Jezus begon met vissers. Ik vang met meisjes aan.’

     

     

     

    Eduard verzamelde een kring van feministische bewonderaarsters om zich heen, die zijn opvattingen deelden en verder verspreidden. Met velen van hen had hij affaires. Hij dwong Tine tot ruimdenkendheid hierover. Ze moest hem zijn ‘caprices’ gunnen, omdat ze nu eenmaal niet al zijn behoeften kon bevredigen; ze bleek de koele vrouw die hij had gevreesd in hun verlovingstijd. ‘Je bent niet wellustig en kunt dus niet geheel indringen in de positie van anderen die ’t wel zijn.’ Bovendien moest ze snappen dat zij toch de belangrijkste was. ‘Je weet heel goed dat ik doodongelukkig zou wezen zonder jou, en je begrijpt heel goed het onderscheid tussen een caprice en de verhouding tussen u en mij die oneindig inniger is.’

     

    Multatuli verwoordde wat vrouwen dwarszat

     

    Door dit soort redeneringen duwde hij Tine in de positie van heilige, en daar ging ze zich ook naar gedragen, met de bijpassende zelfverloochening. Zij begreep hem meer dan alle anderen, schreef ze aan een vriendin. ‘Niet dat mijn geest zo verheven is, maar ik geloof dat ik hem begrijp met het inzicht des harten en dan nog verwijt ik me zo dikwijls […] dat ik me niet hoog genoeg weet te verheffen tot zijn grootheid van ziel, dat me zoveel ontbreekt om de waardige vrouw van een dichter te zijn, van een genie.’

    Affaire

    Een van Eduards enthousiaste lezeressen was de 22-jarige onderwijzeres Mimi Hamminck Schepel. Nog voor ze elkaar ontmoetten, hadden ze al een broeierige briefwisseling. In de zomer van 1862 zag ze hem voor het eerst op straat lopen en kuste hem meteen door haar voile heen. Hij was er ondersteboven van: ‘O bewaar die voilette! […] Ik heb je niet gezien, wel gevoeld.’

    Zo begon hun verhouding. Mimi’s vader was er fel tegen gekant en ze verbrak verschillende keren het contact, maar toch keerde ze steeds weer bij Eduard terug. Uiteindelijk had hij genoeg van het omslachtige gedoe; hij wilde Mimi zonder omwegen kunnen zien. Daarom stuurde hij uitgerekend Tine op haar vader af. Die verzekerde de man dat haar echtgenoot slechts hooggestemde gevoelens voor zijn dochter koesterde. Ze had succes: vanaf dat moment was Mimi altijd bij Eduard, al betekende dat beslist niet dat zíj nu de enige was. Net als Tine ontving zij openhartige verslagen van zijn avonturen met andere vrouwen.

    In 1869 liet Eduard Tine weten dat hij alles op de rit had. Hij had een mooi huis gehuurd in Den Haag en beschikte over wat geld: ze konden weer als gezin gaan samenleven. Maar wie bleek ook in het nieuwe huis te wonen? Mimi. De driehoeksverhouding werd onderwerp van veel geroddel en geen van de betrokkenen was er gelukkig mee.

    Toen Eduard en Mimi enige tijd in Duitsland verbleven, vluchtten Tine en de kinderen met financiële steun van vrienden naar Italië. Eduard voelde zich bedrogen door hun vertrek en was verbitterd. Samen met Mimi vestigde hij zich in Wiesbaden, waar hij de zaken financieel steeds beter op orde had.

    Met Tine ging het steeds slechter. Op 13 september 1874 overleed ze, aan darmproblemen. ‘Moeder dood. Zend geld,’ telegrafeerde zoon Edu vanuit Italië naar zijn vader. Die reageerde aangedaan, maar verscheen niet op de begrafenis en droeg ook niet bij aan de grafsteen. Toen hij later de balans van hun verbintenis opmaakte, oordeelde hij ongenadig hard over Tine. Ze had hem nooit begrepen, vond hij, en had altijd uit ‘goedigheid en zachtheid’ met hem meegepraat.

    De tekst loopt door onder de afbeelding

    Ondanks zijn geringe waardering voor het huwelijk als instituut trouwde Eduard Douwes Dekker vervolgens toch met Mimi. In Duitsland deden ze altijd al of ze gehuwd waren, omdat dat Mimi een respectabele positie gaf. Dat kon nu eenmaal niet anders. ‘Noch voor my noch voor haar zyn de formaliteiten noodig, maar in de Maatschappij levende…’

    Eduards laatste jaren waren moeizaam. Hij voelde zich in de steek gelaten door zijn publiek: de waarde van zijn werk was erkend, maar dat had hem nooit een solide maatschappelijke positie opgeleverd. Zijn verzet tegen alle conventies hadden velen als bevrijdend ervaren, maar tegelijk had het tot misverstanden geleid.

    Douwes Dekker werd ingelijfd door progressieven en vrijdenkers, met wie hij het vaak oneens was. Zo moest hij niets hebben van het socialisme. ‘Ik ben anti-socialist. De socialisten willen de “Staat” almachtig maken, ik dring aan op de meest mogelijke inkrimping der bemoeienis van ’t noodzakelijk kwaad dat men “Regering” noemt.’

    Maar wat had hij dan wel gewild? Dat wist hij zelf eigenlijk ook niet; zijn opvattingen spraken elkaar dikwijls tegen.
    Na zijn dood in 1887 bleef hij voor veel feministen een belangrijke inspiratiebron. Ter gelegenheid van zijn honderdste geboortedag in 1920 – Nederlandse vrouwen hadden toen net een jaar kiesrecht – schreef historicus Jeannette van den Bergh van Eysinga-Elias prijzend: ‘De Hollandsche vrouw heeft hare bevrijding uit knellende banden van zeden en gewoonten voor een groot deel te danken aan de felle aanvallen van den schrijver der Ideeën.’

    Mirjam Janssen is historicus en journalist.

    Kader 1: 200ste geboortedag Multatuli
    Op 2 maart 2020 is het 200 jaar geleden dat Eduard Douwes Dekker in Amsterdam werd geboren. Het Multatuli Genootschap heeft ter gelegenheid daarvan een digitaal monument opgericht: Multatuli Online. Op deze website worden zijn hele oeuvre, correspondentie, handschriften, iconografie, secundaire literatuur, archivalia, documenten over zijn persoon en het beschikbare beeldmateriaal ontsloten en in samenhang gepubliceerd. De vormgeving maakt gebruik van geovisualisatie: alle werken en biografische gegevens van Multatuli worden aan geografische locaties gekoppeld en getoond op landkaarten en afbeeldingen uit Multatuli’s tijd.

    Verder komen er een gedenksteen in de Nieuwe Kerk en een tentoonstelling in het Multatuli Huis. Info: www.multatuli-museum.nl.

    Kader 2: Liefde in de Lage Landen
    Dit artikel is een ingekorte versie van een hoofdstuk uit Liefde in de Lage Landen. Een portret van Nederland in vijftien huwelijken van Mirjam Janssen. In dit boek trekken vijftien verbintenissen uit zes eeuwen voorbij. Ze zijn elk kenmerkend voor een tijd en een klasse, en voor Nederland in een bepaalde periode. Janssen gaat in op vragen als: hoe kwamen deze huwelijken tot stand? Konden de echtelieden in vrijheid voor elkaar kiezen? Onder welke voorwaarden mochten ze scheiden? Wat gebeurde er als ze verliefd werden op iemand van hetzelfde geslacht? Welke regels stelden de overheid en de kerk? En hoe verloor het huwelijk uiteindelijk zijn status als heilig instituut? Liefde in de Lage Landen (208 p. € 22,99).

    Meer weten
    De raadselachtige Multatuli (1976/2017) door W.F. Hermans.
    De minotaurus onzer zeden. Multatuli als heraut van het feminisme (2010) door Myriam Everard en Ulla Jansz (red.).
    Multatuli. Leven en werk van Eduard Douwes Dekker (2002) door Dik van der Meulen.
    Volledige Werken Multatuli op www.dnbl.org.