Op 15 juni 1911 schreef de Tsjechische krant Čas dat een menigte zich had verzameld voor een Praagse kroeg die volhing met posters. Het waren campagne-affiches van de Partij voor de Gematigde Vooruitgang binnen de Grenzen van de Wet, met daarop teksten als ‘We komen nog 15 stemmen tekort’. De partij kreeg uiteindelijk 38 stemmen in de verkiezingen voor de Rijksraad van het Habsburgse Oostenrijk, waar Tsjechië destijds toe behoorde. De kranten meldden niets over dat kleine stemmenaantal. Dat maakte initiatiefnemer en schrijver Jaroslav Hašek ook niet veel uit, want zijn campagne was een grote grap.
De Partij voor de Gematigde Vooruitgang was waarschijnlijk de eerste moderne politieke parodiepartij in Europa. Hašek had de parodiepartij samen met zijn kroegmaatje Eduard Drobílek bedacht om hun favoriete bar Kravín meer klandizie te bezorgen. Door ludieke partijbijeenkomsten te organiseren in de vorm van een cabaretshow, waarbij het bier rijkelijk vloeide, zouden de klanten naar het café stromen. Bovendien wilde Drobílek de kroegeigenaar imponeren, omdat hij een oogje had op diens dochter.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Met zijn partij wilde Hašek de draak steken met politici en hun loze beloften. Volgens de schrijver beloofden politici meer te doen voor de armen, maar waren het vooral baantjesjagers, die meer gehecht waren aan hun eigen inkomen dan aan wat goed was voor hun kiezers. Hij spaarde niemand in zijn kritische toespraken. Zelfs de Tsjechische politici in Wenen niet, ook al was hij zelf een Tsjech.
Iedereen een zakaquarium
Het was niet verwonderlijk dat Hašek uitgerekend de kroeg als decor koos. Politiek werd in die tijd vaak aan de bar bedreven, ook door de gevestigde partijen. Hašek zag in alcohol ‘de melk van de politiek’. Net zoals een pasgeborene melk nodig heeft, bloeit een partij op door goed bier te drinken, stelde hij vast. De Christelijk-Sociale Partij zou het volgens Hašek slecht doen in Praag, omdat ze in hun kroegen minderwaardig bier tapten.
Het politieke programma van de partij bestond uit absurdistische standpunten, die werden geuit in posters en toespraken. Zo wilde de partij haar kiezers aquariums in zakformaat geven in ruil voor hun stem, en werden kiezers gepaaid met de belofte dat zij bij het stembureau een gerecht van een menukaart mochten kiezen. Hašek stelde ook voor de slavernij opnieuw in te voeren, want ‘zolang er slaven waren, hoefde een fatsoenlijk mens niets te doen’.

In een ander punt stelde hij zijn kiezers in het vooruitzicht dat hij hen zou beschermen tegen een aardbeving in Mexico. Hij beloofde de kiezers dat ze ‘alles wat ze niet van Wenen kregen, wel van de partij kregen’. Soms behandelde hij serieuze onderwerpen, zoals vrouwenkiesrecht. Maar ook dat werd met een humoristische saus overgoten die tegenwoordig hoogstwaarschijnlijk als vrouwonvriendelijk gezien zou worden.
De Tsjechische Mark Twain
Hašeks werk stond in het teken van humor, maar zijn eigen leven was vrij tragisch. Hij verloor zijn vader al vroeg in zijn leven aan alcoholisme. Dat was een probleem waar Hašek zelf ook mee worstelde. In zijn studentenperiode zag een professor Engelse taal in hem de ‘Tsjechische Mark Twain’. Na zijn studies schreef hij voor verschillende satirische tijdschriften en werkte hij als journalist voor gewone kranten.
Hašek voelde zich aangetrokken tot het anarchisme. Maar toen hij verliefd werd op Jarmila Mayerová zei hij de anarchistische partij vaarwel, omdat haar conservatieve familie niet gediend was van dit rebelse gedachtegoed. Door zijn wilde levensstijl liep het huwelijk al snel op de klippen. In februari 1911 probeerde hij in een dronken bui van de beroemde Karelsbrug in Praag af te springen, omdat hij zijn huwelijksproblemen niet kon verdragen. Een lokale kapper trok hem daar weg, waarna Hašek een tijdje in een psychiatrische kliniek verbleef.
In de Eerste Wereldoorlog vocht Hašek mee aan Oostenrijkse zijde en belandde hij als krijgsgevangene in Rusland. Daar raakte hij betrokken bij de Russische Revolutie. Na zijn bolsjewistische periode keerde hij in 1920 terug naar zijn thuisland. Dat was nu Tsjechoslowakije geworden en voor het eerst een onafhankelijke democratische republiek.
Beroemde oorlogssatire
In de jaren twintig werkte Hašek aan wat zijn beroemdste werk zou worden: De lotgevallen van de brave soldaat Švejk. Dat boek borduurde voort op een eerder idee dat hij kreeg in een van zijn dronken buien; het ging over een soldaat die de bevelen van de legerleiding tot in het absurde opvolgde. Het was satire, net als zijn politieke partij. Maar dit keer nam hij het Oostenrijks-Hongaarse leger op de hak in plaats van de politici.

Omdat Hašek in 1923 op slechts 39-jarige leeftijd overleed aan de gevolgen van tuberculose, maakte hij het boek over soldaat Švejk nooit af. Toch werd het de meest vertaalde Tsjechische literatuur ooit. Zijn politieke satire is tegenwoordig een minder bekende nalatenschap, maar was wel baanbrekend. Zo volgde in Nederland pas tien jaar later de ludieke campagne van de Amsterdamse zwerver Had-je-me-maar, die door de campagne van een groep anarchisten een zetel veroverde in de Amsterdamse gemeenteraad.

Bierpartij en een alienpak
De Tsjechische politiek heeft in latere jaren verschillende ‘Hašeks’ gekend. Zo ontstond in de jaren negentig de Vrienden van de Bierpartij. Deze biervriendelijke, studentikoze parodiepartij ging later op in de sociaal-democraten.
In de nog recentere politieke geschiedenis van Tsjechië viel de bizarre politieke aankleding van Tomáš Franěk op. Hij droeg in 2024 een groen alienpak tijdens de campagne voor het Europese Parlement. Zijn partij heette ‘Ja, een betere EU met Aliens’, waarvan het programma overigens minder satirische elementen bevatte dan de partijnaam deed vermoeden.
