• Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Historisch Nieuwsblad 7/2017

    Het succes van het Oude Egypte

    De eerste supermacht

    Door: Saskia Bosch

    Drieduizend jaar lang bleef de Oud-Egyptische beschaving overeind. De farao’s wisten van hun land een supermacht te maken. Uiteindelijk delfden ze het onderspit tegen een nog sterkere koning.

    De Nijl-vallei

    Het verhaal van de Oud-Egyptische beschaving begint in de woestijn. Zo’n 10.000 jaar geleden heerste er in Noord-Afrika een heel ander klimaat dan tegenwoordig. Wat nu de Sahara-woestijn is, was toen een savanne, terwijl de Nijl-vallei nog een ontoegankelijk moeras vormde. Naarmate het klimaat droger werd, trokken de nomaden eerst naar de wadi’s of rivierbeddingen, en uiteindelijk naar de Nijl-vallei.
     
    De groeiende bevolkingsdruk in de smalle Nijl-vallei maakte het noodzakelijk om een goed functionerend irrigatiesysteem te ontwikkelen. De Egyptenaren kenden drie seizoenen: Akhet, het overstromingsseizoen, Peret, de zaaitijd, en Shemu, de oogsttijd. Voor een goede oogst waren de boeren afhankelijk van de juiste mate van overstroming. Trad de rivier te ver buiten de oevers of juist niet ver genoeg, dan konden mislukte oogsten voor hongersnoden zorgen. Om dat gevaar af te wenden, ontwikkelden de Egyptenaren een irrigatiesysteem.
     

    Om het irrigatiesysteem goed te laten werken, was een centraal bestuur nodig

    Om dat systeem succesvol te laten functioneren, was een uitgebreide administratie nodig. Bovendien was er behoefte aan een goede organisatie en een centraal bestuur. Die droegen waarschijnlijk bij aan de ontwikkeling van het schrift in het Oude Egypte en aan de opkomst van een vroege staat.

     

    Egypte verenigd onder Narmer

    Rond 3100 v.Chr. werden de Nijl-vallei (Boven-Egypte) en de Delta (Beneden-Egypte) voor het eerst verenigd door farao Narmer. De heerser over deze beide landen was de koning of farao – een verbastering van het Oudegyptische per a’a, wat zoveel betekent als ‘het grote huis’ – een verwijzing naar het paleis. Het was zijn belangrijkste taak het om de ma’at te handhaven, een staat van rechtvaardigheid en kosmische orde. Daartoe moest hij tempels bouwen, offers aan de goden brengen en de landsgrenzen bewaken. Hij was de hoogste rechter, de aanvoerder van het leger, en stond aan het hoofd van het administratieve systeem.
     
    Bovendien was hij als allerhoogste priester de representant van de goden op aarde en fungeerde hij als intermediair tussen mensen en goden. Hij moest de goden tevredenstellen door ze offers aan te bieden. Niet dat de farao in de praktijk al deze taken dagelijks uitvoerde. Daarvoor had hij een vizier – een soort premier -, hogepriesters en legerleiders.
     

    Succesfactoren

    Het ideaalbeeld van de farao bleef zo’n drieduizend jaar intact, wat een van de verklaringen is voor het stabiele karakter van de Egyptische staat. Maar ook de gunstige geografische ligging werkte mee. Het land was ten oosten en ten westen omgeven door woestijn, in het zuiden boden de verraderlijke stroomversnellingen in de Nijl bescherming, en in het noorden vormde de Middellandse Zee een natuurlijke grens, wat invallen van buitenlandse troepen bemoeilijkte.
     
    Het Oude Egypte was welvarend. De vruchtbare Nijl-vallei en Delta stonden doorgaans garant voor rijke oogsten, terwijl de graanbuffers die in de tempels werden opgeslagen in magere tijden de ergste honger konden stillen. Volgens schattingen waren de reserves in de graanschuren van het Ramesseum in Thebe (het huidige Luxor) genoeg om zo’n 20.000 mensen een jaar lang te voeden. Daarnaast kende het Oude Egypte een overvloed aan bodemschatten, zoals goud, koper, mineralen en turkoois. Dankzij deze grondstoffen ontstond een rijke hofcultuur. Een kaste van handwerkslieden leverde hoogwaardige producten af.
     

    In de bodem zaten goud, koper, mineralen en turkoois 

    Wat de Egyptenaren zelf niet hadden, haalden ze uit de buurlanden. Egyptische troepen trokken naar het zuiden om in Nubië (het huidige Soedan) producten als goud, ivoor en specerijen te halen. Cederhout en lapis lazuli verkregen ze uit het Nabije Oosten en het Middellandse Zeegebied.
     

    Het Nieuwe Rijk 

    Tijdens het Nieuwe Rijk (1550–1069 v.Chr.) was Egypte op de top van zijn macht. De Egyptische invloedssfeer strekte zich uit van het Nabije Oosten en Syrië tot diep in Soedan. Niet al die gebieden waren echte koloniën. Zo moesten de heersers in het Nabije Oosten wel een eed van trouw afleggen aan de Egyptische koning en belastingen betalen, maar hielden ze een zekere mate van zelfbestuur. Nubië stond onder direct Egyptisch bestuur en functioneerde als een soort kolonie. In deze periode groeide Egypte uit tot een van de eerste supermachten van de Oudheid.
     
    Na een roerige periode was het land weer herenigd en ontstond het idee om de grenzen te beschermen door de omliggende gebieden onder de Egyptische invloedssfeer te brengen. Onder motto ‘De aanval is de beste verdediging’ werden de omliggende rijken tijdens militaire veldtochten verslagen. Zo stootte Toetmosis I met zijn troepen door tot de Eufraat en het vierde cataract – of de stroomversnelling – in Nubië.
     

    Vallei der Koningen

    De militaire overwinningen luidden een periode van ongekende bloei in, wat nu nog is terug te zien aan de enorme tempels en prachtig versierde graven uit die tijd, bijvoorbeeld in de Vallei der Koningen. Ook de grafgiften, kleding, sieraden en pruiken uit het Nieuwe Rijk getuigen van een enorme welvaart.
     
    Veel van de namen die we nu nog kennen, stammen uit het het Nieuwe Rijk. Het bekendst is natuurlijk de kindkoning Toetanchamon uit de veertiende eeuw voor Christus. De ontdekking van zijn intacte graf veroorzaakte in 1922 een ware egyptomanie. Ook Ramses II, ook wel Ramses de Grote genoemd, spreekt nog steeds tot de verbeelding dankzij de vele imposante bouwwerken die hij naliet, zoals het Ramesseum in Thebe en de tempels van Aboe Simbel. Ook ketterkoning Achnaton, die het meergodendom afschafte en verving voor het geloof in één god (de zonneschijf Aton), weet nog steeds te fascineren.
     

    De rol van vrouwen in Egypte

    Tijdens het Nieuwe Rijk traden vrouwen meer op de voorgrond. Zo was koningin Ahmose-Nefertari de eerste koningin die de titel ‘Godsvrouw van Amon’ aannam en daarmee binnen de religie een belangrijke rol voor vrouwen opeiste. Ze was zo’n belangrijke figuur dat ze nog eeuwen na haar dood werd aanbeden. Je zou kunnen zeggen dat ze een rolmodel was voor de koninginnen die na haar kwamen.
     
    De ondernemende Hatsjepsoet ging in de vijftiende eeuw voor Christus nog een stap verder. Ze riep zichzelf uit tot farao en werd de langst regerende vrouw in de Egyptische geschiedenis. Misschien wel de beroemdste vrouw uit het Nieuwe Rijk was Nefertiti. Ze is tegenwoordig vooral bekend door haar wonderschone buste in het Egyptisch Museum in Berlijn, maar ze was meer dan een symbool van tijdloze schoonheid. Nefertiti speelde mogelijk een belangrijke rol in de religieuze revolutie van haar man Achnaton in de veertiende eeuw, en het is niet uitgesloten dat ze na zijn dood enige tijd als farao over het land regeerde.
     

    Technologische en militaire vernieuwingen

    Intussen leverden de contacten met andere culturen de Egyptenaren veel technologische vernieuwingen op. Zo maakten ze via buitenlandse volkeren kennis met geavanceerd wapentuig en verbeterde versies van het weefgetouw en het pottenbakkerswiel. Vooral de nieuwe wapens kwamen als geroepen: om de buitenlandse troepen te verslaan hadden de Egyptenaren een betere bewapening nodig. Hun gevechtsmiddelen waren primitief. Zelfs tijdens het Middenrijk (2055–1650 v.Chr.) vochten ze nog met knuppels en speren met een vuurstenen punt. Van de Hyksos uit Klein-Azië keken ze de strijdwagen af. Die ging een belangrijke rol spelen in de Egyptische oorlogvoering, en de koning op zijn strijdwagen werd een veelgebruikt thema op Egyptische tempelwanden. Ook nieuwe militaire tactieken en de productie van brons, een harder metaal dan koper, namen de Egyptenaren over van de Hyksos.
     
    Bovendien kreeg Egypte in het Nieuwe Rijk voor het eerst een staand leger. Tot die tijd zetten de Egyptenaren milities in die speciaal voor een militaire campagne in het leven werden geroepen. Maar het leger werd nu een vast onderdeel van het staatsapparaat en een belangrijke machtsfactor binnen de Egyptische staat.
     
    De soldaten hadden tot taak de farao in zijn paleis te bewaken en tegen buitenlandse heersers te vechten. Er waren drie soorten militairen: voetsoldaten, boogschutters en menners van de strijdwagens. Een strijdwagen werd getrokken door twee paarden. Terwijl een soldaat de paarden mende en zijn pijlen afschoot, beschermde zijn kompaan hem met een schild.
     

    De farao als militaire leider

    De opkomst van het leger was ook van invloed op het beeld van de farao. De rol van de farao als militaire leider van het land nam een hoge vlucht, en de prinsen kregen cruciale posities in het leger. Een militaire training maakte standaard deel uit van de opvoeding van de prinsen.
     
    Op de wanden van tempels werd de farao veelvuldig afgebeeld als machtige heerser die zijn buitenlandse opponenten in de pan hakte. Zo laten de reliëfs in de tempel van Medinet Haboe in Thebe farao Ramses III zien terwijl hij zeevolkeren verslaat. Dat het er daarbij bepaald niet zachtzinnig aan toeging, blijkt uit de afbeeldingen van soldaten naast stapels afgesneden handen en fallussen van hun gevallen tegenstanders. Uit de regeerperiode van Amenhotep II (1427-1401 v. Chr.) is zelfs een tekst bekend waarin hij opschepte dat hij de lichamen van zeven buitenlandse prinsen aan de boeg van zijn schip hing tijdens de terugreis naar Egypte.
     

    Handen en fallussen van tegenstanders werden afgesneden 

    Het is overigens de vraag of de Egyptische farao’s zelf deelnamen aan de strijd. De koninklijke mummies laten geen verwondingen zien die op het slagveld kunnen zijn opgelopen. Zelfs bij de grote strijderskoningen zijn geen tekenen van gebroken botten of snijwonden te vinden.
     

    Teloorgang van het Nieuwe Rijk

    De vele veldtochten drukten zwaar op de economie van Egypte en zouden uiteindelijk bijdragen aan de teloorgang van het Nieuwe Rijk. Langzaam maar gestaag boette het Egyptische Rijk aan macht in. Egypte verloor zijn grip op de rijken in het Nabije Oosten en later begon ook de overheersing van Nubië te tanen. In Egypte zelf werden intussen ook de eerste tekenen van verval zichtbaar. Slechte oogsten en corruptie zorgden voor maatschappelijke onrust. Tijdens de regeerperiode van Ramses III in de twaalfde eeuw voor Christus deed zich de eerste gedocumenteerde staking in de wereldgeschiedenis voor, toen arbeiders van het werkmansdorp Deir el Medina bij Thebe het werk neerlegden omdat ze lange tijd niet waren uitbetaald.
     

    Alexander de Grote maakt een eind aan Egyptische cultuur

    Uiteindelijk luidde de komst van een nieuwe speler op het wereldtoneel de ondergang van het Oude Egypte in. Alexander de Grote kwam uit Macedonië, en zijn verovering van Egypte in 332 v.Chr. maakte een einde aan drieduizend jaar Oud-Egyptische cultuur.
     
    Saskia Bosch is egyptoloog en journalist.


    Meer weten

    The Pharaoh. Life at Court and on Campaign (2012) van Garry J. Shaw biedt een veelomvattend overzicht van de rol van de farao in het Oude Egypte.
     
    Atlas van het Oude Egypte
    (1987) van John Baines en Jaromír Málek is een fraai geïllustreerd standaardwerk over het Oude Egypte.
     
    Women in Ancient Egypt
    (2008) van Gay Robins vertelt het verhaal van koninginnen en gewone vrouwen ten tijde van de farao’s.