Over Herodotus (circa 484-425 v.Chr.) persoonlijk is bar weinig bekend. Hij werd geboren in Halicarnassus, het hedendaagse Bodrum aan de Turkse kust, dat toen onder Perzische heerschappij viel en later weer onder Atheense invloed kwam. Zijn familie moet welvarend zijn geweest en Halicarnassus was naar buiten gericht – het was een plek waar Grieken en niet-Grieken elkaar ontmoetten. Later verhuisde hij, mogelijk om politieke redenen, naar het eiland Samos.
Als geleerde reisde hij veel, door de mediterrane wereld en daarbuiten. Zo bracht hij een poos in Athene door en deed hij waarschijnlijk Egypte, Libië, Babylon en het Zwarte Zeegebied aan. Uiteindelijk vestigde hij zich in Thurii, een Griekse kolonie in Zuid-Italië. Hij stierf waarschijnlijk niet lang nadat zijn Historiën rond 430 v.Chr. waren gepubliceerd.
Deze impressie van Herodotus’ leven is gebaseerd op losse verwijzingen uit antieke werken en op het Herodotus-lemma uit de Suda, een tiende-eeuwse Byzantijnse encyclopedie. Verder is het, zoals vrijwel alles wat historici over hem menen te weten, gebaseerd op zijn Historiën, het enige werk dat nu nog van hem over is. Dit magnum opus is het omvangrijkste bekende antiek-Griekse prozawerk – het is viermaal langer dan Homerus’ Ilias.

Dit artikel is exclusief voor abonnees
De Historiën draaien om de Grieks-Perzische oorlogen van 499-449 v.Chr. Herodotus geeft een brede interpretatie van deze conflicten en gaat uitgebreid in op de oorzaken ervan. Hij beschrijft de groei van het Perzische rijk en de confrontatie met de Griekse stadsstaten, waarbij hij herhaaldelijk uitweidt over de volken die de Perzen onderwierpen. Hoogtepunt in de Historiën is de mislukte invasie van Griekenland rond 480 v. Chr. door de Perzische koning Xerxes.
Vermakelijke verhaaltjes
In de Oudheid liepen de reacties op de Historiën al erg uiteen en dat heeft de toon gezet voor de blik op Herodotus’ werk in later eeuwen. Van grote invloed hierin was Thucydides, een tijdgenoot die zijn eigen Geschiedenis van de Peloponnesische oorlog niet lang na de Historiën publiceerde. Thucydides noemt Herodotus in zijn werk nooit bij naam, maar hij zet zich wel tegen hem af om zichzelf in een positief licht te plaatsen. Hij presenteert zijn eigen aanpak als serieuzer en accurater, en daarmee van meer blijvende waarde.
Later namen velen die zienswijze over. Herodotus zocht verklaringen voor oorlogen in de antropologie en toonde een brede interesse in geografie, etnografie en medische kwesties. Thucydides pakte het heel anders aan en legde de nadruk op politieke en militaire onderwerpen. Dat is precies wat kenmerkend is geworden voor latere geschiedschrijving. Herodotus’ weliswaar vermakelijke ‘verhaaltjes’ steken voor sommigen schamel af tegen zulke historiografische grandeur. Wie Thucydides roemt om zijn nauwkeurigheid en analytisch vermogen, ziet Herodotus als naïef en oppervlakkig.
Met zijn essay De kwaadaardigheid van Herodotus deed biograaf en historicus Plutarchus in de eerste eeuw na Christus een belangrijke duit in het zakje. We weten eigenlijk helemaal niet hoe hij dit essay bedoeld heeft (misschien was het wel een puur retorische oefening), maar zijn ongebreidelde negativiteit over Herodotus was van blijvende invloed. Plutarchus vond dat toekomstige generaties moesten kunnen leren van voorbeelden uit het verleden en in zijn essay is een boel Griekse trots te bespeuren. Dat is ook de reden dat Herodotus er bij Plutarchus zo slecht van afkomt: Herodotus deed volgens hem afbreuk aan de Griekse overwinning. Hij had veel interesse in alles wat niet-Grieks was en daarom noemde Plutarchus hem philobarbaros (‘barbarenliefhebber’), een bijnaam die hem door de tijd heen is blijven achtervolgen.

Een ander label kreeg Herodotus in de eerste eeuw voor Christus van de Romeinse politicus en redenaar Cicero. Hij was de eerste die Herodotus de ‘vader van de geschiedschrijving’ noemde. In dezelfde zin plaatst hij overigens meteen een kanttekening: hoewel in geschiedschrijving alles tot de waarheid moet leiden, bedient Herodotus zich van ontelbare verzinsels.
Precies dit contrast is in zijn hele ontvangstgeschiedenis dominant, onder meer in de Renaissance en de negentiende eeuw, periodes van grote heropleving van Herodotus-studiën. Natuurlijk laat de doorlopende interesse zien dat Herodotus wel degelijk belangrijk werd geacht en relevant genoeg was om te blijven bestuderen. Geleerden bogen zich steeds opnieuw over de vraag hoe waarheidsgetrouw de Historiën waren. Niemand kwam er uit: was Herodotus nu de vader van de geschiedschrijving of de vader van de leugen?
Egyptenaren hadden hardere schedel
Juist de titel ‘historiograaf’ schuurt. In zijn openingszin schrijft Herodotus dat zijn werk het verslag is van zijn onderzoek. Om naar dat ‘onderzoek’ te verwijzen gebruikt hij het Griekse woord historia. Historiografie is als term uiteindelijk gaan verwijzen naar de studie van het verleden, maar dit genre bestond nog niet als zodanig. Het is ook niet hoe Herodotus zijn eigen werk zelf presenteerde.
We zagen al dat hij een enorm brede interesse had die veel verder strekte dan de studie van het verleden alleen. Dat is een stuk beter te begrijpen door hem in de context te plaatsen van andere, vernieuwende geleerden uit de vijfde eeuw voor Christus. Rosalind Thomas, hoogleraar Oude Geschiedenis in Oxford, laat zien dat Herodotus in een tijd leefde waarin disciplines nog niet strikt van elkaar gescheiden waren.
Hij was omgeven door medici, natuurfilosofen en etnografen die allerlei interesses en methodes met elkaar deelden. Al deze geleerden benadrukten het belang van ‘autopsie’ (ooggetuige zijn) en het gebruik van waarneembaar bewijs in plaats van zich alleen op theorie te verlaten. Ze bogen zich over terugkerende hot topics, wat leidde tot levendige debatten. In de Historiën mengt Herodotus zich daar ook in.
Een voorbeeld van zo’n debat is de physis/nomos-tegenstelling. Bepalen geografie en klimaat (physis) de aard van de mens en de samenleving, of zijn cultuur, wetten en gewoonten (nomos) belangrijker? Herodotus lijkt nomos over het algemeen belangrijker te vinden. Toch besteedt hij ook veel aandacht aan de invloed van het klimaat. Hij stelt bijvoorbeeld dat Egyptenaren hardere schedels hebben dan andere volken, omdat zij hun hoofden kaalscheren en daarmee het botweefsel directer blootstellen aan de warmte van de zon. Overigens vindt hij het ook vermeldenswaardig dat bij de Egyptenaren vrouwen staand urineren, en mannen zittend.
Wijn en hennepzaad
De Scythen waren nomadische ruiterstammen die op de Euraziatische steppe leefden. Ze stonden bekend om hun vechtlust en boogschietkunst, maar ook om hun overmatig drinken. Dit laatste is een stereotype dat mogelijk bij Herodotus zijn oorsprong vindt. Herodotus geeft een uitgebreide beschrijving van hun gewoontes en voor sommige van zijn beweringen bestaat archeologisch bewijs. Een voorbeeld hiervan zijn hun begrafenisrituelen: Herodotus vermeldt dat zij hierbij hennepzaad verbrandden. Bij de opgraving van Scythische graftomben zijn inderdaad resten van hennepzaad teruggevonden. Taalkundigen denken trouwens dat onze woorden ‘hennep’ en ‘cannabis’ een gemeenschappelijke Scythische oorsprong hebben.

Net als andere geleerden uit zijn tijd is Herodotus mateloos geboeid door exotica en wonderlijke natuurverschijnselen. Lang niet altijd is het duidelijk hoe we zijn observaties daarover moeten begrijpen. Waren de reusachtige mieren die volgens hem in India goud uit de grond halen misschien eigenlijk marmotten? Van welke dieren waren de botresten die Herodotus in Noord-Afrika als vliegende slangen identificeerde daadwerkelijk afkomstig? Gebruikten de Budini, een volk uit hedendaags Oekraïne, inderdaad bevertestikels om gynaecologische kwalen op te lossen?
Ook is Herodotus gefascineerd door gezondheidskwesties. Toonaangevend op dit gebied waren de hippocratici. Deze leerlingen van de arts Hippocrates van Kos braken met de traditie en gingen voor de oorzaken van ziektes niet meer te rade bij het bovennatuurlijke. In plaats daarvan wilden ze met observeerbare symptomen tot een diagnose komen. Herodotus betoont zich bekend met hun ideeën en zijn woordkeus verraadt dat hij op de hoogte was van hun humorenleer. Volgens deze theorie hangt een goede gezondheid af van een balans in lichaamssappen.
En wat te denken van Herodotus’ idee dat de waanzin van de Perzische koning Cambyses II kan zijn voortgekomen uit zijn epilepsie? Het verband dat hij legt tussen mentale en fysieke problemen is ook een echo van hippocratisch gedachtegoed.
Herodotus interviewde ooggetuigen, gebruikte mondelinge verslagen van gebeurtenissen en nam zelf een kijkje op relevante locaties. Empirie combineerde hij met theorie en door alternatieve versies te contrasteren woog hij zijn bronnen af. Dat past goed bij de intellectuele ontwikkelingen van zijn tijd, maar ook bij wat later als geschiedkundig onderzoek werd beschouwd. Niet zelden geeft Herodotus aan dat hij iets zelf niet weet, dat hij maar wat gokt, of dat er meerdere versies van een gebeurtenis bestaan. Zulke opmerkingen maken zijn methode expliciet, maar hebben ook vaak geleid tot het oordeel dat hij onbetrouwbaar is.
Herodotus was een geweldige verteller
De Historiën zijn de belangrijkste bron voor vijfde- en zesde-eeuws Griekenland in het algemeen, én de vroegste bron die tegenwoordig nog bestaat over de Grieks-Perzische oorlogen. Historici zetten daarom alles op alles om historische feiten uit de Historiën af te leiden. Ze zijn bijvoorbeeld benieuwd hoe een bepaalde veldslag écht is verlopen. Herodotus maakt het hun echter niet makkelijk: wie uitsluitsel zoekt over de precieze positionering van de manschappen blijft vaak gefrustreerd achter. Herodotus is geïnteresseerder in individuen en hun beweegredenen dan in militaire afwegingen.
Illustratief is zijn bespreking van de beroemde zeeslag bij Salamis (480 v.Chr.). In de smalle doorgang tussen Salamis en het vasteland delft de enorme Perzische overmacht het onderspit tegen de kleine Griekse vloot. Het resultaat: Griekenland wordt niet opgeslokt door het Perzische rijk. Niet de precieze manier waarop de Grieken de Perzen verslaan staat bij Herodotus centraal. In plaats daarvan focust hij op een individu: een Griekse koningin die vecht aan Perzische zijde.
Het wonder van Salamis
In zijn verslag van de zeeslag bij Salamis besteedt Herodotus veel aandacht aan Artemisia, de koningin van Halicarnassus die meevecht aan Perzische zijde. Herodotus noemt haar ‘een wonder’ omdat zij als vrouw deelneemt aan de strijd. Achtervolgd door een Atheens schip brengt zij koelbloedig een bevriend Perzisch schip tot zinken. Het Atheense schip staakt de achtervolging en de Perzische koning Xerxes, die niet doorheeft dat het een van zijn eigen schepen betreft, concludeert: ‘Mijn mannen zijn vrouwen geworden, en mijn vrouwen mannen.’

Herodotus schreef op het moment dat verhalend proza als schrijfvorm net opkwam in Griekenland. Waarschijnlijk droeg hij delen van zijn werk publiekelijk voor, mogelijk zijn stukken van zijn geschreven werk zelfs voortgekomen uit speeches die hij eerder hield. Zijn stijl bevat naast kenmerken van een geschreven tekst ook veel eigenschappen van een uitgesproken, orale tekst. Zo begint en eindigt hij een passage vaak met dezelfde woorden. Wel zo handig voor een luisteraar, die zo makkelijk kan bijhouden wanneer de ene passage voorbij is en de volgende begint.
Eerdere kroniekschrijvers zoals Hecataeus van Milete schreven in een nogal saaie stijl. Het contrast met Herodotus is groot – niet voor niets noemen hedendaagse historici hem een van de beste verhalenvertellers die de wereld ooit heeft gekend. De epische dichter Homerus moet een enorme inspiratiebron voor Herodotus zijn geweest. Net als hij gebruikt Herodotus verfijnde verteltechnieken, zoals hints naar een slechte afloop, om de lezer of luisteraar geboeid te houden.
Ook maakt hij ruim baan voor dromen, voortekens en orakels. Een voorbeeld is een van zijn verhalen over Croesus, de puissant rijke koning van Lydië. Croesus stuurt een aantal van zijn mannen naar Delphi om daar het orakel te raadplegen: moet hij de Perzen aanvallen? Het orakel antwoordt dat er, als hij dit doet, een groot rijk verwoest zal worden. Dit maakt Croesus uitzinnig van vreugde. Hij ziet de ambiguïteit van de voorspelling niet in en concludeert dat hij de Perzen in de pan zal hakken. Het orakel komt uiteindelijk tot vervulling, maar anders dan Croesus verwachtte: hij verliest na zijn aanval zijn eigen rijk aan de Perzen. Het is typisch voor Herodotus om zo’n orakel te gebruiken om zijn relaas te structureren.
Of Herodotus betrouwbaar is in wat hij vertelt, hangt af van de vraag die er aan zijn Historiën wordt gesteld. Voor sommige van zijn claims is archeologisch bewijs, terwijl andere tot op de dag van vandaag onbegrijpelijk blijven. Waar militair detail ontbreekt, heeft hij juist oog voor het handelen van het individu. En hoe zit het met al die orakels, zoals dat van Croesus? Het doet misschien niet zo ter zake of dit echt heeft plaatsgevonden. Des te relevanter is het om te vragen hoe Herodotus Croesus hiermee kenschetst, en wat dat zegt over zijn blik op sleutelfiguren en belangrijke gebeurtenissen uit de geschiedenis. De boodschap die hij ermee benadrukt is een morele: menselijke hoogmoed is gevaarlijk en niemand ontkomt aan zijn lot.
Meer weten
- Historiën. Alles wat ik zag, hoorde en onderzocht (2019) door Herodotus, opnieuw vertaald door Wolther Kassies.
- Herodotus in Context (2010) door Rosalind Thomas plaatst hem in het intellectuele klimaat van zijn tijd.
- A Narratological Commentary on Herodotus’ Histories (2026) door Irene de Jong geeft inzicht in zijn verteltechnieken.
- Met dank aan prof. dr. Irene de Jong en Radhika Sahtie.
Met dank aan prof. dr. Irene de Jong en Radhika Sahtie.
