Arm en blind, maar gezegend met een groot talent: zo stelden de oude Grieken zich Homerus voor. In elke stadstaat gingen er verhalen rond over het leven van de dichter, die heel Griekenland zou zijn rondgezworven om zijn poëzie met de mensen te delen. Maar vaker dan niet spraken deze verhalen elkaar tegen, waardoor er veel onduidelijk was over Homerus. Waar was hij geboren? Wie waren zijn ouders? En wie of wat inspireerde hem om dichter te worden?
Homerus de blinde dichter
De oude Grieken schreven meerdere biografieën over Homerus, die elkaar op allerlei vlakken tegenspraken. Volgens de bekendste was de dichter een buitenechtelijk kind.
Zijn moeder moest hem daarom in het geheim baren, langs de rivier de Meles. Volgens meerdere schrijvers zou hij dan ook oorspronkelijk als Melesigenes zijn geboren. Homerus was een bijnaam die hij kreeg toen hij later in zijn leven blind werd: homeroi betekent blinde.

Fantasierijke biografen gaven Homerus een persoonlijke connectie met de geschiedenis waarover hij schreef. Zo beweerde de historicus Ephorus van Kyme dat Homerus de dichtkunst had geleerd van Phemius, de bard in het paleis van Odysseus. De Byzantijnse schrijver Hesychius van Milete deed hier een schepje bovenop: Homerus zou de zoon zijn geweest van Polykaste, de dochter van koning Nestor, en Telemachos, de zoon van Odysseus. In dit geval zou hij de Odyssee over zijn eigen grootvader hebben geschreven.
Waar en wanneer leefde Homerus?
In de eeuwen na 600 v.Chr. werden tientallen opties genoemd als Homerus’ geboorteplaats, waarbij zelfs Italië en Egypte werden aangedragen. Op basis van zijn kennis van de westkust van Klein-Azië, waar de Ilias zich afspeelt, worden de stad Smyrna (het huidige İzmir) en het eiland Chios het vaakst genoemd. Op de laatstgenoemde plek is nog steeds de zogenoemde ‘Daskalopetra’ te vinden, een rechthoekige steen waarop Homerus zou hebben gezeten terwijl hij zijn gedichten voordroeg.
Historici zijn het er grotendeels over eens dat Homerus ergens in de achtste of zevende eeuw voor Christus moet hebben geleefd. Zijn gedichten hadden niet vóór 750 v.Chr. geschreven kunnen worden, omdat het ons bekende Griekse alfabet toen nog alleen door de Feniciërs werd gebruikt. Ook zouden ze niet later dan 600 v.Chr. geplaatst kunnen worden, omdat de Oude Grieken na die tijd liever lyrische dan epische gedichten schreven en lazen.
Deze datering wordt ondersteund door verwijzingen in de tekst zelf. Zo wordt het Egyptische Thebe in de Ilias als een rijke stad omschreven. Thebe was op haar welvarendst tijdens de 25ste Egyptische dynastie, die van 715 tot en met 663 v.Chr. duurde. Ook zou een scène waarin de goden het Griekse legerkamp laten overstromen door nabijgelegen rivieren om te leiden, gebaseerd zijn op een soortgelijke aanval op Babylon die in 689 v.Chr. plaatsvond.
Alleen over zijn dood waren de meeste biografen het eens. Het orakel van Delphi zou een jonge Homerus hebben gewaarschuwd dat hij zou sterven door een raadsel dat hij niet kon oplossen. Als oude man belandde hij op het eiland Ios, waar hij een groep jonge vissersmannen ontmoette die net terugkwamen van zee. Toen hij hun vroeg of ze een goede vangst hadden, zeiden de jongens lachend: ‘Degenen die we vingen, lieten we achter; degenen die we misten, dragen we met ons mee.’ De jongens hadden het niet over vissen: omdat ze geen beet hadden gekregen waren ze de luizen uit elkaars kleren gaan plukken.
Homerus begreep de grap niet, maar wel dat de voorspelling van het orakel was uitgekomen. Voor zijn dood zou hij nog snel zijn eigen grafschrift hebben bedacht: ‘Hier verbergt de aarde, onder het heilige hoofd, de goddelijke Homerus, die de woorden van goden en mensen ordende.’ Kort hierna overleed hij, volgens sommigen aan een diepe depressie of ziekte, volgens anderen doordat hij in de modder was uitgegleden. Ook hier konden de Grieken het niet over eens worden.
De Homerische kwestie
Ondanks de onduidelijkheid over de identiteit van Homerus werd er eeuwenlang niet aan zijn bestaan getwijfeld. Totdat de Franse schrijver François Hédelin, beter bekend als Abbé d’Aubignac, in 1664 een kritische analyse van de Ilias publiceerde. Hij hekelde de overbodige versregels, het gebrek aan een bevredigende conclusie en de slechte moraal van het gedicht. Volgens hem wees dit erop dat de Ilias niet het werk van één geniale dichter was. Losse verhalen en gedichten van verschillende auteurs zouden in de loop der tijd zijn gebundeld. Volgens d’Aubignac had Homerus nooit bestaan.

In navolging van d’Aubignac begonnen steeds meer academici te twijfelen over de oorsprong van de Ilias en Odyssee. De zogenoemde ‘Homerische kwestie’ werd vurig bediscussieerd: waren de gedichten door één mythische dichter geschreven, of waren ze opgebouwd uit samengeraapte stukken poëzie? Verlichte denkers spitten de oude biografieën door, maar ontdekten al snel dat de Grieken ook geen duidelijk antwoord op deze vraag hadden. In de negentiende eeuw richtten onderzoekers zich op de gedichten zelf, waardoor er twee gedachtescholen ontstonden: de analisten, die geloofden dat ze door meerdere auteurs waren geschreven, en de unitaristen, die volhielden dat Homerus echt had bestaan.
In de jaren dertig van de twintigste eeuw kwam hier een derde theorie bij: de Homerische gedichten zouden mondeling zijn overgeleverd. De Amerikaanse classicus Milman Parry wees erop dat bepaalde versregels en stijlfiguren steeds opnieuw werden gebruikt in de Ilias en de Odyssee. Denk aan de ‘snelvoetige Achilles’ of de ‘onversaagde Odysseus’. Hierdoor zou het voor barden makkelijker zijn geweest om de werken te onthouden en voor te dragen.

Parry vond bewijs voor deze theorie tijdens een reis door de Balkan. In Bosnië ontdekte hij de guslar: zangers die urenlange liederen uit hun hoofd kenden. Zo voerde de guslar Avdo Međedović voor hem De bruiloft van Smailagić Meho op: een epos van12.323 versregels, waar hij maar liefst vijf dagen over deed. Zo moest het ook met de Homerische gedichten zijn gegaan, meende Parry. Generaties dichters, zangers en barden hadden de verhalen uit hun hoofd geleerd en door de eeuwen heen aan elkaar doorgegeven. Allen hadden ze hun eigen invulling aan de gedichten gegeven, voordat ze op papier waren gezet.
Twee auteurs
Tegenwoordig wordt Parry’s theorie door de meeste classici onderschreven. Maar de vraag blijft wie de gedichten uiteindelijk heeft opgeschreven en wanneer. Op basis van moderne tekstanalyse blijkt dat de versies van de Ilias en de Odyssee waarmee wij bekend zijn allebei door één auteur zijn opgeschreven. Maar niet door dezelfde. Volgens classici wijzen de verschillen in taalgebruik en onderwerpkeuze erop dat de Odyssee later is geschreven, misschien wel door een fan van de Ilias die het werk wilde imiteren. In dat geval zouden er dus twee Homerussen zijn geweest.

Er is nog steeds veel dat we niet weten over de auteur(s) van de Ilias en de Odyssee. Het is in ieder geval duidelijk dat Homerus geen goddelijk genie was. Net zoals alle andere kunstenaars liet hij zich inspireren door oudere verhalen en door de wereld waarin hij leefde. Dat er over hem persoonlijk vrijwel niets bekend is, draagt alleen maar bij aan de mystiek en de tijdloosheid van het werk dat zijn naam draagt.
