Vanwege de woningnood wil Den Haag woontorens van 230 meter bouwen. Toen er in de tweede eeuw steeds meer arbeiders naar de Romeinse havenstad Ostia trokken, ging de stad ook de hoogte in bouwen. Die Romeinse appartementen waren een stuk veiliger dan vaak wordt gedacht, vertelt oudheidkundige Saskia Stevens.
Als de Haagse plannen doorgaan, worden de woontorens de hoogste wolkenkrabbers van Nederland. Door tientallen verdiepingen hoog te bouwen, komen er in één klap 1800 woningen bij. Romeinse hoogbouw was een stuk lager: appartementencomplexen waren meestal drie tot vijf verdiepingen hoog, vertelt Stevens. ‘Die bakstenen gebouwen werden insulae genoemd: stadseilanden. Het waren huizenblokken omgeven door straten, een beetje vergelijkbaar met een block of flats in New York. Sommige woonruimtes waren vrij klein, bijvoorbeeld wanneer iemand een winkel of werkplaats op de begane grond had met een woning erboven. Maar er was ook ruim opgezette hoogbouw met appartementen van twee verdiepingen van in totaal wel 240 vierkante meter.’
Hoogbouw was dus niet alleen bedoeld voor de arme Romein?
‘Zeker niet. Voordat hij consul en dictator werd, zou Sulla in Rome in hoogbouw hebben gewoond. In de havenstad van Rome, Ostia, waren er ook wooncomplexen die iets weg hadden van gated communities met een portier en een binnentuin. En wie op de vierde verdieping verbleef, had een prachtig uitzicht en frissere lucht. Maar je moest dan wel alles via trappen omhoog slepen, dus we kunnen ook niet echt spreken van een luxueus penthouse.’
‘Wie veel geld had, woonde buiten de stad in een weelderige villa. Maar insulae waren wel een populaire investering voor rijke Romeinen. De beroemde redenaar Cicero kocht bijvoorbeeld een appartementencomplex in Rome en verhuurde alle woningen daarin. Dat leverde aardig wat op: van de opbrengsten kon zijn zoon gaan studeren in Griekenland.’
Zijn er nog sporen te vinden van de Romeinse hoogbouw?
‘De oudste verwijzing die we hebben komt uit de tweede eeuw voor Christus. Livius schreef toen dat een ontsnapt rund op de vierde verdieping van een appartementengebouw was beland. Er zijn ook resten van hoogbouw terug te vinden op archeologische sites. Vooral in Ostia. Begin tweede eeuw liet keizer Trajanus daar een nieuwe haven bouwen. De stad bloeide op en veel Romeinen trokken naar Ostia om er te wonen en te werken, waaronder veel seizoenarbeiders. In korte tijd moesten er grote aantallen woningen worden gebouwd op een beperkt aantal vierkante meter, dus ging Ostia de hoogte in.’
Was dat wel veilig?
‘Over de veiligheid van Romeinse hoogbouw wordt vaak negatief gedacht: er zou groot instortings- en brandgevaar zijn, die klachten vinden we ook bij antieke schrijvers als Juvenalis, Martialis en Seneca. Maar de Romeinen namen juist veel maatregelen om die risico’s te beperken. Zo besloot Trajanus de maximale bouwhoogte te verlagen tot achttien meter, drie meter lager dan zijn voorganger Augustus had bedacht. Na de brand van Nero in 64 werd het bovendien verplicht om waterfaciliteiten in de buurt te hebben om branden te kunnen blussen. Gebouwen kregen daarna een eigen scheidingsmuur, en houtbouw met leem werd verboden vanwege het brandgevaar.’

‘Rome heeft de hoogbouw niet uitgevonden; er waren eerdere ambities om met hout de hoogte in te bouwen. Maar voor de Romeinen was het een succes omdat ze beschikten over beton, waarmee ze stevige funderingen konden maken. De binnenmuren van bakstenen appartementen waren vaak zestig centimeter dik, en de fundering was nog breder.’
Omwonenden in Den Haag vrezen overlast van de flats in hun achtertuin. Werd er in het Romeinse Rijk ook al geklaagd?
‘Zeker, er bestond allerlei wetgeving voor overlast. Bewoners van een insula hadden een contract, ze moesten de huur op tijd betalen en zich aan allerlei regels houden. Er was geen opzegtermijn en de verhuurder kon per direct op straat worden gezet als de eigenaar wilde verbouwen of de woning zelf nodig had.’
