Het kostte de wereld 300 miljoen dollar en de inspanningen van 150,000 medici, maar in 1977 lukt het de mensheid voor het eerst een ziekte volledig uit te roeien. De pokkenepidemie in Somalië zou de laatste natuurlijke uitbraak zijn. Van de ziekte bleven alleen een paar virusmonsters over, die om veiligheidsredenen in een select aantal laboratoria bewaard mochten worden.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Een van deze laboratoria bevond zich in de medische school van de Universiteit van Birmingham. De hoofdonderzoeker was professor Henry Bedson, die eerder betrokken was bij het uitroeien van de pokken in Afghanistan en Pakistan. Hij wilde onderzoek doen naar vergelijkbare virussen uit Afrika en vroeg de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) om toestemming om het pokkenvirus te bestuderen. De WHO was eerst huiverig om het virus op een extra locatie te bewaren, maar op aandringen van Bedson ging de organisatie in 1978 toch overstag.
Overal rode plekken
Al na een paar dagen werd Bedson midden in de nacht opgebeld met verschrikkelijk nieuws: het virus was uit het lab ontsnapt. Janet Parker, een 40-jarige medisch fotografe, was in het ziekenhuis opgenomen met rode plekken over haar hele lichaam. Haar dokter stelde vast dat ze geïnfecteerd was geraakt met variola major: de gevaarlijkste vorm van het pokkenvirus. Ze werd verplaatst naar een geïsoleerd verpleeghuis aan de rand van de stad, waar ze haar laatste weken in quarantaine versleet.
Parkers conditie ging in rap tempo achteruit. Beetje bij beetje brak het virus haar immuunsysteem af. Ze kreeg een longontsteking en raakte blind aan één oog. Ook kon ze niet langer zelf haar tanden poetsen of haar neus snuiten. Ze stierf op 11 september, zonder vrienden of familie om haar bij te staan. Haar echtgenoot en moeder zaten ook in quarantaine, en haar vader was zes dagen eerder aan een hartstilstand overleden. Er waren alleen artsen met mondkapjes op om haar gezelschap te houden.
Thuisquarantaine
Na Parkers diagnose greep de Engelse overheid meteen in. Er werd een taskforce opgezet, die iedereen opspoorde met wie ze in contact was geweest. Door de uitbraak moesten 260 mensen verplicht in quarantaine, waaronder een fysiotherapeut die haar bruiloft moest afzeggen. Een meisje dat haar schaatsen aan Parker had verkocht, moest ook thuisblijven. Het briefgeld dat ze bij de verkoop had verdiend, moest ze afstaan aan een groep artsen, maar gelukkig kreeg ze er ontsmette bankbiljetten voor terug. Eén ziekenhuismedewerker was al op vakantie en moest met een speciaal opsporingsbericht in de nationale kranten worden teruggevonden.

Het nieuws dat de pokken uit de dood waren opgestaan ging ondertussen als een lopend vuurtje. De media gingen op zoek naar een verklaring en kwamen al snel bij Henry Bedson uit. Waarom had hij erop aangedrongen het virus naar Birmingham te halen? Bedson was door de taskforce in thuisquarantaine geplaatst, en al snel begonnen journalisten zich voor zijn raam te verzamelen. De professor kon hun afkeurende blikken niet verdragen en werd overweldigd door schuldgevoelens. Hij trok zich terug in zijn schuur en pleegde daar zelfmoord. In een afscheidsbrief bood hij zijn excuses aan zijn collega’s aan. Hij had hun vertrouwen niet verdiend, schreef hij.
Via de ventilatie
Was Bedson inderdaad verantwoordelijk voor de uitbraak? Volgens een overheidsrapport wel: zijn laboratorium zou niet geschikt zijn geweest om het pokkenvirus in te bewaren. Het virus zou via het ventilatiesysteem naar de verdieping boven het laboratorium zijn ontsnapt, waar Parker op de dag van haar besmetting werkte. Maar toen de overheid op basis van dit rapport een rechtszaak tegen de universiteit aanspande, ging die verloren. Experts verdedigden de universiteit door erop te wijzen dat het ventilatiesysteem pas tijdens het ontsmetten van het laboratorium beschadigd was geraakt, nadat de infectie had plaatsgevonden. Sowieso was de kans dat het virus de afstand tussen de twee verdiepingen had kunnen afleggen nihil.
Vijftig jaar later blijft het nog altijd een mysterie hoe Janet Parker met de pokken besmet raakte. Wist het virus toch door de ventilatiebuizen te ontsnappen? Of liep Parker zelf per ongeluk het laboratorium in, zoals microbioloog Mark Pallen beweert in zijn boek over de uitbraak? Nog steeds worden monsters van het virus in twee laboratoria bewaard, maar dankzij de strenge veiligheidsmaatregelen is de kans op een nieuwe uitbraak klein.
