Protesteren tegen de communistische dictatuur in Polen was levensgevaarlijk. In 1981 kondigde generaal Wojciech Jaruzelski de staat van beleg af, in reactie op stakingen en demonstraties van de onafhankelijke vakbond Solidarność. De leiders gingen ondergronds en de leden waagden zich niet meer massaal op straat. In plaats daarvan bekladden ze stiekem muren met teksten, die de autoriteiten vervolgens overschilderden.
Dat bracht een student in de West-Poolse stad Wrocław op een idee: wat als hij op de overgeschilderde muren kabouters zou tekenen? Niemand kon bezwaar hebben tegen zo’n apolitiek figuurtje als de kabouter. Zo ontstond een alternatief protest, dat als een lopend vuurtje door het hele land ging. In verschillende steden werden overschilderingen versierd met kinderlijke tekeningen van kabouters.

Dit artikel is exclusief voor abonnees
De student die het kabouterprotest had verzonnen, heette Waldemar Fydrych. Hij was geboren in 1953, studeerde geschiedenis en kunstgeschiedenis en werd medeoprichter van de Nieuwe Cultuurbeweging (Ruch Nowej Kultury). Fydrych publiceerde in 1981 het Manifest van het Socialistisch Surrealisme, waarin hij schreef: ‘De hele wereld is een kunstwerk. Zelfs een enkele politieagent die op straat staat, is een kunstwerk. Laten we plezier maken, ons lot is geen kruis dat we moeten dragen.’
Stokbrood met kaas en ketchup
De regering hief de staat van beleg in 1983 op, maar Fydrych en de zijnen gingen door met ludiek actievoeren. De muurschilderingen van kabouters gingen vanaf 1985 over in straatdemonstraties, ook wel happeningsgenoemd. Vanaf die tijd duidde de Nieuwe Cultuurbeweging zichzelf aan als Oranje Alternatief (Pomarańczowa Alternatywa). Fydrych werd het gezicht en noemde zich ‘Major’. Hij en zijn medestanders tooiden zich tijdens de happenings vaak met puntmutsen. Waarschijnlijk lieten ze zich inspireren door de Nederlandse Provo’s en de Kabouterbeweging uit de jaren zestig en zeventig.
Provo werd al snel geuzennaam
De happenings van het Oranje Alternatief bezorgden de autoriteiten flinke kopzorgen. Evenmin als de muurschilderingen van kabouters hadden de demonstraties geen expliciet anticommunistische inhoud. De organisatoren kozen absurdistische en soms zelfs ironisch bedoelde procommunistische thema’s. Een van hun meest gewaagde happenings vond plaats op de verjaardag van de Oktoberrevolutie van 1917. Die werd normaal gesproken alleen in de besloten kring van de communistische partij gevierd, maar in 1987 riep het Oranje Alternatief alle inwoners van Wrocław op iets roods te dragen. Wie geen rode kleding had, kon de nagels rood lakken of een zapiekanka (stokbrood met gesmolten kaas) met ketchup kopen. Deze oproep zorgde ervoor dat een kraam die deze snack verkocht werd gesloten door de oproerpolitie.

Een andere happening kreeg het motto ‘Wie is er bang voor toiletpapier?’ Hierbij deelde het Alternatief velletjes toiletpapier uit aan voorbijgangers, als protest tegen de schaarste aan sanitaire middelen. Zulke surrealistische acts weerspiegelden de dagelijkse absurditeit van het leven in de communistische heilstaat.
Wanneer de oproerpolitie deelnemers arresteerde, stond ze behoorlijk voor paal. De happenings van het Oranje Alternatief hadden een open karakter, zodat omstanders spontaan konden deelnemen. Dat maakte de verwarring voor de autoriteiten compleet, want wie hoorde bij het protest en wie niet? Bovendien werd de oproerpolitie zelf tot onderdeel van het surrealistische straatkunstwerk. Zo ondermijnde het Alternatief het gezag, ook al trad het regime vaak hard op.
Kabouterbeeldjes
Meedoen aan de happenings van het Oranje Alternatief was voor Polen die niet bij de katholieke kerk of de vrije vakbond Solidarność hoorden een manier om ook hun stem te laten horen tegen het communisme. Ze beleefden er bovendien plezier aan, ook al liepen ze het risico om te worden opgepakt.
Het Oranje Alternatief hield zijn belangrijkste happenings in Wrocław, maar ook in steden als Łódź, Warschau en later Lublin werden protesten georganiseerd met een ludiek en absurdistisch karakter. In mei 1990 vond de laatste happening plaats in Warschau. Het Alternatief was na de omwenteling van 1989 nog een tijdje actief als anti-establishmentbeweging en richtte zich tegen de nieuwe Solidariteitsregering. Maar toen het communisme was verslagen, voelden alternatieve vormen van protest voor de meeste aanhangers als zinloos aan.
Fydrych heeft nog wel geprobeerd zijn politieke ambities waar te maken. In 2002 deed hij een weinig succesvolle poging om burgemeester van Warschau te worden. Hij richtte zich later op kunst en tentoonstellingen en schreef een boek over het Oranje Alternatief. Ook is hij actief op sociale media, waar hij zich nog altijd met kaboutermuts toont. Om het Oranje Alternatief te eren als stadserfgoed van Wrocław, werd daar in 2001 een beeldje van een kabouter geplaatst, Papa Krasnal genoemd. Inmiddels staan er door de hele stad honderden kabouters.

