Populistische predikanten verkondigen de boodschap van Donald Trump in megachurches. In de jaren dertig bereikte de aartsconservatieve father Charles Coughlin via de radio een miljoenenpubliek met zijn radicale politieke boodschappen.
Op het hoogtepunt van de Grote Depressie luisterden naar schatting 30 miljoen Amerikanen iedere zondag naar dezelfde stem. Niet die van een president of generaal, maar van de katholieke priester Charles Coughlin. Zijn religieuze radiopreken groeiden op den duur uit tot antisemitische boodschappen en openlijke sympathiebetuigingen aan het fascisme. Zijn steeds radicalere radiotoespraken riepen vragen op over de grenzen aan (kerkelijke) vrijheid van meningsuiting.
Van parochiepriester tot radiopionier
Charles Edward Coughlin werd in 1891 geboren in Canada, als enig kind van Iers-katholieke ouders. Hij kreeg een streng katholieke opvoeding en zijn jeugd speelde zich af in de schaduw van de kerk; een carrière als geestelijke lag voor de hand. In 1916 werd hij tot priester gewijd in Toronto. Zeven jaar later verhuisde hij naar de Verenigde Staten en in 1926 kreeg hij van bisschop Michael J. Gallagher de opdracht een nieuwe parochie op te richten in Royal Oak, Michigan: de Shrine of the Little Flower.

Om geld in te zamelen voor zijn parochie en om de lening van het bisdom terug te betalen, begon Coughlin datzelfde jaar radio-uitzendingen te maken. Naar eigen zeggen deed hij dat als reactie op de Ku Klux Klan, die in zijn parochie een kruis had verbrand. In het radioprogramma Golden Hour van een lokaal radiostation sprak Coughlin wekelijks zijn zondagse preek uit. Als predikant was hij een pionier op de radio. Hij merkte al snel dat hij met het programma kon bereiken wat hem via de preekstoel niet lukte: directe toegang tot miljoenen huiskamers.
Coughlins warme stem maakte indruk op de luisteraars. Schrijver Wallace Stegner omschreef hem als ‘een van de grootste spreekstemmen van de twintigste eeuw. Hartverwarmend, intiem en charmant, waardoor wie toevallig langs de radio zapte bijna automatisch terugkeerde om te luisteren.’ Met zijn persoonlijke manier van spreken creëerde Coughlin een gevoel van nabijheid en wist hij christelijk Amerika te raken.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Bondgenoot van Roosevelt
In 1929 merkte de eigenaar van het radiostation Coughlins retorische talent op en moedigde hij hem aan zich in zijn toespraken meer op politieke zaken te richten. Aanvankelijk was Coughlins politieke boodschap gematigd. In aanloop naar de presidentsverkiezingen van 1932 gebruikte hij zijn radiobereik om de zittende president Herbert Hoover aan te vallen en Franklin D. Roosevelt te steunen. Hij kon zich goed vinden in Roosevelts New Deal en maatregelen om ‘geldwisselaars uit de tempel te verdrijven’. Hij zag Roosevelt zelfs als redder van de Amerikaanse natie, en die boodschap zette hij kracht bij met zelfbedachte slogans als ‘Roosevelt or Ruin’ en ‘The New Deal is Christ’s Deal’.
Roosevelts verkiezingsoverwinning leek Coughlins invloed te bevestigen. Maar toen Roosevelt de beleidsvoorstellen van de radiopriester niet uitvoerde, sloeg bewondering om in bitterheid. Coughlin voelde zich verraden. Zijn kritiek op Roosevelt werd persoonlijk en venijnig; hij beschuldigde hem ervan een marionet van Wall Street te zijn en sprak spottend over ‘Franklin Doublecrossing Roosevelt’.
Bijnamen
Ook president Donald Trump maakt gretig gebruik van bijnamen om zijn rivalen te bekritiseren en te beledigen. Zo noemde hij Joe Biden regelmatig ‘Sleepy Joe’ vanwege zijn slecht getimede dutjes. En Hillary Clinton werd ‘Crooked Hillary’ vanwege een e-mailschandaal waarbij ze als minister van Buitenlandse Zaken een privéserver gebruikte voor het verzenden van zakelijke e-mails. Door zijn tegenstanders met nicknames belachelijk te maken, probeert Trump hun politieke geloofwaardigheid te ondermijnen – een strategie die al in de jaren dertig effectief bleek.
Nu ondervond Roosevelt de keerzijde van Coughlins enorme radiobereik. In 1934 verzocht de president hem te stoppen met zijn negatieve uitlatingen. Hij stuurde zelfs politicus Joseph Kennedy en de burgemeester van Detroit op hem af. Maar ze slaagden er niet in Coughlin het zwijgen op te leggen: hij bleef zijn politieke ideeën verkondigen in de ether.
Radicalisering en antisemitisme
De breuk met Roosevelt was een keerpunt voor Coughlin. Hij radicaliseerde steeds verder en in 1934 richtte hij de National Union for Social Justice (NUSJ) op. Deze beweging verzette zich zowel tegen het kapitalisme als het communisme en pleitte voor de nationalisatie van banken en nutsbedrijven.
In aanloop naar de verkiezingen van 1936 begon de NUSJ een politieke partij: de Union Party. Coughlin steunde de kandidatuur van William Lemke in een poging Roosevelts herverkiezing te dwarsbomen. Tegelijk begon hij het weekblad Social Justice, waarin hij een ideologie propageerde die populistisch links was als het over economische onderwerpen als arbeidsrechten en staatsingrijpen ging, maar op cultureel en politiek gebied juist autoritair en nationalistisch.

Een centraal element in Coughlins ideologie was antisemitisme. De predikant maakte gebruik van antisemitische stereotypen, en zijn aanvallen werden steeds explicieter en systematischer. In Social Justice publiceerde hij fragmenten uit De protocollen van de wijzen van Zion, een beruchte antisemitische vervalsing die een wereldwijd Joods complot suggereerde. Volgens Coughlin was de Grote Depressie het gevolg van een internationale samenzwering van Joodse bankiers. Vanaf het midden van de jaren dertig schaarde hij zich dan ook openlijk achter de fascistische regimes van Adolf Hitler en Benito Mussolini. In zijn ogen vormden zij een noodzakelijk bolwerk tegen het bolsjewisme.
Vrijheid van meningsuiting onder druk
De polariserende predikant stelde de overheid, media en kerk voor een dilemma. CBS, het radionetwerk waar Coughlins uitzending onder viel, probeerde hem in 1931 al zijn toon te laten matigen. Maar als reactie beschuldigde Coughlin het netwerk van censuur. Luisteraars overspoelden CBS met protestbrieven, waarop hij de samenwerking verbrak. Coughlin bouwde daarna een eigen netwerk van onafhankelijke stations, gefinancierd door donaties, waarmee hij zich aan redactionele controle kon onttrekken.
De Amerikaanse overheid greep in 1934 in met de Communications Act. Die moest de snelgroeiende radio-industrie reguleren en misbruik voorkomen. Het leidde tot de oprichting van de Federal Communications Commission (FCC), die erop moest toezien dat omroepen hun zenders niet meer inzetten om mensen te vervolgen op basis van ras of religie. Als gevolg van de nieuwe wet werd Coughlins zendvergunning ingetrokken. Maar hij wist de beperkingen te omzeilen door zendtijd te kopen bij radiostations en opnames van zijn toespraken uit te zenden.
De priester gaf Joodse bankiers de schuld van de Grote Depressie
Dat de priester zijn volgelingen kon aanzetten tot actie bleek in 1938, toen hij in Social Justice opriep tot een ‘kruistocht tegen de antichristelijke krachten van de Rode Revolutie’. Dat leidde tot de vorming van het Christian Front, een militante antisemitische organisatie die onder meer ‘Buy Christian’-campagnes organiseerde en betrokken was bij straatgeweld tegen Joden.
Na de Kristallnacht in november 1938 werd Coughlin nog radicaler. Hij verdedigde de nazi-pogroms als vergelding voor vermeende Joodse misdaden tegen christenen en herhaalde propagandistische ideeën van Joseph Goebbels. Tijdens een bijeenkomst bracht hij zelfs een nazigroet en waarschuwde hij: ‘Wanneer wij met de Joden in Amerika hebben afgerekend, zullen ze denken dat de behandeling die ze in Duitsland kregen niets voorstelde.’
Het geduld raakt op
De katholieke kerk deed lange tijd niets. Het kerkelijk recht legde de verantwoordelijkheid grotendeels bij Coughlins eigen bisschop, terwijl andere bisschoppen terugschrokken voor een openlijk conflict. Ze vreesden onrust, geweld en zelfs een kerkscheuring. Bovendien genoten Coughlins ideeën in sommige kerkelijke kringen sympathie.
Toch veroordeelde de aartsbisschop van Chicago zijn priester op 14 december 1938. Volgens de bisschop was Coughlin niet bevoegd om namens de katholieke kerk te spreken. Zijn kritiek viel niet in goede aarde. Duizenden volgelingen van Coughlin trokken naar de studio’s van WMCA, het radiostation waar hij toen aan verbonden was, om te protesteren. Velen van hen waren lid van het Christian Front. Sommigen riepen antisemitische leuzen als ‘Stuur Joden terug waar ze vandaan komen in lekkende bootjes’ en ‘Wacht maar tot Hitler hierheen komt’. De protesten duurden maar liefst 38 weken.
Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog was het geduld van de autoriteiten op. In september 1939 riep Coughlin op tot een ‘army of peace’, die naar Washington moest gaan om de intrekking van wapenembargo’s te voorkomen. Die embargo’s verboden de handel in wapens met alle oorlogvoerende partijen. Coughlins tegenstanders beschuldigden hem van opruiing. De National Association of Broadcasters stelde daarop een gedragscode in, die vereiste dat radioprogramma’s voortaan vooraf werden beoordeeld op inhoud. Stations die niet meewerkten, konden hun licentie verliezen. Hier kon zelfs Coughlin niet meer omheen. In september 1940 kondigde Coughlin in Social Justice de gedwongen stopzetting van zijn programma Golden Hour aan.
In 1942 maakten Washington en de Kerk definitief een einde aan Coughlins greep op christelijk Amerika. Social Justice mocht niet langer via de post worden verspreid en Coughlins archieven werden in beslag genomen. Aartsbisschop Edward Mooney verbood hem om zich nog met politieke activiteiten bezig te houden. Coughlin trok zich terug in zijn parochie in Royal Oak, waar hij tot zijn pensioen in 1966 priester bleef. Tot zijn dood in 1979 bleef hij pamfletten tegen het communisme schrijven, maar zijn nationale invloed was voorbij.
Meer weten:
- Father Coughlin’s Radio Discourses 1931-1932 (1932) door Charles E. Coughlin is een verzameling van zijn radiotoespraken.
- A New Perspective on Father Charles E. Coughlin (1987) door Mary Christine Athans onderzoekt de theologische wortels van Charles Coughlins’ antisemitisme in: Church History.
- The Populist Persuasion: An American History (2017) door Michael Kazin bevat een hoofdstuk over het katholieke populisme van Charles Coughlin.
