Contact | Adverteren | Login | Lezersservice

Jozef Stalin en de Tweede Wereldoorlog

Door: Wim Berkelaar

Historisch Nieuwsblad 8/2009
Jozef Stalin sloeg alle waarschuwingen in de wind en werd in 1941 door Adolf Hitler overvallen. De Sovjet-Unie dreigde ten onder te gaan. Stalin bleek een verstandig opperbevelhebber, die het oorlogvoeren aan zijn generaals overliet. Maar jaloers als hij was, eigende hij zich wel hun successen toe.

Roosevelt en Stalin

Een onthullend portret van de historische samenwerking tussen twee wereldleiders   In dit belangrijke boek, gebaseerd op een schat aan nieuwe gegevens, wordt de opmerkelijke relatie tussen Roosevelt en Stalin tijdens de Tweede...

€ 39,99 | Koop nu

Terrorist Stalin

Wie aan Jozef Stalin denkt, ziet niet meteen een oorlogsleider voor zich. Het dominante beeld van Stalin is dat van een sluwe bureaucraat, die vanachter zijn bureau met mannetjes schoof, de macht aan zich trok en de Sovjet-Unie vervolgens tussen 1928 en 1953 met ijzeren hand regeerde.

Dat beeld is er – vooral dankzij de boeken die mederevolutionair en aartsvijand Leo Trotski in de jaren dertig over hem schreef – stevig in gehamerd. De Stalin van Trotski was letterlijk en figuurlijk een ‘schrijftafelmoordenaar’. Dat verhaal is niet helemaal onjuist, maar wel incompleet.

Sinds enkele jaren weten wij dat Stalin veel meer ‘van de straat’ was dan zijn collega-revolutionairen Lenin en Trotski, die zich in het begin van de vorige eeuw vooral lieten gelden als sprekers en schrijvers. Stalin daarentegen was een voorloper van de moderne terroristen die de publieke opinie sinds 2001 wereldwijd in hun greep hebben. Hij pleegde in zijn geboorteland Georgië verscheidene aanslagen en roofovervallen – die laatste om de revolutie (wat die ook mocht brengen) te financieren.
 

Stalin was een voorloper van de moderne terroristen die de publieke opinie sinds 2001 wereldwijd in hun greep hebben

Stalin toonde zich bij die gelegenheden een even bekwaam als meedogenloos leider van ‘de bende’, zoals zijn Georgische rebellenclub eenvoudig genoemd werd. Zijn grootste ‘succes’ vond plaats op 13 juni 1907, toen met veel geweld een geldtransport werd overvallen. Er vielen vele doden en de bolsjewieken (de partij die in 1903 ontstond na een scheuring in de Russische Sociaal-Democratische Arbeiderspartij) waren een miljoen roebel rijker. Leider Lenin, tevoren op de hoogte gebracht van de overval, oordeelde goedkeurend.

Intussen kon geen van de genoemde revolutionairen aan de vooravond van de Russische Oktoberrevolutie van 1917 bogen op een militaire loopbaan. De intellectueel Trotski maakte zich het militaire denken het snelst eigen. Tijdens de gruwelijke burgeroorlog die op de Revolutie volgde en die enkele jaren duurde, gaf hij als volkscommissaris van Oorlog leiding aan het inderhaast opgerichte Rode Leger. Dat het Rode Leger uiteindelijk won, dankte het onder meer aan de beslissing tsaristische officieren in dienst te nemen, die op hun beurt weer gecontroleerd werden door politieke  commissarissen.


De paranoia van Stalin

Stalin, na de Revolutie volkscommissaris voor Nationaliteiten, had geen directe bemoeienis met het Rode Leger en de oorlogvoering. Dat veranderde tijdens de Poolse veldtocht in 1920.

Onder leiding van generaal Pilsudski maakte Polen na de Eerste Wereldoorlog aanspraak op gebieden in de Oekraïne, die voor de achttiende eeuw deel hadden uitgemaakt van Polen. Na de verovering van Kiev, door veel Russen beschouwd als bakermat van de Russische beschaving, organiseerden de bolsjewieken een patriottische campagne om de Polen te verjagen. Het werd tevens een poging de wereldrevolutie te exporteren naar het Westen.

In deze campagne liet Stalin zich voor het eerst gelden. De al jaren durende rivaliteit met Trotski, die neerkeek op de ‘primitieve provinciaal’ Stalin, was in de Poolse oorlog voor het eerst te merken. Stalin was politiek officier aan het Russische zuidwestfront en, hoe machtig ook, ondergeschikt aan Trotski. Maar hij was niet van plan Trotski te gehoorzamen. Integendeel, hij trok zijn eigen – rampzalige – plan.
 

Trotski keek neer op de 'primitieve provinciaal' Stalin. En Stalin was niet van plan Trotski te gehoorzamen

Allereerst gaf hij zijn onderhorige kameraad Semjon Boedjonnyj de eigenzinnige opdracht het slecht geleide Poolse Derde Leger bij Kiev in de achterhoede aan te vallen. Een onverstandig besluit, aangezien Boedjonnyj zo de kans liet liggen dat leger te omsingelen en te vernietigen.

Stalin verdraaide de zaken en stelde het tegenover Lenin zo voor dat juist Trotski’s opperbevelhebber Sergej Kamenev gefaald had. Daar bleef het niet bij: enige tijd later weigerde Stalin enkele van zijn legers af te staan aan de hooggeplaatste generaal Toechatsjevski, die kans leek te maken Warschau te veroveren. Het was pure jaloezie: Stalin gunde de jonge Toechatsjevski de zege niet.

De Slag om Warschau veranderde het al wraakzuchtige en naar paranoia neigende karakter van Stalin niet, maar intensiveerde die eigenschappen wel. Stalin zou de mislukte Poolse campagne nooit vergeten. Die leverde hem een levenslange wrok op tegen de katholieke en nationalistische Polen, die het communisme niet goedschiks wensten te aanvaarden.
 

Op 5 maart 1940 ondertekende Stalin een bevel om in het bezette Oost-Polen circa 20.000 Poolse (onder)officieren in de bossen bij Katyn te liquideren

De Polen zouden de gruwelijke gevolgen van Stalins rancune krap twee decennia later ondervinden. Op 5 maart 1940 ondertekende de inmiddels onbetwiste Sovjetleider een bevel om in het bezette Oost-Polen circa 20.000 Poolse (onder)officieren in de bossen bij Katyn te liquideren. Na de Tweede Wereldoorlog zou satellietstaat Polen het stalinisme aan den lijve ondervinden.
 

Duitse spion

Stalins wraak zou zich echter niet beperken tot Polen. Tussen 1935 en 1938 werden talloze veteranen van de Poolse veldtocht geëxecuteerd. Maarschalk Toechatsjevski was het belangrijkste slachtoffer van deze zuivering. Inmiddels opgeklommen tot vice-commissaris van Defensie onder de rancuneuze nep-generaal en stalinistische hoveling Kliment Vorosjilov, werd Toechatsjevski op 11 mei 1937 gearresteerd, gemarteld en ervan beschuldigd in de jaren twintig een ‘Duitse spion’ te zijn geweest – de gebruikelijke leugens waarmee Stalin mensen kapotmaakte.

Op 12 juni 1937 werd hij doodgeschoten. In zijn kielzog werden duizenden generaals en hoge officieren gevangengezet en vermoord, waardoor een hele generatie militairen verloren ging.

En dat in het Europa van Adolf Hitler. De nazileider domineerde Europa in de jaren dertig en had er nooit een geheim van gemaakt dat kolonisatie van het uitgestrekte Rusland zijn doel was. Stalin had van meet af aan een ambivalente houding tegenover Hitler en zijn nazisme.

In de showprocessen midden jaren dertig, waarbij de oude bolsjewistische garde terechtstond, gebruikte hij ‘fascisme’ dikwijls als beschuldiging om hen te vernietigen – niet zelden in een groteske samentrekking met zijn persoonlijke obsessie Leo Trotski, de inmiddels in ballingschap verblijvende rivaal. Verscheidene oude bolsjewisten vonden de dood na te zijn beschuldigd van deelname aan een ‘fascistisch-trotskistische’ samenzwering.
 

Stalin had nog minder vertrouwen in het Westen dan in Hitler. Hij vergat nooit dat de Engelse en de Fransen gepoogd hadden het bolsjewistische bewind omver te werpen

Daaruit sprak Stalins – terechte – vrees voor het nazisme, een vrees die nog toenam toen hij in september 1938 uitgesloten werd van de diplomatieke onderhandelingen over de toekomst van Tsjecho-Slowakije.

Stalin vertrouwde de westerse democratieën daarbij nog minder dan Hitler en de zijnen. Hij vergat nooit dat de Engelsen en Fransen in de burgeroorlog die volgde op de Russische Revolutie gepoogd hadden het bolsjewistische bewind omver te werpen.

De crisis rond Tsjecho-Slowakije betekende bovendien het failliet van Stalins politiek van ‘collectieve veiligheid’. Vanaf midden jaren dertig was de Sovjetpolitiek erop gericht geweest fascistisch Europa (Italië en Duitsland) te isoleren door coalities te smeden met sociaal-democratische partijen in de democratische landen en de regeringen van die landen vriendelijk tegemoet te treden.


Molotov-Ribbentroppact

In 1939 was van die vriendelijkheid weinig tot niets meer over. De westerse geallieerden poogden nog wel bij de Sovjets aan boord te komen, maar Stalin wendde zijn steven voorzichtig naar Hitler. Hij ontsloeg Joodse ambassadeurs en hij zette zijn vertrouweling Molotov op de plek van zijn Joodse minister van Buitenlandse Zaken Pavel Litvinov, die het streven naar collectieve veiligheid had vormgegeven.

Toen Hitler, die haast had met de oorlog (hij had die liever al voor zijn vijftigste verjaardag op 20 april 1939 willen voeren), aangaf een verdrag te willen, hapte Stalin snel toe. In augustus 1939 werd het Molotov-Ribbentroppact gesloten, met de geheime clausule die niet alleen Polen van de kaart veegde, maar ook de Baltische staten aan de Sovjet-Unie toewees.
 

Na het sluiten van het monsterverbond stond Stalin zich er op voor dat hij Hitler te slim af was geweest en hem om de tuin had geleid

Het pact tussen Hitler en Stalin was van meet af aan een monsterverbond, gesloten door twee dictators die vooral bedacht waren op hun eigen belang. Kort na het sluiten van het verbond stond Stalin zich er tegenover zijn vertrouwelingen op voor dat hij Hitler te slim af was geweest en hem om de tuin had geleid. Nu zouden de ‘imperiale machten’, waarbij Stalin nazi-Duitsland en de westerse democratieën gemakshalve over één kam schoor, elkaar in de haren vliegen en zou de Sovjet-Unie buiten schot blijven.

Maar zo koel als Stalin zich voordeed, was hij niet. Alle vrijgekomen bronnen wijzen erop dat de immer wantrouwige Sovjetleider zich emotioneler aan het pact bond dan Hitler, wiens grote doel de vernietiging van het communisme bleef. ‘Ik kan u op mijn erewoord garanderen dat de Sovjet-Unie zijn partner niet zal verraden,’ beloofde Stalin Ribbentrop na afloop van de ondertekening, en het lijkt erop dat hij woord hield.

In de twee jaar die volgden, hielden de Sovjets zich stipt aan de afgesproken leveranties van grondstoffen en maakten zij ernst met de uitwisseling van politiek gevangenen – wat neerkwam op verraad van zijn eigen mensen.


Leedvermaak om de westerse nederlaag

Het Molotov-Ribbentroppact bood Hitler ruimte voor de verovering van West-Europa. In een moordend tempo werden de Scandinavische landen, Nederland, België en Frankrijk onder de voet gelopen. De snelle nederlaag verblufte en verontrustte Stalin, maar leedvermaak om de westerse nederlaag was hem niet vreemd. In ronkende bewoordingen schreef Pravda op 4 augustus 1940: ‘Hoe schitterend, hoe wonderbaarlijk schoon is het als de hele wereld beeft op haar grondvesten, wanneer machtigen en grootheden ten onder gaan en vallen.’

In het jaar dat volgde op de Duitse verovering van West-Europa tot aan de Duitse inval in de Sovjet-Unie (juni 1940-juni 1941), nam de spanning tussen de dictatoriale staten toe. De toekomst van Europa bleef een heet hangijzer. Berlijn liet doorschemeren de Sovjet-Unie wel als bondgenoot aan zijn zijde te willen hebben in de strijd tegen Engeland, de enig overgebleven vijand in het Westen.

Op 12 november 1940 kwam Molotov naar Berlijn. Sinds de archieven na de ondergang van het communisme begin jaren negentig open zijn gegaan, weten we dat er serieus is gesproken over aansluiting van de Sovjet-Unie bij het driemogendhedenpact van Duitsland, Italië en Japan. Dat het niet tot een viermogendhedenpact kwam, lag niet aan de nobele intenties van Stalin en de zijnen. Die wilden dat Duitse troepen uit Finland en Roemenië zouden worden teruggetrokken en weigerden daarom in te gaan op een mogelijk pact.
 

De betrekkingen tussen nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie waren louter een zaak van machtspolitiek

Wie nog eens terugdenkt aan de vele communisten en fellow-travellers in Nederland en daarbuiten na de Tweede Wereldoorlog, die de Sovjet-Unie altijd voorstelden als het nobele ‘antifascistische bolwerk’, kan een glimlach niet onderdrukken. Aan de betrekkingen tussen nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie kwam geen moraal te pas; die waren louter een zaak van machtspolitiek.

Nadat Molotov onverrichter zake was teruggekeerd, nam de spanning tussen beide mogendheden in de eerste helft van 1941 toe. Lange tijd is er consensus geweest over de gebeurtenissen in de aanloop van ‘operatie Barbarossa’: de Duitse inval in de Sovjet-Unie op 22 juni 1941. Nazi-Duitsland viel de Sovjet-Unie binnen en Hitler trachtte zijn ultieme droom (vernietiging van het communisme) te verwezenlijken. En toen was daar, midden jaren tachtig van de vorige eeuw, ineens Viktor Soevorov, een voormalig officier van de militaire inlichtingendienst van het Rode Leger.

Hij betoogde dat Hitler Stalin slechts voor was geweest: de Sovjetleider was zelf van plan geweest Duitsland binnen te vallen. Als bewijs voerde Soevorov de enorme troepenmacht aan die in mei en juni 1941 aan de westgrens van de Sovjet-Unie werd samengetrokken. De stelling lokte een felle polemiek uit tussen voor- en tegenstanders.

De meest wijze woorden werden in dit debat gesproken door de inmiddels gestorven Nederlandse slavist Marius Broekmeijer, die offensieve plannen van Stalin niet uitsloot, maar terecht poneerde dat er niets te bewijzen viel.


Stalin onderschatte Hitler

Er lijkt overigens wel wat tegen Soevorovs stelling in te brengen. Stalin was zijn leven lang een voorzichtig en sluw strateeg, die het zekere voor het onzekere nam. Heel anders dan Hitler, die bij al zijn aarzelingen in wezen een roekeloze gokker was. Stalin heeft Hitler ernstig onderschat, omdat hij de Führer voor een ‘gewoon’ staatsman hield, die net zo calculerend was als hijzelf. De vele waarschuwingen over een ophanden zijnde aanval sloeg hij in de wind.

Hitler wist Stalin bovendien te misleiden met enkele meesterlijke brieven, waarin hij Stalin op zijn ‘woord van eer als staatshoofd’ bezwoer geen aanval te overwegen. Toen de Duitse troepen de Russische grens op 22 juni 1941 toch overschreden, kreeg de ‘rode tsaar’ een enorme inzinking. Hij liet het aan Molotov om het volk als eerste toe te spreken. Pas toen zijn collega’s in het politbureau een week later hun vertrouwen in hun opperste leider uitspraken, herwon Stalin iets van zijn verloren zelfverzekerdheid.

De eerste maanden toonde Stalin zich als militair leider de autocraat die hij altijd was en neigde hij ertoe zelf alle touwtjes in handen te nemen. Maar gaandeweg besefte hij dat oorlog voeren een vak apart is. Generaals en andere hoge officieren die nog niet geëxecuteerd waren en hun dagen sleten in de goelag werden teruggehaald en ingezet tijdens de oorlog, die zeker het eerste halfjaar dramatisch verliep voor de Sovjet-Unie.
 

Waar Stalin zich in de jaren dertig omringde door jaknikkers, raakte hij gesteld op tegenspraak van zijn generaals

Stalin onderging een bescheiden gedaanteverwisseling: waar de Sovjetleider zich in de jaren dertig omringde door jaknikkers, raakte hij gesteld op tegenspraak van zijn generaals. Dat tegenspel kwam vooral van de hoogste generaal, de energieke en bekwame Georgi Zjoekov. Stalin accepteerde zijn plannenmakerij – zij het soms met moeite. Die bracht succes, vooral in Stalingrad, waar Zjoekov en de zijnen een geweldige omsingeling van het Duitse Zesde Leger van generaal Friedrich Paulus bewerkstelligden.

Maar de gedaanteverwisseling ging niet zover dat de achterdochtige en eerzuchtige Stalin zijn generaals hun successen gunde. Integendeel, hij verhief zichzelf tot maarschalk en liet zich vieren als groot generalissimo. Stalin wilde de overwinningsparade op 9 mei 1945 zelf afnemen op een witte Arabische hengst, maar werd er bij het oefenen afgeworpen. Daarop liet hij het paard tandenknarsend berijden door Zjoekov.
 

Goelag

Maar Zjoekov betaalde een hoge prijs. De generaal werd na de oorlog uit het Centraal Comité van de Communistische Partij gezet en zijn medailles en trofeeën werden hem afgenomen. Andere generaals trof een erger lot: zij verdwenen (opnieuw) in de goelag of werden geëxecuteerd.

Na de Duitse inval had Stalin zich noodgedwongen gewend tot de kapitalistische erfvijanden Engeland en Amerika. Van het laatste land ontving hij grootschalige hulp, met de Engelse premier en anticommunist Winston Churchill besprak hij de kaart van Europa. Besprekingen waarbij de Sovjetleider zijn gezicht in de plooi hield en de tijd het werk liet doen. Want het Rode Leger, geleid door een terughoudende en verstandige Stalin, denderde onontkoombaar richting Europa en bezette het oosten.

Stalin kwam triomfantelijk uit de Tweede Wereldoorlog en stond op het toppunt van zijn macht. Voorwaar een knappe prestatie van een leider die zich zo in zijn doodsvijand (Hitler) vergiste, waardoor de Sovjet-Unie langs de rand van de afgrond was gelopen. Stalin overleefde en glorieerde dankzij een combinatie van charisma, meedogenloosheid en de wijsheid op het juiste moment de oorlog aan zijn generaals te laten.
 

DE SLAG OM STALINGRAD

De Duitse aanval op de Sovjet-Unie begon met drie speerpunten:
 
  1.            Legergroep Noord trok richting Leningrad en omsingelde die stad
               maandenlang, wat tot hongersnood en massale sterfte leidde;
  2.            Legergroep Midden trok op naar Moskou, maar strandde op enkele
               kilometers van de Russische hoofdstad, waar ze in december 1941 werd
               teruggeslagen;
  3.            Legergroep Zuid trok op naar het zuiden met de uitdrukkelijke opdracht om
               de olievoorraden, die vooral rond Bakoe lagen, te veroveren. Daartoe moest
               het Zesde Duitse Leger onder leiding van de weifelachtige generaal
               Friedrich Paulus voorbij Stalingrad, dat aanvankelijk geen oorlogsdoel was.

Maar toen de stad binnen schootsbereik lag, werd die in augustus 1942 met veel geweld veroverd. Er ontstond een meedogenloze strijd van man tegen man, waarbij de Duitsers de stuipen op het lijf werden gejaagd. Geen middel werd geschuwd om de Wehrmacht uit te putten: sluipschutters werden ingezet, nachtelijke aanslagen gepleegd en de soldaten werden uit hun slaap gehouden door permanent geluid.

Stalin had in de strijd om Stalingrad intussen order 227 uitgevaardigd, die inhield dat de Sovjetverdediging geen stap terug mocht doen, op straffe van arrestatie en executie. ‘Ivan Ivanov’, zoals de gemiddelde Russische soldaat genoemd werd, zat dus tussen twee vuren. De Russische geheime dienst executeerde naar schatting ruim 20.000 ‘lafaards’.
 

DE SLAG OM BERLIJN

Op 16 april 1945 startte het Rode Leger, dat vanaf januari dat jaar tot het oosten van Duitsland was doorgedrongen, het offensief om Berlijn te veroveren. De Duitse hoofdstad was al net zo’n prestigeproject als Stalingrad, en Stalin speelde het spel van ‘verdeel en heers’ tussen zijn generaals even vernuftig als Hitler dat in zijn beste jaren deed. Stalin gaf zowel Zjoekov als Konev opdracht Berlijn in te nemen, wat tot een wedloop van de rivalen leidde.

Terwijl Hitler zich vanaf 20 april 1945 in zijn Führer-bunker terugtrok, vonden in de straten van Berlijn hevige gevechten plaats. Jonge kinderen en bejaarden werden door Goebbels opgeroepen voor de Volkssturm en, uitgerust met primitieve wapens, gedwongen het op te nemen tegen de enorme overmacht van het Rode Leger. De Duitsers boden hardnekkig weerstand, bang gemaakt door de propagandamachine van de nazi’s, die gruwelijke plunderingen en verkrachtingen had voorspeld.

Dat laatste bleek niet louter propaganda: Russische soldaten trokken plunderend en brandschattend rond en verkrachtten op grote schaal Duitse vrouwen. De Russische soldaten stonden op hun manier bloot aan hevige propaganda van een totalitair regime en namen bovendien wraak voor de wrede vernietigingsoorlog die de nazi’s in hun vaderland hadden gevoerd.
 

Meer informatie

Boeken
Al bij leven was Stalin een dankbaar onderwerp voor biografen. Jarenlang genoot de tweedelige biografie van Isaac Deutscher bekendheid in Nederland. Dat boek is nu nog antiquarisch verkrijgbaar, maar dient enigszins gewantrouwd te worden, aangezien Deutscher een gelovig trotskist was.

Trotski’s onvoltooide levensbeschrijving dient al even wantrouwig te worden bekeken, maar bevat tegelijk een massa aan interessante typeringen van een uitgerangeerde rivaal. Hij verscheen in 1949 in Nederlandse vertaling onder de titel Stalin. De man en zijn invloed.

Van de naoorlogse biografieën moet beslist Adam B. Ulam, Stalin. The Man and His Era (1973) genoemd worden, een voor die tijd nieuw en oorspronkelijk werk.

Minder gedetailleerd, maar zeker zo scherpzinnig is de beknopte biografie Der Georgier. Stalins Weg und Herrschaft (1980) van de naar het Westen uitgeweken Rus Michael Mozorow, die als documentalist werkte voor het weekblad Der Spiegel.

Al deze biografieën behouden hun waarde, al moeten ze wel getoetst worden aan hét standaardwerk over Stalin, de tweeledige biografie die de Brit Simon Sebag Montefiore enkele jaren geleden schreef. Op grond van onderzoek in opengestelde Georgische en Russische archieven beschreef Sebag Montefiore in Stalins jeugdjaren (2007) de jonge terrorist Stalin en weidde hij gedetailleerd uit over de oorlogsleider tijdens de Tweede Wereldoorlog in Stalin. Het hof van de rode tsaar (2004).

Opmerkelijk genoeg ontbreekt in zijn werk een verhandeling over Stalins eerste grote, mislukte militaire operatie, de veldtocht in Polen (1919-1920). Die wordt zeer goed beschreven door Adam Zamoyski, De Slag om Warschau. Lenins mislukte aanval op Europa (2009).

De krachtmeting tussen Stalin en Hitler aan de vooravond van operatie Barbarossa wordt uitstekend uit de doeken gedaan door Marius Broekmeijer in Bedrogen bedriegers. Stalin contra Hitler (2006), waarin ook integraal enkele misleidende brieven van Hitler aan Stalin zijn opgenomen.

Wie wil lezen hoe de veldslagen tussen Duitsers en Russen aan het oostfront daadwerkelijk verliepen, kan bij niemand beter terecht dan de Britse militaire historicus Antony Beevor, die in 1998 zijn indringende studie Stalingrad publiceerde – dit jaar in herdruk. In 2002 deed Beevor nog eens grondig onderzoek, ditmaal naar de Slag om Berlijn. In Berlijn. De ondergang 1945 zijn de gruwelijke gevechten om en de verovering van de Duitse hoofdstad uitstekend beschreven.

Film
In 2008 zond BBC 2 de zesdelige serie Stalin, the Nazi’s and The West uit, gemaakt door de gerenommeerde regisseur Laurence Rees. Op basis van de laatste stand van historisch onderzoek worden de betrekkingen tussen Stalin, Hitler en de westerse geallieerden uit de doeken gedaan. De hoofdpersonen worden nagespeeld door voortreffelijke acteurs.

Stalin

Oleg Chlevnjoek concentreert zich in deze nieuwe Stalinbiografie op zes sleutelperiodes in het leven van Stalin: de jaren vlak voor de revolutie, de macht die van Lenin naar Stalin verschuift, de collectivisatie en de hongersnood, de terreur van de...

€ 14,99 | Koop nu

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Gouden Eeuw

Eerste Wereldoorlog

Tweede Wereldoorlog

VOC

Middeleeuwen