Paus Leo X

  • Gepubliceerd op: 14 december 2021
  • Laatste update 03 jan 2023
  • Auteur:
    Eric Palmen
  • 12 minuten leestijd
Paus Leo X
Cover van
Dossier Christendom Bekijk dossier

Als telg uit een machtige clan was Giovanni de’ Medici voorbestemd voor het pontificaat. In 1513 eiste hij het ambt met succes op. Onder de naam paus Leo X bevoorrechtte hij zijn familieleden schaamteloos. Zo effende hij de weg voor een groot kerkelijk schisma.

Op 21 mei 1515 schrijft Erasmus van Rotterdam een brief aan Leo X, waarin hij de paus verzoekt zijn tekstkritische heruitgave van de werken van de Heilige Hieronymus aan hem te mogen opdragen. Was hij maar in Rome, zo bericht Erasmus de paus, dan kon hij zijn gezegende voeten kussen. ‘De bijzondere goedheid van uw karakter en de ongelooflijke menslievendheid waarmee u zelfs de grootsten overtreft, worden niet alleen over de hele wereld eenstemmig geprezen, maar lichten ook op – zo zegt men – uit uw hele gelaat en lichaamshouding.’

Uiteraard smeert Erasmus stroop om de mond van de Heilige Vader. Toch is er meer aan de hand dan louter femelarij. Erasmus moet in Leo X een geestverwant hebben herkend. Diens voorgangers representeren in Erasmus’ ogen alle misstanden die hij in zijn Lof der zotheid uit 1509 aan de kaak had gesteld. Alexander VI, een Borgia, lapte met zijn talloze buitenechtelijke kinderen de kuisheidsbelofte aan zijn laars. En Julius II, Il Papa terrible, was een nogal oorlogszuchtige paus, ‘de grootste pest van de wereld’ volgens een aan Erasmus toegeschreven werkje. Leo daarentegen is erudiet, een vredesduif en vriend van de schone kunsten. Erasmus roemt het geslacht waaruit de Heilige Vader is voortgekomen, ‘uitmuntend in goedheid en geleerdheid’ en een ware mecenas voor mannen zoals hij: mannen van het woord. Leo X is een De’ Medici.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €3,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

De eerste stap

Giovanni de’ Medici, geboren op 11 december 1475 in Florence, was acht jaar oud toen zijn kruin geschoren werd. De tonsuur was een handeling van geestelijke onderwerping, een eerste stap naar het priesterschap. Met zijn kale kruin of ‘corona’ maakte hij zijn medemensen kenbaar dat hij tijdelijke en aardse zaken als roem, eer, wellust en rijkdom niet langer nastreefde, maar zijn vizier op het eeuwige had gericht.

Het was zijn vader, Lorenzo I de’ Medici, bijgenaamd il Magnifico, die voor zijn oogappel een levenspad van contemplatie en onthouding had uitgestippeld. Piero, zijn oudste zoon, zou hem opvolgen als hoofd van ‘het huis’, maar de klerikale loopbaan van Giovanni – de middelste – moest de kroon op de roemruchte familiesaga van de Medici worden.

De Medici drukken hun stempel op Florence. Waterverfschilderij naar een gravure van Francesco Rosselli, circa 1490.

De opkomst van de bankiersfamilie in Florence was onlosmakelijk verbonden met het pausdom, in goede en kwade zin. Giovanni de Bicci de’ Medici, de feitelijke grondlegger van het bankiershuis, was de geldschieter van Johannes XXIII geweest, de verderfelijke ‘tegenpaus’ tijdens het Westers Schisma van 1378 tot 1417. Cosimo de’ Medici was de bankier van Eugenius IV en Nicolaas V. En Lorenzo il Magnifico wist in 1466 het buitengewoon lucratieve aluinmonopolie van het Vaticaan te verwerven. Hij ondervond ook aan den lijve dat je beter geen ruzie kon krijgen met het pontificaat. In 1476 werd er een aanslag op zijn leven en dat van zijn broer Giuliano gepleegd. Ongetwijfeld werd die geregisseerd door paus Sixtus IV, die verbolgen was over een lening van 40.000 florijnen die hem door de broers geweigerd werd. Lorenzo overleefde de aanslag tijdens een hoogmis in de Sint-Laurensbasiliek op de dag na Kerstmis; Giuliano niet.

Humanistische opvoeding

De Medici waren toen al uitgegroeid tot de toonaangevende bankiersfamilie van Florence. Ze drukten tot groot afgrijzen van oude oligarchische families als de Albizzi’s en Pazzi’s hun stempel op het bestuur van de stad en waren de motor achter een beweging die de Florentijnen het Rinascimento noemden, een wedergeboorte van het klassieke leren. Cosimo de’ Medici was de grootste particuliere boekenverzamelaar van Europa en financierde de vertaling van de werken van Plato. Kunstenaars als Donatello, Rafaël en Michelangelo waren kind aan huis in het Palazzo Medici.

Giovanni kreeg in het palazzo een humanistische opvoeding. Een uitgekiend gezelschap van huisleraren leerde hem Grieks en Latijn. Voor zijn muzikale onderricht was de Vlaming Henricus Isaac aangesteld. En de poëtica werd hem door Angelo Poliziano bijgebracht, de belangrijkste dichter van dat moment, die hem ook liet kennismaken met de Toscaanse literaire traditie van Dante, Petrarca en Botticelli. Volgens Erasmus verenigde de paus alle kenmerken in zich die je van een groot leider mocht verwachten: natuurlijke begaafdheid en een juiste opleiding.

Met hun patronage wilden de Medici zich manifesteren als vrienden van het gewone volk, de popolo minoto; het welzijn van de stad ging hun meer aan het hart dan persoonlijk gewin. Maar de goedgeefsheid werd ook ingegeven door schuldgevoel en de angst voor het hiernamaals. Geld maken met geld gold immers nog als een doodzonde, rente was een exploitatie van Gods schepping: de tijd. En de Schrift leerde dat het makkelijker was voor een kameel door het oog van een naald te kruipen dan voor een rijkaard om het Koninkrijk Gods te betreden.

‘God heeft ons het pausdom geschonken, laten we ervan genieten’

Er was de Medici dan ook alles aan gelegen hun verbondenheid met de moederkerk publiekelijk te etaleren. Ze financierden de restauratie van de kathedraal van San Lorenzo en het klooster van San Marco. Rond 1476 vereeuwigde Botticelli in De aanbidding van de wijzen drie generaties Medici die zich rond de kribbe van de pasgeboren Heiland hadden geschaard.

Toen Lorenzo paus Innocentius XXIII er in 1489 toe wist te bewegen zijn zoon tot kardinaal te benoemen – Giovanni was op dat moment 13 jaar – noemde hij dat ‘de grootste prestatie van ons huis’. In het voorjaar van 1492 voelde Lorenzo zijn einde naderen, gebukt als hij ging onder de kwalen die ook zijn vader en grootvader het leven zuur hadden gemaakt.

Lorenzo schreef een afscheidsbrief aan zijn zoon in Rome en drukte Giovanni op het hart zich bescheiden op te stellen, een degelijk huishouden te voeren in plaats van een uitzinnig hof, en zijn geld liever te besteden aan boeken dan aan zijde en sieraden. Ook moest hij niet vergeten waar hij vandaan gekomen was. ‘Het zal je weinig moeite kosten je stad en ons huis te helpen.’ De Medici bedienden niet meer alleen de paus, maar hadden met de kardinaalshoed van Giovanni ook een belangrijke troef in handen om er ooit een te worden.

Onvrede onder het volk

Toch liep het behoorlijk mis na de dood van Lorenzo il Magnifico. Piero was een zwak bestuurder en werd van hoogverraad beticht, nadat hij aan de binnenvallende Fransen van Karel VIII te veel concessies had gedaan. Giovanni, spoorslags teruggekomen uit Rome, probeerde met gewapende aanhangers van de familie het tij te keren, maar op 2 november 1494 verlieten de Medici als dieven in de nacht de stad die hen groot had gemaakt.

Er broedde onder brede lagen van de bevolking al langer onvrede over hun bewind. Die werd nog aangewakkerd door de indrukwekkende sermoenen van de dominicaanse abt van het San Marcoklooster, Girolamo Savonarola. Hij waarschuwde de Florentijnen voor de rampspoed die hun te wachten stond als ze zich niet zouden keren tegen de geest van het Rinascimento. Florence moest weer een stad van God worden, waarin kunstenaars niet langer in de gelegenheid werden gesteld de Maagd Maria als een slet af te beelden, zo hield hij zijn gehoor voor.

Tijdens de vastenperiode van 1497 organiseerde Savonarola een ‘vreugdevuur van ijdelheden’, waarin werk van klassieke auteurs als Ovidius en Cicero, de gedichten van Poliziano, maar ook muziekinstrumenten en verschillende doeken van Botticelli aan de vlammenzee werden prijsgegeven. Een jaar later maakte paus Alexander VI korte metten met het theocratische bewind van de boeteprediker. De twee vertegenwoordigers die hij naar Florence zond, hadden de uitkomst van het proces al op zak toen ze in de stad arriveerden.

Boeteprediker Savonarola fulmineert tegen iedere vorm lichtzinnigheid. Schilderij door Ludwig von Langenmantel, 1879.

Giovanni leidde na zijn verdrijving uit Florence het nomadische bestaan van een banneling. Hij vermeed Rome, dat door zijn vader een ‘poel van ongerechtigheid’ werd genoemd en maakte reizen door Noord-Europa, waarbij hij ook de Lage Landen aandeed. Na het aantreden van Julius II keerde hij terug naar de Eeuwige Stad. In weerwil van de goede raad van zijn vader groeide zijn palazzo in de buurt van de Piazza Navona uit tot een humanistisch bolwerk.

Met steun van een Heilige Alliantie van Spaanse en pauselijke troepen wist hij in 1512 de macht in Florence te heroveren, waardoor er een einde kwam aan het bewind van Piero Soderni en zijn secretaris Nicollò Machiavelli. Zes maanden later stierf Julius II. Gekweld door aambeien en het ‘Medici-syndroom’ trok Giovanni naar Rome, om het ambt te claimen dat zijn vader ooit voor hem had voorbestemd.

Start van de Reformatie

De verwachtingen waren hooggespannen bij het aantreden van Leo X. En hij had er zelf ook zin in, getuige zijn opmerking tegen zijn neef Giulio de’ Medici: ‘God heeft ons het pausdom geschonken, laten we ervan genieten.’ Kardinaal Rafaelle Riario meldde aan Erasmus dat sinds de komst van Leo Rome veranderd was in ‘een gemeenschappelijk vaderland voor geletterden, dat voedt en verheft’. Van heinde en verre stroomden de mannen van het woord naar de Eeuwige Stad.

Toch behoorde ook Riario tot de samenzweerders die in juni 1517 Leo wilden vermoorden. Verschillende leden van het College van Kardinalen – onder wie de leider van het complot Alfonso Petrucci en Francesco Soderini, een broer van de verdreven gonfaloniere van Florence – visten naast de vijver van pauselijke gunsten zolang een Medici het hoogste ambt binnen de kerk bekleedde. Zij zagen met lede ogen aan hoe Leo zíjn familieleden schaamteloos bevoorrechtte. Neef Giulio, een buitenechtelijke zoon van de vermoorde broer van Lorenzo il Magnifico, werd officieel gewettigd door een pauselijke commissie.

Luther vroeg waarom de paus de bouw van de Sint-Pieter niet zelf bekostigde

Daarmee maakte Leo de weg vrij voor een kerkelijke loopbaan van zijn geliefde neef, die uiteindelijk zou uitmonden in het pontificaat van Clemens VII, de tweede Medici-paus. Bovendien creëerde Leo dertig nieuwe kardinalen na de verijdelde coup, die hem uiteraard goed gezind waren, onder wie de Nederlander Adriaan Boeyens, zijn toekomstige opvolger.

Leo zag zichzelf als een boodschapper van de wederkomst van Christus, een Johannes de Doper. Uiteindelijk zou zijn pontificaat niet worden uitgeluid met de parousia, de terugkeer naar het paradijs, maar met het gekrakeel rondom een augustijner monnik, van wie het verhaal ging dat hij 95 stellingen op de poort van het slotkasteel in Wittenberg had genageld. In stelling 86 vroeg Maarten Luther zich publiekelijk af waarom de paus de bouw van de Sint-Pieter niet uit eigen zak bekostigde, in plaats van daarvoor de verderfelijke aflaten te gebruiken. Voor een De’ Medici moest dat te doen zijn. Op 21 januari 1521 volgde het antwoord van de paus: Leo excommuniceerde de recalcitrante moraaltheoloog uit Wittenberg – het startpunt van de Reformatie.

Elf maanden later was Leo X dood, geveld door een longontsteking die hij aan het raam van zijn buitenvilla had opgelopen, al rezen onder zijn medische staf in Rome ook al snel vermoedens dat hij vergiftigd was. Het Vaticaan dat hij achterliet was nagenoeg failliet. En de moederkerk stond aan de vooravond van een schisma dat haar voorgoed zou veranderen.

Eric Palmen is historicus.

Het Medici-syndroom

In een groot aantal biografieën over de Medici wordt de familiekwaal waaronder zij generaties lang gebukt gingen steevast gediagnosticeerd als jicht. De vader van Lorenzo il Magnifico ging zelfs als Piero de Jichtige (il Gottoso) door het leven. Toen tijdens de Tweede Wereldoorlog de familiekapel in de San Lorenzo werd ontruimd was dat een mooie gelegenheid om de menselijke resten van de Medici aan een nader macroscopisch en radiologisch onderzoek te onderwerpen. Bij verschillende skeletten werd een overmatige botweefselvorming geconstateerd, met name in de cervicale wervelkolom. In combinatie met de huidaandoeningen waarover de bronnen spreken duidt het ‘Medici-syndroom’ eerder op artritis psoriatica.

Rafaëls portret van Leo X

In 1518 portretteerde Rafaël Leo X, geflankeerd door Giulio de’ Medici en Luigi de’ Rossi. Het schilderij is een allegorie van Johannes de Doper. De bijbel ligt opengeslagen bij de proloog van het evangelie van Johannes, waarin de bode van de Messias geïntroduceerd wordt. De blik van de paus dwaalt af, alsof hij iets ziet wat niemand anders ziet. Het belletje is het instrument bij uitstek om de komst van de Heiland aan te kondigen. Er valt een lichtstraal op zijn gelaat, die herinnert aan Joh. I:8. ‘Hij was het Licht niet, maar was gezonden, opdat hij van het Licht getuigen zou.’

Portret van Leo X door Rafaël.

Meer weten

The House of Medici (1999) door Christopher Hibbert, gaat over de opkomst en ondergang van de familie.

The Medici (2007) door Paul Strathern portretteert onder anderen de twee pausen die de familie heeft voortgebracht.

A History of the Medici Popes Leo X and Clement VIII (2015) door Herbert Vaughan is een klassieker.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 1 - 2022