‘De stormvloedkering in de Oosterschelde is gesloten. De Deltawerken zijn voltooid.’ Deze woorden sprak koningin Beatrix nadat ze met een druk op de knop 17 van de 62 stalen schuiven van de kering had neergelaten. Onder haar wapperde een vlag met de tekst ‘Zeeland veilig’.
De ceremonie vond plaats in het bijzijn van tal van buitenlandse staatshoofden en andere hoogwaardigheidsbekleders, die met helikopters werden ingevlogen. De Franse president François Mitterrand was te laat, waardoor de ceremonie vertraging opliep. Maar dat mocht de pret niet drukken. Tienduizenden belangstellenden waren op een zonnige, maar winderige herfstdag naar Zeeland getrokken om getuige te zijn van dit gedenkwaardige moment dat ook live op tv werd uitgezonden. De verslaggever besloot de uitzending met de woorden: ‘33 jaar werken aan het Deltaplan zijn afgerond. 4 oktober 1986, een nieuwe historische datum voor de Zeeuwen.’
In de woorden van journalist Henk Hofland was de Oosterscheldekering een ‘wonder op het gebied van Nederlandse compromissen: de natuur werd gered, de veiligheid gediend, de economie bevorderd en daaruit is een bouwwerk ontstaan dat tot de nationale trots behoort.’ Maar klopt dat allemaal wel? Wat is er veertig jaar na de officiële ingebruikname van de Oosterscheldedam over van het imago van de Deltawerken als icoon van Nederlands vernuft?

Dit artikel is exclusief voor abonnees
De Deltawerken waren het spectaculaire antwoord op de Watersnoodramp van 1953. In de nacht van 31 januari op 1 februari steeg de Noordzee door een combinatie van stormvloed en springtij tot zulke grote hoogten, dat dijken in Zeeland, Zuid-Holland en West-Brabant werden weggeslagen. 1835 mensen en bijna 200.000 dieren verdronken toen 129.000 hectare onder water kwam te staan.
De schade was enorm en de ontreddering was groot. En het had allemaal nog veel erger kunnen zijn. Achteraf bleek dat de dijken van de Hollandse IJssel het maar net hadden gehouden. Rijkswaterstaat-ingenieur Johan van Veen schreef daarover aan een vriend: ‘Ik weet hoe dicht heel Holland bij zijn totale ondergang was. Niet een kameel, maar een hele kudde olifanten ging door het oog van de naald.’
Bovendien kwam de ramp voor Van Veen niet als een verrassing. Samen met collega’s waarschuwde hij al decennia voor zwakke dijken en presenteerde hij ambitieuze plannen voor het afdammen van een aantal zeegaten. Maar tijdens de crisisjaren, de Tweede Wereldoorlog en de wederopbouw had het water geen prioriteit.

Dat veranderde allemaal door de Watersnoodramp. Sinds 1200 waren de Lage Landen door meer dan honderd stormvloedrampen getroffen, maar nu moest Nederland een stevig slot op de deur krijgen om herhaling voor eens en voor altijd te voorkomen. Beurzen open, dijken dicht, zo was het devies.
Den Haag aarzelde geen moment
Direct nadat alle dijken weer waren gedicht, begon de verhoging van alle waterkeringen langs de hele kust. Een speciaal ingestelde Deltacommissie greep deze kans aan om rigoureuze maatregelen te nemen. Hun Deltaplan voorzag ook in de bouw van een beweegbare stormvloedkering in de Hollandse IJssel en grote dammen tussen de Zeeuwse eilanden. Al met al moest de Nederlandse kustlijn zo’n zevenhonderd kilometer korter worden. Alleen de toegangen naar Antwerpen en Rotterdam bleven open water.
Maar dat was nog niet alles. Een stelsel van secundaire dammen moest de waterhuishouding optimaliseren en verzilting tegengaan. Daar had vooral de landbouw baat bij, maar het was ook van belang voor de drinkwatervoorziening en de industrie. En als kers op de taart moesten de Deltawerken de economie en het toerisme op de Zeeuwse eilanden een boost geven omdat ze dankzij alle dammen (en bruggen) beter verbonden zouden zijn met de rest van Nederland. En de kosten? Die werden geraamd op het voor die tijd astronomische bedrag van twee miljard gulden.
Politiek Den Haag aarzelde echter geen moment. Veiligheid stond voorop.
De bouw van de Deltawerken ging voortvarend van start. De stormvloedkering in de Hollandse IJssel werd al in 1958 in gebruik genomen. Daarna volgden in rap tempo de Grevelingendam, de Zandkreekdam, de Volkerakdam en de bijbehorende werken. Met de relatief kleine Veerse Gatdam tussen Noord- en Zuid-Beveland werd in 1961 het eerste zeegat afgesloten. De Haringvlietdam vormde met zijn indrukwekkende uitwateringssluizen het technologische hoogtepunt van de eerste jaren van de Deltawerken, maar ook de aanleg van de 6,5 kilometer lange Brouwersdam was geen sinecure.
Het waren stuk voor stuk grote bouwprojecten. Zo deed Rijkswaterstaat veertien jaar over de bouw van de Haringvlietdam. Er moesten werkeilanden, watervrije werkplekken midden in zee, bruggen en grote sluiscomplexen worden gebouwd. Duizenden mensen werkten eraan en het Deltaproject was een vliegwiel voor innovatie. Ingewikkelde problemen kregen creatieve oplossingen, zoals kunststof matten van ‘geotextiel’ voor bodembescherming en kabelbanen om betonblokken te storten.
Alles werd in het klein nagebouwd in het Waterloopkundig Laboratorium en doorgerekend met de Deltar, een computer – of eigenlijk een ‘elektrisch analogon’. Die kwam voort uit een vinding van Johan van Veen en was een doorbraak voor de informatietechnologie in Nederland. Sowieso oogstte het werk van de ingenieurs en waterbouwers bewondering.
Nadelen werden snel zichtbaar
Er was reden om trots te zijn op de getoonde daadkracht en de geleverde prestaties, maar naarmate het werk vorderde klonk ook steeds vaker kritiek. Toen de eerste Deltawerken gereedkwamen, werden de nadelen voor landschap, natuur en visserij vrij snel zichtbaar. Achter de Veerse Gatdam ontstond bijvoorbeeld een zieltogend troebel zoetwatermeer. De Deltawerken waren niet alleen imponerende staaltjes van wederopbouw, maar symboliseerden voor steeds meer mensen ook het meedogenloze optreden van nietsontziende technocraten.
Rijkswaterstaat was al begonnen aan de afsluiting van de Oosterschelde – het grootste én gevaarlijkste zeegat – toen natuurbeschermers en oestervissers in 1970 de handen ineensloegen om dat te voorkomen. De actievoerders kregen de politieke wind in de zeilen. Het progressieve kabinet-Den Uyl, dat in 1973 aantrad, koos voor een open, beweegbare stormvloedkering, die alleen bij extreem hoogwater sluit. De kosten werden geraamd op nog eens 1,7 miljard gulden. Niet alleen was de kering zelf véél duurder dan een dichte dam, maar nu de Oosterschelde openbleef moest het project gepaard gaan met extra dammen en sluizen ten behoeve van de scheepvaart en het tegengaan van verzilting.
Vooruitgangsdenken
De Deltawerken weerspiegelen het optimisme van de naoorlogse wederopbouw. Het achterplat van Nederland wordt groter, een boek dat de trotse sfeer anno 1960 misschien wel het beste weergaf, wond er geen doekjes om: ‘Goed geïnformeerde buitenlanders, die zich door het sprookje van tulpen-en-molen Holland niet van de wijs laten brengen, hebben in Nederland een “wonder” ontdekt. Een wonder van staal en buizen, planning en ondernemingsgeest. Zij hebben in het agrarische, waterrijke land industrieconcentraties aangetroffen waarin nieuwe welvaart wordt geproduceerd voor een groeiende miljoenenbevolking.’

De Oosterscheldekering was het eindexamenstuk van de Deltawerken, een van de grootste en meest complexe waterbouwkundige projecten in de Nederlandse geschiedenis. Bij het werkeiland Neeltje Jans verrezen 65 gigantische betonnen pijlers van dertig tot veertig meter hoog. Speciale schepen werden gebouwd om de bodem te verdichten, funderingsmatten uit te rollen en de pijlers op hun plaats te hijsen. De bouw van de negen kilometer lange kering duurde uiteindelijk tien jaar.
Toen was de oude zee verslagen, het getij bedwongen en lag de toekomst open achter veilige dammen. Koningin Beatrix verklaarde in 1986 trots dat de Deltawerken waren voltooid. Maar dat was niet waar. De extra dammen en sluizen in de Oosterschelde waren toen nog niet klaar en als gevolg van voortschrijdend inzicht kon hare majesteit in 1997 ook de Maeslantkering officieel in gebruik nemen. Ook dat was een huzarenstukje: twee gebogen deuren van elk 210 meter lang en 22 meter hoog, die met metalen armen van het formaat Eiffeltoren kunnen worden dichtgedraaid om de Nieuwe Waterweg en Rotterdam te beschermen. Pas in 2010 werd met een hogere kademuur in Harlingen het allerlaatste stukje van het Deltaplan uit de jaren vijftig afgerond. De oorspronkelijke ramingen waren ruimschoots overschreden: het totale kostenplaatje van de Deltawerken bedroeg uiteindelijk zo’n 4,5 miljard euro.

Hoog prijskaartje van de Deltawerken
Eigenlijk is het werk nog altijd niet gedaan. In tegenstelling tot wat Hofland schreef was de natuur namelijk niet gered. De zoetwaterhuishouding vaart wel bij de Deltawerken, maar die hebben de ‘zoutwaterhuishouding’ compleet verstoord. Het was niet alleen met het Veerse Meer, maar ook met de andere afgesloten Deltawateren slecht gesteld. Ook de Oosterscheldekering bleek de natuur minder soelaas te bieden dan vooraf gehoopt en in het Haringvliet en de Biesbosch hoopte zich het giftig afval van de grote rivieren op.
Al in de jaren negentig werd duidelijk dat er maar één oplossing was: het zoute water van de zee, de eeuwenoude erfvijand, moest niet langer krampachtig met dammen worden buitengesloten. Tegelijkertijd moest Zeeland ook niet weer zonder zoet water komen te zitten. Het gevolg? Oeverloze discussies en lange regeringsnota’s. Van de daadkracht van het Deltaplan resteerde weinig. De Biesbosch is gesaneerd, het Veerse Meer heeft sinds 2004 een doorlaatsluis en de Haringvlietsluizen staan pas sinds 2018 op een kier. De herintroductie van het getij op het Grevelingenmeer laat vanwege een hoog prijskaartje nog steeds op zich wachten en het Volkerak is met het oog op klimaatverandering te belangrijk geworden als zoetwaterreservoir.

Klimaatscenario’s geven bovendien aan dat er een grote stijging van de zeespiegel te verwachten is, mogelijk al in de loop van deze eeuw. Nederland is nooit beter tegen het wassende water beschermd dan nu, maar volgens ingenieurs is het maar de vraag of dat in de toekomst zo blijft. Het is onvermijdelijk dat de handen opnieuw uit de mouwen moeten, aldus de nazaten van Johan van Veen.
En de gedroomde economische bloei van Zeeland door de Deltawerken dan? Daar is uiteindelijk bar weinig van terechtgekomen. In de jaren zestig stimuleerde de Rijksoverheid de nijverheid met riante subsidies: tientallen bedrijven bouwden fabrieken in Zeeland en Terneuzen werd een van snelst groeiende plaatsen van Nederland. Begrijpelijkerwijs floreerde ook de bouwsector. Maar inmiddels hebben de meeste bedrijven het onderspit gedolven als gevolg van marktontwikkelingen. Ze krompen drastisch of hielden er helemaal mee op, waardoor uiteindelijk duizenden arbeidsplaatsen verloren gingen. Afgezien van vrachtverkeer van de havens van Terneuzen en Vlissingen rijden er tegenwoordig vooral veel Zeeuwse forenzen over de dammen en bruggen naar de Randstad.
Bewondering
Een uitzondering vormt het toerisme. De Deltawerken hebben het makkelijker gemaakt om Zeeland te bezoeken en ze creëerden met de binnenmeren nieuwe watersportgebieden. Aan de oevers verrezen grootschalige recreatiegebieden en vakantieparken. Reclamecampagnes lokten massa’s toeristen. Het aantal overnachtingen verzesvoudigde sinds 1960. Inmiddels komt zo’n veertig procent uit Duitsland en België. Zeeland staat bij de overgrote meerderheid van de bezoekers voor strand, zee en Deltawerken.
In het buitenland is de bewondering voor een van ‘mankind’s greatest engineering feats’ onverminderd groot. De American Society of Civil Engineers heeft de Deltawerken zelfs opgenomen in het rijtje moderne wereldwonderen. Ze zijn dan ook de perfecte etalage voor het vernuft van Nederlandse ingenieurs. Sinds de voltooiing zijn er wereldwijd talloze waterbouwprojecten uitgevoerd met Nederlandse kennis en kunde.

In eigen land mag het imago dan wel een stevige knauw hebben gekregen vanwege de negatieve uitwerking op natuur en landschap, maar Nederlanders zijn toch wel trots op de Deltawerken. Dat is ook niet zo gek, want de overheid heeft er van meet af aan met propagandafolders, documentaires, fotoboeken en exposities alles aan gedaan om het project in een positief daglicht te plaatsen.
De Deltawerken hebben ondertussen in politiek Den Haag een mythische status gekregen. De term ‘Deltaplan’ wordt gretig gebruikt voor een poging – of vaak eerder: een verlangen – om met vereende krachten een voortslepende kwestie eindelijk eens krachtig aan te pakken. Daarom is het vreemd dat de Deltawerken nooit zijn voorgedragen voor de UNESCO-werelderfgoedlijst. In Nederland lijken we te zijn vergeten dat we een wereldwonder hebben gebouwd. Want dat staat ondanks alles toch wel als een paal boven water.
Zuiderzeewerken
Zonder de Afsluitdijk hadden ingenieurs niet durven denken aan de planning en de uitvoering van de Deltawerken. De bouw van de dijk dwars door een zeearm van ongeveer dertig kilometer breed was een waar kunststuk. In 1916 was de Zuiderzeevloed – samen met voedselschaarste gedurende de Eerste Wereldoorlog – reden voor het parlement om in te stemmen met het plan-Lely om de Zuiderzee af te sluiten en vervolgens grote polders aan te leggen.
/afb

Meer weten:
- Modern wereldwonder – Geschiedenis van de Deltawerken (2018) onder redactie van Bert Toussaint en Willem van der Ham is een thematisch opgezet standaardwerk.
- De Deltawerken (2016) onder redactie van Marinke Steenhuis is een fraai geïllustreerd overzichtswerk met nadruk op de architectonische aspecten.
- De ramp. Een reconstructie van de watersnood van 1953 (2022) door Kees Slager is een reconstructie van de watersnood van 1953.
