Door het geklungel van de regering-Trump, de ondoordachte en soms ronduit ridicule uitspraken van de president en een onzinnige oorlog met Iran lijken de Republikeinen slecht te zijn begonnen aan de campagne voor de midterms. Bovendien hangt de partij nog een probleem boven het hoofd: de VS kampt met een schuldencrisis, die de Financial Times inmiddels een chronische crisis noemt.
Door het beleid van Donald Trump is de inflatie flink aan het stijgen. Daarnaast loopt het begrotingstekort uit de klauwen: het is inmiddels een niet vol te houden 6 procent. De Amerikaanse staatsschuld is daardoor opgelopen tot 40.000 miljard dollar. Het is een schuld van ruim 100 procent van het bbp, een niveau dat alleen rond de Tweede Wereldoorlog werd bereikt. Het kost steeds meer om dat exploderende tekort te financieren: bijna 20 procent van de belastinginkomsten gaat naar rentebetalingen. Minister van Financiën Scott Bessent moet staatsleningen uitgeven, maar omdat die minder aantrekkelijk zijn geworden, moet het land daarvoor een hogere premie betalen.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Scoren met belastingverlaging
Natuurlijk is de onbezonnen oorlog met Iran een factor voor de oplopende schuld, maar historisch gezien zit de belangrijkste reden voor begrotingstekorten vooral aan de inkomstenkant. De dynamiek van de gigantische begrotingstekorten is eenvoudig: terwijl de overheidsinkomsten aanzienlijk dalen door de voortdurende belastingverlagingen, stijgen de overheidsuitgaven.
Het structurele probleem zijn de Republikeinen. Zij maken altijd een punt van begrotingstekorten: ze verwijten de Democraten hoge uitgaven en roepen om begrotingsdiscipline. Ze voeren er campagne op en niet zonder succes. Amerikanen hebben een hekel aan belastingen, met die boodschap valt steeds opnieuw te scoren.
Maar in de praktijk zijn het steeds de Republikeinen die tekorten veroorzaken door hun belastingverlagingen voor de rijken en ondernemingen. Donald Trump en zijn volgzame partij passen wat dat betreft in een lange traditie. Het Republikeinse argument om belastingen te verlagen, namelijk dat dit hoge economische groei oplevert, klopt niet. Ga maar na: nooit groeide de Amerikaanse economie meer dan in de jaren vijftig en zestig, toen inkomens- en vennootschapsbelasting buitengewoon hoog waren.
In de jaren zestig maakte president John F. Kennedy een voorzichtig begin met het verlagen van de hoogste belastingschijven, maar de antibelastingbeweging (of beter: de antioverheidsbeweging) kwam pas tot volle wasdom met Ronald Reagan. Zijn belofte om de overheid te verkleinen kwam hij niet na, maar hij verlaagde wel de belastingen voor de hoogste inkomens. Mede daardoor, en door de economische crisis van begin jaren tachtig, liepen de tekorten snel op. Reagan, meer een pragmaat dan een ideoloog, verhoogde de belastingen weer toen het nodig was, zij het lang niet genoeg.
Deficits don’t matter
Onder Reagan deed de theorie opgeld dat belastingverlagingen de economie dusdanig stimuleerden dat de daardoor gegenereerde extra groei juist tot meer belastingopbrengsten zou leiden. Deze zogenoemde theorie van supply-side economics stelt dat lagere belastingen, minder regulering en vrijhandel de sleutel zijn tot economische groei. Belastingverlagingen zouden zichzelf zo terugbetalen.
Het klinkt ongelofelijk, en dat was het ook. Het was een Republikeinse wensdroom, of een lang volgehouden leugen. De tekorten stegen alleen maar, alhad president George H.W. Bush in 1990 wat belastingen verhoogd – tegen zijn verkiezingsbelofte in.
Pas in het eerste jaar van president Bill Clinton werd er serieus wat aan gedaan. Mede door het einde van de Koude Oorlog en door de bloei van de techindustrie leverde Clinton in 2000 een begroting af die in evenwicht was. Dat was sinds 1969 niet meer gebeurd. Voorzichtigheid aan de uitgavenkant frustreerde de agenda van de president, maar de Republikeinen die toen nog hamerden op de tekorten, kregen hiermee hun zin.

Het was niet besteed aan Clintons Republikeinse opvolger. In 2001 greep George W. Bush meteen de kans aan om de belastingen voor de rijken te verlagen. Bush begon ook oorlogen in Afghanistan en Irak, waarvoor hij de Amerikaanse burgers nooit de rekening presenteerde. De Republikeinen gingen gewoon hun gang. Bekend zijn de woorden van vicepresident Dick Cheney toen hij daarop werd aangesproken: ‘deficits don’t matter’.
Verloren geloofwaardigheid
De belastingverlagingen van Bush, die tien jaar zouden gelden, werden in 2010 verlengd onder president Obama, een compromis dat de Republikeinen van hem afdwongen. Opnieuw hadden de Republikeinen liever lagere belastingen dan lagere tekorten. Ondanks de tekorten verlaagde Donald Trump in 2017 opnieuw de belastingen op inkomens en voor bedrijven. De tekorten groeiden, vanaf 2020 versterkt door extra overheidsuitgaven door corona. En waar hamerden de Republikeinen op in 2024? Juist, de spilzucht van de Democraten.
Een van de eerste dingen die Trump in zijn tweede termijn deed, was de belastingverlagingen van 2017 permanent maken met zijn Big Beautiful Bill. En net als Bush begon hij een peperdure oorlog in het Midden-Oosten, die hij financiert met verdere tekorten. Minister van Financiën Bessent trad aan met de belofte het begrotingstekort te verkleinen. Hij rekende daarbij op 3 procent economische groei, maar die blijft steken op hooguit 2 procent.
Ook de poging van Elon Musk om de overheid te ontmantelen werd een totale mislukking. De werkelijkheid is dat er niet of nauwelijks ruimte is voor lagere overheidsuitgaven. Omdat er aan de horizon ook nog een pensioencrisis dreigt, moeten de inkomsten omhoog. Een logische eerste stap: de belastingverlagingen voor de rijken terugdraaien en de winstbelasting weer op niveau brengen. Ook een vorm van vermogensbelasting, een zwaardere erfbelasting en maatregelen tegen belastingontwijking zouden op tafel moeten liggen.
Maar ook in de aanloop naar de midterms op 3 november houden de Republikeinen vast aan hun eindeloos herhaalde mantra: minder overheid en lagere belastingen. Dat valt niet vol te houden. De minister probeert de gaten te vullen, maar zoals hij gemerkt heeft, is de geloofwaardigheid van de VS op de wereldmarkten behoorlijk afgenomen. Misschien krijgen de Republikeinen straks ook de politieke rekening gepresenteerd.
