Jarenlang profiteerden de VS van de kennis van de briljante raketwetenschapper Qian Xuesen. Maar uit angst voor het communisme stuurden ze hem in 1955 terug naar China. ‘Dat was het stomste dat ons land ooit heeft gedaan.’ China maakte dankzij Qian een enorme technische sprong voorwaarts.
Chinese staatsmedia pakten groot uit toen bekend werd dat Qian Xuesen op 31 oktober 2009 op 98-jarige leeftijd was overleden. Persbureau Xinhua noemde hem de ‘vader van de ruimtewetenschap’. Bij de afscheidsdienst droegen militairen zijn kist met daarop de Chinese vlag door een haag van rouwkransen naar buiten. Buiten de Babaoshan begraafplaats hadden zich honderden belangstellenden verzameld voor een laatste groet.
Qian was op 11 december 1911 geboren in Hangzhou. Zijn ouders noemden hem ‘Xuesen’, wat ‘studeer om wijs te worden’ betekent. Een toepasselijke naam, want Qian kon leren als de beste en kreeg een plekje op een school voor begaafde kinderen. Hij werd in 1929 toegelaten tot de beste technische universiteit van het land, Jiaotong in Shanghai. Daar koos Qian voor een nieuw specialisme: spoorwegbouw.

Vaak zat hij tijdens colleges op de achterste banken te lezen, tot ergernis van zijn docenten. Maar Qian slaagde voor ieder examen en als hem een controlevraag werd gesteld, bleek dat hij had geluisterd. Dus op een gegeven moment lieten ze het maar zo. In 1932 studeerde hij af, als beste van zijn jaar.
In 1935 ging hij met een beurs in Amerika studeren. Zijn interesse was inmiddels gewekt voor een nog nieuwer vakgebied dan de spoorwegen: vliegtuigbouw. Hij bezocht het California Institute of Technology, ofwel Caltech, waar de belangrijkste wetenschapper op zijn vakgebied lesgaf, de Hongaar Theodore von Kármán. Die was bezig de afdeling vliegtuigbouw op te zetten en Qian, ‘mijn briljante doctoraalstudent’, werd zijn rechterhand. Qian maakte lange dagen en liet zich nauwelijks in met de plezierige kanten van het campusleven. Hooguit veroorloofde hij zich af en toe een feestje bij de chemicus Sidney Weinbaum thuis.
In 1937 sloot Qian zich aan bij een groepje dat experimenteerde met raketten. In een droge rivierbedding vuurden ze in hun vrije tijd raketten af die ze uit restmateriaal en gekochte onderdelen in elkaar hadden geflanst. Soms moesten ze letterlijk kleingeld bij elkaar leggen om een onderdeel of instrument te kunnen aanschaffen. Groot was hun vreugde dan ook toen hun onderzoek in 1937 door Caltech werd erkend en gefinancierd. Op campus klonken regelmatig luide knallen als ze weer een raketmotor of brandstof testten. Het gezelschap werd spottend de ‘suicide squad’ genoemd, zeker nadat de groep na een ontploffing door Caltech uit het lab werd verbannen.
Qian en zijn vrienden werden de ‘suicide squad’ genoemd
In 1938 hing oorlog in de lucht. Von Kármán was een van de wetenschappers die naar Washington werd gehaald om het Pentagon te adviseren. Dankzij financiering van het ministerie van Oorlog konden ze het onderzoek naar raketmotoren versnellen. De teamleden filosofeerden over raketartillerie en ruimtevaart. In die tijd konden gewone Amerikanen zich daar geen voorstelling van maken. Toen Qian op een feestje vertelde over de mogelijkheid om naar de maan te reizen, werd achter zijn rug de vraag gesteld of hij wel goed snik was.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Elitewetenschappers
Op 7 december 1941 voerde het Japanse leger een verrassingsaanval op Pearl Harbor uit, daarmee waren de VS officieel in oorlog. Qian was inmiddels gepromoveerd en kreeg een onderzoekersvisum. Hij mocht na een veiligheidsonderzoek aan geheime projecten werken.
Voor rakettechniek was aanvankelijk weinig belangstelling. Dat veranderde toen spionagefoto’s onthulden dat de nazi’s raketwapens ontwikkelden. Eerst een onbemand straalvliegtuigje met springlading, de V1, en later een ballistische raket, de V2. Daarom werd een nieuw onderzoeksinstituut opgericht: het Jet Propulsion Laboratory, tegenwoordig onderdeel van NASA. Qian werd verantwoordelijk voor het onderzoek naar raketaandrijving.
Hij werd bovendien toegevoegd aan een team elitewetenschappers, dat in Washington werkte aan een toekomstplan voor de luchtmacht. Toen de oorlog in Europa bijna voorbij was, werden Qian en zijn medeteamleden daarheen gevlogen om met eigen ogen het Duitse raketprogramma te aanschouwen. Voor deze operatie kreeg Qian tijdelijk de rang van kolonel en volgens het reisadvies moest hij ‘geschikte cadeaus voor blondines’ meenemen.
Op 5 mei 1945 verhoorde hij de bekende Duitse raketgeleerde Wernher von Braun. Qian vroeg hem een rapport te schrijven over zijn onderzoeksresultaten en toekomstideeën. Von Braun voorspelde onder meer dat satellieten en permanent bemande ruimtestations om de aarde zouden cirkelen. Hij werd daarna in het diepste geheim naar Amerika overgebracht om daar zijn onderzoek voort te zetten. Zijn emigratie vond plaats in het kader van Operation Paperclip, waarbij 1600 topwetenschappers die voor de nazi’s hadden gewerkt in de VS werden opgenomen.

Bekend is dat Qian na de oorlog een security clearance aanvroeg voor het Manhattan Project, het Amerikaanse kernprogramma onder leiding van Robert Oppenheimer. Wat Qian daar precies deed is tot op de dag van vandaag niet publiek. Aangenomen mag worden dat hij werkte aan de eerste ballistische raketten die kernwapens konden dragen.
In 1947 ontving Qian een uitnodiging om decaan te worden van zijn alma mater. Het was voor hem reden China na twaalf jaar weer te bezoeken. Voordat hij uit de VS vertrok had hij nog wel een verzoek ingediend voor een permanent visum. Wilde hij in Amerika blijven of overwoog hij serieus het Chinese aanbod? De beslissing werd voor hem genomen: het Chinese ministerie van Onderwijs trok het aanbod onverwacht weer in. Terug in de VS en inmiddels getrouwd met Jiang Ying, kreeg Qian in 1949 op Caltech een hoogleraarschap aangeboden. Dat kon hij combineren met advieswerk in de private defensie-industrie en het Jet Propulsion Lab. In datzelfde jaar vroeg hij het Amerikaans staatsburgerschap aan.
Arrestatie van Qian
Qian was een wetenschappelijk zondagskind. Zijn brille werd alom erkend, hij had belangrijke onderzoeksresultaten geboekt en zijn carrière was, nou ja, als een raket gegaan. Dat veranderde allemaal op 6 juni 1950. Die dag meldden twee FBI-agenten zich op zijn kantoor met de vraag of hij lid van de communistische partij was. Volgens getuigen was hij op partijbijeenkomsten geweest bij zijn vroegere collega Weinbaum. Qian hield vol dat hij geen idee had dat Weinbaum communist was en dat het in de turbulente vooroorlogse periode niet ongewoon was dat er over politiek werd gesproken.
Twee FBI-agenten vroegen of hij lid van de communistische partij was
In de jaren vijftig greep de Red Scare, de angst voor het Rode Gevaar, in Amerika om zich heen. Qian mocht niet meer aan geclassificeerde projecten werken. Hij nam daarop het besluit naar China terug te keren omdat hij zich in Amerika niet meer welkom voelde. De pers beschuldigde hem van spionage toen bleek dat sommige paperassen in zijn verhuisdozen het stempel ‘geheim’ en ‘vertrouwelijk’ droegen. Later zouden de autoriteiten verklaren dat het om een persoonlijke bibliotheek ging, met niets anders dan je zou verwachten van iemand die jarenlang in dit werkveld onderzoek deed. Maar het leed was al geschied.
Drie maanden nadat de FBI zich op Qians kantoor had gemeld werd hij gearresteerd. Hij werd ervan verdacht dat hij zijn lidmaatschap van de communistische partij had verborgen en de VS illegaal was binnengekomen na zijn bezoek aan China in 1947. Qian werd zelfs tijdelijk opgesloten in een uitzetcentrum. Vijftien dagen zat hij tussen illegale Mexicanen op Terminal Island, een schiereiland in de Pacific. Toen verklaarde de immigratiedienst dat ze hem gingen uitzetten.

Hij kon nog jarenlang doorwerken, maar al die tijd hadden de Qians drie koffers klaar staan voor het moment dat de immigratiedienst zou aanbellen. De FBI hield ze ondertussen permanent in de gaten. In juni 1955 wist hij zijn volgers even af te schudden; net lang genoeg om een brief op de bus te doen. Hij schreef Yings zus en verzocht haar contact op te nemen met de Chinese overheid. Hij had hulp nodig om naar China terug te keren.
In Genève onderhandelden Amerika en China intussen over de uitruil van krijgsgevangen van de Koreaanse Oorlog. Tot verrassing van de Amerikanen noemden de Chinese onderhandelaars ook de naam van Qian. Hij werd geruild tegen elf Amerikaanse piloten.
Heldenontvangst
Dat uitgerekend hij toestemming kreeg om naar communistisch China te vertrekken konden velen niet begrijpen. De ontwikkeling van Amerikaanse atoomwapens en rakettechnologie was de verdienste van een grote groep mensen. Maar dat Qian daarbij een belangrijke rol heeft gespeeld staat buiten kijf. Hij was het brein achter doorbraken op het gebied van aerodynamica, raketbrandstof en raketmotoren en keek mee bij geheime onderzoeksprojecten.
Op 8 oktober 1955 kwamen Qian, zijn vrouw, zoon en dochter met de boot in Hongkong aan. Per trein reisden zij door naar Shenzhen, waar hun een heldenontvangst wachtte. ‘Welkom landgenoten. Het hele land verwelkomt jullie,’ schalde het uit luidsprekers. Overal waar Qian zich vertoonde werd hij als een beroemdheid ontvangen. Iedereen wist wat er van hem werd verwacht: hij moest China aan de bom helpen. In Beijing wachtte hereniging met zijn vader. En ontmoetingen met de communistische top.


Vier maanden later leverde Qian zijn plan in. De partijtop ging akkoord met de oprichting van een extra onderzoeksacademie van het ministerie van Defensie met Qian aan het hoofd. Hij kreeg een voormalig ziekenhuis toegewezen als kantoor. Maar verder was er niets. Geen onderzoeksteams, geen computers, geen windtunnel, geen instrumenten of gereedschappen. Er was welgeteld één telefoon in het gebouw. Qian moest alles van de grond af opbouwen. Aanvankelijk met hulp van adviseurs uit de Sovjet-Unie, al zou hij later verklaren dat hij de indruk had dat zij het onderzoeksprogramma probeerden te vertragen. Maar na de breuk tussen de Sovjet-Unie en China werkte hij op eigen kracht. ‘Het maakte me doodongerust,’ schreef Qian over deze periode. ‘Hoe vanaf niets iets te beginnen.’
Des te opmerkelijker is dat hij in nog geen vijftien jaar alle doelstellingen wist te halen van het plan dat hij zelf in 1956 initieerde: ‘liang dan, yi xing’ (‘twee bommen, één satelliet’). In 1964 hield China zijn eerste kernproef. In 1966 werd de eerste ballistische kernraket gelanceerd. En in 1970 bracht China zijn eerste satelliet in een baan om de aarde. Natuurlijk was dit niet louter het werk van Qian. Veel van wat daarvoor nodig was, was immers niet zijn expertise. Maar misschien waren zijn grootste talenten wel organiseren, verzamelen van talent en zijn aanstekelijke enthousiasme.
China heeft nu 600 kernkoppen
Toen in 1954 de spanningen tussen de Volksrepubliek China en Taiwan opliepen, dreigde president Dwight D. Eisenhower desnoods atoomwapens in te zetten om de communistische leiders van een invasie af te houden. Dat sterkte Mao Zedong in de overtuiging dat China ‘dat ding’ zelf nodig had om niet door Amerika te worden gechanteerd.
Aanvankelijk probeerde China dat met technische hulp van de Sovjet-Unie te bereiken, maar na hun breuk begin jaren zestig stond China er alleen voor. Het programma kreeg de codenaam Project 596, als verwijzing naar het jaartal en de maand waarin het project werd gestart. Op 16 oktober 1964 werd op de geheime basis Lop Nur succesvol de eerste atoombom getest. Drie jaar later werd hier voor het eerst een waterstofbom tot ontploffing gebracht.
Analisten schatten dat China tegenwoordig over 600 kernkoppen beschikt. Een bescheiden aantal vergeleken met de twee grootste kernmachten Amerika en Rusland, maar genoeg om potentiële tegenstanders af te schrikken.

Qian leidde een voor Amerikaanse begrippen sober bestaan, maar naar Chinese maatstaven zat hij er warmpjes bij. De Qians hadden een appartementje in een complex met andere wetenschappers en bezaten een auto. Tijdens de Culturele Revolutie werd Qian op een lijst met een vijftigtal wetenschappers geplaatst die uit de storm werden gehouden. In 1958 werd hij uitgenodigd lid te worden van de Communistische Partij van China. Vanaf 1969 was hij jarenlang lid van het Centraal Comité, de groep partijbonzen die de koers van de Volksrepubliek uitstippelen.
Op Qians honderdste geboortedag werd op de Jiaotong-campus een museum geopend ter nagedachtenis aan hem. Tot op de dag van vandaag is de Dongfeng-draagraket, waarvan hij de eerste versie ontwierp, het werkpaard van het succesvolle Chinese ruimtevaartprogramma.
‘Ik zou Qian liever doodschieten dan hem laten vertrekken’
En dat allemaal vanwege de Amerikaanse angst voor communisten. In defensiekringen begrepen ze er niets van: ‘Ik zou Qian liever doodschieten dan hem laten vertrekken,’ zou minister van Marine Dan Kimball zich hebben laten ontvallen. ‘Het was het stomste dat ons land ooit heeft gedaan.’
- Thread of the Silkworm (1995) door Iris Chang is een biografie van Qian Xuesen.
- Demagogue: The Life and Long Shadow of Senator Joe McCarthy (2020) door Larry Tye schetst een onthutsend beeld.
- Operation Paperclip (2015) door Annie Jacobsen, over wetenschappers die voor de nazi’s en later de VS werkten.
