Home Dossiers Tweede Wereldoorlog De Britten bleken geen partij voor de Japanners

De Britten bleken geen partij voor de Japanners

  • Gepubliceerd op: 21 apr 2026
  • Update 21 apr 2026
  • Auteur:
    Bram de Graaf
Engelsen geven zich over aan de Japanners. Singapore, 15 februari 1942.
Hitler in de Tweede Wereldoorlog
Dossier Tweede Wereldoorlog Bekijk dossier

In februari 1942 veroverden de Japanners de stad Singapore, tot dan toe een Britse kolonie. Volgens premier Winston Churchill was deze nederlaag ‘de grootste ramp in de Britse militaire geschiedenis’. Het zou het einde betekenen van een wereldrijk.

Ze staan er nog: de grote naar zee gerichte kanonnen van Fort Siloso op Sentosa, een eilandje onder Singapore. Ze dienden ter bescherming van de Britse marinehaven tegen aanvallen van buitenaf. Die konden volgens de Britse logica alleen vanaf zee komen, want de jungle ten noorden van Singapore in Malakka – het tegenwoordige Maleisië – werd ondoordringbaar geacht.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van nu. Lees de eerste maand met korting voor €1,99

In hetzelfde fort bevinden zich bij de ingang de Surrender Chambers. In een diorama zitten wassenbeelden van hoge militairen tegenover elkaar aan een onderhandelingstafel. De scène laat zien hoe de Britse bevelhebber luitenant-generaal Arthur Percival op 15 februari 1942 Singapore overgaf aan de Japanse generaal Tomoyuki Yamashita. Na zeven dagen strijd was de door de Britten onneembaar geachte vesting Singapore gevallen.

De blik van het beeld van Yamashita is anders dan op de destijds gemaakte foto’s van de gebeurtenis. Daarop kan de Japanner zijn minachting niet onderdrukken. Met ruim 30.000 man had hij de Britse gemenebesttroepen, zo’n 85.000 man, verslagen. Het was de grootste capitulatie uit de Britse geschiedenis. En, naar later zou blijken, het einde van het Britse wereldrijk.  

Meer historische context bij het nieuws van vandaag?

Meld u aan voor de gratis nieuwsbrief van Historisch Nieuwsblad.
Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in uw inbox.

In 1819 was Singapore nog een vissersdorp. Vanwege de strategische ligging aan de Straat van Malakka, een belangrijke vaarroute tussen India en China, stichtte de Britse koloniale officier Thomas Stamford Raffles er dat jaar een handelspost. Die zou in honderd jaar uitgroeien tot de grootse stad en belangrijkste doorvoerhaven van Zuidoost-Azië. De Britten haalden duizenden arbeiders uit China en India, ze waren al snel talrijker dan de lokale Maleisische bevolking. Terwijl zij werkten, strooiden hun Britse meesters met geld in exclusieve witte clubs.    

Na de Eerste Wereldoorlog groeide Japan uit tot een industriële en militaire macht die lonkte naar andere gebieden in Azië. De Britten onderkenden het gevaar en begonnen Singapore te versterken met kustbatterijen. Hun ‘Singapore strategie’ hield in dat bij een eventuele oorlog met Japan de marinehaven de uitvalsbasis zou zijn voor de Britse Royal Navy. Deze vloot moest de Japanse expansie stoppen en de Britse belangen beschermen, maar die moest dan wel eerst uit Europa komen.

Engelsen geven zich over aan de JapannJapanse tanks trekken op naar Singapore, 1942ers
Japanse tanks trekken op naar Singapore, 1942.

En daarin lag de zwakte van het plan. Want op 1 september 1939 viel Adolf Hitler Polen binnen en na de Britse oorlogsverklaring aan Duitsland had de Royal Navy al haar oorlogsbodems nodig om op de Atlantische Oceaan haar koopvaardijschepen te beschermen tegen de Kriegsmarine.

Churchill noemde Japanners ‘gele dwergen’

Japan was toen al jaren aan een opmars in Azië bezig. In 1931 was het de Chinese regio Mantsjoerije binnengevallen, in 1937 had het grote kustgebieden in China bezet. Hoewel Japan zich militair als tegenstander van formaat had bewezen – in de Russisch-Japanse oorlog van 1904-1905 waren de Russen vernietigend verslagen – beschouwden de Europeanen hun legers nog steeds als inferieur. De Britse premier Winston Churchill omschreef Japanners zelfs als ‘gele dwergen’. Toen de Duitsers en Italianen de Britse belangen in het Middellandse Zeegebied bedreigden, stuurde hij gemenebesttroepen uit Brits-Indië (het latere India) en Australië naar Noord-Afrika, in plaats van ze achter te houden voor een mogelijke strijd in Zuidoost-Azië. Ook de Royal Navy ging daar opereren.

In september 1940 had Vichy-Frankrijk de controle van Frans Indochina (Vietnam) overgedragen aan Japan, dat met nazi-Duitsland bevriend was. Japan had ook een militair bondgenootschap met Siam (Thailand). Vanuit die landen lag Singapore binnen het bereik van Japanse bommenwerpers. Begin 1941 arriveerden daarom meer Brits-Indische troepen en enkele Schotse bataljons in Malakka en Singapore. De Schotten werden getraind voor een mogelijke, maar onwaarschijnlijk geachte, strijd in de jungle. Later volgden nog nauwelijks getrainde Australische rekruten. Omdat hun beste officieren in Europa en Noord-Afrika nodig waren, bestond het Britse officierskorps in Singapore uit minder bekwame lieden.

De Britse premier Winston Churchill aan boord van de Prince of Wales, op weg naar Amerika om president Franklin D. Roosevelt te ontmoeten, augustus 1941.
De Britse premier Winston Churchill aan boord van de Prince of Wales, op weg naar Amerika om president Franklin D. Roosevelt te ontmoeten, augustus 1941.

Terwijl de Australiërs en Britten in Singapore genoten van de zon en het nachtleven, werden ze door de Britse autoriteiten bestookt met anti-Japanse propaganda. Zo werd hun wijsgemaakt dat de Japanners tot een minderwaardig ras behoorden en allemaal bijziend waren. ‘Ze vertelden ons dat een Australiër tien Japanners waard was,’ aldus de Australische veteraan Jack Varley.

Het commando in het gebied was sinds april 1941 in handen van de weinig charismatische Percival, een gedecoreerde officier uit de Eerste Wereldoorlog

Midden jaren dertig was hij in Malakka gestationeerd geweest. Hij kreeg toen de taak mogelijke aanvallen van de Japanners aldaar te bestuderen. Zijn conclusie was dat Zuid-Siam en Noord-Malakka kwetsbaar waren voor Japanse amfibische landingen. Als ze erin zouden slagen de Britse luchtmachtbases daar te veroveren, konden ze hun amfibische landingen elders in de regio met vliegtuigen ondersteunen. Maar een opmars over land door de jungle van Malakka achtte Percival ondenkbaar.

Op zondag 7 december 1941 kreeg Percival deels gelijk. Drie uur nadat de Japanners in Pearl Harbor de Amerikaanse vloot grotendeels hadden vernietigd, landden de Japanners in Zuid-Siam en Noordoost-Malakka. Via Siam trokken ze zonder noemenswaardige tegenstand het westelijk deel van Malakka binnen. Aan de oostkust bleken de daar gelegerde Brits-Indische troepen niet opgewassen tegen de fanatieke Japanse aanvallers en ook daar rukten ze op.

In Singapore ondervond de burgerbevolking meteen de gevolgen van de oorlog. Vanaf dag een werd de onverduisterde stad gebombardeerd door Japanse bommenwerpers. De kleine Britse luchtmacht kon daar weinig tegenoverstellen. Veel toestellen werden op de vliegvelden vernietigd of bleken bij luchtgevechten geen partij voor de modernere Japanse Zero-jachtvliegtuigen. De boodschap aan de Aziatische bewoners was duidelijk: de ‘machtige’ Britten konden hen niet beschermen.

In een poging de Japanse invasievloot te beletten meer landingen uit te voeren, stuurden de Britten een net uit Groot-Brittannië gearriveerd vlooteskader op hen af. Deze Force Z bestond uit het modernste schip van de Royal Navy, het slagschip Prince of Wales, de kruiser Repulse en vier torpedojagers. Zonder luchtsteun voeren ze in de avond van 8 december noordwaarts langs de oostkust van Malakka. De Britten beschouwden de Prince of Wales met zijn sterke bepantsering en bewapening als hun Bismarck, het Duitse slagschip dat tientallen Britse schepen tot zinken had gebracht voor het in mei 1941 werd vernietigd. Britse torpedovliegtuigen hadden daarbij een grote rol gespeeld.    

Het slagschip Prince of Wales meert aan in Singapore, 4 december 1941.
Het slagschip Prince of Wales meert aan in Singapore, 4 december 1941.

Force Z werd de volgende dag al gespot door Japanse verkenningsvliegtuigen, die het bleven volgen. Op 10 december werden de twee grote schepen aangevallen door zwermen met torpedo’s uitgeruste Mitsubishi-bommenwerpers. Beide vaartuigen zonken en namen ruim 800 opvarenden mee de diepte in. Opnieuw had arrogantie geleid tot zware verliezen. De volgende ochtend werd Churchill met het nieuws uit zijn bed gebeld. In zijn memoires schreef hij: ‘Tijdens de hele oorlog heb ik nooit een directere schok meegemaakt. Terwijl ik me omdraaide en woelde in bed, drong de volle omvang van de gruwel van het nieuws tot me door. Er waren geen Britse of Amerikaanse schepen in de Indische Oceaan of de Stille Oceaan (…). Over deze uitgestrekte wateren was Japan oppermachtig. En wij waren overal zwak en weerloos.’

‘De eer van het Britse rijk staat op het spel’

Zwak en weerloos waren zijn troepen ook op het land. De Japanners rukten zonder noemenswaardige tegenstand en verliezen op door Malakka. Met hun goedgetrainde en ervaren infanterie-eenheden, vaak op de fiets en ondersteund door lichte tanks, artillerie en luchtmacht, vernietigden ze de ene na de andere verdedigingslinie. Meermalen trokken ze er simpelweg omheen om de gemenebesttroepen in de rug aan te vallen.

Soms stuitten ze op Britten en Australiërs, maar meestal op onervaren Brits-Indische troepen. Veel van hen hadden het gevoel dat ze het vuile werk moesten opknappen voor hun gehate ‘witte’ meesters en dat ze aan hun lot werden overgelaten. Duizenden liepen over naar de Japanners, die hen opriepen samen te strijden tegen de Europese overheersing van Azië. Ze werden geleid door de anti-Britse nationalist Mohan Singh Ghuman. Ook de Maleisische bevolking was onder de indruk van de Japanners. Overal werd de Europese bevolking geëvacueerd, er heerste totale paniek onder hen. Dat mede-Aziaten de Europeanen konden verslaan, hadden de Maleisiërs nooit voor mogelijk gehouden. Ze hielpen de Japanners massaal bij het repareren van hun voertuigen en voorzagen hen van voedsel.

Mohan Singh Ghuman

Nationalist Mohan Singh Ghuman werd in december 1942 door de Japanners gearresteerd toen hij doorkreeg dat zijn Indian National Army slechts diende als aanvulling van het Japanse leger en van een echte onafhankelijkheidsstrijd in India geen sprake bleek. Na de Japanse capitulatie wilden de Britten hem berechten, maar na felle protesten in India werd hij alleen ontslagen uit het leger. Hoewel hij buiten India onbekend is gebleven, wordt Singh daar gezien als degene die het einde van de Britse overheersing in gang zette. In 1947 werd de kolonie opgedeeld in Pakistan en India. Singh ging verder als politicus van de Congrespartij (Indian National Congres) en werd parlementslid. Hij zette zich met name in voor veteranen.

Mohan Singh Ghuman (met tulband) wordt begroet door de Japanse majoor Fujiwara Iwaichi, april 1942.
Mohan Singh Ghuman (met tulband) wordt begroet door de Japanse majoor Fujiwara Iwaichi, april 1942.

De ondergang van Force Z, de snelle Japanse opmars door Malakka en het overlopen van Brits-Indische troepen vormden een enorme aanslag op het Britse moreel. In Singapore werd rekening gehouden met een nederlaag. Uit voorzorg werden alle Europese vrouwen en kinderen per schip geëvacueerd naar Australië. Omdat er op de schepen geen plek was voor Aziaten, nam de haat tegen de koloniale overheersers alleen maar toe.

Eind januari bereikten de Japanners Johor Bahru, aan de rand van Singapore. Daar lag een verhoogde weg die Singapore met Malakka verbond. Nadat de laatste gemenebesttroepen zich hadden teruggetrokken uit Malakka was een deel ervan opgeblazen. Vanuit het paleis van de sultan van Johor kon de Japanse generaal Yamashita ongehinderd de Britse verdedigingslinies bestuderen. De sultan had bij de Britten namelijk bedongen dat de paleistoren niet vernietigd mocht worden. Van echte verdedigingswerken op Singapore was overigens nauwelijks sprake. Percival meende dat de bouw ervan de moraal van de bevolking verder zou ondermijnen en had lang gewacht met de aanleg.

Yamashita dacht dat Singapore werd verdedigd door 40.000 soldaten. Hoewel zijn leger van 30.000 man vanwege de lange bevoorradingslijnen bijna door zijn munitie heen was en nog maar twaalf bruikbare tanks had, ging hij in de aanval. Percival, die nog over ruim 85.000 man beschikte en de Japanse troepensterkte op 100.000 man schatte, verwachtte die aanval in het noordoosten, waar ook de marinebasis lag, en plaatste daar zijn beste troepen. Yamashita misleidde hem door met vrachtwagens af en aan te rijden in het donker: heen met de koplampen aan, terug met gedoofd licht. Op 7 februari voerde hij daar een schijnaanval uit, waarbij ook overgelopen Brits-Indische troepen werden ingezet. Ze vuurden over het water naar hun eigen landgenoten.

In Singapore is de rookpluim van brandende olietanks op de marine basis te zien, januari 1942.
In Singapore is de rookpluim van brandende olietanks op de marine basis te zien, januari 1942.

De Britten hadden meer artillerie dan de Japanners. En ook de kanonnen in Fort Siloso waren inmiddels gedraaid, al beschikten ze niet over de juiste munitie tegen infanterietroepen. Ze konden niet verhinderen dat op 8 februari 13.000 Japanners het smalste stuk water aan de slecht verdedigde noordwestkant van Singapore overstaken, waar nauwelijks getrainde Australiërs lagen. Sommigen van hen deserteerden, de overlevenden trokken zich terug. Voor Percival het doorhad, hadden de Japanners enkele bruggenhoofden gevestigd. Toch hield hij nog drie dagen het grootste deel van zijn troepen in het noordoosten van Singapore. Pas toen besefte hij dat hij was misleid.

Vanuit Londen volgde Churchill de strijd op de voet. Hij zond een telex naar Percival waarbij hij aangaf dat de strijd ten koste van alles tot het bittere einde moest worden gevoerd: ‘De eer van het Britse rijk en Britse leger staan op het spel.’

De Britten geven zich over

Op 14 februari bereikten de Japanners de heuvels rondom de stad. Een miljoen burgers en soldaten zaten in de val. De Japanners hadden de drinkwaterreservoirs in handen en Percivals verzwakte troepen waren bijna door hun munitie en benzine heen. Inmiddels waren er ook grote voedseltekorten. De Japanners bestookten onophoudelijk burgerdoelen in de stad met zware artillerie en bommenwerpers om paniek te veroorzaken. Tijdens hun opmars richting het stadscentrum bestormden ze het Alexandra-ziekenhuis dat vol lag met gewonden. Ruim honderd patiënten, artsen en verplegers werden vermoord.

Zondagmorgen 15 februari 1942 trokken de Japanners verder de stad in. De achtergebleven burgerbevolking belandde midden in straatgevechten. Vanwege de uitzichtloze situatie en uit angst voor meer gruweldaden stuurde Percival een bericht naar zijn superieuren met het verzoek te mogen capituleren. Hij mocht naar eigen inzicht handelen. Tegen de avond begaf hij zich met zijn staf lopend met een witte en Britse vlag naar de Ford-fabriek in de wijk Bukit Timah. Yamashita eiste onvoorwaardelijke overgave. Percival ging akkoord, 85.000 Britse, Australische en Indiase soldaten belandden in krijgsgevangenschap. Churchill sprak later over ‘de grootste ramp in de Britse militaire geschiedenis’.

Luitenant-generaal Arthur Percival (rechts) op weg naar de onderhandeling over de capitulatie van Singapore, 15 februari 1942.
Luitenant-generaal Arthur Percival (rechts) op weg naar de onderhandeling over de capitulatie van Singapore, 15 februari 1942.

De schok in Europa was groot. Na de val van Singapore konden de Japanners vrijwel ongehinderd de aanval op Nederlands-Indië openen. Op 8 maart 1942 kwam er ook een einde aan de Europese overheersing van die kolonie.

De nederlagen van hun koloniale overheersers gaven Aziaten die streefden naar onafhankelijkheid moed. Van de 45.000 Brits-Indische krijgsgevangenen in Singapore sloot de helft zich aan bij Mohan Singh en zijn nieuw opgerichte Indian National Army (INA), dat India moest bevrijden van de Britse overheersing. Veel Britse en Australische krijgsgevangenen werden later dat jaar als dwangarbeiders aan de Birmaspoorweg tewerkgesteld. Ook de burgerbevolking in Singapore leed onder de Japanse bezetting. In de eerste weken na de overgave werden zo’n 50.000 Chinezen onder het mom van ‘purificatie’ vermoord.

Een Chinese moeder en grootmoeder rouwen om een kind dat is omgekomen bij Japanse bombardementen op Singapore, januari 1941.
Een Chinese moeder en grootmoeder rouwen om een kind dat is omgekomen bij Japanse bombardementen op Singapore, januari 1941.

Percival ging met zijn troepen mee in krijgsgevangenschap. Hij werd in augustus 1945 op de Filipijnen bevrijd en accepteerde daar de overgave van Yamashita – in 1946 zou die worden opgehangen wegens oorlogsmisdaden. Op 12 september 1945 waren de Britten terug in Singapore en werd de capitulatie van de Japanners aldaar getekend; ook daarvan is een diorama in Fort Siloso. Singapore werd opnieuw een belangrijke militaire basis en kreeg in 1946 de status van Britse kroonkolonie.

Maar er was veel veranderd in de hoofden van de gekoloniseerde bevolking. De Europeanen waren niet onverslaanbaar, zo hadden de Japanners in Singapore bewezen. En ze hadden laten zien niets om hun gekoloniseerde onderdanen te geven. Het gaf een impuls aan het onafhankelijkheidsstreven in Zuidoost-Azië. Langdurige en bloedige conflicten in Frans Indochina, Nederlands-Indië en Malakka waren het gevolg, met uiteindelijk onafhankelijkheid. In 1963 ging Singapore op in de nieuwe staat Maleisië, in 1965 werd het een zelfstandige stadsstaat.

Meer weten:

  • Moon Over Malaya (2002) door Jonathan Moffatt en Audrey Holmes McCormick over gevechten tussen Britten en Japanners.
  • Singapore 1942. End of an Empire (2012) is een tweedelige Britse documentaire op YouTube.
  • The Battle for Singapore (2006) door Peter Thompson doet verslag van de strijd.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 5 - 2026

Dossier Tweede Wereldoorlog

De Duitse raketgeleerden Wernher von Braun (links) en Kurt Debus voor de Saturn 500F-raket, 26 mei 1966.
De Duitse raketgeleerden Wernher von Braun (links) en Kurt Debus voor de Saturn 500F-raket, 26 mei 1966.
Artikel

Operatie Paperclip: Hitlers geschenk aan de geallieerden

Duizenden wetenschappers uit nazi-Duitsland gingen in de jaren dertig en veertig aan de slag voor de geallieerden. De VS, Canada en het VK profiteerden van deze braindrain, die onder meer leidde tot de ontwikkeling van de atoombom. Op 17 oktober 1933 arriveerde Albert Einstein samen met zijn vrouw en enkele naaste medewerkers met een passagiersschip...

Lees meer
Manstein aan het front in 1942
Manstein aan het front in 1942
Recensie

Hitler bedacht zelf het aanvalsplan tegen Frankrijk, blijkt uit dagboek van generaal

Militair historicus Roman Töppel heeft zes jaar van zijn leven gegeven om de oorlogsdagboeken en brieven van generaal Erich von Manstein door te spitten en vrijwel integraal uit te geven. Het eerste van drie delen is uitgebracht en beslaat de periode 1939 tot voorjaar 1941. Alleen al het lezen was een titanenklus, want Mansteins handschrift...

Lees meer
Nederlandse soldaat op wacht
Nederlandse soldaat op wacht
Recensie

Nieuw boek bevat honderden niet eerder gepubliceerde foto’s van de Duitse inval

De Duitse inval in mei 1940 is nog nooit zo uitgebreid in beeld gebracht als in het fotoboek En ineens was het oorlog. De honderden foto’s brengen de oorlog dichtbij. Dit artikel krijg je van ons cadeau Wil je ook toegang tot HN Actueel? Hiermee lees je dagelijks geschiedenisverhalen met een actuele aanleiding op onze...

Lees meer
Een Amerikaans vliegtuig beschermt een konvooi handelsschepen tijdens de Tweede Wereldoorlog
Een Amerikaans vliegtuig beschermt een konvooi handelsschepen tijdens de Tweede Wereldoorlog
Interview

Bescherm handelsvloot weer zoals in de Tweede Wereldoorlog, zegt onderzoeker

De marine en de koopvaardij moeten weer leren in konvooi te varen, net als tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat zegt historicus en marineofficier Matthijs Ooms, die promotieonderzoek deed naar maritieme handelsbescherming in de twintigste eeuw.  ‘Het escorteren van koopvaardijschepen in konvooien werd als methode ontwikkeld in de Eerste Wereldoorlog en geperfectioneerd in de Tweede,’ vertelt Ooms. Terwijl Nederland bezet was,...

Lees meer
Loginmenu afsluiten