Wie denkt dat oorlog een simpel fenomeen is – twee groepen of landen die elkaar met wapens te lijf gaan om de ander uit te schakelen – die heeft het goed mis. De Selk’nam, de oorspronkelijke bewoners van Vuurland, voerden gevechten met pijl en boog, waarbij de punt van de pijl werd ingepakt met een zacht stukje leer. Ze wilden de tegenstander zo min mogelijk pijn doen. En in het Andesgebied, met name in Bolivia, was de tinku honderden jaren een begrip: indianengroepen gingen elkaar met geweld te lijf, maar trokken daarvoor hun mooiste kleren aan. Er was muziek en er werd gedanst. Oorlog was een feest. In Oost-Afrika waren er zelfs fake-oorlogen avant la lettre. Als bij de Baganda- of Lango-volkeren een tweeling werd geboren, was er een ritueel waarbij de families van de vader en de moeder deden alsof ze tegen elkaar ten strijde trokken.
Sinds de mens op aarde rondloopt, wordt er om allerlei redenen en op allerlei manieren strijd gevoerd. ‘Oorlog is de voortzetting van politiek met andere middelen,’ luidt de beroemde definitie die de Pruisische generaal en militair theoreticus Carl van Clausewitz begin negentiende eeuw gaf.
Maar dat is een onwerkbare omschrijving, zegt de Franse antropoloog Christophe Darmangeat. ‘Er bestaat tot op de dag van vandaag niet één wetenschappelijk onderbouwde definitie en classificatie van wat collectieve conflicten precies zijn,’ schrijft hij in zijn jongste boek, Casus belli, Latijn voor ‘Een geval van oorlog’. En daarom ondernam hij zelf een poging. Hij probeert het fenomeen oorlog te definiëren en te categoriseren.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
‘Ik had al een boek geschreven over de Aboriginals en de manieren waarop zij elkaar onderling bevochten voor de kolonisatie. Ik kwam er toen achter dat er ontzettend veel manieren waren om conflicten te beslechten en oorlog te voeren. Maar er bestond geen categorisering van soorten conflicten en oorlogen. Ik ben daar nogal maniakaal in. In sociale wetenschappen wordt te weinig gedefinieerd waarover we precies praten, zoals in bijvoorbeeld de biologie heel normaal is. Ik heb toen zelf een classificatie gemaakt van alle soorten geweld in Australië. Maar daarna dacht ik: waarom zou ik het niet breder trekken? Waarom geen classificatie maken van alle vormen van collectieve confrontaties die er ooit zijn geweest, in alle samenlevingsvormen? Dat was nog nooit gedaan.’
U bent sociaal antropoloog: bent u opgravingen gaan doen?
Lachend: ‘Nee, ik ben een leunstoelantropoloog. Ik ben in boeken en bestaande wetenschap gedoken. Een archeoloog die het veld in gaat vindt misschien overblijfselen van slachtoffers van oorlog. Maar waarom die mensen oorlog voerden weet je vaak niet: de doden kunnen het niet meer navertellen. Etnologen, die culturen en volken bestuderen, hebben vaak wel antwoorden maar die antwoorden zijn nogal eens etnocentrisch. Ethologen die het gedrag van dieren bestuderen, kunnen weer iets zeggen over de evolutie van oorlog. Ik heb de bestaande literatuur bestudeerd en heb de onderzoeken van wetenschappers van verschillende disciplines op een rij gezet. Als je boeken over de Middeleeuwen en over politieke geschiedenis leest, zie je dat wetenschappers tot nu toe eigenlijk alleen maar een onderscheid maakten tussen vetes en oorlog. Maar goede criteria om die twee te definiëren waren er maar weinig. Dat is onvoldoende onderzocht.’
Weten we wanneer voor het eerst oorlog werd gevoerd?
‘De meningen lopen uiteen. Er bestaan twee scholen van wetenschappers. De Amerikanen noemen ze de “haviken” en de “duiven”. De eerste groep zegt dat oorlog zo oud is als de mensheid en zelfs al voorkwam bij primaten. Oorlog hoort bij de evolutie en de geschiedenis ervan gaat miljoenen jaren terug. De duiven zeggen dat het ontstaan ervan veel recenter is. Volgens hen is het uitgesloten dat er in de Oude Steentijd al echte oorlogen werden gevoerd. Ik ben daar genuanceerd in. Over chimpansees is vaak geschreven dat zij onderling oorlog voeren, maar ik ben daar niet zo zeker van. Is wat zij doen ook echt oorlog? Dat weten we niet, omdat er geen goede classificatie en definiëring bestaan van wat oorlog is. Als we alleen naar mensen kijken, dan hoor ik bij de haviken. De jager-verzamelaars deden al voor 10.000 voor Christus aan oorlog, zelfs aan vernietigingsoorlogen. De Aboriginals voerden ook al vernietigingsoorlogen. Daarbij werden misschien 15 of 20 tegenstanders gedood. Dat lijkt voor ons weinig, maar voor de stammen destijds was dat heel veel. Complete stammen Aboriginals werden van de ene op de andere dag uitgeroeid. Oorlogen gaan heel ver terug in de geschiedenis van de mensheid. Maar dat wil niet zeggen dat ze nooit veranderd zijn, want samenlevingen veranderen.’
Wat was doorgaans de reden om oorlog te voeren?
‘Bij de Aboriginals voerden de jager-verzamelaars geen oorlog om rijkdom te vergaren. En als je kijkt naar andere samenlevingen waar nog geen centraal bestuur was, dan werden er eigenlijk nooit oorlogen gevoerd om bezittingen van anderen in te pikken. Oorlogen richtten zich zelden op materiële verrijking of verovering van grondgebied. Oorlogen werden vooral gevoerd om wraak te nemen. Samenlevingen wilden altijd revanche. Bij indianen in het Amazonegebied werd elk sterfgeval, wat de oorzaak ook was, gezien als moord. En een moord moest gewroken worden. Mensen waren ervan overtuigd dat het kwaad dat ze trof altijd het werk was van een ander. Natuurlijk zijn er nuances, maar in grofweg alle samenlevingen van jager-verzamelaars wilden mensen voor eigen rechter spelen en respect afdwingen.’

In Casus belli staat Darmangeat lang stil bij het geweld van het Tupinamba-volk in Brazilië. De Duitse zeeman Hans Staden leed daar in de zestiende eeuw schipbreuk voor de kust en werd gevangengenomen door de Tupinamba. Ze kondigden aan hem te zullen doden. Als kannibalen verheugden ze zich er ook op hem op te eten, zo lieten ze Staden nadrukkelijk weten. Na maanden gevangenschap kwam de Duitser toch vrij. Daarna schreef hij een bestseller over zijn belevenissen en over de Braziliaanse stam.
De Tupinamba zagen andere stammen bijna per definitie als vijanden die gedood moesten worden, concludeert Darmangeat. Gewoon omdat ze de vijand waren. ‘Een vijand was voor hen een eeuwige vijand en daarom werd er onophoudelijk wraak genomen. Dat was hun reden om oorlog te voeren. Het ging niet om politiek of economisch gewin.’
Maar in de publieke opinie bestaat het beeld dat oorlogen vooral bedoeld waren om grondgebied, grondstoffen of voedsel te veroveren. Kortom, om te overleven.
‘Ja, daar bestaan veel misverstanden over. Zelfs bij de haviken onder de wetenschappers. Alsof oorlog altijd een strijd om leven of dood was. Grondstoffen en voedsel zijn altijd belangrijk geweest, maar niet dé reden waarom groepen mensen met elkaar de strijd aangaan. Kijk naar grondgebied: in werkelijkheid waren er vroeger vooral kleine groepen mensen die rondtrokken en de gebieden waar ze woonden waren niet overbevolkt. Ze hadden er dus geen belang bij om grond van de ander te stelen. Dat kwam heel weinig voor, tot de landbouw zich ontwikkelde en mensen op vaste plaatsen gingen wonen. Wat wel gebeurde is dat mensen bezittingen roofden die ze imaginaire kwaliteiten toedichtten. Denk aan koppensnellers. De ene groep hakte de hoofden af van de leden van een andere groep, omdat ze bijvoorbeeld dachten dat dit voor vruchtbaarheid zorgde.’
U heeft een paar jaar lang de wereldgeschiedenis uitgeplozen op zoek naar wapengekletter en bloedspetters. Bent u als wetenschapper nog verrast door feiten die u niet kende?
‘Zeker, sterker nog: ik viel van de ene in de andere verbazing. In Papoea-Nieuw-Guinea bijvoorbeeld werd er gevochten tussen volksstammen. En daar was de expliciete afspraak dat ze stopten zodra beide partijen tien tegenstanders hadden gedood. Daarna was het klaar. In Venetië zijn er sinds de Middeleeuwen honderden jaren lang zeer regelmatig gevechten geweest tussen inwoners van twee wijken om een brug te veroveren. Niet om de brug echt in te nemen, maar gewoon symbolisch, het was een soort erezaak.’

U bent op basis van al die historische voorbeelden gaan categoriseren, om soorten oorlogen in kaart te brengen. Hoe ziet die indeling eruit?
‘Ik heb er lang mee zitten puzzelen. Want ik wilde een indeling maken waar zo’n beetje alle soorten oorlogen inpassen. Uiteindelijk kwam ik tot twee criteria waarmee je, als je ze kruist, vier categorieën oorlog krijgt. Als eerste kan je de vraag stellen of de strijdende partijen vooraf afspraken maken met de vijand over het verloop van de strijd. Soms gebeurt dat namelijk, met name over hoe en wanneer de strijd beëindigd zal worden.
De tweede vraag is: wordt er gevochten omdat er een meningsverschil, een conflict, bestaat dat moet worden opgelost? Vaak is dat zo. Als de kwestie is opgelost is er geen reden meer om door te vechten. Maar soms is het doel van de strijd helemaal niet om iets op te lossen. Denk aan de koppensnellers die ik eerder noemde. Maar je hebt ook razzia’s die bedoeld zijn om bijvoorbeeld te plunderen. Dat doe je gewoon omdat je iets nodig hebt en het wilt hebben. En dat kan je een week, een maand, of een jaar later nog eens herhalen. Niet om vrede te stichten, maar omdat je iets wilt hebben.
Ik denk dat alle collectieve conflicten die er zijn geweest ergens in deze vier categorieën passen. Maar de categorieën zijn niet waterdicht. Er bestaan ook oorlogen die grensoverschrijdend zijn. En er zijn oorlogen die beginnen in de ene categorie en eindigen in een andere categorie: zo’n oorlog evolueert.’
Christophe Darmangeat noemt in zijn boek tal van voorbeelden van alle vier de categorieën. Het Dugum Dani-volk in Papoea-Nieuw-Guinea maakte vooraf nauwkeurige afspraken met de tegenstander. ‘Als er aan beide kanten evenveel doden waren gevallen, werd er een bestand afgekondigd en werden over en weer compensaties betaald.’ De Inuit in Noord-Amerika hadden als gewoonte om een ‘wraakexpeditie’ op te zetten als een van hun leden was gedood. ‘Maar vooraf werd een boodschapper naar de vijand gestuurd om aan te kondigen dat ze eraan kwamen.’

Darmangeat schrijft uitgebreid over indianen in Noord-Amerika die de voorloper bedachten van de heftige contactsport lacrosse. Al leek die in de zeventiende eeuw in niets op de sport van nu: benen werden in puin geslagen, armen werden gebroken en er vielen zelfs doden. Soms was een confrontatie bedoeld als semi-sportieve competitie, soms om conflicten te beslechten. In 1790 schoven de Creek en de Choctaw hun beste spelers/strijders naar voren om een ruzie te beslechten over een veld vol met bevers dat beide stammen claimden. De ‘wedstrijd’ met 10.000 toeschouwers liep volledig uit de hand toen spelers en publiek op de vuist gingen. Er vielen 500 doden. ‘Tien jaar later raakten de twee stammen opnieuw slaags. Opnieuw werd een balspel georganiseerd om het conflict te beslechten. Allebei de partijen eisten na afloop de winst op, waarna klassieke gevechten losbraken.’
De conclusie van uw boek is somber. U schrijft dat oorlog van alle tijden is en voor veel mensen een ‘rationele’ keuze is om iets te bereiken. Dat biedt weinig hoop.
‘Je kunt niet zeggen dat de mens per definitie vreedzaam is of niet. De mens is van alle diersoorten de enige die vijandig kan zijn tegenover een andere groep en er ook prima mee kan samenwerken. Die twee eigenschappen bestaan naast elkaar. Dat betekent niet dat we veroordeeld zijn tot geweld. Als iets al heel lang bestaat wil dat niet zeggen dat het ook altijd blijft bestaan. De mens heeft altijd nieuwe samenlevingsvormen gecreëerd, er zijn altijd en overal nieuwe sociale verhoudingen ontstaan. Mensen werken nu samen met mensen aan het andere einde van de wereld. Een jager-verzamelaar wist niet eens wie er een paar kilometer verderop woonde. Vendetta’s zijn tienduizenden jaren doodgewoon geweest. Het was heel gewoon dat mensen het recht in eigen hand namen. Maar toen in landen een centraal bestuur ontstond verdween dat idee. Het wordt nu niet meer geaccepteerd als iemand een bijl pakt om de buurman verderop te doden.’
Dus onze huidige samenlevingen met rijksoverheden die de baas zijn hebben geweld en oorlogvoering weten te beperken?
‘Overheden zoals we die nu kennen verbieden mensen om voor eigen rechter te spelen, om binnen de samenleving geweld te gebruiken. En mensen mogen ook geen razzia’s in het buitenland uitvoeren. Maar daarmee is geweld niet verdwenen: het is gemonopoliseerd. De overheid mag als enige nog wel geweld gebruiken. Dus er worden legers ingezet tegen andere landen. En soms worden strijdkrachten ook ingezet in eigen land, tegen demonstranten bijvoorbeeld.
Is dat een goede ontwikkeling geweest? Ik vergelijk mezelf het liefst met een meteoroloog. Die kan goed beschrijven waar en waarom het koud of warm is. Het is daarna aan de mensen om een oordeel te hebben over de temperatuur buiten. Ik denk alleen dat de ontwikkeling van onze samenlevingen nog niet ten einde is met de huidige vorm. De afgelopen 50.000 jaar zijn samenlevingen zoveel veranderd. Soms ten goede en soms niet.’

Soms raken heden en verleden elkaar ook. Dan lijkt het alsof de geschiedenis zich herhaalt. Darmangeat noemt in zijn boek een sprekend voorbeeld van ‘oude gewoontes’ die weer nieuw leven werd ingeblazen door landen met een centrale overheid. Tijdens de Slag om Borneo (1941-1942) moedigden de Britten de lokale bevolking aan om hun oude werkwijze weer op te pakken bij gevechten met de Japanners.Voor elk Japans hoofd dat ze afhakten, kregen ze 2 shilling. ‘Dat leverde 1500 slachtoffers op van wie de schedels werden tentoongesteld in de dorpshuizen.’ In de regio zijn anno 2025 nog T-shirts te koop voor toeristen met de opdruk ‘I lost my head in Borneo’
Christophe Darmangeat
(Moulins, Frankrijk, 1965) studeerde aan de businessschool ESCP in Parijs, deed daarna een studie economie en werkt nu als sociaal antropoloog. Hij is verbonden aan de Université Paris Cité. Hij houdt zich vooral bezig met prehistorische samenlevingen en met machtsverhoudingen, zowel economisch als die tussen mannen en vrouwen.
In 2020 en 2021 publiceerde hij in het Engels en het Frans zijn boek over oorlogvoering door de Aboriginals, Justice and Warfare in Aboriginal Australia/ Justice et guerre en Australie Aborigène. Afgelopen jaar verscheen bij uitgeverij La Découverte het vervolg, over de geschiedenis van oorlogvoering in het algemeen, Casus belli. La guerre avant l’État (384 p., € 23,-).

