In de zeventiende eeuw pakte de 23-jarige avonturier René-Robert Cavelier de la Salle zijn koffers, stapte op de boot, stak de Atlantische oceaan over en zette voet aan land in Canada. Zijn vermogende ouders en het goede leven in het Franse Normandië: hij gaf het allemaal op om te reizen. Om nieuwe ontdekkingen te doen. In Canada woonde familie, dus daar ging hij naartoe. En dat zou nog maar het begin zijn. Hij wilde zuidwaarts gaan naar het verre Amerika, naar gebieden die nog nooit in kaart waren gebracht. Het grote onbekende lonkte.
Maar Cavelier was ook een koopman. Hij wilde een nieuwe handelsroute naar Azië vinden en hoopte via het Amerikaanse Ohio bij een zee in het westen uit te komen om vandaar naar China te kunnen varen. En hij wilde vooral degene zijn die deze nieuwe route zou ontdekken.
In 1669 ging hij voor het eerst op reis, met negen boten. Hij was slecht voorbereid, had geen goede gids en kon de sterren niet lezen om koers te houden. De missie werd een grandioze mislukking. Hij keerde terug naar Canada, maar zijn ambities bleven. Van koning Lodewijk XIV kreeg hij zelfs officieel toestemming om ‘het westelijk deel van Amerika te ontdekken’.
Cavelier ondernam meer reizen met meer boten, begeleiders en bagage. Dat klinkt luxer dan het was. De boottochten werden soms begeleid door hongerige krokodillen. De expedities over land voerden langs onbekende indianenstammen die hem soms met pijl en boog beschoten. En Cavelier kreeg te maken met muiterijen en ziektes onder zijn personeel.
Ongekend groot grondgebied voor Frankrijk
Pas in 1682 kwam de doorbraak. René-Robert Cavelier de la Salle reisde toen in zo’n twee maanden vanuit Canada via de grote meren naar de Mississipi. Hij daalde de rivier helemaal af en eindigde in de omgeving van wat nu New Orleans heet: de Amerikaanse zuidoostkust. Hij was de eerste ontdekkingsreiziger die deze complete route van ongeveer 3000 kilometer aflegde.
Volgens de overlevering liep hij bij de monding van de Mississippi samen met een handvol van zijn reisgenoten een heuvel op. Dat ging er plechtig aan toe. Hij was gekleed in een scharlaken mantel met boorden die waren afgezet met goud. De aanwezigen zetten een lofzang in en musketiers schoten in de lucht. Cavelier liet ter plekke een kruis neerzetten en op een houten boomstam werd een koperen plaat met inscripties geplaatst, evenals de afbeelding van een kroon met drie Franse lelies, het symbool van het Franse koninkrijk. Met plechtige stem las hij een officiële verklaring voor waarin de gebieden werden opgesomd die vanaf dat moment onder het Franse koningshuis vielen.

Hij doopte het gebied – ‘inclusief alle havens, landen, volkeren, dorpen en rivieren’ – Louisiana, naar de Franse koning Lodewijk XIV. Frankrijk kreeg zeggenschap over een nieuw en ongekend groot grondgebied, van Canada tot de Golf van Mexico: ongeveer een kwart van de huidige Verenigde Staten. Het was terra incognita voor de Fransen. Zelfs Cavelier wist er nauwelijks iets over, hij was alleen de Mississippi afgevaren.
La Nouvelle France
Frankrijk was in de zeventiende en achttiende eeuw de koloniale heerser in een groot deel van Amerika, maar de Fransen zetten al ruim honderd jaar daarvoor hun eerste stappen op het continent. Thomas Aubert, uit het Normandische Rouen, was in 1508 een van de eerste Franse ontdekkingsreizigers die de oceaan overstak. Toen hij een jaar later terugkeerde naar Frankrijk nam hij negen indianen van de Mi’kmaq-stam mee, naar verluidt in hun traditionele kleren en met hun eigen wapens en kano’s.
Franse vissers uit Bretagne en Normandië voeren destijds ook al naar het westen om voor de kust van Canada kabeljauw te vangen. Tussen grofweg 1530 en 1570 voeren zeker enkele honderden Franse vissersboten naar Noord-Amerika.
De Franse ontdekkingsreiziger Jacques Cartier reisde in 1534 naar het westen en gaf het land dat hij ontdekte de naam ‘Canada’, afgeleid van het indiaanse woord Kanata voor ‘dorp’. Frankrijk vestigde zich in wat nu Quebec is en bouwde vanuit daar zijn Amerikaanse imperium op, dat een groot deel van Canada besloeg en later een groot deel van de huidige Verenigde Staten. Dat gebied werd La Nouvelle France genoemd.
Louisiana was economisch niet interessant
Omdat Louisiana nu officieel Frans grondgebied was, viel het onder de Franse koning. Maar de nieuwe overzeese provincie was zó uitgestrekt, dat slechts een paar gebieden ook echt onder Frans bestuur kwamen, zoals de regio rond New Orleans. Die stad werd destijds door de Fransen La Nouvelle Orléans genoemd, naar de toenmalige Hertog Filips van Orléans.
Het doel van het Franse bestuur was aanvankelijk vooral politiek: voet aan de grond krijgen in een land waar de Britten en de Spanjaarden actief waren. De Fransen wilden de opmars van de Britten vanuit het oosten stoppen en zagen in de Spanjaarden in het westen een potentiële handelspartner. Later was er ook de hoop dat de bodem van Louisiana kostbare grondstoffen zou bevatten, maar het graven en spitten leverde weinig op. Louisiana bleek economisch nauwelijks interessant. De Franse Antillen, hoe klein ook, bleken dankzij hun suikerplantages veel meer geld in het laatje te brengen. Het Franse koningshuis trok daarom zijn handen af van het nieuwe grondgebied. Bedrijven, handelaars en financiers kregen het voor het zeggen.
Ondernemer Antoine Crozat – de rijkste man van Frankrijk – meldde zich als een van de eersten in Louisiana. Hij hoopte er goud te vinden, maar vond slechts lood en koper, zo gaat de legende. Daarna verscheen de Frans-Schotse bankier John Law de Lauriston ten tonele. Hij kreeg begin achttiende eeuw het monopolie op alle handel in de nieuwe Frans-Amerikaanse provincie. In ruil daarvoor moest hij de verdediging van het gebied op zich nemen. Law zorgde voor economische ontwikkeling, vooral door de inzet van slaven die hij uit Afrika haalde en te werk stelde op zijn met tabak- en indigoplantages.
Code Noir
De Fransen haalden enkele duizenden slaven naar Louisiana, vooral om op plantages te werken. Het gebruik van geweld was gemeengoed. Ze werden opgesloten, vastgebonden en geslagen als daar volgens de slavendrijver aanleiding voor was.
De slavernij was geregeld in een speciale Franse wet, de Code Noir. Daarin stond dat het verboden was om slaven te martelen, verminken of doden. Maar Franse plantagehouders in Louisiana hadden wel het recht om hun slaven te ketenen of met roedes of touwen te slaan als ‘ze vinden dat de slaven dat verdiend hebben’.
De grondstoffen en de mijnen bleven een luchtspiegeling. Ook de Compagnie des Indes, opgericht door Law, was geen succes en trok zich in 1730 terug. Het jaar daarop werd Louisiana weer onder direct bestuur van de koning geplaatst. Voor de koning in Versailles was het vooral een hoofdpijndossier geworden. ‘We hebben er helemaal niets aan’, liet Lodewijk XIV zich eens ontvallen.
Oorlog met indianen
In die eerste vijftig jaar leverde Louisiana de Fransen weinig macht en nauwelijks rijkdom op, maar wel een oorlog met indianen. Aanvankelijk gingen de nieuwe machthebbers vreedzaam te werk in hun nieuwe provincie. Er woonden maar enkele duizenden Fransen in het uitgestrekte Louisiana, tegenover tienduizenden indianen. De nieuwkomers konden alle hulp dus goed gebruiken. Ze werkten samen met de indianen bij het jagen en verhandelen van bont, bij het zoeken naar goud en bij het ontwikkelen van landbouwgrond. Vaak verkochten de indianen hun producten aan de Fransen in ruil voor Westerse sieraden, gebruiksvoorwerpen en stoffen. Franse gezinnen met kinderen werden doelbewust het gebied ingestuurd zodat de kinderen de taal van de indianen konden leren om te tolken.
Maar het bleef niet vreedzaam. In 1722 raakte een van de stamleden in conflict met een Franse militair over een transactie met maïs. De indiaan werd gedood, de soldaat kreeg alleen een reprimande. Dat zette kwaad bloed bij de Natchez-indianen, die wraak namen en twee Fransen doodden. Daarop stuurden de Fransen militairen op de indianen af, wat uiteindelijk leidde tot een jarenlange oorlog.

Het werd een bloedbad omdat de Fransen er letterlijk op uit waren om de Natchez uit te roeien. Ze werden vermoord of gevangengenomen en verkocht als slaven. Slechts een kleine groep overleefde het door te vluchten. Zij sloten zich later aan bij andere indianenstammen zoals de Chicachas en de Cherokees.
Napoleon was ongewenst
In de tweede helft van de achttiende eeuw werd Frans Louisiana vooral een speelbal van internationale krachten. Het gebied wisselde maar liefst drie keer van eigenaar – en niet één keer werden de oorspronkelijke bewoners daarin gekend. Dat begon met de Zevenjarige Oorlog (1756-1763), die ook wel de ‘echte’ Eerste Wereldoorlog wordt genoemd, omdat alle Europese grootmachten meededen en omdat de strijd ook buiten Europa werd gevoerd – inclusief Noord-Amerika. De Britten en Fransen vochten er veldslagen uit, met indianenstammen die aan beide zijden meevochten. Bij het grote publiek werd die Noord-Amerikaanse oorlog bekend door de internationale bestseller The Last of the Mohicans.
Het conflict eindigde in een nederlaag voor de Fransen, die de macht in Louisiana kwijtraakten. De Britten kregen Frans-Canada en het grondgebied ten oosten van de Mississippi in handen. De Spanjaarden werden vanaf 1762 de baas in het grootste deel van Frans Louisiana.

Maar de Fransen gaven zich nog niet gewonnen. Een Kleine Generaal met megalomane neigingen stond te trappelen. Toen Napoleon in 1799 aan de macht kwam, wilde hij het Franse imperium in Amerika in ere herstellen. Louisiana moest hout en meel gaan leveren aan de Franse kolonisten op Saint-Domingue, grofweg het huidige Haïti. In 1800 sloot Napoleon daarom een deal met de Spanjaarden. Zij gaven Louisiana terug aan Frankrijk, en in ruil daarvoor kregen de Spanjaarden een deel van Italië onder hun hoede.
Maar die nieuwe machtsverhoudingen botsten op weerstand bij een andere groep. De Britten hadden inmiddels de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten erkend, en de nieuwe Amerikaanse leiders hadden politieke en economische ambities. Zo hadden ze stukken grond nodig om de landbouw verder te ontwikkelen. De Amerikanen zaten zo kort na hun onafhankelijkheidsverklaring in 1776 helemaal niet te wachten op een ambitieuze en oorlogszuchtige Fransman. ‘Napoleon aan de Mississippi’ werd ongewenst verklaard.
Dat bleek voor Napoleon een ongevraagd cadeau. Zijn ogen waren namelijk groter dan zijn maag. Hij voerde in die periode oorlogen in Europa en kreeg te maken met een slavenopstand op Saint-Domingue. Dat vergde al zijn aandacht en veel financiële middelen. Napoleon was nauwelijks in staat om Louisiana effectief te besturen en koos eieren voor zijn geld. De Fransen en Amerikanen gingen om tafel en in 1803 werd het gebied verkocht. De Amerikanen betaalden 15 miljoen dollar voor Louisiana: omgerekend iets meer dan 7 dollar per vierkante kilometer. Een koopje, waarmee Louisiana definitief Amerikaans werd.
De mythe van 15 miljoen
De Amerikaanse historicus Robert Lee zegt dat het verkoopbedrag van 15 miljoen dollar een mythe is. Na 1803 betaalden de Amerikanen ook nog (geringe) bedragen aan indianen om hun land over te nemen, en in de 200 jaar erna volgden series van rechtszaken, nieuwe afspraken en herstelbetalingen aan indianen. Lee telde alles bij elkaar op en kwam uiteindelijk uit op een totaalbedrag van 2,6 miljard dollar (omgerekend naar de dollarkoers in 2012) dat de Amerikanen hebben moeten neertellen voor Louisiana.
Meer weten:
- Histoire de l’Amérique Française door Gilles Havard en Cécile Vidal, 2003.
- Geschiedenis van de Verenigde Staten door Frans Verhagen, 2021.
- Wild Frenchmen and Frenchified Indians door Sophie White, 2014.
