Ze zag de Franse Revolutie ontaarden, kwam hevig in aanvaring met Napoleon en moest naar het buitenland vluchten – waar ze kritisch doorschreef. Madame de Staël was een persoonlijkheid van de buitencategorie. Margot Dijkgraaf schildert een intrigerend portret van een vrouw die grote intellectuele invloed heeft gehad.
Anne-Louise-Germaine Necker, barones van Staël Holstein (1766-1817) was in haar tijd een van de beroemdste vrouwen. En dat niet om ze toevallig in een koninklijke familie geboren was of omdat ze wegens oogverblindende schoonheid door talloze befaamde schilders vereeuwigd werd. Haar machtigste vijand, Napoleon Bonaparte, noemde haar zelfs ‘foeilelijk’ en haatte haar juist wegens haar ideeën, die ze op bijzonder eloquente wijze uitte. In haar nieuwste boek portretteert literatuurcriticus Margot Dijkgraaf de barones als een uitzonderlijke persoonlijkheid, ‘met de denkkracht van een Joan Didion, de faam van een Beyoncé en de stevige politieke ideeën van een Alexandria Ocasio-Cortez’.
De begaafde Madame de Staël, zoals ze lange tijd werd aangeduid, kon haar talenten ontplooien omdat ze in een geprivilegieerd nest geboren werd. Haar vader was de rijke Zwitserse bankier Jacques Necker, die onder Lodewijk XVI verschillende malen minister van Financiën was en ingrijpende hervormingen trachtte door te voeren. Dat die er niet kwamen, was een van de oorzaken van de Franse Revolutie, waarna Necker vergeefs pleitte voor een constitutionele monarchie. Germaines moeder was de gastvrouw van een vermaarde Parijse salon, die werd gefrequenteerd door intellectuele sterren als Voltaire, Diderot, Gibbon en Hume. Germaine zelf trouwde op haar twintigste met de achttien jaar oudere Zweedse baron en diplomaat Magnus de Staël Holstein.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Al vroeg schitterde Germaine in de salon van haar moeder en op 22-jarige leeftijd publiceerde ze een boek over Jean-Jacques Rousseau, die door velen werd gezien als de belangrijkste denker van zijn tijd. In veel opzichten bewonderde ze hem, maar op zijn opvattingen over de aard en de rol van vrouwen had ze de nodige kritiek. Een jaar later was ze getuige van de Franse Revolutie, waarbij ze een scherp oog had voor de rol van de publieke opinie, en de manieren waarop deze gemanipuleerd kon worden. Ze deed verslag van de tumultueuze ontwikkelingen en zag hoe in het parlement de verstandige en gematigde ideeën van onder anderen haar vader werden overstemd door het getier van radicalen. Op straat was ze er getuige van hoe het door fanatici opgehitste gepeupel plunderde en moordde. Het scheelde weinig of ze was zelf ook onder de guillotine beland.
Dit alles leidde bij Germaine tot een levenslange afkeer van demagogie en fanatisme. Toen na de Terreur geleidelijk de orde werd hersteld was ze opgelucht. Aanvankelijk was ze gefascineerd door Napoleon, die rond 1796 steeds meer op de voorgrond trad. Maar hij vond haar niet alleen onaantrekkelijk, hij wilde ook niets weten van vrouwen met eigen politieke opvattingen. Al snel had Germaine door dat het Napoleon helemaal niet om Frankrijk ging: ‘Hij kijkt naar een mens als naar een ding, niet als naar een gelijke; voor hem is er alleen hijzelf. De rest van de wezens is niet meer dan een getal. Zijn wilskracht schuilt in zijn onverstoorbare egoïsme.’
Germaine publiceerde over politiek en literatuur en schreef ook succesvolle romans. Napoleon liet haar in 1803 voor het eerst verbannen, waarna ze een tijd in Duitsland verbleef, waar ze onder meer werd bewonderd door Goethe, Schiller en August Wilhelm von Schlegel. In haar boek D’Allemagne (1810) liet Germaine het Frans lezende Europese publiek kennismaken met de Duitse Romantiek. In 1812 ontsnapte ze uit haar ballingsoord in het Zwitserse Coppet, waar haar vader een kasteel had gekocht. Ze reisde naar Londen via Italië, Oostenrijk, Rusland en Zweden. Deze enorme omweg was onvermijdelijk omdat ze de naar Moskou opmarcherende troepen van Napoleon moest ontwijken.
Er bestaan veel biografieën van Germaine de Staël en Margot Dijkgraaf heeft besloten om de conventionele opzet van dergelijke levensbeschrijvingen te vermijden. Ze construeert haar boek rond de ‘Grote Vlucht’ van Germaine, die duurde van mei 1812 tot juni 1813, waarbij ze uitvoerig citeert uit de brieven die de barones tijdens die eindeloze tocht per koets schreef. Op verschillende halteplaatsen van deze route kijkt de auteur terug op het eerdere leven van Germaine, zodat er toch een vrij compleet levensverhaal ontstaat. Deze opzet en de soepele schrijfstijl zorgen ervoor dat dit een levendig en dynamisch boek is.
Dijkgraaf schildert met vlotte en overtuigende streken een intrigerend portret van deze bijzondere vrouw, die haar tijd in veel opzichten ver vooruit was. Haar turbulente privéleven komt goed uit de verf, bijvoorbeeld haar relatie met haar minnaar en politieke geestverwant Benjamin Constant. Hoewel Dijkgraaf benadrukt dat Germaine er duidelijke en vaak zeer verstandige politieke opvattingen op nahield, had dit punt nog pregnanter naar voren gebracht kunnen worden. Uit de politieke biografie die Biancamaria Fontana tien jaar geleden van Germaine publiceerde werd namelijk duidelijk dat haar betekenis voor de ontwikkeling van het liberalisme als politieke filosofie sterk is onderschat. En dat Constant zelfs een flink aantal ideeën van haar heeft gepikt.
Germaine de Staël. Schrijver, balling en feminist avant la lettre
Margot Dijkgraaf
336 p. Atlas Contact, € 24,99

