Antimilitaristische actievoerders hadden het eind jaren zeventig gemunt op een reizende NAVO-tentoonstelling. Ze hekelden de oorlogspropaganda en organiseerden daarom eigen anti-NAVO-exposities. ‘Wat heeft u liever, een atoombom of een neutronenbom?’
In het ochtendgloren lag de Maastrichtse stationshal er treurig bij. Die septembernacht in 1979 hadden onbekenden vrijwel de gehele ‘Nederland 30 Jaar in de NAVO’-tentoonstelling van de Atlantische Commissie ontvreemd. Twee spijkervaste fotopanelen hadden de roof overleefd. Een briefje van de organisatoren meldde dat de tentoonstelling ’tijdelijk elders was uitgeleend’. Een postbeambte had ’s nachts wel gezien hoe personen de panelen met grote haast in gereedstaande auto’s hadden geladen. Maar de brave beambte meende dat de expositie alweer was afgelopen. Hij sloeg geen alarm.
Even later meldde de antimilitaristische actiegroep Onkruit zich als dader. Volgens de activisten hoorde de NS als neutraal instituut weg te blijven van dit soort propagandistisch gedoe. Het oorspronkelijke plan was om de panelen in de Maas te dumpen. Later zou de politie delen van de tentoonstelling terugvinden bij een inval in het Amsterdamse Paradiso.

‘Gewoon schijterigheid’
Tijdens de Koude Oorlog waren rondreizende tentoonstellingen een belangrijk propaganda-instrument voor de Atlantische Commissie, die in 1952 was opgericht als onafhankelijke stichting om de NAVO-zaak te bepleiten. Dat gebeurde in het begin op een zeer alarmerende anticommunistische toon. Maar vanaf eind jaren zestig veranderde het politieke en maatschappelijke klimaat. Het dreigingsgevoel nam af, de Vietnamoorlog ondergroef het respect voor de Verenigde Staten en het verzet tegen atoomwapens (neutronenbom en kruisraket) groeide snel: ‘Hollanditis!’ De Atlantische Commissie paste haar toon aan: minder ‘zenden’, meer nuance en discussie.
Toch bleven de rondreizende tentoonstellingen van de Atlantische Commissie voor velen een steen des aanstoots. Regelmatig bakkeleiden burgemeesters, wethouders en gemeenteraden over de komst van exposities, vooral als linkse partijen het voor het zeggen hadden. Soms voelde de Atlantische Commissie zelf de bui al hangen, met name tijdens de felle kruisrakettendiscussies. Begin januari 1980 schrapte de commissie bijvoorbeeld zelf de geplande tentoonstelling ‘Nederland in de NAVO’ in het Rotterdamse stadhuis. Ze vond het ontactisch om ‘op een moment van hevige publieke discussies rond de NAVO en de kernbewapening in Oost- en West-Europa met een tentoonstelling daarover te komen’.

Dit was een frappant besluit. Het Rotterdamse college van B&W en de gemeenteraad hadden immers eerder – ondanks scherpe kritiek – voet bij stuk gehouden. De tentoonstelling mocht er komen. Dit op voorwaarde dat de expositie ‘inhoudelijk fatsoenlijk en kwalitatief goed’ zou zijn. De Atlantische Commissie had beloofd ‘nadruk te leggen op de passieve en vredelievende kanten van de NAVO’. De afzegging verbaasde dus. Columnist Jan Eijkelboom van Het Vrije Volk noemde het ‘gewoon schijterigheid’.
De Atlantische Commissie had beloofd ‘nadruk te leggen op de passieve en vredelievende kanten van de NAVO’
‘Oorlogshitser’ Joseph Luns
Als praktisch argument voegde de Atlantische Commissie toe dat het lastig was de in Maastricht gestolen panelen snel te vervangen. De schadepost was twintigduizend gulden, toch een aanzienlijke aanslag op het budget. Als klap op de vuurpijl startte eind januari 1980 in hetzelfde Rotterdamse stadhuis de expositie ‘NAVO bedankt!’ van het Anti-NAVO Tentoonstellings Committee. De panelen toonden onder andere cartoons van skeletten met teksten als: ‘Wat heeft u liever, een atoombom of een neutronenbom?’ Veel publiek kwam er niet op af: zo’n tien bezoekers per dag.
Diezelfde zomer ging de ‘Nederland in de NAVO’-expositie alsnog door. Het Vrije Volk noteerde ‘dat het wel leek alsof Rotterdam iets goed te maken had, gezien de vele genodigden voor een relatief kleine tentoonstelling’. Burgemeester André van der Louw (PvdA) benadrukte bij de opening ‘kritisch, maar niet anti-NAVO’ te zijn. Tegelijk haalde hij nog even flink uit naar ‘oorlogshitser’ NAVO-secretaris-generaal Joseph Luns.
De reizende tentoonstellingen bleven een doelwit. In april 1981 werd de expositie ‘Nederland in de NAVO’ uit het stadhuis van Heerlen gestolen. Dit keer bleef één spijkervast paneel hangen. De daders wensten onder meer vrijlating van ‘politieke gevangenen’ (lees: veroordeelde dienstweigeraars). Zierikzee, waar de tentoonstelling een week later zou arriveren, moest het nu zonder deze NAVO-voorlichting doen. Nog een voorbeeld: in de zomer van 1982 ‘veranderden’ zo’n vijftig actievoerders de tentoonstelling in het Tilburgse stadhuis met anti-oorlogsaffiches en geschilderde leuzen. Geen van de 26 panelen bleef onaangeroerd.
Gemeentelijke blokkades
Harde acties waren lang niet altijd nodig. Linkse meerderheden in colleges van B&W en gemeenteraden wisten met enige regelmaat de komst van de rondreizende ‘Nederland in de NAVO’-exposities te blokkeren. In september 1980 bijvoorbeeld voorkwam de Utrechtse gemeenteraad met succes de opening van zo’n expositie in het stadhuis.
Gemeentebesturen en gemeenteraden vielen vaak terug op het argument dat de NAVO en kernwapens geen zaak van lokaal bestuur waren. Eind 1983 bijvoorbeeld weigerde het Zwolse college van B&W een ‘vredeslied’ op het carillon van de Peperbus (Onze Lieve Vrouwentoren) te laten spelen. Kort daarvoor hadden B&W ook geweigerd de Atlantische Commissie-tentoonstelling toe te laten in het stadhuis. Het gemeentebestuur wenste ‘harmoniserend en niet polariserend’ te zijn. Een paar jaar later redeneerde het Hilversumse gemeentebestuur langs dezelfde lijnen ‘dat het niet gebruikelijk is ruimten beschikbaar te stellen voor exposities van zulke controversiële zaken van nationale aard’.
Gemeenteraden argumenteerden dat de NAVO en kernwapens geen zaak van lokaal bestuur waren
Andere lokale gezagsdragers stelden zich juist op als neutrale informatiemakelaars en lieten tentoonstellingen van zowel Atlantische Commissie als vredesbewegingen toe. Dan probeerden ze wel vaak de angel uit deze potentieel heikele kwestie te halen door vooraf weinig ruchtbaarheid aan de tentoonstellingen te geven en af te zien van een officiële opening met toespraken. Of zoals burgemeester Johan Mulder van Bolsward eind 1980 formuleerde: ‘Om niet te provoceren en om te voorkomen dat bepaalde figuren geprikkeld zouden worden.’ Hij liet de ‘Nederland in de NAVO’-expositie pas na de door het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV) georganiseerde Vredesweek aanvangen.
De welwillendheid om zowel de Atlantische Commissie als de vredesbeweging ruimte tot exposeren te geven, leverde dan wel weer bijzondere taferelen op. Zo berichtte de Leeuwarder Courant: ‘Bruidsparen die deze dagen in Bolsward In de echt worden verbonden, zullen hun weg naar de raadszaal gemarkeerd vinden met bijvoorbeeld de verschrikkingen van Hiroshima.’ Het Bolswarder gemeentebestuur had namelijk – na afloop van de ‘Nederland in de NAVO’-expositie – ook de anti-kernwapententoonstelling ‘Kwestie van Overleven’ van het IKV toegestaan. Voorafgaand aan de NAVO-tentoonstelling had het IKV trouwens ook nog verzocht een demonstratie te mogen houden bij het Bolswarder stadhuis. Dit op de belofte ‘dat deze een bescheiden omvang zou hebben, voornamelijk zou bestaan uit enkele borden en het verkeer op geen enkele wijze zou belemmeren’. Het gemeentebestuur liet zich echter niet vermurwen: een ‘passieve’ tentoonstelling was tot daaraan toe, maar dit soort ‘actief’ activisme ging de Friese bestuurders blijkbaar toch te ver.
Beeld boven: De voorzitter van de Atlantische Commissie, Hannie van Leeuwen, opent de reizende NAVO-tentoonstelling in de hal van Den Haag Centraal.
