Ik bezocht de zaal lang geleden. Het interieur had nog de onmiskenbare sfeer (en geur) van een provinciale Nederlandse trouwlocatie – alsof de architect zich had laten inspireren door de woonkamer van tante Truus uit Apeldoorn. De gedachte dat hier Nasser, Nehru en Zhou Enlai de toekomst van de wereld bespraken, had iets onweerstaanbaar komisch. De ruimte was toen al enigszins in de vergetelheid aan het raken. Wat haar onlangs weer even uit het stof trok, was Tegen het Westen, het nieuwe boek van de Franse journalist en academicus Frédéric Martel. Een uitstekende pil, een anatomische les van het moderne antiwesterse sentiment.
/fnl
Martel belandde tijdens zijn onderzoek onvermijdelijk in Bandung. En hij stuitte op iets wat historici altijd al vermoedden, maar nooit zo scherp konden aantonen. Achter de schermen trok één man aan alle touwtjes: Zhou Enlai. De Chinese minister van Buitenlandse Zaken arriveerde niet als deelnemer in Zaal Concordia, maar als regisseur. Terwijl anderen idealen zochten, verkocht hij invloed. Vooral Nasser bleek ontvankelijk; Zhou begreep eerder dan veel westerse diplomaten dat de Egyptenaar op zoek was naar prestige. Via Suez opende zich voor China een deur naar de Arabische wereld en een leiderschapsrol die het land ambieerde.
Nog opmerkelijker is wat Martel in archieven las over de slotverklaring. De aanwezigen vergaderden dagenlang over de juiste woorden voor vrede, antiracisme, cultuur en ontwapening. Merkwaardig, aangezien verschillende deelnemers zelf oorlog voerden, minderheden onderdrukten of culturele erfenissen vernielden. Het Westen kreeg in de verklaring de gebruikelijke reprimande wegens kolonialisme en uitbuiting. Over de Sovjet-Unie, die op dat moment een aanzienlijk imperium bijeenhield met tanks en tirannie, bleef het document opvallend zwijgzaam.
Geen toeval, ontdekte Martel. De verklaring was namelijk al geschreven vóórdat de conferentie begon. Niet in Bandung, maar in China. Niet door een commissie, maar door Zhou Enlai. Bandung wordt vaak herinnerd als de geboorteplaats van de niet-gebonden wereld. Martel ziet iets anders: het moment waarop een aanzienlijk deel van de postkoloniale elite haar haat jegens het Westen organiseerde. Wat begon als een beweging tegen koloniale overheersing, creëerde ruimte voor China, dat haar invloed in de jaren daarna met minder gezellig verkeer zou uitbreiden.
