Toen de Muur viel, kregen we extra bevestiging; democratie was geen politiek experiment, maar een natuurwet. De club der rechthebbenden breidde zich met vanzelfsprekendheid uit; nieuwe leden kregen, net als wij, vrijheid, journalistiek en verkiezingen, plus de gebruikelijke bijvangst van Audi’s, stedentrips en Ikea-meubilair. De geschiedenis leek afgelopen, en wel in ons voordeel.
Dat was natuurlijk een sprookje voor verwende kinderen. We hebben geen democratische rechten, zo toont de recente geschiedenis ons, we hebben privileges. Tijdelijke vergunningen, verstrekt door een systeem dat zich het recht voorbehoudt om in te perken en af te schaffen. De democratie bezit een ingebouwde zelfvernietigingsknop. Drukken voldoende boze, verveelde of misleide burgers die in tijdens verkiezingen, dan implodeert het apparaat keurig volgens procedure. Wat begint als een klacht over belastingen of migratie, eindigt met een leider die geen klachten meer duldt. Elke tegenwerping is nepnieuws, elke criticus een verrader. En sommige inwoners van de gewezen democratie staan nog te juichen ook.
Plots blijken zelfs de heiligste principes niet meer dan ontbindende voorwaarden te zijn, kleine lettertjes in het wurgcontract van het populisme. Hongarije, Slowakije, Turkije en Argentinië: het zijn geen krantenkoppen, maar waarschuwingen. Zelfs in de Verenigde Staten, dat zelfverklaarde marmeren tempelcomplex van checks and balances, bleek democratie slechts een decorstuk. Frankrijk is de volgende dominosteen die gevaarlijk wiebelt. Emmanuel Macron heeft gelukkig geconcludeerd dat zijn democratie een kwetsbaar huis is. Gebouwd op drassige grond. In een aardbevingsgebied. Hij verstevigt momenteel haastig de funderingen van staatsinstituties en probeert ze minder afhankelijk te maken van de volgende bewoner van het Élysée. Of dat voldoende is, kan slechts de verkiezingsuitslag beantwoorden.
Wat Macron begrijpt, en wat te veel verwende westerlingen zijn vergeten, is dat democratie niet rust op idealen, maar op onderhoud. Alles wat in vredestijd voorbeeldig functioneert, zoals de journalistiek, kan in een storm losschieten en veranderen in een wapen voor precies diegenen tegen wie het ontworpen was. Viktor Orbán heeft dat met sinister meesterschap bewezen. Je hoeft democratie bovendien niet eens af te schaffen om haar te vernietigen. Je kunt het met geduld laten smoren in vage beloften tot er niets overblijft dan een onsmakelijke prak. Goed, het volk behoudt voorlopig zijn Audi’s, minibreaks en Billy-boekenkasten, maar de vrije pers crepeert in een duistere steeg, naast de rottende resten van corruptiebestrijders en openbaar aanklagers.
De tragedie van onze tijd is niet dat we onze rechten kunnen verliezen. Het is dat ons is wijsgemaakt dat ze niet te verliezen waren.
