Laatst was ik voor archief- en werkbezoek in Wenen. Daar kreeg ik een Oostenrijkse lekkernij, een Krapfen, geserveerd. Een soort Berliner bol: van buiten wit gepoederd of roze geglazuurd en van binnen een donkerrode of bruine zoete vulling. Daarom is de Krapfen ook al sinds 1945 hét symbool voor de Oostenrijkse ziel – de grote Oostenrijkse schrijver Robert Menasse verwijst er vaker naar.
De Oostenrijker ziet er gezellig uit, praat een gemoedelijk half-Duits brabbeltaaltje, drinkt koffie in de barokke prachtpaleizen in pastelkleuren waar Wenen vol mee staat – maar houdt er nog steeds licht- tot diepbruine overtuigingen op na die ook nog eens heel plakkerig standhouden in de moderne tijd. Er is zelfs nog een subcategorie Krapfen, de Punschkrapfen, die rood van buiten is en bruin van binnen. Daarmee werden Oostenrijkers aangeduid die snel sociaal-democratisch of liberaal werden, maar hun bruine naziverleden verkapt met zich meedroegen.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Toch viel me op hoezeer in Wenen de duistere geschiedenis van de Anschluss, van de machtsovername door de nazi’s en de repressie van de Joden aan de oppervlakte is gelegd. We kregen een interessante rondleiding door het Oostenrijkse parlement, waar uitvoerig werd uitgelegd met welke kunstgrepen de nazi’s de democratie buiten spel wisten te zetten. Hoe de moord op kanselier Engelbert Dollfuss werd georkestreerd. Ook vertelden collega’s ons hoe nauwgezet de Weense magistraten erop toezien dat er geen hoger gebouw wordt neergezet dan het parlement en de Hofburg. En dat ook het balkon waarop Adolf Hitler op 15 maart 1938 de Anschluss uitriep, niet aan het zicht mag worden onttrokken. Dat balkon is de bruine vulling van de Krapfen. Er zijn al talloze ideeën geopperd en zelfs competities uitgeschreven om ‘iets met dat balkon te doen’, maar tot op heden is het ongewijzigd zichtbaar. Het is ook niet toegankelijk, behalve heel soms, als het Weense Haus der Geschichte rondleidingen aanbiedt.
Deze discussie is een graadmeter voor de omgang met het nazi-gedachtengoed in Oostenrijk. Die omgang is ambivalent en dynamisch. De jongerenafdeling van Herbert Kickls radicaal-rechtse FPÖ laat in een filmpje zien hoe jongeren verlangend naar het Hitler-balkon kijken. Daar heeft het Oostenrijkse parlement zich fel tegen gekeerd. Ondertussen doet Kickl iedereen een proces aan die hem met Hitler vergelijkt. Joodse organisaties zijn in ieder geval tevreden dat de discussie niet in de taboesfeer verdwijnt. Monika Sommer, de directrice van het Oostenrijkse Haus der Geschichte, heeft al een andere naam voor het balkon bedacht: ‘platform voor Demokratie-Liebe’. Dat smaakt misschien wel weer een beetje te veel als roze glazuur.
Toch, kom er maar eens om in Nederland, waar kritiek op neonazi’s bij de FvD gewoon wordt weggelachen. Bij alle kritiek op de opkomst van extreem-rechts in Oostenrijk is dit debat, en de ernst waarmee het wordt gevoerd, een opsteker voor de democratie.
