De Verenigde Staten zijn bereid wapens te leveren aan Oekraïne, maar Europa moet ervoor betalen. Dat is de ‘deal’ die president Trump op 14 juli sloot via NAVO-chef Mark Rutte. De deal heeft iets weg van de cash-and-carry-afspraken die president Franklin Delano Roosevelt in 1939 maakte met Groot-Brittannië. Maar wat op het eerste gezicht op elkaar lijkt, is bij nader inzien behoorlijk verschillend, schrijft Amerika-kenner Frans Verhagen.
De context doet ertoe. FDR was internationaal georiënteerd, hij maakte zich al vanaf het begin van zijn presidentschap zorgen over de ontwikkelingen in Europa en in Azië. Het Amerikaanse Congres daarentegen had de hele jaren dertig luid en duidelijk uitgesproken dat het Amerika allemaal niet aanging. En in deze jaren maakte het Congres de wetten, wat de president ook mocht willen.
Dat deden de politici in een aantal neutraliteitswetten, in gelijke mate geïnspireerd door unilateralisme en pacifisme. Zo was op 31 augustus 1935 de Neutrality Act aangenomen die de export verbood van ‘wapens, ammunitie en werktuigen van oorlog’ aan buitenlanden die in oorlog waren, ongeacht wie de agressor en wie de verdediger was. Roosevelt was ertegen, maar had geen andere keuze dan zich erbij neer te leggen.
Een half jaar later, op 29 februari 1936, vernieuwde het Congres deze wet tot mei 1937 en voegde er nog aan toe dat Amerikanen geen leningen of krediet mochten geven aan landen die in oorlog waren. Geconfronteerd met de Spaanse Burgeroorlog en de opkomst van fascisme in Europa breidde het Congres de wet uit in de Neutrality Act van 1937. Nu werd het Amerikaanse burgers ook verboden te reizen op schepen van oorlogvoerende landen en Amerikaanse schepen mochten niet langer wapens transporteren naar een dergelijk land, ongeacht waar ze geproduceerd waren. De president kreeg de bevoegdheid om schepen van oorlog voerende landen uit de Amerikaanse wateren te weren en het exportembargo werd uitgebreid tot zo’n beetje alles wat in de strijd gebruikt kon worden. Ook burgeroorlogen vielen nu onder de wet.
Roosevelt, sluw als altijd, had echter een concessie losgekregen. Oorlogvoerende landen mochten van Amerika alles kopen wat niet als wapen gold – ruwe producten, olie en grondstoffen – zolang ze dat maar direct betaalden en ze het vervoerden op niet-Amerikaanse schepen. Dit was de zogenoemde cash-and-carry-regeling. De president wist dat alleen Groot-Brittannië en Frankrijk de cash en de vervoersmiddelen hadden. Deze regeling zou na twee jaar vervallen, ook al bleef de rest van de wet staan.
‘Arsenaal van democratie’
Hitlers machtsovername in Tsjecho-Slowakije in maart 1939 onderstreepte het failliet van appeasement en leidde direct tot de Engelse garantie om Polen te verdedigen. Het effect van de neutraliteitswetten was dat ze uitvielen in het voordeel van de agressor: nazi-Duitsland. Onder die omstandigheden wilde FDR de cash-and-carry-regeling vernieuwen en uitbreiden tot wapens. Maar hij moest voorzichtig zijn, hij was allang blij dat hij geld had losgekregen voor de eigen Amerikaanse defensie.
Toen Groot-Brittannië na de Duitse inval in Polen, in september 1939, in oorlog was met Duitsland, had FDR Amerika’s neutraliteit uitgesproken. Maar hij onderkende in zijn radiopraatje dat hij niet aan de gewone Amerikaan kon vragen neutraal te zijn. ‘Zelfs iemand die neutraal is, heeft het recht de feiten af te wegen’. Het was een mooie formulering van zijn eigen frustraties: hij wilde graag Engeland helpen, maar moest zich inhouden omdat zijn burgers, of in elk geval zijn Congres, nog niet zover waren. Roosevelts eenvoudige opmerking dat iedereen voor zichzelf moest uitmaken of hij neutraal kon zijn, was voldoende om de isolationisten op de kast te jagen.

Amerika zou nog meer dan twee jaar neutraal blijven, maar FDR deed wat hij kon om Engeland te helpen. In oktober 1939 vroeg hij het Congres de wapenembargo’s op te heffen zodat de Engelsen op basis van cash-and-carry Amerikaanse wapens konden kopen. Het vergde veel politieke inspanning, maar hij kreeg het gedaan. De Neutrality Act van 1939, aangenomen in november, gaf hem de mogelijkheid onder cash-and-carry-voorwaarden wapens te leveren. De ban op leningen bleef echter van kracht en de Engelsen moesten het spul zelf komen ophalen.
FDR deed wat hij kon om Engeland te helpen
De apotheose kwam in september 1940, toen FDR een deal sloot met de Britse premier Winston Churchill, waarbij vijftig oude Amerikaanse oorlogsschepen − destroyers − werden geruild voor marinebases in Newfoundland en het Caribisch gebied. FDR negeerde het Congres en lokte zo nieuwe kritiek uit dat hij zich gedroeg als een dictator. Hij was echter sluw genoeg om vooral de aandacht te richten op de strategische waarde van de bases, waardoor het andere deel van de deal geaccepteerd werd.

Eenmaal herkozen voor een derde termijn sprak FDR in december 1940 uit dat Amerika het ‘arsenaal van democratie’ zou zijn, ook nu weer tot ergernis van de America First-isolationisten. De Lend-Lease Act van maart 1941 was een volgende stap in de omslachtige regelingen. Nu werd kosteloos oorlogsmateriaal geleverd aan Groot-Brittannië, Frankrijk, China en de Sovjet-Unie dat kon worden gebruikt tot het werd teruggebracht of was vernietigd. Nodeloos te zeggen dat er weinig werd afgerekend. Op 7 december 1941 maakte Pearl Harbor een einde aan Amerika’s afstandelijkheid.
Trumps achterban
De vergelijking tussen 1939 en 20025 gaat natuurlijk mank, zoals dat altijd zo is bij historische parallellen. Amerika als land heeft altijd isolationistische trekken, die soms wel, soms niet worden uitgedragen door de politici in het Congres. Het is aan presidenten om daarin mee te gaan of niet. President Roosevelt zag de gevaren in de wereld, zowel in Europa als in het Verre Oosten, en was ongelukkig – zwak uitgedrukt – met de belemmeringen die het Congres had opgelegd in de vorm van strikte neutraliteitswetten.

President Trump daarentegen werd gekozen juist vanwege zijn America First-houding, waarin geen ruimte was voor de Verenigde Staten als politieman van de wereld. Zelf was hij tweeslachtig over hulp aan Oekraïne, zijn vicepresident was een tegenstander. Trumps achterban is niet van mening veranderd. Of dat voor de president wel geldt, staat nog te bezien.
Roosevelt bedacht een slimme manier om het verzet van het isolationistische Congres te omzeilen. Zijn primaire impuls was strategisch. President Trump is er vooral op uit om zijn reputatie als dealmaker te onderstrepen: het kost Amerika niets! Laten we zeggen dat Donald Trump geen Franklin D. Roosevelt is.
