Home Dossiers Rusland ‘Poetin heeft niets geleerd’

‘Poetin heeft niets geleerd’

  • Gepubliceerd op: 26 april 2022
  • Laatste update 01 nov 2022
  • Auteur:
    Bas Kromhout
‘Poetin heeft niets geleerd’
Cover van
Dossier Rusland Bekijk dossier

De Britse historicus Richard Overy typeert in zijn nieuwste boek Blood en Ruins de Tweede Wereldoorlog als een imperiale oorlog. Duitsland, Italië en Japan wilden net zulke grote wereldrijken vergaren als Groot-Brittannië en Frankrijk. Het gevolg: dood en destructie op ongekende schaal.

Waarom noemt u de Tweede Wereldoorlog de ‘Grote Imperiale Oorlog’ en waarom begon die al in 1931?

‘Omdat begin jaren dertig drie landen – Japan, Italië en Duitsland – kozen voor een programma van territoriaal imperialisme, dat de internationale orde volledig zou destabiliseren. Deze drie landen probeerden de grote koloniale rijken – het Britse, het Franse en zelfs het Nederlandse – te evenaren. Zij dachten dat dit de manier was om een grote mogendheid te worden en te blijven. Japan zette in 1931 de eerste stap door de Chinese provincie Mantsjoerije te bezetten. Italië pacificeerde vervolgens Libië, bezette Ethiopië en nam Albanië in bezit. In Duitsland kwam Hitler aan de macht. Ook hij was ervan overtuigd dat Duitsland een groot imperium moest hebben, waarvan de grenzen verder moesten reiken dan de historische Duitse landen. Daarom viel hij in 1939 Polen aan. Volgens de klassieke opvatting was dit de start van de Tweede Wereldoorlog, maar toen was er al een decennium van imperialistisch geweld achter de rug.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €3,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Uw landgenoot en collega Antony Beevor laat in zijn handboek de Tweede Wereldoorlog beginnen bij de Slag van Khalkhin Gol tussen Japanse en Sovjettroepen in juli 1939.

‘Dat vind ik nogal een vreemd beginpunt. De oorlog tussen Japan en de Sovjet-Unie was namelijk een onderdeel van de Japanse expansie die begon in 1931. De Japanners wilden een Aziatische grootmacht zijn en waren bezorgd dat de Sovjets hun plannen zouden dwarsbomen. Nadat Japanse eenheden in 1938 en 1939 aan de grens tussen Mantsjoerije en Mongolië inderdaad slaags waren geraakt met het Rode Leger, verlegde Tokyo de focus naar het zuiden. Het leidde tot de beslissing om Zuidoost-Azië te veroveren. Maar daar was de Japanse bezetting van Mantsjoerije in 1931 aan voorafgegaan. En daarna was er gedurende de hele jaren dertig wel ergens in de wereld oorlog. Wat 1939 bijzonder maakte, is dat vanaf dat moment grootmachten tegenover elkaar kwamen te staan: Japan tegenover de Sovjet-Unie, Duitsland tegenover Groot-Brittannië en Frankrijk.’

Japan begint zijn expansie in 1931 met de verovering van de Chinese provincie Mantsjoerije.

In hoeverre was de Grote Imperiale Oorlog een voortzetting van de Eerste Wereldoorlog?

‘Ook dat was een imperiale oorlog, maar op een andere manier. Die oorlog betekende het einde van de Europese multinationale keizerrijken. Ook was het een globale oorlog die deels in de koloniën werd uitgevochten. De uitkomsten van de vredesbesprekingen in Versailles waren grievend voor een aantal landen. Japan en Italië behoorden tot de winnaars, maar vonden dat de andere geallieerden te weinig rekening hielden met hun imperiale ambities. En de beslissing om Duitsland zijn koloniën af te nemen deed echt pijn. De Britten en de Fransen beweerden dat de Duitsers niet beschaafd genoeg waren voor de rol van kolonisators. Dat deed pijn.

Zonder twijfel heeft de Eerste Wereldoorlog het zaad van de Tweede gezaaid. Om oorzaken aan te wijzen kun je zelfs verder teruggaan, naar de late negentiende eeuw. Toen wilden alle Europese mogendheden en Japan een sterke natie zijn. En dat kon je alleen zijn, zo was het idee, als je een territoriaal imperium had.’

Waar was dat idee op gebaseerd?

‘De meeste Europeanen beschouwden het eigen continent als het centrum van de beschaafde wereld. Men had sterk het gevoel dat de witte mens superieur was aan alle andere, gekleurde rassen. Zelfs biologisch superieur. Daarom werd het vanzelfsprekend gevonden dat witte mensen hun beschaving oplegden aan mensen die er geen zouden hebben. Bovendien kwam in de negentiende eeuw het nationalisme sterk op in Europa. Voor het smeden van een nationale identiteit was het belangrijk een wereldrijk te hebben. Ook in landen die al sinds de vroegmoderne tijd overzeese koloniën bezaten kreeg het imperium een steeds grotere betekenis. Historici spreken wel van een “natie-imperium” om de verknoping van nationalisme en imperialisme uit te drukken. De paradox was dat de overgrote meerderheid van de bevolking in het moederland nooit in de koloniën kwam. Ze kenden het imperium alleen van ansichtkaarten, postzegels en bioscoopjournaals. Voor de heersende klassen was het imperium uiteraard belangrijk omdat het hen rijk maakte.’

Maakten de overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog een fout door Duitsland zijn wereldrijk af te pakken en Italië en Japan niet een groter deel van de buit te geven?

‘Dat kun je wel zeggen. De grootste territoriale winst boekten Frankrijk en Groot-Brittannië, want zij kregen de meeste Duitse koloniën als mandaatgebieden door de Volkenbond toegewezen. Je kunt stellen dat zij meer rekening hadden moeten houden met de gevoeligheden van de anderen, maar ze waren zelf ook hongerige imperiale mogendheden en zagen geen reden om concessies te doen. De Britten en de Fransen beschouwden zichzelf als de natuurlijke grootmachten in de nieuwe wereldorde.’

‘Westerse regeringen preekten over fatsoen en zelfbeheersing, maar waren net zo autoritair’

De regimes die in Duitsland, Italië en Japan aan de macht kwamen wilden de Britse en Franse imperia evenaren, zei u. Maar waarom zetten ze zich tegelijkertijd af tegen de liberale ideeën in het Westen?

‘Ze meenden dat het Westen het struikelblok was voor hun eigen streven naar gelijkwaardigheid binnen de geopolitieke orde. Ze wezen de liberale economische orde af, want daarin zagen ze slechts een masker waarachter de Britten en de Fransen – en ook de Amerikanen – hun ware machtspolitieke gezicht verborgen. Hitler gaf hier een eigen draai aan door de liberale ideologie als iets Joods te bestempelen. Zowel in Duitsland als in de andere twee asmogendheden leefde het idee dat een imperium moest worden bestuurd door een sterke autoritaire staat, die het wereldrijk exploiteerde ten gunste van het eigen volk. Dat was een ander concept dan het “liberale imperium” dat de westerse landen uitventten.’

Maar waren ‘liberale imperia’ wel zo liberaal?

‘Nee, de term is innerlijk tegenstrijdig. Het geweld en de politieke onderdrukking die westerse mogendheden in hun koloniën toepasten waren weliswaar niet zo erg als wat de Japanners en de Duitsers zouden laten zien; maar om een wereldrijk onder de duim te houden in een tijdperk van mondiaal nationalisme moest je extreem illiberale middelen gebruiken. Dat is precies wat de Britten, Fransen en Nederlanders deden. Ik denk dat de asmogendheden dat moeilijk konden accepteren. Van westerse regeringen kregen ze voortdurend preken te horen over fatsoen en zelfbeheersing, terwijl die landen hun kolonies net zo bot en autoritair regeerden.’

Wanneer sloeg het ressentiment tegen de westerse grootmachten om in concrete oorlogsplannen?

‘De economische crisis na de beurkrach van 1929 was de waterscheiding. Weliswaar was Italië vanaf 1922 in handen van Benito Mussolini, die er imperiale ambities op na hield, maar hij was in de jaren twintig nog te druk met het consolideren van zijn macht. Tijdens dit decennium, waarin de wereldeconomie groeide, leek het mogelijk dat de internationale orde zich zou stabiliseren. De democratisch gekozen regering in Duitsland zocht en kreeg weer een plek aan de diplomatieke tafels. Maar door de crisis trok men in alle drie de “achtergestelde” landen de conclusie dat de liberale economische orde niet werkte. In plaats daarvan besloten ze een territoriaal imperium te verwerven om zich te verzekeren van grondstoffen en afzetmarkten.’

De Sovjet-Unie had eveneens reden om rancuneus te zijn. Dat land verloor na de Eerste Wereldoorlog Finland, de Baltische staten, Polen en Bessarabië. Waarom zet u de Sovjet-Unie niet in hetzelfde rijtje als de drie andere ontevreden imperiale machten?

‘Het klopt dat de Sovjetregering de bestaande geopolitieke orde wilde veranderen, maar om een andere reden. Zowel Lenin als Stalin wilde het communisme verspreiden. Ze wilden meer gebieden bevrijden en omvormen tot communistische staten. Dat is wat de Sovjets na de Tweede Wereldoorlog ook deden. Natuurlijk kwam daar soms agressie bij kijken. Je kunt dat Sovjetimperialisme noemen, en veel historici en politicologen doen dat, maar volgens mij vertroebelt dat de term. Lenin was een overtuigde anti-kolonialist, evenals Stalin.’

Maar het kan toch geen toeval zijn dat Stalin in zijn verdrag met Hitler in 1939 precies die gebieden opeiste die voorheen tot het Russische Rijk behoorden?

‘Dat is inderdaad geen toeval. Maar Stalin wilde die gebieden niet met Rusland herenigen om het tsaristische imperium te herstellen. Hij wilde ze communistisch maken. Toen hij de Baltische landen en Oost-Polen binnenviel, onderdrukte hij niet alleen maar de lokale nationalisten, maar stuurde hij ook de bourgeois, de geestelijken en de politiek leiders naar de goelag. Hierin verschilde de Sovjethegemonie van imperialisme.’

Hoe definieert u imperialisme precies?

‘Het imperialisme waar ik het over heb ging over het veroveren van territorium, het exploiteren van de hulpbronnen en het degraderen van de bevolking tot onderdanen die hoegenaamd geen rechten hadden. Deze vorm van imperialisme ging terug tot overzeese expansie van Portugal en Spanje in de vijftiende en zestiende eeuw. Vandaar liep er een rechte lijn naar wat de Japanners, Duitsers en Italianen probeerden te doen in de jaren 1930 en 1940, toen het al een anachronisme was geworden.’

Arbeiders in een Amerikaanse tankfabriek, 1942.

Waren de Verenigde Staten in deze periode niet ook een imperiale mogendheid?

‘Niet echt. Ik bedoel, ze hadden van Spanje een paar eilanden in de Stille Oceaan overgenomen, die ze om veiligheidsredenen behielden. Plus de Filippijnen – maar aan dat land had de Amerikaanse regering zelfbestuur beloofd. Ik denk dat de Amerikanen zich voor hun overzeese gebiedsdelen geneerden. Dat gold in elk geval voor Franklin Roosevelt, die niets moest hebben van kolonialisme. Washington wilde af van de Europese koloniale rijken en predikte democratie en vrijhandel in de hele wereld. Daar zat natuurlijk eigenbelang bij, maar ik vind het misleidend om van Amerikaans imperialisme te spreken. De Amerikanen veroverden geen gebieden om de plaatselijke bevolking te onderwerpen. Ze deden allerlei andere onaangename dingen, maar dat niet.’

Toch waren de VS van oorsprong een kolonie, waar na de onafhankelijkheid de blanke kolonisten de baas bleven. Ze breidden zelfs hun gebied uit, ten koste van de indianen.

‘Dat speelde zich af in de negentiende eeuw. In tsaristisch Rusland gebeurde hetzelfde. Maar in de periode waarover ik in mijn boek schrijf, de twintigste eeuw, was dat geschiedenis geworden. Hoewel ik erbij moet zeggen dat Hitler dikwijls wees op wat de Amerikanen met de inheemse bevolking in hun land hadden gedaan. Daarmee rechtvaardigde hij zijn eigen brute koloniale methoden in Oost-Europa.’

Hoe reageerden de gevestigde machten toen de asmogendheden in de jaren dertig de internationale orde uitdaagden?

‘De Britten en de Fransen wisten zich niet goed raad met het radicale imperialisme van de uitdagers. Zelf waren ze zeker niet van plan hun wereldrijken op te geven. Misschien zouden ze de onderdanen een zekere mate van onderwijs bieden en beetje bij beetje meer verantwoordelijkheid geven, maar ze beschouwden de eigen imperia als een permanent geopolitiek gegeven. Intussen hadden ze te maken met nationalistische protesten in de koloniën en moesten ze een economische crisis het hoofd bieden. Al die ballen moesten ze tegelijkertijd in de lucht zien te houden. Het laatste wat de gevestigde machten konden gebruiken, was een nieuwe grote oorlog.

Het beleid van Groot-Brittannië en Frankrijk wordt vaak omschreven als appeasement, maar ik vind containment een toepasselijker term. Ze probeerden Japan, Italië en Duitsland zo veel mogelijk in te dammen. Op een aantal momenten in de jaren dertig kwam het bijna tot gewapende conflicten tussen de grootmachten. Toen het niet meer lukte met diplomatieke middelen de dreiging te verminderen, gingen Frankrijk en Groot-Brittannië zich herbewapenen om de rancuneuze nieuwkomers af te schrikken. Wantrouwen jegens de Sovjet-Unie en binnenlandse communisten beperkte echter hun slagvaardigheid tegenover de werkelijk dreiging die de drie asmogendheden vormden. Frankrijk en Groot-Brittannië hadden zoveel problemen dat de beslissing om Duitsland na de inval in Polen in 1939 de oorlog te verklaren misschien wel een manier was om de druk van de ketel te halen. Wellicht dat oorlog op de een of andere manier voor een oplossing kon zorgen.’

Waren de gevestigde machten klaar voor de oorlog?

‘In eerste instantie duidelijk niet. Na de Duitse verovering van Frankrijk, waarbij het Britse leger op een haar na ontsnapte aan de totale vernietiging, leek de oorlog verloren. De geallieerden moesten leren om veel beter te vechten. Het was niet genoeg dat zij over meer hulpbronnen beschikten dan de asmogendheden, ze moesten zich ook oefenen in het toepassen van de nieuwste militaire technologieën zoals gepantserde eenheden en moderne gevechtsvliegtuigen. Ook moest in de westerse democratieën dezelfde mate van sociale mobilisatie worden bereikt als bij de autoritaire vijanden. Ieder lid van de samenleving werd geacht zijn of haar bijdrage aan de oorlogsinspanning te leveren. Daar kwamen veel propaganda en sociale druk bij kijken: wie niet zijn best deed, werd publiekelijk te schande gemaakt. De totalitaire asmogendheden verwachtten niet dat de westerse landen in staat waren hun bevolking net zo te mobiliseren als zijzelf. Ze dachten dat de bevolking in het Westen decadent was en geen echte vechtersmentaliteit bezat. Ook keken ze neer op de technische capaciteiten van het Westen. Hitler heeft ooit gezegd: “Maak je geen zorgen over de tanks van de Amerikanen, want er heeft nog nooit een Amerikaanse auto een grand prix gewonnen.” Intussen bouwden de VS 49.000 Sherman-tanks. De Duitse en Japanse inlichtingendiensten onderschatten stelselmatig zowel de productionele kracht als het moreel van de geallieerden.’

Groot-Brittannië en Frankrijk behoorden in 1945 tot de winnaars, maar ze verloren hun imperia. Hoe was dat mogelijk?

‘Ze waren niet in staat gebleken hun imperia afdoende te verdedigen tegen de asmogendheden. Hetzelfde gold voor Nederland, dat Indonesië verloor aan Japan. Verder was de politieke en morele rechtvaardiging voor imperialisme weggeblazen door de verschrikkelijke misdaden van de Duitsers, Italianen en Japanners. Het nationalisme in de koloniën werd door de oorlog enorm versterkt. Waarom bevrijdden de Britten wel de bezette volken in Europa, maar niet de Aziatische en Afrikaanse volken? Het imperialisme was in 1945 failliet. Het hele koloniale bouwwerk, dat gedurende eeuwen tot stand was gebracht, viel binnen een paar jaar in duigen. De snelheid waarmee het gebeurde is bijna geheel te danken aan de Tweede Wereldoorlog. Zonder de oorlog zouden er ook nationalistische opstanden zijn geweest, maar had het veel langer geduurd voordat de koloniën onafhankelijk zouden zijn geworden.’

‘De asmogendheden dachten dat de bevolking in het Westen decadent was’

Was het verlies van hun imperia voor de Europese landen een blessing in disguise?

‘Dat is een goed punt. De enorme kosten en de risico’s die het in stand houden van een imperium met zich meebracht, kwamen in de jaren dertig en veertig duidelijk aan het licht. Toen na de oorlog de koloniale machten werden teruggeworpen op hun Europese grondbied, ging het economisch uitstekend met ze. Er waren blijkbaar veel effectievere manieren om welvaart te creëren dan een imperium. In Groot-Brittannië, dat het grootste wereldrijk van iedereen bezat, was er in de jaren vijftig vrijwel geen enkele weerstand tegen de ontmanteling. Uit enquêtes bleek dat de meeste Britten er weinig om gaven. Ze zagen het imperium als een last die werd afgeschud en gingen zich opnieuw definiëren als Europeanen. Althans, tot aan de Brexit. Want die hing duidelijk samen met een nostalgie naar het oude Empire, die totaal anachronistisch en onrealistisch was.

In Duitsland, Italië en Japan was er na 1945 evenmin een wederopleving van imperialistische wraakgevoelens te bespeuren. Na de verdrijving van de Duitsers uit Oost-Europa en de Japanners uit China en Korea was er niets meer wat het terugwinnen van de verloren gebieden aantrekkelijk maakte. Dat kwam denk ik ook door de gigantische kosten van de oorlog en het rampzalige verlies van mensenlevens tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het imperiale project was buitengewoon kostbaar en schadelijk gebleken.’

In uw boek noemt u de Tweede Wereldoorlog de laatste imperiale oorlog. Maar na verschijning begon de Russische invasie in Oekraïne.

‘Die heb ik natuurlijk niet voorzien. Poetins ambities zijn niet anders te omschrijven dan imperialistisch. En zijn roekeloosheid en leugenachtigheid doen me sterk aan Hitler denken. Toen hij zei dat Oekraïne geen echte staat was en dat er genocide op volksgenoten plaatsvond, herhaalde hij wat Hitler zei over Polen. Niemand weet wat Poetin van plan is met Oekraïne te doen, maar het ergste is te vrezen. Ik schrijf nu een kort boek getiteld Why War?, dat de hele geschiedenis van menselijke oorlogszuchtigheid behandelt. Een van de hoofdstukken gaat over hybris en daar schaar ik Poetins drijfveren onder. Hij is Oekraïne niet binnengevallen om de Russische economie te versterken of een ideologie te verspreiden, maar simpelweg om zijn macht uit te breiden. Het is moeilijk voorstelbaar dat in 2022 een wereldleider zo rücksichtslos te werk gaat. Hij heeft duidelijk niets geleerd van de geschiedenis.’

Welke les bevat uw boek?

‘Ik hoop dat iedere politicus die het leest de voor de hand liggende conclusie trekt dat een gewelddadige veroveringsoorlog gedoemd is om negatief uit te pakken. Het optimisme van de Japanners, Duitsers en Italianen aan het begin van de Tweede Wereldoorlog vervloog. Ze riepen zoveel leed en ellende over zichzelf en anderen af dat ze na de nederlaag besloten dat dergelijke grootschalige oorlogen tussen staten nooit meer mochten plaatsvinden. Maar misschien is het naïef van me om te denken dat deze les blijft hangen. De mens is een oorlogszuchtige soort. Mijn boek gebruiken om te preken en te pleiten voor vrede zal waarschijnlijk niet veel helpen.’

Bas Kromhout is hoofdredacteur van Historisch Nieuwsblad.

Richard Overy (1947) doceerde jarenlang aan de universiteit van Exeter en schreef vele boeken over de Tweede Wereldoorlog. De bekendste zijn Why the Allies Won (1995) en The Dictators: Hitler’s Germany and Stalin’s Russia (2004). In 2021 verscheen Blood and Ruins. The Great Imperial War 1931-1945. Er is nog geen Nederlandse uitgave van.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 5 - 2022