Home Dossiers Tweede Wereldoorlog Ook de NSB viel de media aan

Ook de NSB viel de media aan

  • Gepubliceerd op: 3 november 2022
  • Laatste update 03 nov 2022
  • Auteur:
    Katinka Folmer
  • 3 minuten leestijd
Ook de NSB viel de media aan
Cover van
Dossier Tweede Wereldoorlog Bekijk dossier

Forum-Kamerlid Gideon van Meijeren maakte stiekem video-opnamen van een journalist om haar te ontmaskeren als ‘rioolrat’. De pers als vijand wegzetten is geen nieuw fenomeen. Vanaf de oprichting van de NSB in 1931 voerde de partij een onafgebroken strijd met Nederlandse journalisten. De media worstelden daardoor met de manier waarop zij over de NSB moesten berichten.

De discussie over de vrijheid en verantwoordelijkheid van de media laait op na de video waarin Van Meijeren een politiek verslaggever intimideert. Met het filmpje wil Forum de Nederlandse pers in diskrediet brengen. In de jaren voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog was er ook sprake van een aanval op de vrije media. In 1937 noemde Anton Mussert – oprichter van de NSB – de Nederlandse pers de ‘gehele huisknechtenpers, beheerst door de Regeringspersdienst, de politieke partijen en de grotendeels Joodse adverteerders’. Volgens de nationaalsocialisten was de parlementaire democratie een corrupt systeem dat bestuurd werd door een kleine elite, wiens belangen werden behartigd door journalisten. Zij zouden onwaarheden verspreiden om de NSB in een kwaad daglicht te stellen.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €3,99 per maand, de eerste maand €1,- Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

In de beginjaren van de NSB namen liberale en commerciële kranten een uiterst neutrale houding aan. Rapportages over de NSB werden zonder politieke kleur gepubliceerd, zoals dat ook gebruikelijk was in de berichtgeving over andere politieke bewegingen. Kranten met een katholieke, gereformeerde of sociaaldemocratische achtergrond waren minder neutraal. Zij waarschuwden hun lezers voor het opkomend fascisme.

Het was uiteindelijk De Journalist die de passieve houding van de Nederlandse pers bekritiseerde en journalisten wakker schudde:

Wetende, welk een machtig wapen de pers is, trachten de fascisten het Nederlandse volk te doordringen van de overtuiging dat ’t een van zijn “opdrachtgevers” afhankelijke, kneedbare, perfide, corrupte pers bezit, die lastert en liegt van de vroege morgen tot de late avond. ‘En wat doen wij? Wel, we drukken die beschuldigingen over. We gaan naar die vergaderingen heen; we zetten ons neer aan de tafeltjes voor de verslaggevers; we horen die woorden, die ons beroep èn ons werk bekladden; we schrijven ze op, waarachtig, we schrijven ze op, telkens opnieuw schrijven we ze op en misschien zetten we er nog wel “applaus” achter ook; dan laten we ze drukken en sturen ze het land in, opdat ons volk ze toch maar goed zal kunnen lezen. En protesteren ertegen doen we vrijwel niet.’

De redactie van De Journalist hekelde het feit dat kranten ruimte gaven aan het NSB-gedachtegoed, zonder daarbij enige vorm van kritiek te leveren. ‘Zo staan we tegen­over onze beschuldigers als engelen van goedheid, als onze-lieve-heersbeestjes van onpartijdigheid, als gekonfijte vruchten van een soort metafysische objectiviteit.’

Het begon door te dringen dat journalisten door hun strikte neutraliteit en onpartijdigheid meewerkten aan hun eigen ondergang. Voor een vrije pers was in een fascistische staat immers geen plaats.

Dat bleek ook het geval te zijn toen Nederland onder een nationaalsocialistisch bewind kwam te staan. De angst van de journalisten werd werkelijkheid toen de Duitse bezetter de onafhankelijke kranten gelijkschakelde.