Home Dossiers Tweede Wereldoorlog Liever ratten dan communisten

Liever ratten dan communisten

  • Gepubliceerd op: 17 december 2020
  • Laatste update 13 okt 2022
  • Auteur:
    Koen Vossen
Liever ratten dan communisten
Cover van
Dossier Tweede Wereldoorlog Bekijk dossier

Na de Tweede Wereldoorlog ontvluchtten duizenden nazi’s en collaborateurs Europa. Velen van hen vertrokken naar Zuid-Amerika via ‘rattenlijnen’ die waren opgezet door katholieke geestelijken en Amerikanen. Zij steunden de ‘bruine’ emigratie omdat ze hoopten zo de anticommunistische krachten te versterken.

De ondergang van het Derde Rijk bracht miljoenen Europeanen in acute problemen. Niet alleen in Duitsland en Oostenrijk, maar ook in veel andere landen hadden velen zich met ziel en zaligheid ingezet voor een ideologie die nu als misdadig te boek stond. Ze moesten boeten voor hun daden met een gevangenisstraf; sommigen werden zelfs ter dood veroordeeld.

Honderdduizenden politiek besmette Europeanen kozen er daarom voor hun land te ontvluchten om zo hun straf te ontlopen. Het was een bont gezelschap van fanatieke Duitse en Oostenrijkse SS’ers, Gestapo-officieren, Italiaanse fascisten, Kroatische Ustasha’s, Hongaarse Pijlkruisers, Vichy-Fransen, Vlaamse nationalisten, uit Oost-Europa verdreven Duitsers en weggezuiverde bureaucraten en diplomaten uit het Derde Rijk.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €3,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

In Europa gold het Spanje van Franco als het veiligste toevluchtsoord voor dit type vluchteling, maar velen zochten het liever wat verder weg. Sommigen vestigden zich in traditionele emigratielanden als Canada en Australië of in jonge Arabische naties als Egypte en Syrië, maar de meesten kozen voor Latijns-Amerika. Landen als Brazilië, Bolivia, Paraguay, Ecuador en de Dominicaanse Republiek verwelkomden deze groep emigranten vanwege hun vaak goede opleiding, netwerk en financiële middelen, hun anticommunistische gezindheid en blanke huidskleur.

Veruit de populairste bestemming was Argentinië, door nazi-jager Simon Wiesenthal smalend ‘de nationaal-socialistische Kaap van de Laatste Hoop’ genoemd. Tussen 1945 en 1955 vestigden zich naar schatting meer dan 100.000 Duitsers, Oostenrijkers en Italianen in het uitgestrekte land. Dat kende van oudsher zowel een grote Italiaanse als een Duitse gemeenschap, waardoor de integratie makkelijker kon verlopen. Buenos Aires had volledig Italiaanse en Duitse wijken met eigen scholen en verenigingen. En in Patagonië bestonden volledig Duitstalige dorpen met vakwerkhuisjes, Bierstubes, koekoeksklokken en uivormige kerktorens.

Mythische figuur

Vooral San Carlos de Bariloche groeide na 1945 uit tot populair toevluchtsoord voor Alte Kameraden. Oud-Gestapo-officier Erich Priebke organiseerde er als voorzitter van de Asociación Cultural Germano-Argentina zonder veel problemen nationaal-socialistische toogdagen, zoals Führersgeburtstag op 20 april.

Josef Mengele (links) met andere SS’ers betrokken bij de Holocaust: Rudolf Hoess (midden) en Josef Kramer.

Het was in Bariloche dat Adolf Eichmann, de architect van de Holocaust, voor de eerste maal door een Israëlische nazi-jager werd herkend. De Mossad zou Eichmann uiteindelijk vanuit zijn woonplaats Buenos Aires ontvoeren en naar Jeruzalem overbrengen, waar hij in 1961 ter dood werd veroordeeld. Sinds het geruchtmakende Eichmann-proces werd de aanwezigheid van voortvluchtige nazi’s in Latijns-Amerika een populair onderwerp voor films, boeken en onderzoeksjournalistiek.

Josef Mengele, de beruchte kamparts in Auschwitz, van wie sinds 1945 elk spoor ontbrak, zou dankzij films als Marathon Man (1976) en The Boys from Brazil (1977) uitgroeien tot een welhaast mythische figuur. Daarnaast werd dankzij de eveneens verfilmde roman The Odessa Files (1972) van Frederick Forsyth druk gespeculeerd over het bestaan van een geheime organisatie van oud-SS’ers, genaamd ODESSA (Organisation der ehemaligen SS-Angehörigen). Deze organisatie zou tal van SS’ers en andere nazi’s naar Latijns-Amerika hebben gesmokkeld, van waaruit zij de oprichting van een Vierde Rijk voorbereidden.

Mensensmokkel

De laatste jaren is dankzij studies in tot dan toe gesloten archieven meer bekend geworden over de lotgevallen van voortvluchtige nazi’s in Europa en Latijns-Amerika. Een organisatie als ODESSA blijkt nooit te hebben bestaan. Wel waren er tamelijk losse netwerken van oude kameraden, die meer bezig waren met overleven dan met plannen voor een Vierde Rijk.

Zo is inmiddels vrij nauwkeurig in kaart gebracht hoevelen van hen via Italië naar Latijns-Amerika of het Midden-Oosten wisten te vluchten. Bij de organisatie van deze ‘rattenlijnen’, zoals deze smokkelroutes werden genoemd, speelden katholieke geestelijken een sleutelrol. Veel voortvluchtige nazi’s verbleven na 1945 een tijdlang in kloosters in Zuid-Tirol, het Duitstalige deel van Italië. Daar troffen ze soms ook Joodse overlevenden van de concentratiekampen, die op weg waren naar een Italiaanse havenstad om van daaruit de overtocht naar Palestina te maken.

In de bestuurlijke chaos van het naoorlogse Italië konden oorlogsmisdadigers en collaborateurs vrij makkelijk een andere identiteit aannemen. Sommigen verklaarden dat ze uit Zuid-Tirol kwamen, zoals Eichmann, Priebke en Mengele. Of ze beweerden, zoals de Gestapo-officier Klaus Barbie, dat ze verdreven waren uit Oost-Europa.

Duitsers en Oostenrijkers konden rekenen op de hulp van bisschop Alois Hudal, rector van het priestercollege Santa Maria dell’ Anima en al sinds de jaren dertig een groot bewonderaar van Adolf Hitler. Dankzij het netwerk van de ‘bruine bisschop’ wisten honderden voortvluchtige nazi’s reispapieren en een bootticket naar Latijns-Amerika of het Midden-Oosten te bemachtigen. De Hongaarse priester Edward Dömöter zorgde dat veel Hongaarse fascisten wisten te ontkomen. En vluchtende Kroaten konden in Rome terecht bij hun landgenoot monseigneur Krumoslav Draganovic, voormalig officier in de fascistische Ustasha-beweging en kapelaan in een concentratiekamp.

De Amerikanen zetten een rattenlijn op voor nazi’s met bruikbare vaardigheden of kennis

Hoeveel het Vaticaan precies wist van deze door katholieke geestelijken opgezette rattenlijnen is nog in nevelen gehuld (zie kader op p. XX). Zeker is wel dat de Amerikaanse inlichtingendiensten al vrij snel op de hoogte waren van deze mensensmokkel. Ze lieten deze bruine emigratie naar Latijns-Amerika oogluikend toe, omdat zo de anticommunistische krachten in dit deel van de wereld werden versterkt. Zeker toen de Koude Oorlog was uitgebroken was anticommunistische gezindheid belangrijker dan een brandschoon oorlogsverleden.

Daarom hadden de Amerikanen zelf ook een rattenlijn opgezet voor nazi’s met bruikbaar geachte vaardigheden of kennis, zoals kernwetenschappers en geheimagenten. De Amerikaanse inlichtingendienst hielp Klaus Barbie, bijgenaamd ‘de Slager van Lyon’, ontsnappen naar Bolivia in ruil voor zijn advies over effectieve ondervragingstechnieken. Ook daar liet deze wrede Gestapo-officier verschillende Boliviaanse dictators profiteren van zijn kennis.

Argentijns kernprogramma

De meeste nazi’s en collaborateurs kozen uiteindelijk voor Argentinië vanwege het actieve wervingsbeleid van dat land. De Argentijnse ambassade en consulaten in Italië verstrekten tussen 1945 en 1955 meer dan 10.000 paspoorten en blanco persoonsbewijzen aan nazi’s en collaborateurs. In veel gevallen stonden daar flinke geldbedragen tegenover, die niet zelden verkregen waren uit roof en plunderingen in bezette gebieden. De grootste gevers ontving regeringsleider Juan Perón samen met zijn vrouw, de legendarische Evita Perón, in zijn presidentieel paleis, het Casa Rosada in Buenos Aires.

Toch ging het Perón niet alleen om het geld. De oud-kolonel had veel sympathie voor Mussolini en Hitler, en was een groot bewonderaar van de Duitse militaire en wetenschappelijke prestaties. Hij hoopte dat Argentinië met hulp van Duitse militair experts, kernwetenschappers en ondernemers kon uitgroeien tot een economische en militaire grootmacht. Zo haalde hij de Duitse luchtvaartingenieur Kurt Tank naar Argentinië, die de beschikking kreeg over een eigen vliegtuigfabriek. Het door Tank ontworpen supersonische gevechtsvliegtuig Pulque II werd de trots van de Argentijnse luchtmacht.

Minder succesvol was het Argentijnse kernprogramma waarvoor Perón de Oostenrijker Ronald Richter had weten te strikken. Kosten noch moeiten werden gespaard om Richter te helpen met zijn revolutionaire plannen. Zo slaagde Perón er dankzij de bemiddeling van zijn Nederlandse vriend prins Bernhard in om enkele essentiële onderdelen bij Philips los te krijgen, zoals een elektromagnetische energiegeleider. Helaas voor Perón bleek de Oostenrijker niet de vermaarde kernwetenschapper voor wie hij zich uitgaf en liep het project spaak. Ook bij de vervanging van Richter moest Perón het doen met tweede garnituur.

Josef Mengele blijft onvindbaar en overlijdt tijdens het zwemmen aan een beroerte

De beste Duitse en Oostenrijkse wetenschappers, zoals V2-bouwer Wernher von Braun, bleken allang door de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie te zijn gestrikt. Toen Perón in 1955 werd afgezet, was het Argentijnse kernprogramma al een stille dood gestorven. De Argentijnse president moest nu zelf vluchten en vestigde zich in Franco’s Spanje.

Na de ontvoering van Eichmann in 1960 werden dankzij de volhardende zoektocht van nazi-jagers als Simon Wiesenthal en het Franse echtpaar Serge en Beate Klarsfeld meer voortvluchtige nazi’s opgespoord. Zo werd Erich Priebke gearresteerd in Bariloche en uitgeleverd aan Italië, waar hij terechtstond voor zijn aandeel in de moord op honderden Italiaanse verzetsstrijders. Bolivia leverde na stevige diplomatieke druk Klaus Barbie uit aan Frankrijk, waar hij tot levenslange gevangenisstraf werd veroordeeld. Maar andere nazi’s werden nooit gevonden. Zoals Josef Mengele, die na omzwervingen in Argentinië en Paraguay uiteindelijk in Brazilië terechtkwam. Terwijl de halve wereld naar hem op zoek was, leidde de Engel des Doods onder de naam Peter Hochbichler een anoniem bestaan in een saaie voorstad van São Paulo. Hij overleed er in 1979 toen hij tijdens het zwemmen een beroerte kreeg.

Koen Vossen is historicus, publicist en docent politicologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

 

Bevatten Vaticaanse archieven nieuwe aanwijzingen?

Op 1 maart 2020 werden de Vaticaanse archieven over oorlogspaus Pius XII eindelijk openbaar gemaakt. Het was een gebeurtenis waar historici reikhalzend naar hadden uitgekeken, want over de houding van deze Pius XII in de oorlogsjaren bestaat controverse.

De belangrijkste steen des aanstoots is ongetwijfeld dat de paus zich nooit in het openbaar heeft uitgelaten over de Holocaust. Daarnaast speelt de vraag wat het Vaticaan wist over de hulp aan vluchtende nazi’s en collaborateurs door katholieke geestelijken.

Het lijkt onwaarschijnlijk dat Pius XII en de latere paus Paulus VI hiervan niet van op de hoogte zijn geweest. Laatstgenoemde stond tussen 1945 en 1954 aan het hoofd van de Pontificale Commissie van Bijstand, die verantwoordelijk was voor de hulp aan de miljoenen ontheemden en vluchtelingen in het naoorlogse Europa.

De hulp die de katholieke kerk bood valt bovendien goed te verklaren uit de toenemende angst voor het oprukkende communisme. Daardoor waren de katholieken – net als de Amerikanen – minder kieskeurig in de keuze van hun bondgenoten.

Maar er waren ook grenzen aan de hulpvaardigheid, zo merkte Alois Hudal, de rector van het Duitse college die honderden voortvluchtige nazi’s hielp. Nadat in de media berichten waren verschenen over de activiteiten van deze ‘bruine bisschop’ werd hij in 1947 door het Vaticaan op een zijspoor gezet. Wat de precieze achtergronden zijn geweest van Hudals aftocht moet archiefonderzoek nog uitwijzen.

Een foute Nederlander in Argentinië

Vanaf 1945 vestigden zich in Argentinië ook ‘foute Nederlanders’, zoals de SS’ers Abraham Kipp en Jan Olij. De bekendste Nederlander in Argentinië was ongetwijfeld Willem Sassen, die als oorlogsverslaggever van de SS verslag had gedaan van de inval in de Sovjet-Unie.

Na de oorlog wist hij uit een interneringskamp in Fort Blauwkapel bij Utrecht te ontsnappen en via Ierland samen met zijn vrouw naar Argentinië te reizen. De charmante polyglot Sassen verkeerde in Buenos Aires al snel in kringen van gevluchte nazi’s, werd redacteur van het plaatselijke nazi-tijdschrift Der Weg en schreef als correspondent ook voor bladen als het Duitse Stern en het Amerikaanse Time Life. Daarnaast schopte hij het tot perschef van presidentsvrouw Evita Perón. Bij een bezoek van prins Bernhard aan het presidentspaar trad Sassen zelfs op als tolk.

In 1956 verzocht buurtgenoot Adolf Eichmann Sassen om hem te helpen met zijn memoires. Tussen 1956 en 1960 interviewde Sassen deze nazi tientallen malen, goed voor een verslag van 850 getypte pagina’s. Nadat Eichmann in mei 1960 in Buenos Aires door de Mossad was ontvoerd, verkocht Sassen de transcripten voor tienduizenden dollars aan Stern en Time Life. Verder werkte Sassen voor onder meer de Chileense dictator Augusto Pinochet en de Paraguayaanse dictator Alfredo Stroessner, terwijl hij de Israëlische Mossad tegen betaling hielp zoeken naar Josef Mengele. Net als zijn landgenoten in Argentinië Kipp en Olij slaagde Sassen erin om uit handen van de Nederlandse justitie te blijven en stierf hij op hoge leeftijd in zijn nieuwe thuisland, Argentinië.

Meer weten

De rattenlijn. Leugens, liefde en gerechtigheid op het pad van een nazi-vluchteling (2020) door Phillipe Sands.

The Real Odessa. How Peron Brought The Nazi War Criminals to Argentina (2002) door Uki Goñi.

Nazis on the Run. How Hitler’s Henchmen Fled Justice (2011) door Gerald Steinacher.

‘Kriegsberichter’, Nederlandse SS-oorlogsverslaggevers 1941-1945 (2004) door Gerard Groeneveld.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 1-2021