• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Historisch Nieuwsblad 1/2020

    Liever een sterke man

    Brazilië heeft zwakke democratische traditie

    Door: Ivo van de Wijdeven

    De keus van de Brazilianen voor de rechts-populistische Jair Bolsonaro als president past in de autoritaire traditie van het land. Brazilië is decennialang geregeerd door militaire junta’s. Slechts een derde van de inwoners vindt democratie de beste staatsvorm.

    Sinds een jaar is Jair Bolsonaro, een uitgesproken rechtse oud-officier, president van Brazilië. Bolsonaro steekt de nostalgische gevoelens die hij koestert voor de tijd dat Brazilië werd geregeerd door een militaire junta niet onder stoelen of banken. Zo heeft hij de periode tussen 1964 en 1985 weleens gekenschetst met een variatie op het motto op de Braziliaanse vlag: ‘twintig jaar van orde en vooruitgang.’

    Bolsonaro gaat voorbij aan het feit dat de junta Brazilië in een ijzeren greep hield en elke vorm van oppositie met grof geweld beantwoordde. Honderden critici van het regime, onder wie leden van het gewapend verzet, werden gedood of verdwenen simpelweg spoorloos. Duizenden Brazilianen werden opgesloten en gemarteld. Sterker nog: Bolsonaro noemt een van de meest beruchte beulen, kolonel Carlos Alberto Brilhante Ustra, een held.
     

    Roep om verandering

    Brazilië is een relatief jonge democratie. In 1889 werd het land na een militaire staatsgreep een republiek, maar slechts een miniem percentage van de bevolking had daadwerkelijk stemrecht. Rijke plantagehouders vormden een kleine oligarchie die het land bestuurde.
     

    Tussen 1964 en 1985 houdt een junta Brazilië in een ijzeren greep

    In 1930 schaarde het leger zich in een coup achter president Getúlio Vargas. Hij vertegenwoordigde een nieuwe elite van stedelijke industriëlen en zakenlui. Brazilië werd geïndustrialiseerd en gemoderniseerd, en er ontstond een hechte band met het Amerikaanse bedrijfsleven. Maar ook Vargas hield de touwtjes stevig in handen; van 1937 tot 1945 heerste hij als dictator.

    Direct na de Tweede Wereldoorlog gooide Vargas het roer om: Brazilië werd een echte democratie. Maar politieke onrust en economische problemen waren aan de orde van de dag. Door enorme investeringen balanceerde Brazilië op het randje van het faillissement. De bevolking zuchtte onder een torenhoge inflatie: de waarde van de cruzeiro halveerde jaarlijks. De inkomensverschillen waren gigantisch en veel Brazilianen leefden in armoede. Grote Amerikaanse bedrijven in Brazilië exporteerden ondertussen voor een schijntje grondstoffen als koffie, rubber en olie.

    De Brazilianen riepen steeds luider om verandering, en de in 1961 aangetreden president João Goulart besloot daar gehoor aan te geven. Hij kondigde een reeks hervormingen af; zo werd onder meer het stemrecht uitgebreid, het onderwijs verbeterd (analfabetisme was wijdverspreid) en grootgrondbezit aangepakt. Bovendien beloofde Goulart de oliereserves te nationaliseren en buitenlandse bedrijven te verplichten hun winst in Brazilië te investeren.
     

    Mijnwerkers halen zakken met erts uit een goudmijn in Serra Pelada, 1985.


    Amerikaanse inmenging

    De conservatieve Braziliaanse elite koesterde al langer wantrouwen tegen Goulart. Hij werd afgeschilderd als communist en zijn hervormingsagenda paste in dat plaatje. Net als in 1889 en 1930 besloot het leger – dat zichzelf verantwoordelijk achtte voor de stabiliteit van de staat en communisme als het grootste gevaar zag – in te grijpen. Op 1 april 1964 werd Goulart afgezet.

    De Verenigde Staten steunden de staatsgreep tegen Goularts ‘linkse regime’. Een vlooteenheid met het vliegdekschip USS Forrestal stond paraat om in te grijpen en president Johnson gaf toestemming voor de levering van munitie en brandstof. Ook de CIA was actief in Brazilië ten tijde van de coup.

    Het resultaat? De politieke banden werden aangehaald. Onder het militaire regime werd Brazilië een trouwe bondgenoot in de Koude Oorlog. De belangen van het Amerikaanse bedrijfsleven waren veiliggesteld. Brasilia kon voortaan rekenen op politieke én financiële steun uit Washington.

    Het hielp dat de vijf generaals die tussen 1964 en 1985 het Braziliaanse presidentschap vervulden in hun jonge jaren aan Amerikaanse militaire academies hadden gestudeerd. De vijf vertegenwoordigden twee stromingen in het leger: ‘liberale’ bureaucraten en autoritaire nationalisten.

    Humberto de Alencar Castelo Branco, die de eerste drie jaar na de staatsgreep aan het roer stond, behoorde tot de eerste stroming. Hij beloofde na twee jaar plaats te maken voor een democratisch gekozen president, maar daar kwam niets van terecht. Castelo Branco legde een stevig fundament voor de militaire dictatuur. De president kreeg uitgebreide bevoegdheden. Het Braziliaanse parlement, het Nationaal Congres, werd gezuiverd: politieke partijen moesten verplicht fuseren. Door getrapte verkiezingen kwam de gewenste kandidaat altijd bovendrijven. En anders werden verkiezingsuitslagen gemanipuleerd.

    Castelo Branco beteugelde ook de inflatie. De cruzeiro devalueerde, subsidies op olie en graan werden afgeschaft, en lonen werden gematigd. Zijn strikte bezuinigingsbeleid kon rekenen op instemming van het IMF en de Wereldbank. Castelo Branco hoefde niet bang te zijn voor negatieve reacties uit de samenleving. Het Nationaal Congres was gevuld met jaknikkers en opstandige vakbondsleden werden eenvoudigweg opgepakt. Brazilië werd als lagelonenland aantrekkelijk voor buitenlandse investeerders. Opnieuw waren het vooral Amerikaanse bedrijven die profiteerden.

    Maar in eigen land verloor de militaire junta met rasse schreden de steun van de bevolking. Alleen de elite profiteerde. De inkomensverschillen groeiden en daarmee ook het verzet tegen het regime. De vakbonden werden steeds mondiger en kregen ook steun van een groeiend aantal studenten en priesters van de invloedrijke katholieke kerk. Zelfs in het gezuiverde Nationaal Congres klonken kritische geluiden. 
     

    Hardliner

    In 1967 trad generaal Artur da Costa e Silva aan als president. Waar Castelo Branco als intellectueel bekendstond, gold Costa e Silva als een luidruchtige lomperik die zich meer thuis voelde op de renbaan van Rio de Janeiro dan in de bibliotheek van de militaire academie. Achter de schermen had Costa e Silva al langer kritiek op Castelo Branco, die hij te soft vond.
    Eenmaal president pakte de nationalistische hardliner het heel anders aan. In december 1968 kondigde hij de wet AI-5 af. Daarmee ontketende Costa e Silva een periode van totale repressie.

    Onder AI-5 regeerde de president per decreet; het Nationaal Congres ging op slot. Politici die zich tegen het regime uitspraken werden gearresteerd. Iedereen in overheidsdienst – van leraar tot rechter – kon zonder pardon worden ontslagen. Dankzij zware censuur bezongen media het regime. Demonstraties werden als staatsgevaarlijk bestempeld en dus verboden. Straffen werden zonder tussenkomst van de rechter voltrokken door militaire tribunalen. De doodstraf werd heringevoerd. Kortom, het militaire regime kreeg vrij spel.

    Linkse groeperingen gingen over tot gewapend verzet. Door bankovervallen en ontvoeringen, waaronder die van de Amerikaanse ambassadeur, kwam Brazilië internationaal in de schijnwerpers te staan. Het Handboek voor stadsguerrilla van de prominente leider Carlos Marighella werd het standaardwerk voor linkse terroristische groeperingen als de Duitse Rote Armee Fraktion.
     

    Doof voor kritiek

    President Costa e Silva overleed in 1969 aan de gevolgen van een beroerte. Zijn opvolger Garrastazu Médici was ook een generaal van de autoritaire leest. Hij gebruikte alle mogelijkheden van AI-5 om keihard op te treden tegen guerrillabewegingen. Het leger maakte al snel korte metten met de stadsguerrilla’s. Hun aanvoerders werden vermoord en sympathisanten werden gevanggenomen en gemarteld. In gevangenissen leefden de beulen zich uit. Politiek gevangenen kregen elektrische schokken op een volledig metalen ‘drakenstoel’ of werden langdurig ondersteboven vastgebonden aan ‘de zitstok van de papegaai’. Alleen in de uitgestrekte oerwouden hield een groep van circa 80 communistische strijders het vol tot 1975.


    In 1970 wint het Braziliaanse voetbalelftal het WK in Mexico

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen