Home Dossiers Tweede Wereldoorlog ‘De schaduw van Churchill hangt over Engeland’

‘De schaduw van Churchill hangt over Engeland’

  • Gepubliceerd op: 1 november 2022
  • Laatste update 24 nov 2022
  • Auteur:
    Teun Willemse
  • 11 minuten leestijd
‘De schaduw van Churchill hangt over Engeland’
Cover van
Dossier Tweede Wereldoorlog Bekijk dossier

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Historischnieuwsblad.nl? U bent al lid vanaf €3,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Terwijl analisten zich het hoofd breken over Poetins ambities en drijfveren, komt de Britse historicus sir Ian Kershaw met een overzichtswerk van twintigste-eeuwse machthebbers en hun persoonlijkheid. Ambitieuze, egocentrische en nietsontziende leiders wisten Europa blijvend te veranderen. Volgens Kershaw moeten we de dreiging van autocratisch leiderschap retorisch te lijf gaan. ‘Laten we de triomfen van onze democratie gaan vieren.’

Kunnen politieke leiders de geschiedenis fundamenteel veranderen?

‘Absoluut. Zonder Hitler had de Holocaust niet plaatsgevonden en was de Tweede Wereldoorlog heel anders verlopen. Misschien dat die oorlog zonder de Führer niet eens had plaatsgevonden. Dictators als Adolf Hitler, Jozef Stalin en Benito Mussolini konden de geschiedenis alleen beïnvloeden dankzij de tijdgebonden omstandigheden die hen aan de macht hielpen. Als ze in een ander tijdperk hadden geleefd, waren ze veel minder invloedrijk geweest. Bovendien zijn er veel historische ontwikkelingen die machthebbers niet kunnen tegenhouden. De politieke en sociale stromingen van de twintigste eeuw waren niet het gevolg van de acties van individuen.’

Sir Ian Kershaw

(1943) is een Brits historicus. Tot aan zijn pensioen doceerde hij als hoogleraar hedendaagse geschiedenis aan de universiteit van Sheffield. In oktober publiceerde hij zijn nieuwste boek: Persoonlijkheid en macht. Politieke leiders die het moderne Europa veranderden (528 p. Het Spectrum, € 39,99). Eerder verschenen van hem onder meer een veelgeprezen tweedelige biografie van Hitler (2010), Keerpunten (2015), De afdaling in de hel (2015), Een naoorlogse achtbaan (2018) en Tot de laatste man (2019). Zijn werk werd in meer dan twintig landen vertaald.

Welke leider heeft de meeste invloed gehad op de twintigste eeuw?

‘In de eerste helft van de eeuw was dat Hitler, want Stalin en Winston Churchill reageerden slechts op hem. Hitler was de man die Europa wilde veroveren en de omstandigheden creëerde waardoor andere wereldleiders in actie moesten komen. In de tweede helft van de twintigste eeuw was Gorbatsjov het meest invloedrijk. Dat is een minder controversiële keuze: met de val van het IJzeren Gordijn luidde hij een nieuw tijdperk in. Hij leek Europa een mooie toekomst te bezorgen, al lijkt die nu minder rooskleurig.’

Michail Gorbatsjov bij een restant van de Berlijnse Muur, 1998.

Is de kijk op de invloed van politieke leiders de afgelopen decennia veranderd?

‘Dat is vooral in Duitsland gebeurd. Vlak na de Tweede Wereldoorlog was daar de great man theory populair: Hitler kreeg de erkenning en schuld van alle goede en slechte gebeurtenissen in het Derde Rijk. Door naar Hitler en zijn schurken te wijzen verdedigden historici de Duitse samenleving. In de jaren zestig volgde een tegenreactie en werd de invloed van politieke leiders genuanceerd. Hitler werd toen door sommigen zelfs een “zwakke dictator” genoemd.’

Meer lezen over Adolf Hitler en andere politieke leiders? Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.

Werden dictators gereduceerd tot radertjes in een systeem?

‘De geschiedschrijving werd in de jaren zestig marxistisch: het verleden bestond uit structurele ontwikkelingen waarin individuen slechts een marginale functie hadden. Maar na de val van het IJzeren Gordijn draaide dat paradigma weer om en kregen politici en staatshoofden opnieuw een belangrijke rol in de geschiedenis. Vanaf dat moment werden er niet alleen boeken geschreven over grote namen als Hitler en Hermann Göring, maar ook over regionale leiders. Dat was twintig jaar eerder ondenkbaar.’

“Veel leiders zagen zichzelf als redders van hun land”

Wat kenmerkt volgens u een goede leider?

‘Ik heb genoeg van charismatische politici en heb liever een saaie, competente leider. Angela Merkel vond ik een geschikte bondskanselier, al draaide haar bereidheid om met Poetin samen te werken uit op een mislukking. Toch is dat het belangrijkst voor een leider: hij of zij moet bereid zijn om samen te werken. Neem bijvoorbeeld Churchill, die snelle beslissingen moest nemen in de oorlog, maar erg impulsief was en veel fouten had kunnen maken als zijn generaals hem daar niet voor hadden behoed. Meestal ging het niet van harte, maar uiteindelijk luisterde de Britse premier naar wat zijn generaals hem adviseerden. Hitler deed dat niet. Hij negeerde het advies van zijn militaire leiding en stapelde daardoor fout op fout.’

U schrijft in uw boek dat we het niet over ‘grote’ historische figuren moeten hebben.

‘Ik heb het liever over invloedrijke personen, want “grootheid” is geen nuttige term. Het valt niet te definiëren en is moreel problematisch. Hitler of Stalin noemen we vanwege hun gruweldaden niet groots, maar bij de Mongoolse leider Djengis Khan gebeurt dat soms wel, terwijl ook hij miljoenen doden op zijn geweten heeft. Henry Kissinger definieert “grote” personen in zijn nieuwste boek als mensen die tegen de heersende opvattingen van hun tijd ingaan. Maar dat geldt zowel voor de helden als voor de monsters uit onze geschiedenis.’

Was de status van ‘grootheid’ wel een doel voor twintigste-eeuwse leiders?

‘Voor veel van hen wel: ze wilden aanbeden worden door hun volgers. Veel twintigste-eeuwse leiders waren ervan overtuigd dat ze een lotsbestemming hadden. Ze zagen zichzelf als fenomenale figuren die hun land zouden redden.’

“Ik heb liever een saaie dan een charismatische leider”

Heeft Poetin dat gemeen met de leiders van toen?

‘Ik denk dat Poetin inderdaad zo denkt, net als Donald Trump. Maar de meeste hedendaagse leiders zullen zoiets niet hardop uitspreken. Een Europees staatshoofd dat nu roept dat hij of zij “voorbestemd” is om een land te leiden, wordt het mikpunt van spot. Daar hadden leiders in de twintigste eeuw minder moeite mee. Toen Charles de Gaulle vijftien jaar oud was, schreef hij al een essay over generaal De Gaulle die Frankrijk van de ondergang redde. En Churchill schreef in zijn memoires dat hij “het pad van het lot” volgde toen hij in 1940 premier werd.’

Moeten historici zich meer verdiepen in psychologie om historische figuren beter te begrijpen?

‘Helaas hebben de politieke leiders uit de twintigste eeuw nooit hun verhaal gedaan bij een psycholoog. We hebben daar in elk geval geen weet van, dus we kunnen alleen maar gissen naar de mentale staat van mannen als Mussolini, Franco en De Gaulle. Maar zelfs als historici meer van psychologie zouden weten, betwijfel ik of ze de complexe ontwikkelingen in het verleden aan de veelbewogen jeugd van politieke leiders toe kunnen schrijven. Zouden we de persoonlijkheidskenmerken van Hitler of Stalin bijvoorbeeld moeten wijten aan mishandeling door hun ouders? Ik heb daar sterke twijfels over.’

Het zou kunnen helpen om overeenkomsten in hun persoonlijkheden te ontdekken. U schrijft bijvoorbeeld dat veel invloedrijke leiders weinig vrienden hadden.

‘Dat klopt, maar Churchill had juist een heleboel vrienden en was erg sociaal en gevat. Zijn persoonlijkheid wijkt op veel punten af van die van de andere leiders uit de twintigste eeuw. De Gaulle was wel een hooghartige, vervelende man. Maar moeten we dat toeschrijven aan zijn familieachtergond? Ik denk dat het beter is om daar niet over te speculeren. We kunnen concluderen dat deze politici andere karaktertrekken hebben dan “de gewone man”, maar waarom ze zijn zoals ze zijn kunnen we niet verklaren.’

Hebben de leiders van de vorige eeuw meer karaktertrekken gemeen?

‘Het waren stuk voor stuk gedreven en vastberaden individuen. Ze waren vreselijk ambitieus en extreem egocentrisch – soms zelfs narcistisch. Bovendien waren ze autoritair en meedogenloos. De meedogenloosheid van Stalin is natuurlijk anders dan die van Churchill, maar politici die historische verandering wilden bewerkstelligen moesten bereid zijn over lijken te gaan.’

Hoe heeft Churchill de geschiedenis veranderd?

‘Als Churchill in mei 1940 geen premier was geworden, had de geschiedenis van Groot-Brittannië en Europa er heel anders uitgezien. Waarschijnlijk had lord Halifax dan op het pluche gezeten. Halifax was minstens zo patriottisch als Churchill, maar neigde naar appeasementpolitiek. Die tactiek heeft nu een slechte naam, maar destijds hoopte de meerderheid van de Britten op vredesonderhandelingen. Ze hadden net de Eerste Wereldoorlog achter de rug en wilden een tweede voorkomen. Halifax zag zichzelf niet als oorlogsleider, maar de strijdlustige Churchill wilde niets liever. Dankzij zijn stellige overtuiging dat appeasement geen optie was, trokken de Britten ten strijde. Dat besluit heeft grote gevolgen gehad voor Europa en heeft Churchills reputatie bijna volledig bepaald. Vóór de oorlog was hij eigenlijk een mislukte politicus, en toen hij in 1951 terugkeerde als premier deed hij ook geen uitzonderlijke dingen meer.’

Winston Churchill ontspant achter het schildersdoek, 1946.

U schrijft dat Churchills persoonlijkheid nog steeds een last is voor de Britten.

‘Groot-Brittannië is bovenmatig veel bezig met de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog. Duinkerken, D-day, de Battle of Britain – de Britten beschouwen de oorlog als een triomf die sterk samenhangt met Churchill. Zijn schaduw hangt daardoor nog steeds over het eiland. Door zich te spiegelen aan Churchills onverzettelijkheid is het voor de Britten lastig om hun tanende naoorlogse positie in de wereld te accepteren. In 1962 zei de Amerikaanse minister Dean Acheson al dat Groot-Brittannië een keizerrijk had verloren en een rol zocht in de wereld. Dat is eigenlijk nog steeds het geval.’

Hangt Mussolini’s schaduw ook nog over Italië?

‘In mindere mate, al moest Giorgia Meloni zich tijdens haar campagne wel distantiëren van Mussolini om de verkiezingen te winnen. Datzelfde geldt voor extreem-rechtse politici in Duitsland: neonazi’s kunnen daar niet openlijk sympathiseren met Hitler. Maar in Italië is Mussolini voor politici wel minder problematisch dan Hitler in Duitsland. Il Duce spreekt een deel van het Italiaanse volk nog steeds aan.’

Meloni begon haar politieke carrière toch bij een beweging die voortkwam uit Mussolini’s partij?

‘Dat klopt, maar Meloni treft nu een heel ander Italië aan dan Mussolini. Ze heeft inmiddels geaccepteerd dat Italië deel uit moet maken van de Europese Unie. De Europese samenwerking beperkt Meloni in haar mogelijkheden; de EU maakt het lastig om haar plannen rond thema’s als migratie te verwezenlijken. Dat is de aard van de populistische politiek: ideeën blijken moeilijker uitvoerbaar dan ze door populisten worden voorgesteld, waardoor populistische leiders niet lang aan het roer blijven. Eigenlijk weet alleen Viktor Orbán in Hongarije die trend te doorbreken.’

De nieuwe Italiaanse premier Giorgia Meloni heeft zich gedistantieerd van Mussolini.

Is de opkomst van Orbán een voorbeeld van wat er gebeurt als een democratie onder druk staat?

‘Dan ontstaat er ruimte voor autoritaire leiders. De liberale democratie heeft de afgelopen vijftien jaar veel te verduren gehad: de financiële crisis in 2008, de migratiecrisis, de Brexit en de coronacrisis. Veel Europeanen hebben daardoor het gevoel gekregen dat de liberale democratie hen in de steek laat. Overheden moeten de welvaart en veiligheid van de bevolking beschermen, maar dat gebeurt volgens burgers te weinig. Dat geeft populisten de kans om met “simpele oplossingen” te komen voor problemen die in werkelijkheid erg complex zijn. Om met Churchill te spreken: democratie is de slechtste staatsvorm, op alle andere na. We moeten onze democratie verdedigen en niet bang zijn daarbij een beroep te doen op emotie. Populisten spelen vaak in op de onderbuikgevoelens van de samenleving, maar er zijn ook genoeg sentimentele redenen om de democratie te bepleiten. Laten we de triomfen en successen van onze democratie meer vieren en uitdragen, want dit systeem heeft ons vrijheden en vrede gebracht.’

Bent u positief over de toekomst van de democratie in Europa?

‘We kunnen niet achteroverleunen, maar ik ben voorzichtig optimistisch. De democratische wortels die Europa de afgelopen zeventig jaar heeft geplant, reiken diep. Als we de ondermijning van de democratie door populisten tegemoet treden met onze eigen retorische agressie, denk ik dat westerse vormen van de liberale democratie zullen overleven.’

“De Russische elite staat gebruik van kernwapens niet toe”

Is het voor leiders lastiger om historische verandering te bewerkstelligen dan een eeuw geleden?

‘Poetin is op dit moment bezig de loop van de geschiedenis te beïnvloeden en Donald Trump heeft ook al een grote impact gehad. Ik denk niet dat leiders nu meer of minder invloed hebben dan een eeuw geleden, al kunnen dictators en autocraten dankzij de aanwezigheid van kernwapens minder snel naar hun ultieme wapentuig grijpen dan aan het begin van de twintigste eeuw.’

Andersom redeneren kan ook: de nucleaire knop geeft leiders een uitgelezen mogelijkheid om geschiedenis te schrijven.

‘Dat klopt, maar dan riskeren ze dat er geen geschiedenis overblijft waarvan zij deel uitmaken. Analisten vragen zich af of Poetin tactische kernwapens zal inzetten in Oekraïne. Als hij dat doet, zou het een gamechanger zijn en geloof ik niet dat het Westen dan met conventionele wapens kan reageren. Dat zou een teken van zwakte zijn. Zelf denk ik niet dat Poetin naar zijn kernwapens zal grijpen, want de Russische elite zal niet toestaan dat hij hun land vernielt. Toen de nederlaag van het Derde Rijk in 1945 aanstaande was, vond Hitler dat het Duitse volk het niet verdiende om te overleven. Hij koos voor de tactiek van de verschroeide aarde en wilde Duitse steden vernietigen, maar de mannen om hem heen hielden hem tegen. De elite rond Poetin zal hem ook beteugelen als hij kernwapens wil gebruiken.’