• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 10/2014

    Jean-Bédel Bokassa (1921-1996)

    Keizer en kannibaal

    Door: Koen Vossen

    Met steun van de Fransen greep Jean-Bédel Bokassa in 1966 de macht in Centraal-Afrika. Hij leek een onschadelijke marionet. Tot hij zijn verstand verloor en aan grootheidswaan begon te lijden.
     

    De kroning van Jean-Bédel Bokassa tot keizer op 4 december 1977 was wereldnieuws. Met een mengeling van spot en afgrijzen berichtten de internationale media over het pompeuze festijn in de Centraal-Afrikaanse hoofdstad Bangui. De ceremonie was grotendeels een kopie van de kroning van Napoleon Bonaparte in 1804. Gekleed in een hermelijnen mantel met een sleep van elf meter besteeg Bokassa I een enorme gouden troon in de vorm van een adelaar. Naast hem de jongste van zijn drie vrouwen, Catherine, die zich keizerin mocht noemen, en zijn favoriete zesjarige zoon in een fraai wit kostuum. Meer dan vijfduizend internationale gasten, onder wie geen enkel staatshoofd, waren uitgenodigd voor een uitgebreid banket, waarvoor 240 ton aan eten en drinken was geïmporteerd. Het hele festijn kostte naar schatting een derde van de jaarlijkse begroting van het keizerrijk. Voor verschillende landen en ontwikkelingsorganisaties was het voldoende reden om de hulp aan het land te staken.

    Met de kroning was Bokassa er in elk geval wel in geslaagd om zijn land op de kaart te zetten. Voordat hij er het Centraal-Afrikaans Keizerrijk van maakte, heette het land de Centraal-Afrikaanse Republiek, terwijl het in de koloniale tijd bekendstond als Oubangui-Chari. In augustus 1960 was dit deel van het Franse koloniale rijk onafhankelijk geworden, net als vrijwel alle andere Franse koloniën in Afrika. De weinig fantasierijke naam van het nieuwe land was een indicatie dat die onafhankelijkheid door niemand werkelijk gewenst was. Van een nationalistische onafhankelijkheidsbeweging was nauwelijks sprake geweest. Enige samenhang tussen de verschillende delen van het op de koloniale tekentafel uitgetekende land bestond er niet. De Franse overheid had weinig aandacht besteed aan de ontwikkeling van dit uitgestrekte, maar dunbevolkte deel van haar wereldrijk. Allerlei Franse ondernemingen hadden de vrije hand gekregen om de kolonie vrijwel leeg te plunderen. De bevolking was rond 1960 teruggelopen tot nog geen 2 miljoen.

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen