• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 9/2010

    Hoe de Koude Oorlog een gezamenlijke oorlogsherdenking onmogelijk maakte

    'Stilte' na de oorlog?

    Door: Ismee Tames en Jolande Withuis
    Een veelgehoorde uitspraak is dat na 1945 de Tweede Wereldoorlog lange tijd werd doodzwegen. In werkelijkheid was er wel degelijk aandacht voor. Maar de Koude Oorlog maakte gezamenlijk herdenken onmogelijk. De oorlog was in de eerste naoorlogse jaren nog alom aanwezig. Dat kon ook haast niet anders. De gevolgen van de bezettingstijd beheersten letterlijk het dagelijks leven. Er was onzekerheid over het lot van weggevoerden, primaire levensbehoeften waren nog op de bon, materiële schade moest worden hersteld en er heerste woningnood.
     

    Sterke behoefte aan herdenken en berechten

    Er leefde bovendien een sterke behoefte aan herdenken en berechten. In Amsterdam herdachten in 1946 zo’n 50.000 mensen de Februaristaking. Tot in de kleinste steden en dorpen werden gedenkplaatsen opgericht. De berechting van voormalige collaborateurs trok de eerste tijd ruime aandacht. Kranten maakten grote verslagen, en de publieke tribune van het Amsterdamse Bijzonder Gerechtshof was in 1947 te klein om alle belangstellenden te herbergen voor het proces tegen Nederlands meest beruchte Jodenjaagster, Ans van Dijk.

    Het publiek gaf ook blijk van belangstelling voor wat kampgevangenen hadden doorstaan. Veel kampoverlevenden grepen naar de pen om de wereld van hun lotgevallen te vertellen. Die geschriften vlogen de winkels uit. Van Karel van Staals Terug uit de Hel van Buchenwald (1945) werden bijna een half miljoen exemplaren verkocht. Behalve op papier deden teruggekeerde gevangenen hun relaas ook op de radio, op openbare vergaderingen en in kranten. Daarbij moet worden aangetekend dat dit meestal ex-politieke gevangenen waren; Joodse overlevenden traden minder in de openbaarheid. Onderscheid tussen concentratie- en vernietigingskampen werd zelden gemaakt.

    Eveneens anders dan het clichébeeld wil, beseften medici wel degelijk dat de oorlogsellende een lange schaduw kon hebben. Zo werd nog tijdens de bezetting de uitgave voorbereid van het Maandblad Geestelijke volksgezondheid (MGv), waarvan het eerste nummer verscheen in het najaar van 1945. In de beginjaren vormde ‘geestelijke oorlogsschade’ het hoofdonderwerp van het blad. Nazorg was volgens het blad onder meer nodig voor ondergedoken Joodse kinderen, oorlogswezen, teruggekeerde gevangenen, verzetsmensen, ex-KNIL-soldaten en kinderen van NSB’ers en SS’ers.
     

    In de vroege jaren na de oorlog vlogen de geschriften waarin kampgevangenen vertelden over hun lotgevallen de winkels uit

    En dan werden er in die vroege jaren ook nog diverse onderzoeken opgezet naar de gang van zaken tijdens de bezetting. Zo stelde het Rode Kruis de zogenoemde Pakkettencommissie in, die eind 1947 rapporteerde over de nalatigheid van deze hulporganisatie jegens Nederlandse kampgevangenen. Tussen 1947 en 1952 vond de Parlementaire Enqûete naar het Regeringsbeleid tijdens de oorlog plaats. En na een oproep stuurden talloze Nederlanders hun documenten naar het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, zodat dat de recente geschiedenis kon vastleggen.

    Deze sfeer sloeg na enkele jaren om. De kampbrochures belandden in de uitverkoop. Het MGv besteedde nauwelijks meer aandacht aan de oorlog. Pas na 1966 begonnen er weer stukken te verschijnen over de oorlogsgevolgen. Hetzelfde gebeurde met de verzetsbiografieën: in de eerste drie jaar verscheen een flinke stapel, in de daaropvolgende vijftien alleen een levensschets van communiste Hannie Schaft. Pas halverwege de jaren zestig volgde een stapvoetse terugkeer, die vanaf midden jaren tachtig veranderde in een grote stroom.
     

    Flink zijn als remedie

    De gangbare verklaring voor de omslag eind jaren veertig is dat de mensen verzadigd waren. Men wilde niet langer worden herinnerd aan het leed. Het Nederlandse mentale klimaat in die ‘jaren van tucht en ascese’ bevorderde de zwijgzaamheid. Flink zijn werd beschouwd als de beste remedie om narigheid te boven te komen. Anders dan in bijvoorbeeld Frankrijk en Denemarken was hier de aandacht voor de gezondheidsproblemen van de teruggekeerden uit de kampen van korte duur. Omdat ook de voormannen van het voormalig verzet vonden dat het normale leven moest worden hernomen, werden de klinieken waar verzetslieden bijkwamen van hun ontberingen al in 1949 gesloten. Beter dan te blijven steken in het verleden, was het alle energie in te zetten voor de wederopbouw. Wat voor zin had het te blijven nakaarten over wat er was gebeurd? Er was werk aan de winkel.

    De stemming veranderde echter niet alleen door economische en mentale factoren. Ten minste zo belangrijk waren de politieke ontwikkelingen. Er was een nieuwe oorlog begonnen, waardoor Duitsland van vijand veranderde in bondgenoot en de Sovjet-Unie van bondgenoot in vijand. Deze nieuwe formatie versterkte de neiging om de Tweede Wereldoorlog tot voltooid verleden tijd te verklaren. Het communisme was de nieuwe totalitaire vijand.



    De gangbare periodisering die stelt dat in Nederland tot eind jaren zestig alleen ‘het verzet’ aandacht kreeg, verhult het IJzeren Gordijn dat ook neerdaalde binnen die kringen. Van ‘het’ verzet was na de communistische coup in Praag 1948 geen sprake meer. De communisten, die als ‘goed’ uit de oorlog waren gekomen, werden nu gewantrouwd als een vijfde colonne van ‘ratten die knaagden aan de fundamenten van de democratie’ en als ‘de NSB’ers van de toekomst’. In 1949 werden zij zelfs uit de Vereniging van Ex-Politieke Gevangenen (Expogé) gezet.

    Het communisme was indertijd geen onbeduidende stroming. In Oost-Europa waren de communisten aan de macht, in Frankrijk en Italië zaten ze in de regering en in Nederland behaalden ze bij de eerste verkiezingen 10 procent van de stemmen. De CPN werd in Amsterdam zelfs de grootste partij. De Waarheid was direct na de oorlog de grootste krant van Nederland.
     

    Van 'het verzet' was na de communistische coup in Praag in 1948 geen sprake meer

    De Koude Oorlog was van niet te onderschatten invloed op de omgang met de Tweede Wereldoorlog. Zo ging Expogé in 1952 mede akkoord met de gratiëring van de ter dood veroordeelde oorlogsmisdadiger Willy Lages om maar niet de schijn te wekken dat zij het massale protest steunde dat de communisten op de been hadden gebracht. Pleidooien van CPN-Kamerleden voor hard optreden tegen ‘herlevend fascisme’ werden door andere parlementariërs goeddeels genegeerd. De Nederlandse overheid weigerde herdenkingen in Auschwitz bij te wonen, aangezien men in principe geen bezoeken bracht ‘achter het IJzeren Gordijn’.

    Auschwitz-herdenkingen in Nederland waren eveneens taboe. Loe de Jong waarschuwde nog in 1968 dat een fatsoenlijk mens een communistische mantelorganisatie als het Auschwitz-comité maar beter kon mijden. Dat klinkt ons cru in de oren, nu het Auschwitz-comité en de Auschwitz-herdenking gerespecteerde instituties zijn geworden, maar met zijn beschuldiging dat de communisten de Tweede Wereldoorlog misbruikten als instrument in de alledaagse politieke strijd had De Jong gelijk.

    Toch leidde de vrees voor een communistisch karretje te worden gespannen nooit tot absolute stilte. Terwijl de overheid de herdenking van de kampen tegenwerkte, spanden clubjes ex-gevangenen van zowel links als rechts zich – meestal in onderlinge strijd – in om de nagedachtenis van de gestorven kampvrienden levend te houden. Of het nu ging om Natzweiler, Dachau, Buchenwald of Auschwitz – er werden pogingen gedaan tot herdenking, zowel in Nederland als op de plek des onheils zelf.

    Onthulling van een 'fout' verleden

    Met de regelmaat van de klok deden zich affaires voor als van een publiek persoon een ‘fout’ verleden werd onthuld. Hoewel de communisten gretig insprongen op dergelijke affaires, bleven zij beslist niet als enigen alert. Zo was er in 1953 veel ophef toen oud-NSB’ers een nieuwe partij oprichtten, de NESB, wat officieel stond voor ‘Nationaal Europese Sociale Beweging’, maar waar iedereen – inclusief de rechter – een voortzetting van de NSB in zag. Herdenkingen van gesneuvelde Nederlandse soldaten van de Waffen SS waren eveneens aanleiding tot tumult. Onder voormalige collaborateurs versterkte dit soort affaires het gevoel dat ze in de maatschappij niet welkom waren. Al in de jaren vijftig verzochten oud-NSB’ers met stukjes in de krant om nu ‘eindelijk’ eens over die oorlog op te houden.

    Rond de invulling van 4 en 5 mei verstomde het rumoer evenmin. De meidagen waren van het begin af aan onderwerp van getrek, gedoe en gemier – was het niet om de zondagsrust, dan wel om de kosten. Achtereenvolgende kabinetten wilden van die plechtigheden af, wat de verzetsorganisaties deed vrezen dat hun inzet en offers zouden worden vergeten. Toen het kabinet in 1954 verkondigde dat wie 5 mei wilde vieren toch een snipperdag kon opnemen, gaven de literaire bladen uit protest een gezamenlijke special uit, getiteld Nationale Snipperdag.

    Drie jaar later deed zich in de Tweede Kamer de zoveelste botsing over dit onderwerp voor. Ook deze botsing illustreert de invloed van de Koude Oorlog. In 1957 werd vanuit Oost-Europa de nieuwe opperbevelhebber van de NAVO, generaal Speidel, ontmaskerd als een voormalig nazigeneraal. Toen de CPN het kabinet ervan beschuldigde dat het uit hondentrouw aan deze nazi 4 en 5 mei wilde afschaffen, antwoordde een woedende minister-president Drees dat communisten überhaupt het ‘moreel recht’ niet hadden zich met 5 mei te bemoeien; als zij de macht hadden, zouden ze immers een eind maken aan alle vrijheid.
     

    Achtereenvolgende kabinetten wilden van de plechtigheden rond 4 en 5 mei af

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen